<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2016:8974</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-31T10:50:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-10-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/721826-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:8974">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:8974</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-10-14T10:32:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2016:8974 Rechtbank Limburg , 06-10-2016 / 03/721826-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2016:8974:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank acht bewezen dat de verdachte een totaalbedrag van ruim € 145.000,- heeft gedeclareerd bij zijn toenmalige werkgever in verband met de beweerdelijke aanschaf van producten voor klanten van het bedrijf, terwijl deze producten nimmer zijn aangeschaft, waardoor de verdachte zich wederrechtelijk heeft bevoordeeld. Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan oplichting. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden. Daarnaast legt de rechtbank aan verdachte de verplichting op het wederrechtelijk verkregen voordeel terug te betalen, waarbij het – na verrekening van posten – (nog) gaat om een bedrag van ruim € 120.000,-.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2016:8974:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03/721826-14</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak (gemachtigde raadsman)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 oktober 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,</para>
      <para>wonende te [adresgegevens] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.W. Heemskerk, advocaat kantoorhoudende te Roermond.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 22 september 2016. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de strafzaak heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de behandeling van de ontnemingsvordering met parketnummer 03/721826-14. Op 6 oktober 2016 heeft de rechtbank eerst het onderhavige vonnis gewezen. Vervolgens is de uitspraak inzake de ontnemingsvordering gewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De hierna te bespreken verbeterde lezing is daarin weergegeven en het deel dat door de rechtbank is weggelaten is in de tekst doorgehaald. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:</para>
      <para>het bedrijf [slachtoffer] heeft opgelicht, dan wel een geldbedrag toebehorende aan [slachtoffer] heeft witgewassen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Verbetering tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de tenlastelegging verbeterd gelezen en daarbij uit deze tenlastelegging dat deel weggelaten dat als obscuur moet worden aangemerkt. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze verbeteringen mogelijk zonder dat de tenlastelegging daardoor wordt gedenatureerd of de verdachte daardoor in zijn verdediging wordt geschaad.  </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat is bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair tenlastegelegde oplichting. De verdachte heeft per email geldbedragen gedeclareerd bij zijn werkgever [slachtoffer] , ter compensatie van bedragen (waarvoor hij producten zou hebben gekocht of zou gaan kopen voor klanten) die hij zou hebben voorgeschoten met zijn eigen geld. Achteraf is gebleken dat deze overeenkomsten met  klanten niet bestonden en dat de producten niet zijn aangekocht door de verdachte. De verdachte heeft [slachtoffer] derhalve opgelicht.     </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging voert aan dat er wel hardware is aangekocht door de verdachte en dat de declaraties oprecht waren. Tot een bedrag van ongeveer € 25.000,- kan de verdachte dit ook aantonen met bescheiden. De uitgaven voor de aanschaf van die apparatuur zijn niet terug te vinden op de rekeningoverzichten, omdat hij steeds de producten met contant geld (waarover hij beschikte door de verkoop van kristalglas op braderieën) betaalde. [slachtoffer] was volgens de verdachte op de hoogte van zijn werkwijze. De raadsman heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het primair en van het subsidiair tenlastegelegde. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_2f16eb35-a597-4f9d-81c7-538fc9f81f16" />
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aangeefster [naam aangeefster] heeft op 10 juni 2014, zakelijk weergegeven, als volgt verklaard<footnote-ref linkend="_38f62494-3f70-44ff-a229-5eae6d648a5b" />:</para>
