<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2017:12031</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-01T11:50:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-11-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">5392976 \ CV EXPL  16-9354</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHSHE:2020:1131" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2020:1131</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:12031">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:12031</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-07T11:06:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2017:12031 Rechtbank Limburg , 29-11-2017 / 5392976 \ CV EXPL  16-9354</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2017:12031:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Koopovereenkomst terecht ontbonden. Verkoper maakt aanspraak op contractuele boete en deze wordt toegewezen. Huidige bewindvoerder erkent de vordering stelt zich op het standpunt dat de voormalig bewindvoerder aansprakelijk is. Deze is echter niet in vrijwaring opgeroepen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2017:12031:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 5392976 \ CV EXPL  16-9354</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 29 november 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eisende partij]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats eisende partij] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde mr. J.B.J.G.M. Schyns,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [X] BEHEER B.V., in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [Y]</emphasis>,</para>
      <para>
        [adres gedaagde partij] ,</para>
      <para>
        [woonplaats gedaagde partij] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere  verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 12 april 2017</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van gedaagde partij </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de rolbeslissing van 31 mei 2017</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de oproeping bij aangetekende brief van de bewindvoerder in de procedure</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis in deze zaak d.d. 12 april 2017 en volhardt bij de inhoud daarvan. In dat tussenvonnis is gedaagde partij in de gelegenheid gesteld de identiteit te onthullen van de opvolgend bewindvoerder. Dit heeft gedaagde partij gedaan, waarna de bewindvoerder bij aangetekend schrijven is opgeroepen. Deze is in de procedure is verschenen door het nemen van een conclusie van antwoord, waarna partijen hebben gerepliceerd en gedupliceerd. De opvolgend bewindvoerder is hiermee formele procespartij geworden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Materieel gezien is [Y] echter de procespartij. De vorderingen vloeien voort uit de tussen eisende partij en (namens) [Y] gesloten koopovereenkomst, waarbij de kern van het geschil is de vraag of daar een perfecte koopovereenkomst tot stand is gekomen. Zowel eisende partij als de huidige bewindvoerder zijn van mening dat dit het geval is en zijn het overigens ook eens dat niet tijdig de ontbindende voorwaarde is ingeroepen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het debat tussen partijen - waarbij partijen het overigens met elkaar eens zijn – omtrent de aansprakelijkheid van de voormalig bewindvoerder versus de aansprakelijkheid van de huidige bewindvoerder is voor de beoordeling van de in geding zijnde materiële rechtsverhouding tussen eisende partij en [Y] niet relevant. Dit debat zou aan de orde zijn in een procedure tussen (de huidige bewindvoerder van ) [Y] en de voormalig bewindvoerder, maar valt - nu er ook geen vrijwaringsincident is opgeworpen – niet binnen de kaders van deze procedure. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Gelet op voorgaande overwegingen kunnen de primaire vorderingen van eisende partij worden toegewezen. Tegen buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst noch tegen de hoogte van de in rekening gebrachte kosten is immers verweer gevoerd. Dit geldt eveneens voor de gevorderde rente en buitengerechtelijke kosten. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten wordt toegewezen vanaf de datum van dagvaarden, nu voor toewijzen daarvan vanaf een eerdere datum zoals gevorderd geen rechtsgrond is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dagvaarding	€ 96,01</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>griffierecht	471,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>salaris gemachtigde 	  <emphasis role="underline">600,00 </emphasis>( 2 x tarief € 300,00)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <parablock>
        <para>totaal 	€  1.167,01</para>
        <para>Over de proceskosten zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf de achtste dag na dagtekening van het vonnis.</para>
        <para>De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK&amp;T  en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 100,00 aan nakosten salaris.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat de tussen partijen op 29 september 2014 gesloten koopovereenkomst op 9 februari 2015 door de buitengerechtelijke verklaring van eisende partij is ontbonden,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 16.000,00 wegens de contractuele boete ex artikel 11.2 van de koopakte, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 februari 2015 tot de dag der algehele voldoening, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een bedrag van € 1.131,35 ter zake van buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2016 tot de dag der algehele voldoening,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 1.167,01, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de achtste dag na heden tot de dag der algehele voldoening,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde partij onder de voorwaarde dat deze niet binnen 2 weken na aanschrijving door eisende partij volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op: </para>
      <para>- € 100,00 aan salaris gemachtigde, </para>
      <para>- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: PL</para>
        <para>coll:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>