<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2016:9723</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T13:17:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">5337465</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2016/3339</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2016-1320</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2016-1320</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:9723">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:9723</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-16T16:36:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2016:9723 Rechtbank Limburg , 10-11-2016 / 5337465</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2016:9723:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geregelde ontbinding</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2016:9723:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummers: 	5337465 AZ VERZ 16-178 en 5496874 AZ VERZ 16-219</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 10 november 2016 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaken van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold caps">
          [verzoekster, verweerster in het voorwaardelijk tegenverzoek] , </emphasis>
      </para>
      <para>wonend te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>verzoekende partij,</para>
      <para>verwerende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek, </para>
      <para>gemachtigde mr. C.C. Berends</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap <emphasis role="bold caps">GGN Bewindvoering</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Heerlen,</para>
      <para>verwerende partij,</para>
      <para>verzoekende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek,</para>
      <para>in haar hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van mevrouw <emphasis role="bold">[belanghebbende]</emphasis>,</para>
      <para>wonend te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gemachtigde mr. R.A. Wijnands.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [verzoekster, verweerster in het voorwaardelijk tegenverzoek] , GGN en [belanghebbende] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift d.d. 29 augustus 2016</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift van de zijde van GGN, tevens inhoudend een voorwaardeiljk tegenverzoek,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling ter zitting van 8 november 2016.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is beschikking bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [verzoekster, verweerster in het voorwaardelijk tegenverzoek] is krachtens een arbeidsovereenkomst als zorgverlener in dienst van [belanghebbende] , door [belanghebbende] bekostigd door een zogenoemd PGB-budget. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [belanghebbende] verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens een gewichtige reden, bestaande in een zodanige verandering in de omstandigheden, dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve met ingang van 1 januari 2017 dient te eindigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Ter staving van haar verzoek voert [belanghebbende] - kort weergegeven - aan dat tuyssen partijen een onoverbrugbaar verschil van inzicht is ontstaan omtrent de wijze waarop uitvoering dient te worden gegeven aan de door [verzoekster, verweerster in het voorwaardelijk tegenverzoek] te verrichten werkzaamheden, waardoor er thans onvoldoende basis is voor een verdere vruchtbare samenwerking.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [verzoekster, verweerster in het voorwaardelijk tegenverzoek] heeft tegen toewijzing van dat verzoek verweer gevoerd, doch zij erkent niettemin de reden zoals deze door [belanghebbende] is gesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat - zonder dat gebleken is een van de partijen daarvan een verwijt te maken valt - er sprake is van een verandering in de omstandigheden, die tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst dient te leiden. Voorts is niet gebleken dat het ontbindingsverzoek verband houdt met enig bijzonder opzegverbod.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst dan ook ontbinden met ingang van </para>
        <para>1 januari 2017. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De kantonrechter acht termen aanwezig om de proceskosten in beide procedures te compenseren in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>ontbindt de tussen [verzoekster, verweerster in het voorwaardelijk tegenverzoek] en [belanghebbende] bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 januari 2017,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verstaat dat GGN het loon tot datum einde arbeidsovereenkomst op reguliere wijze doorbetaald, inclusief vakantietoeslag, en dat GGN zorg draagt voor een correcte eindafrekening en die aan [verzoekster, verweerster in het voorwaardelijk tegenverzoek] doet toekomen,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten in beide procedures in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. R.H.J. Otto en is in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>RK</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>