<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2017:3848</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-31T10:50:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/866133-15 OWV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBLIM:2017:3847" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/ontnemingsvordering" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gedeeltelijke toewijzing vordering">Veroordeling feit: ECLI:NL:RBLIM:2017:3847, Gedeeltelijke toewijzing vordering</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:3848">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:3848</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-26T10:46:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2017:3848 Rechtbank Limburg , 25-04-2017 / 03/866133-15 OWV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2017:3848:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voldoende aanwijzingen voor een eerdere oogst in reeds ontmantelde kwekerij. Berekening voordeel aan de hand van de gemeten oppervlaktes in de kweekruimtes en de normbedragen uit het rapport BOOM.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2017:3848:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Limburg</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03/866133-15 OWV</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak, na aanhouding niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak van de meervoudige kamer d.d. 25 april 2017 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,</para>
      <para>wonende te [adresgegevens verdachte] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [verdachte] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] wordt bijgestaan door mr. I Wudka, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 29 maart 2016 en 11 april 2017. [verdachte] is op 11 april 2017 niet verschenen. Zijn raadsman is wel verschenen, maar achtte zich niet gemachtigd om bij afwezigheid van [verdachte] het woord ter verdediging te voeren. Op 29 maart 2016 achtte de raadsman zich wel uitdrukkelijk gemachtigd om de verdediging te voeren. Daarom geldt de zaak als een procedure op tegenspraak. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft op 11 april 2017 zijn standpunten kenbaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgehad met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 03/866133-15. Op 25 april 2017 heeft de rechtbank eerst vonnis gewezen in de strafzaak. Vervolgens is de onderhavige uitspraak gewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering van de officier van justitie</title>
    <para>De vordering van de officier van justitie strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan [verdachte] opleggen van de verplichting tot betaling aan de staat van dat geschatte voordeel. De officier van justitie heeft dit bedrag geschat op € 52.634,34.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de officier van justitie zou [verdachte] dit voordeel hebben verkregen uit de baten van een van de feiten waarvoor [verdachte] is veroordeeld.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de aangetroffen omstandigheden is gebleken dat er hennep is geteeld, voorafgaand aan de dag waarop de politie onderzoek heeft gedaan. Vanwege die aangetroffen omstandigheden is aannemelijk dat er in ieder geval één eerdere oogst heeft plaatsgevonden waarvan [verdachte] wederrechtelijk voordeel moet hebben gehad. Aangezien [verdachte] geen verklaring heeft afgelegd over de omvang van een eerdere teelt, de opbrengst daarvan en de kosten ervan, heeft de politie haar berekening gebaseerd op de standaardnormen uit het BOOM-rapport. Hoewel er vele potten met aarde zijn aangetroffen in de loods, is de omvang van de eerdere oogst niet duidelijk. De politie is daarom uitgegaan van een gemiddeld aantal planten per m2. Aan de hand van de gemeten oppervlakte van de twee kweekruimtes is aldus de opbrengst berekend. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>3.2.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
          </para>
          <para>Bij voormeld vonnis d.d. 25 april 2017 is [verdachte] veroordeeld wegens opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, gepleegd in de periode van 18 december 2014 tot en met 26 februari 2015.                                                                       </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De officier van justitie heeft de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig gemaakt binnen de daarvoor gestelde termijn.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht moet worden onderzocht of, en zo ja in hoeverre, [verdachte] voordeel heeft verkregen uit de baten van het feit waarvoor de veroordeling heeft plaatsgevonden.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het bewijs</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_186fc744-b4ca-4b7d-9cfe-d8236f95c936" />
          </para>
          <para>
            [verdachte] is veroordeeld wegens het telen van hennep in de periode van 18 december 2014 tot en met 26 februari 2015. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat er in de loods aan de [adres] te Maastricht twee ruimtes waren ingericht als kweekruimtes. De eerste kweekruimte had een oppervlakte 16 m2. In deze kweekruimte stonden 25 bloempotten. </para>
          <para>Kweekruimte 2 had een oppervlakte van 25 m2. Hierin stonden 267 plantenpotten opgesteld.</para>
          <para>In de loods werden nog eens 228 plantenpotten aangetroffen. Gelet op de afmetingen van de ruimtes, acht de rechtbank aannemelijk dat deze potten ook in kweekruimte 1 hebben gestaan.<footnote-ref linkend="_814dee68-ade6-4e23-b955-5b8ac1ba01f1" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Doorgaans zijn er acht weken nodig om tot een oogst van hennep te komen. Van die oogst is niets meer aangetroffen, op wat plantenresten in afvalzakken en op droogrekken na.<footnote-ref linkend="_9865f7c7-e3a8-4be4-8bac-452613cefe91" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank acht aannemelijk dat [verdachte] deze oogst heeft verkocht en dat zijn winst gelijk staat aan het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] uit de baten van het telen van hennep in de periode van 18 december 2014 tot en met 26 februari 2015 voordeel heeft gekregen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De vraag is hoe groot de winst is geweest.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.3</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank zal het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vaststellen op € 46.504,80. Hiertoe overweegt zij het volgende.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Bij gebrek aan een verklaring over de opbrengst en de kosten van de hennepplantage, ziet de rechtbank zich genoodzaakt om terug te grijpen op de genormeerde bedragen in het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij. Deze genormeerde bedragen zijn ontleend aan de update van het zogenoemde BOOM-rapport van november 2010 (hierna: het BOOM-rapport 2010).</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Aantal oogsten</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank gaat uit van één eerdere oogst binnen de periode waarin [verdachte] hennep heeft geteeld.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Brutowinst</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_c18325d6-9c89-4fca-a22f-473f2ac4a482" />
