<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2017:2029</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T18:47:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-03-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">5330315 cv16-8424</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2017/124</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:2029">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:2029</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-03-08T15:30:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-03-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2017:2029 Rechtbank Limburg , 08-03-2017 / 5330315 cv16-8424</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2017:2029:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Vordering terzake wachturen bij transporten. Verweer als ook een beroep op verrekening wordt pas bij dupliek nader onderbouwd.</para>
        <para>Verweer wordt gepasseerd op grond van het bepaalde in art. 128 lid 3 en 5 (concentratie van verweer). </para>
        <para>Vordering wordt toegewezen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2017:2029:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 5330315 \ CV EXPL  16-8424</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 8 maart 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats X] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde mr. N. Pustjens,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [Y] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats Y] ,</para>
      <para>
        [Y] partij,</para>
      <para>gemachtigde mr. R.M. de Hair.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden verder in dit vonnis aangeduid als [X] en [Y] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [X] heeft in opdracht en voor rekening van [Y] transportwerkzaamheden uitgevoerd op de navolgende locaties:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Kloosterstraat te Roggel</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Berkenlaan te Roggel</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Engerweg te Kerkrade.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [X] heeft in verband met deze uitgevoerde transportwerkzaamheden een aantal facturen aan [Y] toegezonden:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>VFA1506776 d.d. 25 juni 2015		€ 4.867,87</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>VFA1507119 d.d. 3 juli 2015		€ 943,80</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>VFA1511252 d.d. 6 oktober 2015	€ 8.077,63.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [Y] heeft op 9 juni 2016 op de laatste factuur VFA1511252 een bedrag van </para>
        <para>€ 7.977,80 in mindering voldaan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij overeenkomst van 14 juli 2014 heeft de heer [A] althans de besloten vennootschap [B] Holding B.V. aan de besloten vennootschap [C] Houdstermaatschappij B.V. 50% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van de besloten vennootschap [D] Recycling B.V. (afgekort ROS) verkocht. De resterende 50% van de aandelen in het kapitaal van ROS zijn door [B] Holding B.V. bij overeenkomst van 7 augustus 2015 aan de besloten vennootschap [C] houdstermaatschappij B.V. verkocht. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [X] vordert – na vermindering van haar vordering bij repliek – veroordeling van [Y] tot betaling van € 3.015,84, vermeerderd met de contractuele rente en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [Y] voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [X] vordert – nadat zij haar vordering bij conclusie van repliek heeft </para>
        <para>verminderd – een bedrag van € 3.015,84 terzake door [Y] onbetaald gelaten facturen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [Y] voert verweer tegen deze vordering en voert daartoe aan dat er weliswaar sprake is van een openstaand factuurbedrag maar dat de hoogte daarvan niet juist is. [X] heeft teveel wachturen en ten onrechte stortkosten bij [Y] in rekening gebracht. [Y] komt dan ook tot een werkelijk verschuldigd totaalbedrag van </para>
        <para>€ 13.392,55, op welk bedrag zij € 10.873,46 in mindering heeft voldaan, zodat in hoofdsom resteert een bedrag van € 2.519,09.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Voorts voert [Y] aan dat zij in totaal – na cessie van vorderingen van [E] Aanneming aan haar – in totaal een bedrag van € 2.371,60 te verrekenen heeft. Dit bedrag is samengesteld uit een tweetal factoren, te weten een factuur ad € 762,30 terzake transport van gebroken asfalt en een schadebedrag van € 1.609,30. Dit laatste bedrag ziet op schade die een medewerker van [X] aan eigendommen van [Y] zou hebben toegebracht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Bij repliek heeft [X] de factuur van € 762,30 erkend en zij heeft aangegeven dat dit bedrag kan worden verrekend met haar vordering. [X] heeft voorts het door [Y] opgevoerde schadebedrag nadrukkelijk betwist. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt als volgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat [Y] eerst bij dupliek haar standpunt ten aanzien van de teveel in rekening gebrachte wachturen gemotiveerd en gedetailleerd onderbouwt. Naar het oordeel van de kantonrechter had het op de weg van [Y] gelegen om op grond van het bepaalde in artikel 128 lid 3 en 5 Rv haar verweer reeds bij conclusie van antwoord te concentreren en van een deugdelijke onderbouwing te voorzien. Nu [Y] dit heeft nagelaten, wordt [X] in een nadelige positie gebracht, nu zij zich immers niet meer tegen de stellingen van [Y] kan verweren. De kantonrechter zal dan ook aan het verweer zoals dat door [Y] op dit punt is gevoerd voorbij gaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Het door [Y] gedane beroep op verrekening van het schadebedrag van </para>
        <para>€ 1.609,30 wordt gepasseerd, nu [X] de verschuldigdheid van enig schadebedrag heeft betwist en daarnaast de gegrondheid van het verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen. Bovendien geldt ook hier dat [Y] het door haar geclaimde bedrag van </para>
        <para>€ 1.609,30 pas bij conclusie van dupliek nader onderbouwt. Ten aanzien van de in dat verband door [Y] overgelegde facturen merkt de kantonrechter op dat daaruit niet valt af te leiden op welk object de uitgevoerde reparaties zien en of de werkzaamheden rechtstreeks verband houden met de door [Y] gestelde schade. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Uit het vorenstaande volgt dat de vordering van [X] aan haar dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 2.253,54.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De kantonrechter acht geen termen aanwezig [Y] toe te laten tot nadere bewijslevering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>
        [Y] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [X] worden begroot op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dagvaarding	€ 77,75</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>griffierecht	471,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>salaris gemachtigde 	  <emphasis role="underline">300,00</emphasis>(2 x tarief € 150,00)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>totaal 	€  848,75.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [Y] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [X] te betalen een bedrag van € 2.253,54, vermeerderd met de contractuele rente vanaf de vervaldag van de factuur tot aan de voldoening, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [Y] in de proceskosten aan de zijde van [X] gevallen en tot op heden begroot op € 848,75,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: ph</para>
        <para>coll:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>