<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2017:2481</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-03-20T13:18:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-03-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">5268195 \ CV EXPL 16-7581</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:2481">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:2481</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-03-20T13:18:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2017:2481 Rechtbank Limburg , 15-03-2017 / 5268195 \ CV EXPL 16-7581</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2017:2481:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering tot voeging wordt toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2017:2481:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 5268195 \ CV EXPL  16-7581</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Incidenteel vonnis van de kantonrechter van 15 maart 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de vennootschap onder firma DE VENNOOSCHAP ONDER FIRMA [X] MAKELAARDIJ V.O.F.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats X] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde mr. J.H.A. Zomers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend [adres gedaagde] ,</para>
      <para>
        [woonplaats gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>gemachtigde mr. W.M.J. Saes.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser 1 in incident] , </title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats eiser 1 ijn incident] ,</para>
      <para>2. <emphasis role="bold">[eiseres 2 in incident] , </emphasis></para>
      <para>wonende te [woonplaats eiseres 2 in incident] , </para>
      <para>eisers in het incident</para>
      <para>gemachtigde mr. J.H.A. Zomers</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde in incident]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend [adres gedaagde] ,</para>
      <para>
        [woonplaats gedaagde] ,</para>
      <para>gedaagde in het incident,</para>
      <para>gemachtigde mr. W.M.J. Saes.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden verder in dit vonnis aangeduid als [eiser 1 in incident] (mannelijk enkelvoud) en [gedaagde in incident] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Dit blijkt uit het navolgende:</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de inleidende dagvaarding</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord houdende het beroep op de nietigheid van de dagvaarding alsmede de exceptie van onbevoegdheid</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in het incident</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het incidenteel vonnis van 23 november 2016</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de incidentele conclusie houdende de vordering tot tussenkomst althans voeging ex artikel 217 Rv</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlating van [eiser 1 in incident]</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in het incident</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis in het incident bepaald. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eisers in het incident, [eiser 1 in incident] en [eiseres 2 in incident] , staan geregistreerd als vennoten van de vennootschap onder firma [X] Makelaardij, eiseres in de hoofdzaak. [eiser 1 in incident] wenst te interveniëren in de hoofdzaak, in die zin dat hij zich wenst te voegen aan de zijde van eiseres in de hoofdzaak. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser 1 in incident] heeft daartoe gesteld dat beide vennoten de feitelijke en juridische gevolgen ondervinden van de toe- of afwijzing van de vordering of het gezag van gewijsde dat een gegeven eindbeslissing kan hebben. Toewijzing van de vordering in de hoofdzaak impliceert dat ook [eiser 1 in incident] tot executie van het vonnis kan overgaan. Het aanhangig maken van een afzonderlijke procedure kan dan achterwege blijven.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde in incident] heeft verweer gevoerd tegen de incidentele conclusie, Hij heeft daarbij aangevoerd dat de vennootschap onder firma [X] Makelaardij per 31 december 2016 is opgeheven, welke opheffing op 2 januari 2017 is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel. [eiser 1 in incident] heeft geen zelfstandig belang gericht tegen beide partijen in de hoofdzaak, zodat het instellen van een incidentele vordering tot tussenkomst gericht tegen de voormalige vennootschap onaannemelijk is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde in incident] voert voorts aan dat [eiser 1 in incident] geen belang bij voeging heeft, nu de opgeheven vennootschap onder firma op grond van artikel 31 Wetboek van Koophandel ook na de ontbinding als procespartij kan blijven optreden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt als volgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat [eiser 1 in incident] geen eigen vordering instelt, die zich richt tegen beide partijen in de hoofdzaak. De incidentele vordering tot tussenkomst kan dan ook niet worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Ten aanzien van de vordering tot voeging is de kantonrechter van oordeel dat [eiser 1 in incident] het belang bij interventie in de hoofdzaak voldoende aannemelijk heeft gemaakt, nu hij nadelige gevolgen kan vinden van een uitkomst van de procedure die ongunstig is voor de partij aan wier zijde [eiser 1 in incident] zich voegt. (zie in dit verband<?linebreak?>ECLI:NL:HR:2008:BC6692). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Daar doet niet aan af het gegeven dat eiseres in de hoofdzaak ook na de opheffing van de vennootschap op grond van het bepaalde in artikel 31 Wetboek van Koophandel aanspraak op een zelfstandig belang <emphasis role="underline">kan</emphasis> blijven maken. De tekst van voornoemd artikel impliceert niet dat de ontbonden vennootschap daartoe verplicht is. De kantonrechter acht het alleszins redelijk dat [eiser 1 in incident] er voor kiest om op persoonlijke titel aan de zijde van de ontbonden vennootschap mee te procederen. De vordering tot voeging zal dan ook worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>
        [gedaagde in incident] zal in de kosten van dit incident aan de kant van [eiser 1 in incident] gevallen worden veroordeeld. Deze kosten worden tot aan deze uitspraak begroot op een bedrag van € 100,00. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>De zaak zal voor wat betreft de hoofdzaak worden verwezen naar de rolzitting van 29 maart 2017 voor opgave verhinderdata in verband met een nader te plannen comparitie van partijen. In afwachting daarvan zal iedere verdere beslissing worden aangehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing in het incident</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>wijst de incidentele vordering tot voeging toe,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verstaat dat [eiser 1 in incident] zich voegt aan de zijde van eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde in incident] in de kosten van dit incident aan de kant van [eiser 1 in incident] gevallen en tot aan deze uitspraak begroot op een bedrag van € 100,00, </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in de hoofdzaak:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 29 maart 2017 voor opgave verhinderdata. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>houdt in afwachting daarvan iedere verdere beslissing aan. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: ph</para>
        <para>coll: plg</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>