          </para>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat de omvang van de eerdere oogst overeenkomt met het aantal hennepplanten, zoals afgeleid uit het aantal aangetroffen plantenpotten.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De opbrengst hennep in grammen is afhankelijk van het aantal planten per vierkante meter (verder: m2).</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>In kweekruimte 1 hebben in totaal (25 + 228) 253 planten gestaan op een oppervlakte van 16 m2. Per vierkante meter stonden er dus 15 planten. Volgens het BOOM-rapport 2010 vloeit uit die omstandigheid een opbrengst voort van 28,2 gram per plant. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>In kweekruimte 2 hebben 267 planten gestaan op een oppervlakte van 25 m2. In deze ruimte stonden dus 10 planten per vierkante meter. Blijkens het BOOM-rapport 2010 leidt dit tot een opbrengst van 30,5 gram per plant,</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gelet op vorenstaande bedraagt de geoogste hoeveelheid vermoedelijk:</para>
          <para>253 x 28,2 gram + 267 x 30,5 gram =  (afgerond) 15,28 kilogram.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank hanteert de in het BOOM-rapport 2010 genoemde kiloprijs ter hoogte van </para>
          <para>€ 3.280,00.</para>
          <para>De brutowinst bedraagt aldus vermoedelijk 15,28 kilogram  x € 3.280,00 = <emphasis role="bold">€ 50.118,40</emphasis>.</para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Aftrekposten</emphasis>
            <footnote-ref linkend="_d6ff85e7-3592-4918-ae30-b8ead6025619" />
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Afschrijvingskosten</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank hanteert de, in het BOOM-rapport 2010, vastgestelde norm van € 200,00 afschrijvingskosten bij een plantage tussen de 200 en 299 planten. </para>
          <para>Per kweekruimte wordt dus € 200,00 in mindering gebracht, hetgeen de totale afschrijvingskosten op <emphasis role="bold">€ 400,00</emphasis> brengt.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Variabele kosten</emphasis>
          </para>
          <para>Het normbedrag voor de variabele kosten is vastgesteld op € 6,18 per plant. Dit bedrag bestaat uit het normbedrag voor de inkoopprijs van stekken (€ 2,85) en het normbedrag voor de overige variabele kosten (€ 3,33). Dit bedrag, vermenigvuldigd met het aantal hennepplanten brengt de variabele kosten op (€ 6,18 x 520) <emphasis role="bold">€ 3.213,60</emphasis>.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Elektriciteit</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank is niet gebleken dat [verdachte] kosten voor elektriciteit heeft gemaakt, omdat de elektriciteit ten behoeve van de kwekerij illegaal werd afgenomen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De totale kosten, die voor aftrek in aanmerking komen, worden daarmee vastgesteld op </para>
          <para>(€ 400,00 + € 3.213,60) = <emphasis role="bold">€ 3.613,60</emphasis>.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
          </para>
          <para>Gelet op vorenstaande komt de volgende voordeelberekening tot stand.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Brutowinst					€ 50.118,40</para>
          <para>Kosten						<emphasis role="underline">€   3.613,60  -</emphasis></para>
          <para>Wederrechtelijk verkregen voordeel		€ 46.504,80</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het bedrag waar het voordeel op wordt geschat, stelt de rechtbank op grond van het voorgaande vast op <emphasis role="bold">€ 46.504,80</emphasis>.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Aan de benadeelde partij Enexis B.V. is in het strafgeding een vergoeding toegewezen voor geleden schade. Deze vordering komt echter niet voor aftrek in aanmerking overeenkomstig het bepaalde in artikel 36e, negende lid, van het Wetboek van Strafrecht, omdat deze vordering nog niet is voldaan.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.4</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">De op te leggen betalingsverplichting</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank zal aan [verdachte] de verplichting opleggen tot betaling van € 46.504,80 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank constateert dat het recht van [verdachte] op een openbare behandeling binnen een redelijke termijn ex artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is geschonden. Hierin ziet de rechtbank evenwel geen grond tot matiging van de betalingsverplichting, omdat deze geconstateerde verdragsschending naar het oordeel van de rechtbank in de onderhavige zaak voldoende wordt gecompenseerd met de enkele vaststelling dat inbreuk is gemaakt op artikel 6, eerste lid, van het EVRM, aangezien in voormeld strafvonnis bij de straftoemeting reeds voldoende rekening is gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het wettelijke voorschrift</title>
    <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op <emphasis role="bold">€ 46.504,80;</emphasis></para>
    <para />
    <para>- legt [verdachte] de verplichting op tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat </emphasis>ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel <emphasis role="bold">van een bedrag van € 46.504,80.</emphasis></para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. E.C.M. Hurkens, voorzitter,</para>
      <para>mr. dr. M.C.A.E. van Binnebeke en mr. W.F.J. Aalderink,, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.E.J. Maas, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 25 april 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_186fc744-b4ca-4b7d-9cfe-d8236f95c936" label="1">
    <para>Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, district Zuid-West-Limburg, Basisteam Maastricht, proces-verbaalnummer PL 2411-2015037150, gesloten d.d. 24 maart 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 112.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_814dee68-ade6-4e23-b955-5b8ac1ba01f1" label="2">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 februari 2015, pagina’s 90 en 91.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9865f7c7-e3a8-4be4-8bac-452613cefe91" label="3">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 februari 2015, pagina’s 90 en 91.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c18325d6-9c89-4fca-a22f-473f2ac4a482" label="4">
    <para> Bijlage bij het proces-verbaal aanvraag conservatoir beslag d.d. 27 februari 2015, pagina 109.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d6ff85e7-3592-4918-ae30-b8ead6025619" label="5">
    <para> Bijlage bij het proces-verbaal aanvraag conservatoir beslag d.d. 27 februari 2015, pagina 110.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>