        <para>Ik ben een van de drie bestuurders van het bedrijf [slachtoffer] dat is gevestigd in Herten, gemeente Roermond. Het bedrijf [slachtoffer] onderhoudt computers van bedrijven. Tevens leveren wij de hardware voor bedrijven. Op 17 december 2012 is [verdachte] bij ons komen werken als financieel directeur. Eind januari 2014 bleken er liquiditeitsproblemen. Toen kwamen we erachter dat er rekeningen openstonden bij bedrijven. Dit waren <emphasis role="italic">(rechtbank: onder andere)</emphasis> de bedrijven [bedrijf 1] en [bedrijf 2] . We hebben mailcontact gehad met deze bedrijven en kregen mailtjes terug waarin stond dat zij het bedrijf [slachtoffer] niet kennen. Telefonisch hebben zij bevestigd dat ze [verdachte] niet kennen. Bij deze aangifte voegen wij een lijst met de overgemaakte bedragen voor in totaal een bedrag van € 148.707,33 en printjes van de mailcontacten waarin [verdachte] aan [betrokkene 1] de opdracht geeft om geld over te maken naar zijn bankrekening, die later op naam van zijn dochter bleek te staan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aangeefster [naam aangeefster] heeft op 1 augustus 2014, zakelijk weergegeven, als volgt (aanvullend) verklaard<footnote-ref linkend="_c15f45ed-6543-4351-89f6-eb7098eb358f" />:</para>
        <para>De functie van [verdachte] was dat hij nieuwe klanten aan moest trekken. [verdachte] mailde met [betrokkene 1] , mededirecteur en financieel medewerker van [slachtoffer] . Hij vroeg om geld over te maken naar zijn rekening omdat hij goederen had aangeschaft of moest aanschaffen voor klanten. [betrokkene 1] maakte dan vervolgens het geld over naar de door [verdachte] opgegeven bankrekening. In de laatste kolom van het bij de aangifte gevoegde overzicht ontbreken enige bedragen omdat wij deze bedragen niet teruggevonden hebben in het mailverkeer. Deze bedragen zijn wel overgemaakt naar [verdachte] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Getuige [betrokkene 1] heeft op 9 december 2014, zakelijk weergegeven, als volgt verklaard<footnote-ref linkend="_98b66748-0ebc-4fac-880c-b6514e57bdae" />:</para>
        <para>Sinds 2009 doe ik de administratie voor [slachtoffer] . In januari 2012 werd ik bestuurder. [verdachte] was het gezicht naar de klant van [slachtoffer] . Vanaf juni 2013 tot begin januari 2014 heeft [verdachte] mij vergoedingen voor door hem gedane betalingen gevraagd. Hij vroeg mij dat via de mail. Hij vroeg of ik hem die bedragen kon overmaken voor de aanschaf van goederen. Ik vertrouwde [verdachte] volledig. Hij had deze goederen in opdracht van klanten gekocht. Ik heb steeds aan hem deze bedragen overgemaakt. Uit de lijst bij de aangifte van [naam aangeefster] blijkt hoe vaak [verdachte] via de mail heeft gevraagd om een bedrag over te maken. Achteraf bleek de rekening waar de bedragen naar zijn overgemaakt op naam van zijn dochter te staan.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Getuige [betrokkene 1] heeft op 24 februari 2016, zakelijk weergegeven, als volgt (aanvullend) verklaard<footnote-ref linkend="_afbb91f2-50ac-4e55-bec7-ad7826653b13" />:</para>
        <para>
          [verdachte] zou de aankoopfacturen aanleveren. Toen het allemaal oneigenlijk bleek te zijn, ben ik naar de [naam winkel 1] in Eindhoven gereden waar [verdachte] de goederen zou hebben gekocht. Daar hebben we toen twee hele kleine factuurtjes gekregen op naam van [slachtoffer] . Dit was tientjeswerk. Ik ben tot de betalingen overgegaan omdat [verdachte] met de mooiste verhalen kwam. Hij had klanten als [bedrijf 1] , [bedrijf 2] etc. Hij vertelde dat hij voor deze bedrijven aankopen heeft moeten doen. Hij had echt de meest geweldige verhalen. [verdachte] zou vanuit [slachtoffer] personeel kunnen plaatsen bij [bedrijf 1] en [bedrijf 2] . Ik heb [verdachte] meermalen naar de (<emphasis role="italic">de rechtbank begrijpt: aankoop-</emphasis>)facturen gevraagd. [verdachte] reageerde altijd met de woorden “<emphasis role="italic">het komt goed</emphasis>”. [verdachte] zou de klanten gaan binnenhalen en daar vertrouwde iedereen bij [slachtoffer] op. Uit de gegevens van de computer van [verdachte] bleek dat er ook afspraken waren, die naar later bleek echter niet bestonden. Zo hebben wij vastgesteld dat de bedrijven zoals [bedrijf 1] en [bedrijf 2] helemaal geen contact hadden met [verdachte] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het bij de aangifte gevoegde overzicht<footnote-ref linkend="_19b0c853-0aa1-4b78-922b-65e5342181fd" /> en de daarbij gevoegde mailwisselingen tussen verdachte en [betrokkene 1]<footnote-ref linkend="_4116168e-3dbd-4d65-88d9-0218b9e36a2d" /> in combinatie met de mutaties op de bij verdachte in gebruik zijnde rekening met rekeningnummer [rekeningnummer] van de SNS Bank<footnote-ref linkend="_d1d2e42a-3978-41c5-87f4-2b59d69b298d" />, blijkt dat verdachte in de periode juni 2013 tot en met januari 2014 een bedrag van in totaal € 148.707,33 van [slachtoffer] heeft ontvangen ter zake declaraties. Van het merendeel van de gedeclareerde bedragen (in totaal tot een bedrag van € 105.531,33) zijn de mailwisselingen bijgevoegd waaruit blijkt dat de verdachte deze declaraties per mail heeft ingediend bij [betrokkene 1] . Uit de mails blijkt verder dat de verdachte aangeeft dat hij hardware moet leveren bij bedrijven (o.a. [bedrijf 1]<footnote-ref linkend="_edcf1fab-3d76-4c2c-87d5-62db65cdcfb2" />, [bedrijf 2]<footnote-ref linkend="_3ff98c94-6b94-43b2-a4c6-54df5983d7b3" />), die hij zou betrekken bij [naam winkel 2] in Eindhoven<footnote-ref linkend="_139171f3-4bda-4b28-998f-b3db94cebda0" />. In een van de mails declareert de verdachte tevens een bedrag van € 56,- voor de aanschaf van een magnetron voor [slachtoffer]<footnote-ref linkend="_d0a19763-2379-4464-a5f1-c6d180daf44e" />.