<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2017:10162</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T12:55:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-10-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">04 5884092 CV EXPL 17-3294</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2017/5872</rdf:li>
          <rdf:li>INS-Updates.nl 2017-0333</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:10162">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2017:10162</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-07T10:25:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2017:10162 Rechtbank Limburg , 18-10-2017 / 04 5884092 CV EXPL 17-3294</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2017:10162:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Borg spreekt medeborg aan. Schuldeiser delgt deel van schuld bij borg. Borg betaalt. Borg slaat deze schuld ex artikel 7:869 BW om over zichzelf en zijn medeborg. Medeborg was aansprakelijk voor ongeveer het zevenvoudige als de thans aangesproken borg. Conform artikel 6:152 BW wordt het onvoldaan gebleven deel omgeslagen naar evenredigheid. Borg spreekt medeborg in casu terecht aan. Volgt toewijzing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2017:10162:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 5884092 \ CV EXPL  17-3294</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 18 oktober 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] BEHEER B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats eisende partij] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>verder te noemen [eisende partij] ,</para>
      <para>gemachtigde mr. C.W.M. Slegers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde partij]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonend [adres gedaagde partij] ,</para>
      <para>
        [woonplaats gedaagde partij] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>verder te noemen [gedaagde partij] ,</para>
      <para>gemachtigde mr. M.M. van den Boomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek, tevens houdende wijziging/vermeerdering van eis;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 10 juni 2010 heeft [eisende partij] zich jegens de Rabobank tot een bedrag van € 30.000,00 verbonden als (mede)borg voor de vordering(en) die de Rabobank mocht hebben of verkrijgen op de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid [A] B.V. en [B] Holding B.V.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] heeft zich op of omstreeks 10 juni 2010 jegens de Rabobank tot een bedrag van € 200.00,00 verbonden als (mede)borg voor de vordering(en) die de Rabobank mocht hebben of verkrijgen op de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid [A] B.V. en [B] Holding B.V.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] is bevoegd bestuurder en aandeelhouder van [A] B.V. en [B] Holding B.V.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Buiten [eisende partij] en [gedaagde partij] is er geen andere (rechts)persoon die zich jegens de Rabobank heeft verbonden als (mede)borg voor de vordering(en) die de Rabobank mocht hebben of verkrijgen op de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid [A] B.V. en [B] Holding B.V.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 31 mei 2016 zijn de vennootschappen [A] B.V. en [B] Holding B.V. in staat van faillissement verklaard. In de faillissementen zal geen vereffening plaatsvinden en daarmee zal er geen uitdeling ten behoeve van de concurrente schuldeisers plaatsvinden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De Rabobank heeft, na uitwinning van de door de vennootschappen aan de bank verstrekte zekerheden (pandrechten), [eisende partij] aangesproken voor de restvordering op de vennootschappen en wel tot een bedrag van € 30.000,00. Deze borgtocht is op 15 oktober 2016 daadwerkelijk uitgewonnen door de Rabobank, waarbij [eisende partij] in de hoedanigheid van borg een betaling van € 30.000,00 aan de Rabobank heeft verricht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De Rabobank heeft [gedaagde partij] als borg aangesproken voor een bedrag van € 24.000,00. Op 9 maart 2017 heeft [gedaagde partij] een bedrag van € 23.078,14 aan de Rabobank voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>De regresvordering van [eisende partij] op de vennootschappen leidt niet tot betaling/inlossing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Op of omstreeks 2 november 2016 heeft [eisende partij] [gedaagde partij] aangesproken tot vergoeding van het door [eisende partij] aan de Rabobank betaalde bedrag van € 30.000,00.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>In het kader van de overname van de onderneming in 2010 door [gedaagde partij] , heeft [eisende partij] aan [gedaagde partij] een lening verstrekt van € 100.000,00. Deze lening is door [gedaagde partij] aan [eisende partij] terugbetaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eisende partij] vordert – samengevat en na wijziging van eis – veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van € 24.084,35, vermeerderd met rente en kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Aan haar eis legt [eisende partij] artikel 7:869 BW jo 6:152 BW ten grondslag. Nu de ten laste van [eisende partij] gedelgde schuld voor [eisende partij] niet verhaalbaar is op de vennootschappen [A] B.V. en [B] Holding B.V., dient het gedelgde bedrag van € 30.000,00 te worden omgeslagen over [eisende partij] en zijn medeborg [gedaagde partij] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] voert verweer en stelt zich op het standpunt dat de redelijkheid en billijkheid toewijzing van de vordering van [eisende partij] in de weg staat. [eisende partij] was bij het aangaan van de borgtocht bekend met de financiële situatie van de vennoten, heeft aan [gedaagde partij] € 100.000,00 geleend en recent binnen een relatief korte periode teruggevorderd en heeft de toegezegde vaste omzet van € 100.000,00 per jaar niet gerealiseerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Artikel 7:869 BW bepaalt:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De borg te wiens laste de schuld is gedelgd, kan met overeenkomstige toepassing van artikel 152 van Boek 6 het onverhaalbaar gebleken gedeelte omslaan over zich zelf, zijn medeborgen en de niet-schuldenaren die voor de verbintenis aansprakelijk waren. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Artikel 6:152 BW bepaalt vervolgens:</para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1.	Blijkt verhaal krachtens subrogatie overeenkomstig artikel 150 geheel of gedeeltelijk onmogelijk, dan wordt het onvoldaan gebleven deel over de gesubrogeerde en andere in lid 2 van het vorige artikel genoemde derden omgeslagen naar evenredigheid van de bedragen waarvoor ieder op het tijdstip van de voldoening jegens de schuldeiser aansprakelijk was. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2.	De gesubrogeerde kan van geen der andere bij de omslag betrokken derden een groter bedrag vorderen dan de oorspronkelijke schuldeiser op het tijdstip van de voldoening op deze had kunnen verhalen. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3.	Ieder der in de omslag betrokkenen blijft gerechtigd het bijgedragene alsnog van hem die geen verhaal bood, terug te vorderen</emphasis>. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Vast staat dat € 30.000,00 van de schuld is gedelgd ten laste van [eisende partij] . Daarnaast is € 23.078,14 van de schuld gedelgd ten laste van [gedaagde partij] .</para>
        <para>
          [eisende partij] was op grond van de borgstelling aansprakelijk voor € 30.000,00, terwijl [gedaagde partij] aansprakelijk was voor € 200.000,00.</para>
        <para>Vast staat tevens dat de schuld onverhaalbaar is bij de oorspronkelijk schuldenaar.</para>
        <para>
          [eisende partij] kan dan op grond van artikel 7:869 BW de onverhaalbare schuld omslaan over haarzelf en, in casu, haar medeborg, [gedaagde partij] .</para>
        <para>Conform artikel 6:152 BW wordt het onvoldaan gebleven deel over de beide borgen omgeslagen naar evenredigheid van de bedragen waarvoor ieder op het tijdstip van de voldoening tegenover de schuldeiser aansprakelijk was. </para>
        <para>De berekening zoals door [eisende partij] uitgevoerd komt de kantonrechter als juist voor, en hiertegen is door [gedaagde partij] ook geen bezwaar gemaakt. In beginsel kan de vordering van [eisende partij] dan ook aan haar worden toegewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] doet wel nadrukkelijk een beroep op de redelijkheid en billijkheid die aan toewijzing van de vordering aan [eisende partij] in de weg zou kunnen staan. [eisende partij] was een belangrijke financier van [gedaagde partij] , zou zorgen voor een omzet van € 100.000,00 en wist bij het aangaan van de borgstelling hoe de financiële vlag erbij hing, aldus [gedaagde partij] . Door het plotseling opeisen van het geleende bedrag van € 100.000,00 (startkapitaal) en de achterblijvende omzet zijn de bv’s in de problemen gekomen, die uiteindelijk tot het faillissement hebben geleid. [eisende partij] betwist de stellingen van [gedaagde partij] , met uitzondering van de financiering van € 100.000,00.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter overweegt als volgt.</para>
        <para>Vast staat dat [eisende partij] aan [gedaagde partij] € 100.000,00 heeft geleend en dat dit bedrag aan [eisende partij] is terugbetaald. Inherent aan een lening is dat dit bedrag op enig moment dient te worden terugbetaald. Gesteld noch gebleken is dat [eisende partij] het geleende bedrag op een niet overeengekomen moment heeft teruggevorderd. De kantonrechter acht het dan ook niet onredelijk dat het geleende bedrag is teruggevorderd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De stelling van [gedaagde partij] dat [eisende partij] bij het verlenen van de financiering en het aangaan van de borgstelling zou hebben toegezegd voor een omzet van € 100.000,00 per jaar te zorgen, is op geen enkele wijze onderbouwd. [eisende partij] betwist een dergelijke toezegging ook. Naar het oordeel van de kantonrechter had het vervolgens op de weg van [gedaagde partij] gelegen zijn stellingen daaromtrent te onderbouwen. Dit heeft [gedaagde partij] niet gedaan. Het verweer aangaande de omzetverschaffing dient derhalve als zijnde niet onderbouwd te worden verworpen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Tenslotte verwijst [gedaagde partij] naar de bekendheid aan de zijde van [eisende partij] met de slechte financiële situatie van de beide bv’s bij de overname daarvan. Ook dit wordt door [eisende partij] betwist en door [gedaagde partij] niet onderbouwd.</para>
        <para>Wat hier verder ook van zij, het is niet relevant of [eisende partij] bekend was met de (eventuele) slechte financiële situatie van de bv’s. [eisende partij] heeft de overname van de bv’s meegefinancierd en heeft zich als borg gesteld. De kantonrechter acht het bovendien niet aannemelijk dat [eisende partij] dit zou hebben gedaan indien hij wist dat de bv’s niet levensvatbaar zouden zijn. De ontstane situatie kost [eisende partij] immers alleen maar geld.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De kantonrechter acht geen termen aanwezig [gedaagde partij] toe te laten tot nadere bewijslevering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande dient het (redelijkheids)verweer van [gedaagde partij] te worden verworpen. De vordering kan aan [eisende partij] worden toegewezen, met dien verstande dat [gedaagde partij] binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan [eisende partij] dient te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eisende partij] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden.</para>
        <para>De kantonrechter stelt vast dat [eisende partij] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eisende partij] worden begroot op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dagvaarding	€ 83,51</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>griffierecht	939,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>salaris gemachtigde 	  <emphasis role="underline">800,00 </emphasis>( 2 x tarief € 400,00)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>totaal 	€  1.822,51</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis, aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 24.084,35, vermeerderd met de wettelijke rente over € 23.079,76 vanaf 15 oktober 2016 tot aan de voldoening, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten aan de zijde van [eisende partij] gevallen en tot op heden begroot op € 1.822,51, vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>type: ksf</para>
        <para>coll:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>