<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2016:3517</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-26T15:10:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-04-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/866112-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:3517">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:3517</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-25T15:04:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2016:3517 Rechtbank Limburg , 26-04-2016 / 03/866112-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2016:3517:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank veroordeelt verdachte voor het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige prostituee tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 dag en voorts tot een taakstraf van 180 uur</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2016:3517:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03/866112-15</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 26 april 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboortegegevens] ,</para>
      <para>wonende te [adres 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt bijgestaan door H.W. Bongers, advocaat kantoorhoudende te Ommen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 april 2016. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officieren van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat een persoon tegen betaling seksuele handelingen heeft verricht met verdachte terwijl die persoon de leeftijd van zestien jaren maar nog niet die van achttien jaren had bereikt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officieren van justitie achten het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman refereert zich voor wat betreft de bewezenverklaring aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
        </para>
        <para>In het kader van de vermissing van [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] werd verbalisant [naam verbalisant] op 14 oktober 2014 tweemaal telefonisch benaderd door [vader slachtoffer] , de vader van [slachtoffer] . In het tweede gesprek deelde de vader mede dat zijn dochter mogelijk in hotel [locatie] of Hotel [locatie] te Valkenburg zou verblijven en dat er foto’s van haar op een internetsite stonden genaamd Kinky.nl. Kinky.nl is een site waar prostitutiediensten worden aangeboden.</para>
        <para>Verbalisant [naam verbalisant] bezocht de site Kinky.nl en trof foto’s aan van een vrouwelijk persoon die adverteerde onder de naam “ [slachtoffer] ”. De vader van [slachtoffer] bevestigde dat op deze foto’s inderdaad zijn dochter te zien was.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Redengevende feiten en omstandigheden</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_5e835148-40b7-4918-850e-2e8bfd1a9890" />
        </para>
        <para>Op 14 oktober 2014 observeert een observatieteam het appartementencomplex behorende bij het hotel “ [locatie] ” te Valkenburg aan de Geul. Zij zien dat een jongeman, die wordt herkend als [betrokkene] op verschillende tijdstippen verschillende mannen de toegang biedt via de algemene toegangsdeur van het appartementencomplex. Een observant ziet dat op de derde verdieping van het complex een blonde jonge vrouw even door een raam kijkt. Hij herkent haar als [slachtoffer] .<footnote-ref linkend="_d97e7d11-a89f-4272-99ae-c7e11bdadadc" /> Op 14 oktober 2014 wordt [betrokkene] in de badkamer van het appartement aangehouden. In de wasbak van het appartement ligt een witte Iphone 4. [slachtoffer] [geboortedatum slachtoffer] )<footnote-ref linkend="_59142147-e965-41f4-9c00-f1a3e4396a91" /> en een andere man worden tevens in hetzelfde appartement aangehouden.<footnote-ref linkend="_aafa3eed-99e7-4a77-a49e-80df55549d71" /> [slachtoffer] verklaart dat ze gemiddeld 4 à 5 klanten per dag heeft gehad.<footnote-ref linkend="_22b94024-c9eb-4512-9bb8-7b3c7c3e2f56" /> Zij verklaart verder dat de witte I-phone haar werktelefoon was.<footnote-ref linkend="_cabefa94-b509-412b-9c93-cd083e0d0de5" /> De inbeslaggenomen werktelefoon wordt door de politie onderzocht. In de telefoon zijn meerdere telefoonnummers opgeslagen. Uit een CIOT bevraging<footnote-ref linkend="_3282bcc8-29cc-4645-9c6d-d434f0b6a9ab" /> blijkt een van de telefoonnummers op naam te zijn gesteld van verdachte. Verdachte bevestigt tijdens zijn verhoor bij de politie dat het telefoonnummer zijn telefoonnummer betreft.