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [betrokkene 2] , als Office Manager verbonden aan [bedrijf 2] , per email gericht aan [betrokkene 1] als volgt verklaard<footnote-ref linkend="_02a53114-620d-432c-91eb-e49a08c61d65" />.</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Ik heb navraag gedaan bij onze IT afdeling en zij hebben deze goederen nooit aangeschaft. Wij werken immers niet met de apparatuur die op de facturen staat. Ook hebben zij, net als ik, nog niet eerder van uw firma gehoord. Deze facturen waren dus niet voor ons bestemd.</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft, zakelijk weergegeven, als volgt verklaard<footnote-ref linkend="_6d08e3b9-76b8-4a5d-ac31-223e5ca46ca8" />.</para>
        <para>De SNS-rekening van mijn dochter was bij mij in gebruik. Ik was de enige die gebruik maakte van deze rekening. Ik had geen zakelijke rekening lopen voor [slachtoffer] . Er is maandelijks geld op mijn rekening gestort om hardware voor [slachtoffer] en voor [slachtoffer] klanten van te kopen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het proces-verbaal van bevindingen door verbalisant [verbalisant] , blijkt, zakelijk weergegeven, het volgende<footnote-ref linkend="_0b54bfe6-9ff6-42f1-a229-da707da071d9" />. </para>
        <para>Er is onderzoek ingesteld naar het transactieverloop van de ING bankrekeningen en SNS-bankrekeningen in gebruik bij verdachte over de periode van 17 december 2012 tot en met 4 november 2014. In de periode van 8 mei 2013 tot en met 9 januari 2014 werd door het bedrijf [slachtoffer] B.V. voor een totaalbedrag van € 150.706,28 aan declaraties overgemaakt naar de bankrekening onder nummer [rekeningnummer] , in gebruik bij de verdachte. </para>
        <para>In genoemde periode van 17 december 2012 tot en met 4 november 2014 werd door de gebruiker van deze rekening meerdere overboekingen gedaan (totaal voor een bedrag van € 95.700,99) naar andere bankrekeningen van en/of in gebruik bij de verdachte. </para>
        <para>	Van het totaalbedrag à € 150.706,28 aan declaraties die door [slachtoffer] op de rekening van de verdachte zijn overgemaakt, werd door de verdachte een bedrag van € 2.813,96 uitgegeven aan vermoedelijk “hardware”. Van overige uitgaven mogelijk ten behoeve van [slachtoffer] blijkt niet.  	</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat de verdachte een totaalbedrag van (€ 148.707,33 - € 56,- - € 2.813,96 =) € 145.837,37 heeft gedeclareerd bij zijn toenmalige werkgever [slachtoffer] in verband met de beweerdelijke aanschaf van producten voor klanten van [slachtoffer] , terwijl deze producten nimmer zijn aangeschaft, waardoor de verdachte zich wederrechtelijk heeft bevoordeeld. De omvang van het totaalbedrag aan declaraties is door de verdachte niet betwist. De verdachte heeft aangegeven de gedeclareerde bedragen tot een bedrag van ongeveer € 25.000,- te kunnen verantwoorden met bescheiden (facturen). Echter, hoewel daartoe ampel gelegenheid heeft bestaan, ten laatste nog ter terechtzitting van 22 september 2016, zijn de door de verdachte geclaimde uitgaven nimmer verantwoord, hetgeen de aanname dat ook dit bedrag ad € 25.000,- ten onrechte en wederrechtelijk is gedeclareerd ondersteunt. De verklaring van de verdachte dat dit bedrag terecht is gedeclareerd, maar deze uitgaven tot het totaal van dit bedrag logischerwijs niet terug te vinden is op zijn bankrekening aangezien hij de producten steeds contant heeft betaald met zijn winsten uit de verkoop van kristal op braderieën, acht de rechtbank onaannemelijk nu ook deze stelling niet is gestaafd door enig bewijs voor het bestaan van die winsten. De rechtbank gaat er vanuit dat (vrijwel) alle bij [slachtoffer] op declaratie van [verdachte] door [slachtoffer] uitgekeerde bedragen op wederrechtelijk wijze zijn verkregen en vervolgens ten eigen --bate zijn aangewend.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat de verdachte:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>meermalen in het tijdvak van 8 mei 2013 tot en met 9 januari 2014 in Nederland, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door een listige kunstgreep, een medewerker van [slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (totaalbedrag ongeveer 145.837,37 euro), hebbende verdachte met het voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - bedrieglijk een mail gestuurd naar [betrokkene 1] met het verzoek om een geldbedrag over te maken voor de aanschaf van producten voor klanten of vergoedingen voor de aankopen van Apple-producten voor ondernemingen als [bedrijf 1] of [bedrijf 2] waardoor deze medewerker van [slachtoffer] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Oplichting, meermalen gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is strafbaar omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De straf</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van veertien maanden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit van zowel het primair, als van het subsidiair tenlastegelegde. Subsidiair heeft de verdediging bepleit te volstaan met het opleggen van een werkstraf. