<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2017:1638</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-22T16:34:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-02-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/700426-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:1638">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:1638</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-22T16:32:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2017:1638 Rechtbank Limburg , 22-02-2017 / 03/700426-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2017:1638:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Diefstal, gevolgd van geweld/bedreiging tegen personen bewezen. Diefstal juwelier niet bewezen. Rechtbank acht zich echter onvoldoende voorgelicht over de persoon van verdachte en acht aanvullende rapportage door de reclassering noodzakelijk. Daartoe zal de rechtbank het onderzoek in deze zaak heropenen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2017:1638:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03/700426-16</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 februari 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboortegegevens verdachte] ,</para>
      <para>wonende te [adresgegevens verdachte] ,</para>
      <para>gedetineerd in PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt bijgestaan door mr. S. Ikiz, advocaat kantoorhoudende te Vaals.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 6 december 2016 en 8 februari 2017. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte een diefstal heeft gepleegd bij een drogisterij in Maastricht, gevolgd door dreiging met geweld en het plegen van geweld (feit 1). Verder wordt hij verdacht van een inbraak bij een juwelier in Maastricht (feit 2).</para>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit van beide feiten. Ten aanzien van feit 1 heeft de verdachte niet het oogmerk gehad om de diefstal te plegen omdat hij voornemens was om de potjes Biodermal te betalen, evenals het flesje drank dat de verdachte wel heeft afgerekend. De verdachte heeft bovendien geen geweld gebruikt. Evenmin heeft de verdachte gedreigd met geweld. </para>
        <para>Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman naar voren gebracht dat uit DNA-onderzoek blijkt dat de aangetroffen bloedsporen in de juwelierszaak van de verdachte afkomstig zijn maar dat daaruit niet de conclusie kan worden getrokken dat de verdachte de goederen heeft weggenomen.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_337e9b1a-415e-4035-a663-59910092baa0" />
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat feit 1 bewezen kan worden verklaard. Zij zal hierna de bewijsmiddelen bespreken en motiveren hoe zij tot deze conclusie is gekomen. Daarna zal zij kort uiteenzetten waarom zij tot een vrijspraak komt van feit 2.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1</emphasis>
        </para>
        <para>Op 5 september 2016 doet de heer [slachtoffer 1] namens  [naam winkel 1] aangifte van diefstal. Hij heeft verklaard dat hij die dag werkzaam was als beveiliger bij [naam winkel 1] gelegen aan de Wycker Brugstraat te Maastricht. Toen de verdachte, die de beveiliger ambtshalve kent van eerder gepleegde winkeldiefstallen, naar buiten liep ging het alarm af. [slachtoffer 1] sprak de verdachte hierop aan, maar deze pakte zijn fiets en fietste weg. [slachtoffer 1] is de verdachte te voet gevolgd. De verdachte stopte op enig moment en [slachtoffer 1] zag dat hij spullen onder zijn jas vandaan haalde. De verdachte gooide een doosje Biodermal op de grond. Toen de verdachte weer wilde wegfietsen hield [slachtoffer 1] de fiets van de verdachte vast, waarop de verdachte tegen [slachtoffer 1] zei dat hij een mes bij zich had en hem zou neersteken. De verdachte haalde een schilmesje uit zijn zak en wees daarmee in de richting van [slachtoffer 1] . De verdachte is wederom weggefietst. </para>
        <para>Vervolgens heeft een omstander geprobeerd om de verdachte tegen te houden. [slachtoffer 1] zag dat de verdachte een beweging maakte in de richting van deze omstander en de verdachte is opnieuw ontkomen toen [slachtoffer 1] hem probeerde aan te houden. [slachtoffer 1] heeft toen weer de fiets van de verdachte vastgepakt, waarna de verdachte wederom snijbewegingen maakte met het mes in de richting van [slachtoffer 1] en zei dat hij hem zou neersteken. De verdachte is weggefietst. Toen hij op de Wilhelminabrug stond heeft de verdachte een bruinkleurig doosje en het schilmesje in de maas gegooid.<footnote-ref linkend="_3cbec187-cee4-487a-b1e7-c0265026ff75" /><?linebreak?>De door [slachtoffer 1] aangeduide omstander bleek [slachtoffer 2] te zijn. Hij heeft verklaard dat hij vanuit zijn auto zag dat een man onenigheid had met een beveiliger. Toen [slachtoffer 2] uit zijn auto stapte hoorde hij de beveiliger roepen “houd hem tegen’’. [slachtoffer 2] heeft het stuur van de fiets van de man vastgepakt. Direct voelde [slachtoffer 2] dat de man met een vuistslag tegen zijn neus sloeg.<footnote-ref linkend="_39398913-8072-4274-bb8b-4126d46d3132" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Overwegingen en conclusies van de rechtbank ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat de verdachte op 5 september 2016 bij [naam winkel 1] diefstal heeft gepleegd, waarna de verdachte voornoemde [slachtoffer 1] heeft bedreigd en bovendien geweldshandelingen heeft gebruikt tegen [slachtoffer 1] . De geweldshandelingen bestonden voorts uit een vuistslag van de verdachte in het gezicht van [slachtoffer 2] . De aangifte van [slachtoffer 2] wordt bevestigd door de getuige [getuige 1]<footnote-ref linkend="_ba025cae-bea3-4e3f-81a9-a363e03581b1" />.</para>
