<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2017:4154</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T20:21:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-04-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">5512008 \ CV EXPL 16-10894</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005289">Burgerlijk Wetboek Boek 6</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005289&amp;artikel=95">Burgerlijk Wetboek Boek 6 95</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005289&amp;artikel=97">Burgerlijk Wetboek Boek 6 97</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005289&amp;artikel=162">Burgerlijk Wetboek Boek 6 162</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2017/5816</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2017/2397</rdf:li>
          <rdf:li>JA 2017/113 met annotatie van mr. H.P. Verdam</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:4154">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:4154</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-09T11:52:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2017:4154 Rechtbank Limburg , 26-04-2017 / 5512008 \ CV EXPL 16-10894</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2017:4154:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onrechtmatige daad. Ontbreken causaal verband voor een deel van de schade. Overige schade is onvoldoende onderbouwd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2017:4154:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 5512008 \ CV EXPL  16-10894</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 26 april 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser 1] ,<?linebreak?>wonend [adres eisres] ,<?linebreak?>[woonplaats eisers] ,</title>
    <parablock>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[eiser 2]</emphasis>,<?linebreak?>wonend [adres eisres] ,<?linebreak?>[woonplaats eisers] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde mr. R.J. Ruiter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend [adres gedaagde] ,</para>
      <para>
        [woonplaats gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>gemachtigde mr. M.J. Bisscheroux.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eisers waren van 24 oktober 2013 tot 5 februari 2016 eigenaar van een personenauto van het merk Mercedes-Benz, type A200, met kenteken [kenteken auto] (verder: de auto). Eisers woonden tot september 2016 aan het adres [voormalig adres eisers] . Eisers parkeerden hun auto in een parkeervak voor hun woning.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Omdat de auto door een onbekend persoon werd bekrast, hebben eisers in maart 2015 in hun woning een camera geplaatst, gericht op hun auto. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op camerabeelden is vastgelegd dat gedaagde op zaterdag 7 maart 2015 een kras heeft gemaakt op de auto. Gedaagde heeft de vernieling bekend bij de politie en is op 18 mei 2015 in dat kader strafrechtelijk veroordeeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Eisers hebben gedaagde bij brief van 17 december 2015 aansprakelijk gesteld voor de door hen geleden schade als gevolg van het bekrassen van de auto. Gedaagde heeft de gestelde schade van de hand gewezen. In plaats daarvan heeft gedaagde aangeboden een bedrag van € 100,00 aan eisers te voldoen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Eisers vorderen – samengevat – veroordeling van gedaagde tot betaling van € 1.966,96, vermeerderd met rente en kosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Gedaagde voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Eisers baseren hun vordering op een door gedaagde gepleegde onrechtmatige daad, het bekrassen van hun auto. Gedaagde betwist niet onrechtmatig te hebben gehandeld, zodat dit vast staat. Op grond van artikel 6:162 BW, lid 1, BW moet gedaagde de schade die het gevolg is van zijn onrechtmatige handelen, het bekrassen van de auto, vergoeden aan eisers.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Eisers vorderen de volgende schadeposten:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 700,00 voor de aanschaf van de camera;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 752,96 aan reparatiekosten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 514,00 aan buitengerechtelijke incassokosten.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ad. kosten aanschaf camera</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Eisers baseren dit deel van de vordering op artikel 6:96, lid 1, sub b BW, (redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid). </para>
        <para>Gedaagde voert het verweer dat hij nooit eerder dan op 7 maart 2015 een kras op de auto van eisers heeft gemaakt, dat eisers de camera daarvóór al hadden gekocht en dat deze schade daarom niet aan gedaagde kan worden toegerekend.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter begrijpt het verweer van gedaagde aldus- dat de schade niet het gevolg kan zijn van het onrechtmatige handelen van gedaagde, met andere woorden: dat causaal verband ontbreekt. De kantonrechter volgt dit verweer. Niet is komen vast te staan dat gedaagde eerder dan op 7 maart 2015 krassen op de auto heeft gemaakt, zodat de kosten die eisers hebben gemaakt voor de aanschaf van de camera niet is aan te merken als schade die het gevolg is van onrechtmatig handelen van gedaagde. De uitspraak van de Hoge Raad waarnaar eisers onder punt 2 van hun conclusie van repliek verwijzen, is hier niet van toepassing, omdat het in de betreffende zaak ging over het vaststellen van de omvang van de schade, terwijl vast stond dat de nog vast te stellen schade het gevolg was van het onrechtmatige handelen. </para>
        <para>Gelet op het voorgaande moet dit deel van de vordering worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ad. reparatiekosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Eisers baseren dit deel van de schade op een door hen opgevraagde offerte. Gedaagde stelt bij conclusie van antwoord dat eisers de auto niet hebben laten repareren, zodat gedaagde geen schade hoeft te vergoeden. Naar aanleiding van dit verweer stellen eisers bij conclusie van repliek dat de auto is verkocht voordat herstel heeft plaatsgevonden. Volgens eisers doet dit niets af aan de schade, omdat deze ook abstract berekent mag worden. </para>
        <para>De kantonrechter overweegt als volgt. Het is juist dat de schade abstract berekend mag worden. Dit neemt echter niet weg dat het er in het schadevergoedingsrecht om gaat dat de benadeelde zoveel mogelijk wordt gebracht in de vermogensrechtelijke positie waarin hij zich bevond voordat de schadeveroorzakende gebeurtenis heeft plaatsgevonden. Gelet op dit uitgangspunt hadden eisers onderbouwd dienen te stellen dat zij de auto voor een lagere prijs hebben verkocht dan wanneer zij de auto zonder de gestelde schade hadden kunnen verkopen. Nu zij dit niet hebben gedaan, kan niet worden vastgesteld of en in hoeverre de schade de verkoopwaarde van de auto in negatieve zin heeft beïnvloed. Dit deel van de vordering moet dan ook eveneens worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ad. buitengerechtelijke incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Nu de overige schadeposten worden afgewezen, dient deze post eveneens te worden afgewezen, omdat deze kosten niet geacht moeten worden in redelijkheid te zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Eisers zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Deze worden aan de zijd van gedaagde tot aan deze uitspraak begroot op een bedrag van € 300,00 aan gemachtigdensalaris.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst het gevorderde af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt eisers in de proceskosten aan de zijde van gedaagde gevallen en tot op heden begroot op € 300,00.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: EB</para>
        <para>coll:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>