<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2017:12351</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-24T14:41:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-12-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/661162-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:12351">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:12351</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-15T14:57:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2017:12351 Rechtbank Limburg , 15-12-2017 / 03/661162-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2017:12351:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vervaardigen van valse bankbiljetten en deze uit (doen) geven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2017:12351:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03/661162-15</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak (gemachtigde raadsman)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 15 december 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboortegegevens verdachte] ,</para>
      <para>wonende te [adresgegevens verdachte] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt bijgestaan door mr. M.F.M. Geeratz, advocaat, kantoorhoudende te Venlo.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 27 en 30 oktober 2017. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen haar gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. Het onderzoek ter terechtzitting is op 15 december 2017 gesloten. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op  neer dat de verdachte primair:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de periode van 11 februari 2014 tot en met 14 februari 2014 samen met (een) ander(en) opzettelijk bankbiljetten heeft nagemaakt/vervalst, met het oogmerk om deze als echt en onvervalst uit te geven en/of te doen uitgeven, dan wel subsidiair daaraan medeplichtig is geweest. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat het primair tenlastegelegde zal worden bewezen verklaard. De officier van justitie is van oordeel dat er sprake is van medeplegen, nu verdachte niet alleen haar woning ter beschikking heeft gesteld voor de productie van vals geld, maar ook actief heeft meegewerkt door de biljetten te printen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het primair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken, nu geen sprake is van de voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking. Verdachte heeft weliswaar toegestaan dat haar kleinkind met anderen in haar woning bankbiljetten namaakten en zij heeft zelf ook het een en ander gedaan, maar dat is hooguit voldoende voor medeplichtigheid zoals subsidiair is tenlastegelegd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_a673b7be-caa4-4b5b-9b50-5628c9d252b8" />
        </para>
        <para>De rechtbank acht het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen gelet op:</para>
      </parablock>
      <para>- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd bij de politie op 17 juni 2014<footnote-ref linkend="_6c08c15e-8049-42f1-94ff-83b43a0a5461" />; </para>
      <para>- de verklaring van [medeverdachte 5] d.d. 18 juni 2014<footnote-ref linkend="_e13843ad-a9e7-48ef-b3b8-4141e4befe71" />.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Medeplegen</emphasis>
        </para>
        <para>Uit het dossier is gebleken dat verdachte wist dat medeverdachte [medeverdachte 2] zich bezighield met het namaken en verkopen van valse bankbiljetten. Het namaken van de bankbiljetten gebeurde in de woning van verdachte. Medeverdachte [medeverdachte 5] heeft verklaard dat iedereen een bepaalde taak had in de vorm van bankbiljetten kopiëren en printen, deze uitsnijden of het strijken van zegels op de bankbiljetten. Verdachte heeft verklaard dat ze op de startknop van de printer waarmee de 50 euro biljetten werden gekopieerd en geprint, heeft gedrukt en dat afgesproken was dat ze daar 200 euro voor zou krijgen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat verdachte zich ervan bewust was dat  in haar woning bankbiljetten werden nagemaakt en daarmee is haar aandeel groter dan  enkel het ter beschikking stellen van haar woning ten behoeve van het namaken van de bankbiljetten. Zo heeft verdachte een bepaalde rol in het geheel gehad, die  daadwerkelijk heeft bijgedragen aan het namaken van de bankbiljetten en die niet onderschikt was aan de rol van de medeverdachten. Daarnaast was met haar  de afspraak gemaakt dat zij voor haar aandeel een bedrag van € 200,-  zou ontvangen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat, gelet op vorenstaande, de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en haar medeverdachten is komen vast te staan en dus kan worden bewezen dat zij het primair tenlastegelegde tezamen en in vereniging heeft gepleegd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat de verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in de periode van 11 februari 2014 tot en met 14 februari 2014, in de gemeente Peel en Maas, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een aantal bankbiljetten van 50 euro heeft nagemaakt, met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te geven en/of te doen uitgeven.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">medeplegen van bankbiljetten namaken met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para>De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De straf en/of de maatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft, rekening houdend met de medische situatie van verdachte en het tijdsverloop, gevorderd aan de verdachte op te leggen een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 240 uren met een proeftijd van één jaar. