<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2016:9625</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-16T11:49:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/226624 / KG ZA 16-505</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:9625">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:9625</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-11-16T11:49:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2016:9625 Rechtbank Limburg , 08-11-2016 / C/03/226624 / KG ZA 16-505</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2016:9625:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontruiming na ontbinden koopovereenkomst</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2016:9625:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4a428730-563a-4c7d-80fe-13c0ed4b0129" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b216dee3-58c8-4d51-8b1d-4423d089cb0e" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/03/226624 / KG ZA 16-505</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 31 oktober 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. M.C.G. Nijssen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde sub 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[gedaagde sub 2]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>advocaat mr. L.H. Dierx.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagden] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para> de dagvaarding van 10 oktober 2016, met producties,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para> de mondelinge behandeling van 24 oktober 2016, met de pleitnota van [eiser] en de pleitnota van [gedaagden] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] is krachtens akte van toedeling, eigenaar geworden van de woning staande en gelegen aan de [adres] te [woonplaats 2] , nadat zijn echtgenote, de erflater, op 6 maart 2014 is overleden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De (voormalige) vruchtgebruikster, de tweede echtgenote van de vader van de echtgenote van [eiser] , die op 27 oktober 2014 is overleden, heeft een deel van de woning (nr. [X] ) verhuurd; eerst aan [gedaagden] en later aan International Car Im-Export B.V. (hierna: de BV). De BV huurde ten behoeve van [gedaagden] , zijn echtgenote en minderjarige zoon. [gedaagden] en de zijnen bewonen de woning te [woonplaats 2] nog altijd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De BV is gefailleerd op 16 september 2014 en de curator heeft de huurovereenkomst opgezegd per 1 mei 2015.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiser] en [gedaagden] zijn overeengekomen dat [gedaagden] de gehele woning (nrs. [Y] en [X] ) met alle annexen en grond koopt. De koopakte is op 7 augustus 2015 ondertekend. De feitelijke levering heeft op 1 mei 2015 plaatsgevonden. De juridische levering is in de koopakte voorzien voor 13 augustus 2016. Er is voorts afgesproken dat [gedaagden] met zijn gezin tot de leveringsdatum om-niet in de woning kan verblijven. Partijen hebben uitdrukkelijk het bestaan van een huurrelatie in de periode 1 mei 2015 tot 13 augustus 2016 uitgesloten. Er is geen boeteclausule opgenomen in de koopakte voor het geval de levering niet zou plaatsvinden en [gedaagden] het pand niet afneemt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De woning is op 13 augustus 2016 niet afgenomen. [gedaagden] heeft de overeengekomen koopsom niet betaald. [eiser] heeft [gedaagden] gesommeerd alsnog af te nemen uiterlijk 25 augustus 2015. Dit is niet gedaan. De koopovereenkomst is daarop van de zijde van [eiser] ontbonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft [gedaagden] gesommeerd de woning te verlaten per 1 oktober 2015. [gedaagden] en zijn gezin hebben hieraan geen gehoor gegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [eiser] wenst de woning thans te verkopen, bij voorkeur aan een derde. [eiser] verwacht niet dat [gedaagden] de woning nog zal (kunnen) kopen. [eiser] wil dat [gedaagden] en zijn gezin de woning ontruimen, zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen 12 weken, tenzij in die tijdspanne komt vast te staan dat [gedaagden] de koopsom kan financieren en zal kunnen afnemen en (al doende) een nieuwe koopovereenkomst tot stand kan komen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert – na ter zitting met instemming van de wederpartij de vordering op het punt van de ontruimingstermijn te hebben aangepast – zakelijk weergegeven</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para> de ontruiming van de woning [adres] te [woonplaats 2] door [gedaagden] en zijn gezin binnen 12 weken na betekening van dit vonnis en oplevering in de staat waarin deze zich bevond op 1 mei 2015,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para> voor iedere week vanaf 1 oktober 2015 de contractuele boete (gedaagde sub1), althans een dwangsom ter hoogte van € 1.500,00 (beide gedaagden), te betalen tot de datum van ontruiming,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para> veroordeling van [gedaagden] in de (na)kosten van de procedure.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] legt, kort gezegd, aan de vordering ten grondslag dat de koopovereenkomst door hem rechtsgeldig is ontbonden en dat sinds dat moment [gedaagden] zonder recht of titel de woning bewoont.</para>