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft ter bepaling van de strafmaat acht geslagen op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS. De oriëntatiepunten spreken ingeval van een fraudebedrag van € 70.000,- tot € 125.000,- over een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf tot negen maanden of een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf. Bij een fraudebedrag van € 125.000,- tot € 250.000,-, luidt het oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen tot twaalf maanden. Bewezen is verklaard dat de verdachte een bedrag van bijna € 146.000,- ten onrechte heeft gedeclareerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte heeft bij [slachtoffer] veel vrijheid gekregen als commercieel-directeur om de onderneming tot een succes te maken. De verdachte heeft op geraffineerde wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen dat door (de medewerkers van) [slachtoffer] daarbij in hem werd gesteld. Hij heeft het gedurende langere tijd met succes doen voorkomen druk doende te zijn om veelbelovende nieuwe klanten aan te trekken voor [slachtoffer] . [slachtoffer] is uiteindelijk failliet gegaan. Hoewel op basis van het dossier niet blijkt dat dit faillissement (geheel) op het conto van de verdachte kan worden geschreven, kan aangenomen worden dat het handelen van de verdachte daar een aandeel in heeft gehad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het strafblad van verdachte blijkt dat de verdachte eerder in 2009 door de politierechter is veroordeeld tot een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf  ter zake oplichting en het opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift. De verdachte is in het verleden derhalve eerder voor een soortgelijk misdrijf veroordeeld. De rechtbank heeft dit ten nadele van de verdachte meegewogen. Ten nadele van de verdachte heeft de rechtbank ook meegewogen dat hij op geen enkele enkel moment zich voor zijn handelen heeft verantwoord.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Beide laatstgenoemde omstandigheden maken dat naar het oordeel van de rechtbank niet kan worden volstaan met een taakstraf. Gelet op de oriëntatiepunten, de bewezenverklaring en de overige omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, zoals daarvan blijkt uit het dossier, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van negen maanden gerechtvaardigd en zal zij de verdachte daartoe veroordelen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het primair tenlastegelegde bewezen, zoals dat hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>spreekt de verdachte vrij van wat primair meer of anders is ten laste gelegd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert, zoals deze hierboven onder 5 zijn omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de verdachte daardoor strafbaar;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van negen maanden</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. van Maanen Winters, voorzitter, mr. A.M. Koster‑Van der Linden en mr. C. Wapenaar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Y.L.J. Damoiseaux, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 oktober 2016. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. F.M. van Maanen Winters is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>1. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij een of meermalen in of omstreeks het tijdvak van 17 december 2012 tot en </para>
      <para>met 30 april 2014 te Herten, gemeente Roermond, in elk geval in het </para>
      <para>arrondissement Roermond en/of Limburg, in elk geval in Nederland, </para>
      <para>(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te </para>
      <para>bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse </para>
      <para>hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een </para>
      <para>samenweefsel van verdichtsels, </para>
      <para>een of meer medewerker(s) van [slachtoffer] heeft bewogen (telkens) tot de afgifte </para>
      <para>van een hoeveelheid geld (totaalbedrag ongeveer 150.706,28 euro), in elk geval </para>
      <para>van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk </para>
      <para>weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met </para>
      <para>de waarheid (telkens) een of meerdere mail(s) gestuurd naar een medewerker ( [betrokkene 1] </para>