        <para>Het door de raadsman gevoerde verweer dat de verklaring van getuige [getuige 1] als onbetrouwbaar dient te worden aangemerkt, wordt door de rechtbank verworpen om de volgende reden: het enkele feit dat in getuigenverklaringen op punten tegenstrijdigheden voorkomen, maken deze verklaringen op zichzelf nog niet onbetrouwbaar. Dit kan immers te wijten zijn aan de feilbaarheid van het menselijk geheugen, teweeggebracht onder de invloed van emoties door het delict of door tijdsverloop. Getuige [getuige 1] heeft consistent verklaard dat de verdachte [slachtoffer 2] met een vuistslag  heeft geslagen. </para>
        <para>De rechtbank acht tevens wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte een schilmesje heeft getoond aan [slachtoffer 1] en hem daarmee heeft bedreigd. Het verweer van de verdachte dat hij een stuk plastic bij zich droeg acht de rechtbank ongeloofwaardig, nu de verdachte aan de getuigen [getuige 2] en [getuige 3] heeft verklaard dat hij het mes in het water heeft gegooid.<footnote-ref linkend="_9398642d-4b78-44aa-9fa1-c84548f37ac0" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vrijspraak van feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 2. Zij is van oordeel dat het bewijs dat de officier van justitie heeft gepresenteerd onvoldoende wettig en overtuigend bewijs oplevert dat het de verdachte is geweest die de diefstal bij juwelier [naam winkel 2] in Maastricht heeft gepleegd. De verdachte heeft nadrukkelijk betwist dat hij goederen heeft weggenomen bij voornoemde juwelier. Het enkele gegeven dat er bloed van de verdachte is aangetroffen op het glas van de winkelruit en de tafel van de juwelier is bij gebrek aan overig bewijs onvoldoende om de verklaring die de verdachte heeft gegeven voor het aantreffen van die sporen als onaannemelijk aan te merken. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat de verdachte:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">feit 1 </emphasis>
        </para>
        <para>op 5 september 2016 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee, doosjes Biodermal, toebehorende aan [naam winkel 1] , welke diefstal werd gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, met voornoemd opzet op de openbare weg(en), de Oeverwal en de Wilhelminabrug</para>
      </parablock>
      <para>- een mes heeft getoond aan die  [slachtoffer 1] en (vervolgens)</para>
      <para>- met een mes, stekende/snijdende bewegingen heeft gemaakt in de richting van (het gezicht van) die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens)</para>
      <para>- op die [slachtoffer 1] is toegelopen en daarbij die [slachtoffer 1] heeft toegevoegd dat hij, verdachte die [slachtoffer 1] zou neersteken en (vervolgens)</para>
      <para>- die [slachtoffer 2] (met gebalde vuist) in het gezicht heeft geslagen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Diefstal, gevolgd van geweld/bedreiging tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para>De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De straf en/of de maatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte op te leggen de maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna te noemen: ISD-maatregel), met een tussentijdse toetsing na 1 jaar.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, indien de rechtbank zijn vrijspraakverweer niet volgt en tot een veroordeling komt, de ISD-maatregel niet passend is, nu er geen rapport met een behandeladvies over verdachte is opgemaakt, ondanks herhaaldelijk verzoek van de raadsman.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Tijdens de beraadslaging naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting op 8 februari 2017 is de rechtbank gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. Zij acht zich onvoldoende voorgelicht over de persoon van verdachte. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat in het kader van de vraag of aan de verdachte een ISD-maatregel moet worden opgelegd, niet enkel volstaan kan worden met een beknopt reclasseringsrapport waarin een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt geadviseerd; de rechtbank heeft behoefte aan een meer diepgaande rapportage omtrent de wenselijkheid en noodzakelijkheid van de ISD maatregel.</para>
        <para>De rechtbank acht het dan ook noodzakelijk dat alsnog over de verdachte wordt gerapporteerd ten aanzien van de ISD-maatregel en zal het openbaar ministerie opdracht geven om een rapport op te laten maken om meer inzicht te krijgen in de persoon van verdachte en de wenselijkheid en noodzakelijkheid van de ISD-maatregel.</para>
        <para>In afwachting van de resultaten van dit onderzoek zal de rechtbank de beslissing over de straf en/of maatregel aanhouden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de benadeelde partij</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 350,- immateriële schade (smartengeld) terzake van feit 1.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 550,- waarvan € 300,00 voor geleden immateriële schade (smartengeld) terzake van feit 2.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie is van mening dat de vorderingen van beide benadeelde partijen geheel moeten worden toegewezen</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard dan wel moeten worden afgewezen. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat het zeer onaannemelijk is dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] immateriële schade heeft geleden</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1) volledig toewijzen. De schade die de benadeelde partij vordert, acht de rechtbank voldoende onderbouwd en het rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte. De verdachte is hiervoor aansprakelijk.</para>
        <para>Zoals gevorderd, zal de rechtbank het toe te wijzen bedrag vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 september 2016.</para>
