<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2017:10205</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-10-23T14:24:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-10-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/866401-14 OWV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:10205">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:10205</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-10-23T14:23:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2017:10205 Rechtbank Limburg , 18-10-2017 / 03/866401-14 OWV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2017:10205:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden ter zake van het meermalen plegen van verduistering gepleegd in de uitoefening van zijn beroep (financieel adviseur) en ter zake van het witwassen van geld. Verdachte bekent de verduisteringen gedeeltelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2017:10205:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTbANK Limburg</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03/866401-14 OWV</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak van de meervoudige kamer d.d. 18 oktober 2017 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte 3] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboortegegevens verdachte] ,</para>
      <para>wonende te [adresgegevens verdachte] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [naam verdachte 2] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam verdachte 2] wordt bijgestaan door mr. L. Bien, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 4 oktober 2017. [naam verdachte 2] en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgehad met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 03/866401-14. Op 18 oktober 2017 heeft de rechtbank eerst vonnis gewezen in de strafzaak. Vervolgens is de onderhavige uitspraak gewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De standpunten van de officier van justitie en de verdediging</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De vordering van de officier van justitie strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan [naam verdachte 2] opleggen van de verplichting tot betaling aan de staat van dat geschatte voordeel. De officier van justitie heeft dit bedrag geschat op € 413.480,--. Onder verwijzing naar voornoemde strafzaak heeft de officier van justitie gesteld dat [naam verdachte 2] dit bedrag heeft witgewassen. Gelet hierop heeft [naam verdachte 2] volgens de officier van justitie ook voordeel genoten ten bedrage van  € 413.480,-- .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat [naam verdachte 2] het bedrag van € 413.480,-- heeft witgewassen. Gelet hierop dient de onderhavige vordering te worden afgewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3 <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis><footnote-ref linkend="_0f9416d1-3838-43f7-9444-0b32893d6545" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig gemaakt binnen de daarvoor gestelde termijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht moet worden onderzocht of, en zo ja in hoeverre, [naam verdachte 2] voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van het feit waarvoor de veroordeling heeft plaatsgevonden en of andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door [naam verdachte 2] zijn begaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij vonnis van heden heeft de rechtbank bewezen geacht dat [naam verdachte 2] een bedrag van </para>
        <para>€ 86.417, 43 heeft witgewassen. Aan dat oordeel heeft de rechtbank onder meer ten grondslag gelegd dat dit bedrag niet is te herleiden uit de administratie van de vennootschap of de eenmanszaak van [naam verdachte 2] en dat [naam verdachte 2] van het geldbedrag geen aangifte heeft gedaan bij de belastingdienst.<footnote-ref linkend="_d2f7eb5f-2dfa-4cf9-b36b-d5b1e8e97c42" /> [naam verdachte 2] heeft dit geldbedrag aangewend in het economisch verkeer. Uit het procesdossier blijkt immers dat hij op 3 mei 2012 en op 11 mei 2012 grote geldbedragen heeft overgeboekt naar een buitenlandse bankrekening van “ [naam bedrijf 1] ”, een Chinees bedrijf dat gespecialiseerd is in de vervaardiging en verkoop van chemicaliën.<footnote-ref linkend="_7aca0cad-a9af-49ea-8dc4-a86a7048abbe" /> Ter terechtzitting heeft [naam verdachte 2] verklaard dat hij chemische stoffen heeft besteld voor derden in verband met zijn groothandelbedrijf “ [naam bedrijf 2] ”.<footnote-ref linkend="_fcdbafa1-9fb1-4313-bcf7-edaa99b09da2" /> [naam verdachte 2] heeft ervoor gekozen het voor de fiscus verzwegen geld aan te wenden in het economisch verkeer. Het volledige bedrag van € 86.417, 43 komt derhalve voor ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in aanmerking. De ontnemingswetgeving is er immers op gericht de integriteit van het financiële en economische verkeer te beschermen door te bestrijden dat opbrengsten van misdrijven aan het oog van justitie worden onttrokken en de bedreiging van de openbare orde aldus een halt toe te roepen. De rechtbank vindt steun voor haar oordeel in het arrest van de Hoge Raad van 25 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:693).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het wettelijke voorschrift</title>
    <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">€ 86.417, 43</emphasis>;<?linebreak?></para>
    <para>- legt [naam verdachte 2] de verplichting op tot <emphasis role="bold">betaling aan de staat </emphasis>ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel <emphasis role="bold">van een bedrag van € 86.417, 43.</emphasis></para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. J.H. Klifman, voorzitter, mr. M.E.M.W. Nuijts en </para>
      <para>mr. J.M.G. Gunsing , rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A.J. Wenders, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 18 oktober 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. J.M.G. Gunsing is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_0f9416d1-3838-43f7-9444-0b32893d6545" label="1">
    <para> Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, Bureau Financiële Recherche, Fraudeteam Limburg, proces-verbaalnummer 2014 055 255, gesloten d.d. 12 juni 2014, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 390.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d2f7eb5f-2dfa-4cf9-b36b-d5b1e8e97c42" label="2">
    <para> Geschriften, zijnde aangiftes bij de belastingdienst van 2007, 2008, 2009, 2010 en 2011, doorgenummerde dossierpagina 297 en 376.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7aca0cad-a9af-49ea-8dc4-a86a7048abbe" label="3">
    <para> Een geschrift, zijnde een rekeningafschrift, doorgenummerde dossierpagina 67.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fcdbafa1-9fb1-4313-bcf7-edaa99b09da2" label="4">
    <para> Verklaring door [naam verdachte 2] afgelegd ter terechtzitting van 4 oktober 2017.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>