        <para>Hij stelt spoedeisend belang bij en recht op de gevorderde maatregel te hebben.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagden] voert geen inhoudelijk verweer terzake de ontbinding van de koopovereenkomst en de daaraan te verbinden gevolgen.</para>
        <para>Ter zitting is daarentegen wel gesteld dat [gedaagden] bereid is en in staat is alsnog de eerder overeengekomen koopsom te betalen en de woning aan de [adres] met annexen en grond te kopen. Tevens is gesteld dat 12 weken voldoende zouden moeten zijn om het allemaal te regelen en een nieuwe koopakte overeen te komen. [gedaagden] vindt dan ook dat er geen spoedeisend belang is. [gedaagden] geeft aan dat eiser bovendien geen schade heeft geleden, omdat [gedaagden] de inboedel wel al van eiser heeft overgenomen voor een bedrag dat de waarde daarvan te boven gaat.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De spoedeisendheid vloeit voort uit de aard van de zaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Vast staat dat [gedaagden] sinds de ontbinding van de koopovereenkomst zonder recht of titel de woning bewoont. [eiser] wordt door de handelwijze van [gedaagden] belemmerd in het vrij beschikken over zijn eigendom. Dit handelen is onrechtmatig jegens [eiser] en leidt en/of zal leiden tot schade. Dat [gedaagden] een nevenovereenkomst inzake de overname van de antieke meubels wel is nagekomen, doet daar niet aan af.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Omdat [gedaagden] verder geen materieel verweer heeft gevoerd, ligt de vordering tot ontruiming zonder meer voor toewijzing gereed.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [gedaagden] heeft ook geen verweer gevoerd tegen de stelling van [eiser] dat de ontbonden koopovereenkomst nawerking heeft. De vordering dat vanaf 1 oktober 2015 tot aan de datum van ontruiming wekelijks de contractueel overeengekomen boete van € 1.500 euro verschuldigd is ex artikel 13 lid 2 koopovereenkomst, is niet betwist en kan daarom worden toegewezen. Beoordeling van de subsidiair gevorderde dwangsom is niet meer aan de orde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [gedaagden] zal als de in het ongelijk gesteld partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiser] . Deze worden begroot op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para> exploot van dagvaarding		€      98,02</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para> griffierecht			€    288,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para> salaris advocaat			<emphasis role="underline">€    816,00</emphasis></para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <parablock>
        <para>totaal				€ 1.202,02.</para>
        <para>De rente en nakosten zullen worden toegewezen als in het dictum.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagden om binnen 12 weken na betekening van dit vonnis eiser in het vrije bezit te stellen van de onroerende zaak gelegen te [woonplaats 2] , kadastraal bekend gemeente Wittem, sectie [kadasternummer] aan de [adres] te [woonplaats 2] , door de onroerende zaak geheel ontruimd aan eiser op te leveren en in de staat waarin gedaagde sub 1 het verkochte bij feitelijke levering op 1 mei 2015 heeft aanvaard,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde sub 1 met ingang van 1 oktober 2015 aan eiser de contractueel overeengekomen schadevergoeding te betalen van € 1.500,- per week voor elke week dat gedaagde sub 1 vanaf 1 oktober 2015 tot en met de datum van algehele ontruiming in gebreke is met het aan eiser in het vrij bezit te stellen van de onroerende zaak gelegen te [woonplaats 2] , kadastraal bekend gemeente Wittem, sectie [kadasternummer] aan de [adres] te [woonplaats 2] , door de onroerende zaak geheel ontruimd aan eiser op te leveren en in de staat waarin gedaagde sub 1 het verkochte bij feitelijke levering op 1 mei 2015 heeft aanvaard,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagden in de kosten van het geding aan de zijde van eiser begroot op € 1.202,02, vermeerderd met de wettelijke rente, als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf acht dagen na betekening van dit vonnis, indien niet betaald wordt, tot aan de dag der algehele betaling, en vermeerderd met de nakosten ad € 131,-, indien wel aanschrijving maar geen betekening van dit vonnis plaatsvindt, en met €199,-, indien wel betekening plaatsvindt,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.E. Elzinga en in het openbaar uitgesproken.<footnote-ref linkend="_0a8a0fc1-e8b4-41d0-b226-b235a8904cb8" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_0a8a0fc1-e8b4-41d0-b226-b235a8904cb8" label="1">
    <para>type: EvB</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>