        <para>Daarnaast zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen, opdat de staat de vergoeding van de schade aan het slachtoffer bevordert, dan wel het schadebedrag bij wijze van voorschot aan hem uitkeert.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank komt, gelet op de vrijspraak voor feit 2, niet toe aan een beoordeling van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] . De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 36f, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde onder feit 2;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- wijst de vordering van de benadeelde partij ter zake van feit 1 toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan <emphasis role="bold">de benadeelde partij [slachtoffer 1]</emphasis>  , wonende te [woonplaats] , te betalen <emphasis role="bold">€ 350,-</emphasis> ter zake van geleden immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van </para>
    <para>5 september 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van € 350,-, bij niet betaling en verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">7 dagen hechtenis</emphasis>, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>5 september 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;</para>
    <para>- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de vordering van de<emphasis role="bold"> benadeelde partij [benadeelde] , </emphasis></para>
    <para>
      <emphasis role="bold">niet- ontvankelijk</emphasis> is en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;</para>
    <para>- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Heropening</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>heropent het onderzoek in deze zaak;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>geeft de officier van justitie opdracht een rapport over de verdachte op te laten maken in het kader van de ISD-maatregel;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>stelt de stukken in handen van de officier van justitie;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para>- schorst het onderzoek ter terechtzitting en beveelt dat het onderzoek in deze zaak zal worden hervat op een nader te bepalen datum en tijdstip;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt de hervatting van het onderzoek ter terechtzitting op een langere termijn dan één maand, doch op uiterlijk drie maanden na heden, zulks in verband met de tijd die naar verwachting nodig zal zijn voordat voornoemd rapport beschikbaar is;</para>
    <para />
    <para>- beveelt de oproeping van de verdachte tegen die datum en dat tijdstip;</para>
    <para />
    <para>- verstaat dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] in kennis wordt gesteld van de dag en het tijdstip waartegen het onderzoek in deze zaak zal worden hervat;</para>
    <para />
    <para>- verstaat dat de raadsman afschrift van de oproeping van de verdachte zal ontvangen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.H.M. Engels, voorzitter, mr. P. van Blaricum en </para>
      <para>mr. G. Demmink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.M.J.G.A. van Hinsberg, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 februari 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. G. Demmink is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>1. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 5 september 2016 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee, althans één doosje(s) Biodermal, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam winkel 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, met voornoemd opzet op de openbare weg(en), de Oeverwal en/of de Wilhelminabrug, althans op een openbare weg </para>
    </parablock>
    <para>- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp heeft getoond aan die  [slachtoffer 1] en/of (vervolgens)</para>
    <para>- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp stekende/snijdende bewegingen heeft gemaakt in de richting van (het gezicht van) die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens)</para>
    <para>- op die [slachtoffer 1] is toegelopen en/of daarbij die [slachtoffer 1] heeft toegevoegd dat hij, verdachte die [slachtoffer 1] zou neersteken en/of (vervolgens)</para>
    <para>- die [slachtoffer 2] (met gebalde vuist) in het gezicht heeft geslagen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>2. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2016 tot en met 14 juni 2016 in de gemeente Maastricht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (etalage van) een </para>
      <para>winkel/galerie aan de [adres] heeft weggenomen diverse sieraden en/of horloges, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam winkel 2] en/of [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen sieraden en/of horloges onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_337e9b1a-415e-4035-a663-59910092baa0" label="1">
    <para> Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de Politie Eenheid Limburg District Zuid-West-Limburg, Basisteam Maastricht, proces-verbaalnummer PL2300-2016106836-1, gesloten d.d. 13 september 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 117.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3cbec187-cee4-487a-b1e7-c0265026ff75" label="2">
    <para> Het proces-verbaal aangifte, p. 34 tot en met 37.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_39398913-8072-4274-bb8b-4126d46d3132" label="3">
    <para> Het proces-verbaal aangifte p. 42 en 43.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ba025cae-bea3-4e3f-81a9-a363e03581b1" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige, afgelegd bij de rechter-commissaris op 21 december 2016.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9398642d-4b78-44aa-9fa1-c84548f37ac0" label="5">
    <para> Proces-verbaalverhoor getuige, p. 30; Proces-verbaal verhoor getuige, p. 33.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>