<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2017:3057</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-06T09:00:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-04-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">04 5574443 cv expl 16-11754</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:3057">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:3057</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-05T13:38:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2017:3057 Rechtbank Limburg , 05-04-2017 / 04 5574443 cv expl 16-11754</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2017:3057:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verhuurder heeft (vrijwel) geen toezicht op hetgeen in het gehuurde gebeurt. Huurder is daarom tegenover verhuurder aansprakelijk voor ontstane schade bij een politie-inval. Huurder kan eventueel politie in vrijwaring oproepen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2017:3057:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 5574443 \ CV EXPL  16-11754</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 5 april 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de rechtspersoonlijkheid bezittende stichting </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING WOONGOED 2-DUIZEND</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Beesel,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde Agin Otten Gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde sub 1] ,<?linebreak?>wonend [adres gedaagden] ,<?linebreak?>[woonplaats gedaagden] ,</title>
    <parablock>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[gedaagde sub 2]</emphasis>,<?linebreak?>wonend [adres gedaagden] ,<?linebreak?>[woonplaats gedaagden] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>gemachtigde mr. L.P.H. Hameleers.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Gedaagde partij huurt van eisende partij de woonruimte met aanhorigheden, staande en gelegen te [woonplaats gedaagden] aan de [adres gedaagden] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 27 mei 2015 is de politie het gehuurde binnengetreden. Daarbij is schade ontstaan aan de voordeur en het kozijn van de voordeur. De herstel- en/of reparatiekosten bedragen € 2.218,66.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Eisende partij vordert – samengevat – hoofdelijke veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 2.621,35, vermeerderd met rente en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Gedaagde partij voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Partijen houdt verdeeld de vraag of gedaagde partij de schade dient te vergoeden die eisende partij heeft geleden ten gevolge van de politie-inval. Die vraag dient bevestigend te worden beantwoord, waartoe het navolgende wordt overwogen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Als uitgangspunt heeft artikel 7:218 BW te gelden. Dit artikel bepaalt:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1.	De huurder is aansprakelijk voor schade aan de verhuurde zaak die is ontstaan door een hem toe te rekenen tekortschieten in de nakoming van een verplichting uit de huurovereenkomst.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2.	Alle schade wordt vermoed daardoor te zijn ontstaan, behoudens brandschade en, in geval van huur van een gebouwde onroerende zaak of een gedeelte daarvan, schade aan de buitenzijde van het gehuurde.</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Onderhavige schade aan de voordeur en kozijn dient te worden aangemerkt als schade aan de buitenzijde van de woning. Eisende partij dient derhalve aan te tonen dat de schade is ontstaan door een toerekenbaar tekortschieten van gedaagde partij in de naleving van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst. De kantonrechter is van oordeel dat eisende partij hierin is geslaagd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Als onweersproken staat vast dat de politie de woning is binnengetreden ter aanhouding van (een of meerdere) personen vanwege een strafbaar feit. Tevens kan als onweersproken worden vastgesteld dat dit binnentreden met een zeker snelheid diende te gebeuren.</para>
        <para>Eisende partij heeft (vrijwel) geen invloed op hetgeen in een gehuurde onroerende zaak van haar gebeurt, noch heeft zij toezicht op/kennis van gedragingen van een (van haar) huurder(s). Het is dan ook aan de huurder, in casu gedaagde partij, als contractspartij van eisende partij om zich tegenover eisende partij te gedragen zoals een goed huurder betaamt en geen schade te veroorzaken/doen veroorzaken aan het gehuurde. Door zich kennelijk mogelijk schuldig te maken aan een strafbaar feit, althans de verdenkingen van een gepleegd strafbaar feit over zich te hebben afgeroepen, hetgeen door gedaagde partij niet is betwist, diende gedaagde partij er redelijkerwijs rekening mee te houden dat op enig moment een op de aanhouding van gedaagde partij gerichte politie-inval in de woning waarin gedaagde partij verbleef tot de mogelijkheid behoorde. Door deze inval niet te hebben voorkomen, schiet gedaagde partij tekort in de nakoming van haar verplichting om zich als een goed huurder te gedragen, welke tekortkoming gedaagde partij ook is toe te rekenen. Dat gedaagde partij (nog) niet is veroordeeld maakt deze overweging niet anders.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Gedaagde partij stelt zich op het standpunt dat de politie aansprakelijk is jegens eisende partij voor de ontstane schade. Gelet op het voorgaande deelt de kantonrechter dit standpunt niet met gedaagde partij. Voor zover gedaagde partij verwijst naar een mogelijke afspraak tussen haar en de politie, althans een toezegging van de politie tegenover gedaagde partij, overweegt de kantonrechter dat het gedaagde partij vrij heeft gestaan de politie in vrijwaring op te roepen. Dit heeft zij niet gedaan. Tegenover eisende partij is gedaagde partij de aansprakelijke partij. De politie is geen partij in de huurrelatie tussen eisende partij en gedaagde partij. Mogelijk is nog dat gedaagde partij de politie in rechte aanspreekt op door haar geleden schade.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden.</para>
        <para>Eisende partij heeft aan gedaagde partij een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De gevorderde vergoeding is verder in overeenstemming met het bedrag dat op grond van het Besluit is toegestaan, zodat dit aan eisende partij dient te worden toegewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde partij toe te laten tot nadere bewijslevering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande zal de vordering integraal aan eisende partij worden toegewezen. Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dagvaarding	€ 100,51</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>griffierecht	471,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>salaris gemachtigde 	  <emphasis role="underline">350,00 </emphasis>( 2 x tarief € 175,00)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>totaal 	€  921,51</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde partij, hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 2.621,35, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 december 2016 tot aan de voldoening, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde partij hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 921,51,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst – voor zover nodig – het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: ksf</para>
        <para>coll: </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>