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman verzoekt de rechtbank rekening te houden met de gezondheidssituatie van verdachte en haar daarom een voorwaardelijke straf op te leggen. Met betrekking tot de hoogte van die straf refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het namaken van een groot aantal bankbiljetten, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven. Dergelijk handelen is naar het oordeel van de rechtbank zeer verwerpelijk, nu hiermee het vertrouwen in het betalingsverkeer, meer specifiek in chartaal geld, ernstig wordt geschaad. Dit geldt te meer nu het in het onderhavige geval een groot geldbedrag betreft. Het betalingsverkeer is gebaseerd op het vertrouwen dat aan bankbiljetten een bepaalde waarde wordt toegekend. Door het namaken van bankbiljetten wordt dit principe ondermijnd/aangetast. Daarnaast wordt ook de ontvanger van het nagemaakte geld gedupeerd wanneer dit als betaalmiddel wordt ingezet. De ontvanger levert immers goederen of diensten voor een stukje papier zonder enige waarde. De rechtbank zal wel rekening houden met de zeer beperkte rol van verdachte in het gehele ‘vals geld’ onderzoek en met de korte periode waarin zij zich heeft beziggehouden met het namaken van bankbiljetten. Ook houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 6] kleinkinderen van verdachte zijn en dat zij daardoor bij het geheel betrokken is geraakt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de persoon van  verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister d.d. 21 september 2017, waaruit blijkt dat zij niet eerder is veroordeeld en dat verdachte na het feit in 2014 niet meer met politie of justitie in aanraking is gekomen. Verder slaat de rechtbank acht op de door de raadsman  overgelegde stukken met betrekking tot de gezondheidstoestand van verdachte. Hieruit blijkt (onder meer) dat verdachte op 19 oktober 2017 een herseninfarct heeft gehad. Voorts heeft de rechtbank ook acht geslagen op het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 11 oktober 2017.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat in deze zaak de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM is overschreden. Die termijn is in het onderhavig geval gaan lopen op 17 juni 2014, te weten de dag van het eerste verhoor van verdachte door de politie. De behandeling in eerste aanleg is niet afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de hiervoor genoemde termijn, terwijl de rechtbank geen bijzondere omstandigheden aanwezig acht die deze overschrijding rechtvaardigen. Het betreft geen  complexe zaak en door de verdediging zijn geen onderzoekswensen ingediend. Het dossier is op 14 juli 2014 gesloten. Het nagekomen rapport van het Nederlands Forensisch Instituut dateert van 23 februari 2015 en de resultaten van het rechtshulpverzoek aan België zijn op 12 augustus 2015 binnengekomen. De zaak is pas op 3 april 2017 voor het eerst op zitting aangebracht. De rechtbank acht het kwalijk en voor alle betrokken partijen uiterst onbevredigend dat het vonnis in deze zaak wordt gewezen ruim 3,5 jaar nadat het feit heeft plaatsgevonden. De rechtbank zal in strafverminderende zin met deze aanzienlijke overschrijding rekening houden bij de strafoplegging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende zal de rechtbank verdachte schuldig verklaren zonder oplegging van een straf of maatregel. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 47 en 208 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder <emphasis role="bold">3.4</emphasis> is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder <emphasis role="bold">4</emphasis> is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Rechterlijk pardon</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, mr. F.L.G. Geisel en </para>
      <para>mr. D.C.I. van Delft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Geene, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 december 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 11 februari 2014 tot en met 14 februari 2014 in de gemeente Peel en Maas, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een aantal bankbiljetten van 50 euro heeft nagemaakt en/of heeft vervalst, met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te </para>
      <para>geven en/of te doen uitgeven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans indien ter zake het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 5] in of omstreeks de periode van 11 februari 2014 tot en met 14 februari 2014 in de gemeente Peel en Maas, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar, althans ieder voor zich en alleen, opzettelijk een aantal bankbiljetten van 50 euro hebben/heeft nagemaakt en/of heeft vervalst, met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te geven en/of te doen uitgeven, bij het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in of omstreeks de periode</para>
      <para>van 11 februari 2014 tot en met 14 februari 2014 in de gemeente Peel en Maas, in elk in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest, door met dat opzet haar woning beschikbaar te stellen voor het vervaardigen of namaken van bankbiljetten van 50 euro.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a673b7be-caa4-4b5b-9b50-5628c9d252b8" label="1">
    <para> Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie, recherche Venlo/Venray, proces-verbaalnummer 2014012528, gesloten d.d. </para>
    <para>14 juli 2014, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 1947.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6c08c15e-8049-42f1-94ff-83b43a0a5461" label="2">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 18 juni 2014, pagina’s 834-838.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e13843ad-a9e7-48ef-b3b8-4141e4befe71" label="3">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 18 juni 2014, pagina’s 792-794. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>