<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2017:12006</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-12T13:03:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-12-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 17 _ 963</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:12006">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:12006</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-12T10:07:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2017:12006 Rechtbank Limburg , 08-12-2017 / AWB - 17 _ 963</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2017:12006:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>AW (ontslag), WW (voorschot), PW (algemene en bijzondere bijstand).</para>
        <para>De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen zijn strafontslag niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij hiertegen te laat beroep heeft ingesteld en deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar wordt geacht. Hiermee is dit strafontslag in rechte komen vast te staan. De rechtbank is voorts van oordeel dat eiser verwijtbaar werkloos is geworden, omdat hij zich binnen de gestelde proeftijd schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim. Eiser heeft geen recht op (algemene) bijstand vanwege de hoogte van zijn vermogen. Met betrekking tot de afwijzing van eisers verzoek om bijzondere bijstand is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet heeft onderzocht of bezwaring dan wel verkoop van de eigen woning in redelijkheid van eiser kan worden verlangd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>SAMENVATTING ZAKEN 17/963, 17/552, 17/620 en 17/27121.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2017:12006:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">RECHTBANK limburg</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Roermond</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: AWB/ROE 17/963</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 december 2017 in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [naam 1]
      </emphasis>, te [plaatsnaam] , eiser</para>
    <para>(gemachtigde: mr. R.M.M. Menting),</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>en</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo</emphasis>, verweerder</para>
    <para>(gemachtigde: mr. L.E.J.M. Vehns).</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Procesverloop </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij besluit van 13 juli 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser de disciplinaire staf van onvoorwaardelijk ontslag opgelegd per 15 juli 2016.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij besluit van 10 januari 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Overwegingen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para>1. Eiser heeft sedert 2008 bij verweerder gewerkt als straatcoach en daarna als Handhaver B. Bij besluit van 11 maart 2016 heeft verweerder eiser de disciplinaire straf van voorwaardelijk ontslag opgelegd (met bijkomende straf van salarisvermindering) met een proeftijd van 2 jaar wegens plichtsverzuim. Dit besluit is in rechte komen vast te staan. Op 29 maart 2016 zijn in de woning van eiser briefpapier met het gemeente-logo alsmede gemeente-enveloppen aangetroffen ten behoeve van eisers hobby: ‘lego’-ruilhandel (legoblokjes). Bij besluit van 31 mei 2016 heeft verweerder eiser geschorst bij wijze van ordemaatregel per 17 mei 2016.</para>
  <para>2. Verweerder stelt zich op het standpunt -kort weergegeven- dat eiser zonder toestemming gemeente-enveloppen heeft gebruikt voor zijn privé ruilhandel (verzenden van legoblokjes). Aangezien dit plichtsverzuim heeft plaatsgevonden in zijn proeftijd, is terecht besloten tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk ontslag.</para>
  <para>3. Eiser voert in beroep aan -kort samengevat- dat (primair) geen sprake is van plichtsverzuim en (subsidiair) het plichtsverzuim zich niet gedurende de proeftijd heeft voorgedaan. Eisers stelt toestemming te hebben gevraagd (aan [naam 2] of [naam 3] ) en gekregen om de betreffende zaken mee naar huis te nemen. Verder stelt eiser dat hij de spullen reeds in 2014 dus voor het ingaan van de proeftijd mee naar huis heeft genomen.</para>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De rechtbank overweegt als volgt.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alvorens het beroep inhoudelijk te kunnen beoordelen moet de rechtbank (ambtshalve) nagaan of het beroep ontvankelijk is. Dienaangaande overweegt de rechtbank het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Niet in geschil is dat eiser na afloop van de wettelijke termijn en derhalve te laat beroep heeft ingesteld bij de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. </para>
    <para />
    <para>6. Vast staat dat het bestreden besluit geen rechtsmiddelverwijzing bevat. Echter op grond van vaste jurisprudentie maakt dit de termijnoverschrijding niet verschoonbaar, aangezien eiser reeds in bezwaar werd bijgestaan door een professionele rechtsbijstandverlener, waarvan mag worden aangenomen dat deze over de vereiste kennis beschikt.</para>
    <para />
    <para>7. Over de stelling van eiser dat hij in bezwaar door een andere gemachtigde (een kantoorgenoot van zijn huidige gemachtigde) werd bijgestaan overweegt de rechtbank dat het bestreden besluit niet alleen aan eiser maar ook aan het “Het Wetshuys” (het advocatenkantoor van eisers gemachtigde) alsmede per e-mail aan mr. Menting is verzonden. Dit betekent dat eiser en zijn gemachtigde op de hoogte waren van het feit dat het bestreden besluit was genomen. </para>
    <para />
    <para>8. Op grond van voorgaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Dit betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep van eiser. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Het beroep is niet-ontvankelijk.</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. F.A.G.M. Vluggen, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. E.W. Seylhouwer, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 december 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: 8 december 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>