<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2017:1147</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T22:58:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-02-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">5527998 cv 16-11095</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2017/134</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:1147">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:1147</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-15T11:37:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2017:1147 Rechtbank Limburg , 15-02-2017 / 5527998 cv 16-11095</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2017:1147:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Het opnemen van een afgeschermd adres van de gedaagde partij levert geen nietigheid van de dagvaarding op.</para>
        <para>Rechtshandeling van een rechthebbende is rechtsgeldig verricht, nu eisende partij onderzoek naar gedaagde partij heeft gedaan, maar niet bekend is geworden met de onderbewindstelling van de gelden en goederen van de rechthebbende.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2017:1147:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 5527998 \ CV EXPL  16-11095</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 15 februari 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INTERNATIONAL CARD SERVICES B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>verder te noemen ICS,</para>
      <para>gemachtigde mr. J.M. Wisseborn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [bewindvoerster] , h.o.d.n. [Y]</emphasis>, in haar hoedanigheid van bewindvoerster over de gelden en goederen van [X] ,</para>
      <para>Kantoorhoudende [kantooradres bewindvoerster]</para>
      <para> ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>verder te noemen [bewindvoerster] ,</para>
      <para>procederende in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [bewindvoerster] is bewindvoerster over de gelden en goederen toebehorend aan [X] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Tussen ICS en [X] bestaat een creditcardovereenkomst. Op deze overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van ICS van toepassing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [X] heeft een kredietfaciliteit op zijn creditcard aangevraagd, zodat hij de bestedingen niet elke maand geheel diende te voldoen, maar deze kon aflossen middels een vast minimumpercentage. Deze aanvraag is door ICS gehonoreerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Ten tijde van de aanvraag van de creditcard stond [X] niet BKR-geregistreerd en had [X] een werkgever.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Binnen zeer korte tijd (ongeveer één maand) heeft [X] de bestedingslimiet volledig gebruikt, waarna ICS de card heeft geblokkeerd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>ICS vordert – samengevat – veroordeling van [bewindvoerster] tot betaling van € 4.108,59, vermeerderd met rente en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [bewindvoerster] voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nietigheid dagvaarding</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [bewindvoerster] beroept zich op nietigheid van de dagvaarding nu de deurwaarder het adres van [bewindvoerster] in de dagvaarding heeft vermeld, terwijl zij een afgeschermd adres heeft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat het dagvaardingsexploot voldoet aan de vereisten als gesteld in artikel 45 lid 3 sub d Rv. Dit artikel vereist dat de woonplaats van de [bewindvoerster] in het exploot is vermeld, waarmee met woonplaats wordt bedoeld het volledige huisadres ofwel woonstede als in artikel 1:10 BW. Zonder vermelding van het adres zou de dagvaarding juist nietig zijn. ICS kan derhalve worden ontvangen in haar vordering.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vordering</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [bewindvoerster] heeft de vordering als zodanig niet betwist. Wel stelt [bewindvoerster] dat de aan de vordering ten grondslag liggende overeenkomst nooit gesloten had mogen worden nu de goederen van de rechthebbende, de heer [X] , ten tijde van het sluiten van de overeenkomst onder bewind waren gesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Overwogen wordt als volgt.</para>
        <para>Doordat het beschermingsbewind in tegenstelling tot de curatele doorgaans niet behoeft te worden gepubliceerd, is er een vergaande vorm van bescherming van de derde in geval van een ongeldige beheers- of beschikkingshandeling van de rechthebbende. In die gevallen wordt de derde beschermd tenzij deze het bewind kende of had behoren te kennen. </para>
        <para>De ongeldigheid van rechtshandelingen verricht door of gericht tot de rechthebbende kan aan de tegenpartij alleen worden tegengeworpen als deze het bewind kende, dan wel, naar objectieve maatstaf gemeten, had behoren te kennen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Als niet weersproken staat vast dat ICS voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst een BKR-toets heeft gedaan en dat er sprake was van een goede BKR-registratie, inhoudende dat er geen achterstanden bij [X] bekend waren. Daarnaast wordt overwogen dat het bewindregister inmiddels openbaar is, doch dat niet alle onderbewindstellingen reeds daarin staan vermeld, waardoor het raadplegen van het openbaar bewindregister niet waterdicht is. Gesteld noch gebleken is dat het beschermingsbewind van [X] is gepubliceerd. Het standpunt van [bewindvoerster] dat ICS informatie had dienen op te vragen bij de gemeente, rechtbank, belastingdienst of bij de bank, voert te ver. ICS heeft (in ieder geval) een BKR-toets verricht en geverifieerd of rechthebbende werk had, hetgeen naar het oordeel van de kantonrechter als voldoende dient te worden beschouwd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de rechtshandeling door rechthebbende, het sluiten van de overeenkomst met ICS, rechtsgeldig is verricht. [bewindvoerster] is dan ook gehouden de uit de overeenkomst vloeiende verplichtingen na te komen. Nu de hoogte van de vordering verder niet is betwist, zal deze aan ICS worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De kantonrechter acht geen termen aanwezig [bewindvoerster] toe te laten tot nadere bewijslevering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>
        [bewindvoerster] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van ICS worden begroot op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dagvaarding	€ 100,00	</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>griffierecht	471,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>salaris gemachtigde 	  <emphasis role="underline">400,00 </emphasis>( 2 x tarief € 200,00)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>totaal 	€  971,00</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK  en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 100,00 aan nakosten salaris.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [bewindvoerster] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan ICS te betalen een bedrag van € 4.108,59, vermeerderd met de overeengekomen rente van 14,00% per jaar, met als maximum de krachtens artikel 35 WCK (oud) ten hoogste toegelaten kredietvergoeding over € 4.001,16 vanaf 4 november 2016 tot aan de voldoening, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [bewindvoerster] in de proceskosten aan de zijde van ICS gevallen en tot op heden begroot op € 971,00,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [bewindvoerster] onder de voorwaarde dat deze niet binnen 2 weken na aanschrijving door ICS volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op: </para>
      <para>- € 100,00 aan salaris gemachtigde, </para>
      <para>- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: ksf</para>
        <para>coll:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>