      <para> ) met het verzoek om een geldbedrag over te maken voor de aanschaf </para>
      <para>van producten voor klanten, althans vergoedingen voor de aankopen van Apple-</para>
      <para>producten voor ondernemingen als [bedrijf 1] , [bedrijf 2] <emphasis role="strike-through">, immers had hij, verdachte </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">die producten in opdracht voor klanten gekocht en/of (telkens) een </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">ontwijkend antwoord gegeven tegen die [betrokkene 1] naar aanleiding van vragen </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">over facturen en/of dat hij, verdachte snel een nieuwe klant zou binnenhalen </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">en/of meegedeeld dat alles goed zou komen en/of dat hij, verdachte personeel </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">van [slachtoffer] kan plaatsen bij [bedrijf 1] en bij [bedrijf 2] en/of andere bedrijven, </emphasis>
      </para>
      <para>waardoor een medewerker van [slachtoffer] , te weten [betrokkene 1] werd bewogen tot </para>
      <para>bovenomschreven afgifte;</para>
      <para>Art. 326, lid 1, Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of</para>
      <para>zou kunnen leiden, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 17 december 2012 tot en met 30 april 2014, te Herten, </para>
      <para>gemeente Roermond, in elk geval in het arrondissement Limburg en/of Roermond, </para>
      <para>althans in Nederland, </para>
      <para>een voorwerp, te weten een hoeveelheid geld (te weten totaalbedrag </para>
      <para>150.706,28), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of </para>
      <para>omgezet, althans van een voorwerp, te weten een hoeveelheid geld, gebruik </para>
      <para>heeft gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of </para>
      <para>middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;</para>
      <para>Art. 420bis, lid 1 ahf/ond b, Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_2f16eb35-a597-4f9d-81c7-538fc9f81f16" label="1">
    <para> Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, DRR-TO Finac/Fraude, proces-verbaalnummer 2014049753, gesloten d.d. 24 februari 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 366.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_38f62494-3f70-44ff-a229-5eae6d648a5b" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte door [naam aangeefster] , d.d. 10-6-14, p. 10-12.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c15f45ed-6543-4351-89f6-eb7098eb358f" label="3">
    <para> Proces-verbaal van aangifte van [naam aangeefster] , d.d. 1 augustus 2014, p. 70-71.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_98b66748-0ebc-4fac-880c-b6514e57bdae" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 1] , d.d. 9 december 2014, p. 80-85.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_afbb91f2-50ac-4e55-bec7-ad7826653b13" label="5">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 1] , d.d. 24 februari 2016, p. 86-88.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_19b0c853-0aa1-4b78-922b-65e5342181fd" label="6">
    <para> Bijlage 2 bij het onder 3 vermelde proces-verbaal, p. 16.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4116168e-3dbd-4d65-88d9-0218b9e36a2d" label="7">
    <para> Bijlage 3 bij het onder 3 vermelde proces-verbaal, p. 17-69.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d1d2e42a-3978-41c5-87f4-2b59d69b298d" label="8">
    <para> Bijlage 1 bij het proces-verbaal van bevindingen van 16 maart 2015, p. 139-166.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_edcf1fab-3d76-4c2c-87d5-62db65cdcfb2" label="9">
    <para> Zie o.a. bijlage 3 bij het onder 3 vermelde proces-verbaal, p. 17.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3ff98c94-6b94-43b2-a4c6-54df5983d7b3" label="10">
    <para> Zie o.a. bijlage 3 bij het onder 3 vermelde proces-verbaal, p. 27.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_139171f3-4bda-4b28-998f-b3db94cebda0" label="11">
    <para> Zie o.a. bijlage 3 bij het onder 3 vermelde proces-verbaal, p. 17.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d0a19763-2379-4464-a5f1-c6d180daf44e" label="12">
    <para> E-mailbericht d.d. 1-10-13, p. 47.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_02a53114-620d-432c-91eb-e49a08c61d65" label="13">
    <para> E-mailbericht d.d. 18-4-14 van [betrokkene 2] gericht aan [betrokkene 1] , p.13.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6d08e3b9-76b8-4a5d-ac31-223e5ca46ca8" label="14">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 12-2-15, p. 310-318.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0b54bfe6-9ff6-42f1-a229-da707da071d9" label="15">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 16-3-15, p. 134-138.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>