<footnote-ref linkend="_1530bbf8-4ea9-4b2f-8bbe-cf9cc58c1886" /> Uit het onderzoek naar het nummer van verdachte wordt opgemaakt dat op 8 oktober 2014 het nummer van verdachte binnenkomt op een zendmast welke direct valt onder de locatie van hotel / appartementencomplex [locatie] te Valkenburg.<footnote-ref linkend="_ac7ad874-3020-407e-8ea8-335ae2cd31eb" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft ter zitting van 13 april 2016 verklaard<footnote-ref linkend="_cf7f59ae-9d6b-4708-90c7-0f755b7ccc6e" /> -kort zakelijk weergegeven-:</para>
        <para>Ik heb op 8 oktober 2014 betaald voor seks. Ik was op Kinky.nl aan het kijken en besloot toen te bellen. Ik kreeg geen gehoor, wel een sms-bericht. Vervolgens is er sms-contact geweest. We hebben een afspraak gemaakt en een bedrag afgesproken. De afspraak was in een appartementencomplex naast hotel [locatie] te Valkenburg. Ik moest van de jongen het geld (€ 150) aan het meisje geven. Het meisje heeft me afgetrokken en gepijpt. Ik ben ook met mijn penis in haar vagina geweest.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat de verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 8 oktober 2014 te Valkenburg, gemeente Valkenburg aan de Geul, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt, bestaande die ontucht uit</para>
      </parablock>
      <para>- het doen aanraken van en doen wrijven over en doen trekken aan zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] en</para>
      <para>- het brengen/duwen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] en</para>
      <para>- het brengen/duwen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] . </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>ontucht plegen met iemand die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien maar nog niet van achttien jaren heeft bereikt </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Afwezigheid van alle schuld?</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte verontschuldigbaar heeft gedwaald met betrekking tot de leeftijd van het slachtoffer. De verdediging heeft daarmee een beroep gedaan op afwezigheid van alle schuld. De rechtbank overweegt hierover het volgende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt bij de beoordeling van dit verweer voorop dat de strekking van artikel 248b van het Wetboek van Strafrecht ziet op het tegengaan van kinderprostitutie, waarbij de minderjarigheid een geobjectiveerd bestanddeel vormt. Dit bestanddeel is bewezen als objectief komt vast te staan dat de minderjarige tussen de 16 en 18 jaar oud was. De leeftijd is als geobjectiveerd bestanddeel in dit wetsartikel (en in andere wetsartikelen betreffende de zeden) opgenomen ter bescherming van minderjarigen. De wetgever geeft hiermee het grote belang aan dat hij hecht aan de bescherming van minderjarigen in zedenzaken. De wetenschap bij verdachte van de leeftijd van het meisje is voor een bewezenverklaring niet van belang. Dat laat onverlet dat verdachte een verweer kan voeren daar waar het zijn strafbaarheid betreft. Een beroep op afwezigheid van alle schuld, dat wil zeggen op het ontbreken van alle strafrechtelijke relevante verwijtbaarheid, zal, naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, alleen in uitzonderlijke gevallen kunnen slagen. Op grond daarvan had verdachte de verplichting om zeer gedegen onderzoek te doen naar de leeftijd van het slachtoffer. Dat verdachte heeft gereageerd op een advertentie op een legale website maakt niet dat verdachte zomaar van de juistheid van de informatie op die website mag afgaan. Het ontslaat hem er in elk geval niet van gedegen onderzoek naar de leeftijd te verrichten. Nu niet is gebleken dat verdachte zich op enigerlei wijze heeft ingespannen om zekerheid te krijgen over de precieze leeftijd van de minderjarige en uitsluitend genoegen nam met de in de advertentie vermelde leeftijd van 18 jaar, is er reeds daarom geen sprake van afwezigheid van alle schuld en wordt het verweer verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De straf en/of de maatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van 3 jaren. De officier van justitie heeft hiertoe gewezen op de impact van jeugdprostitutie voor het individuele slachtoffer en de massaliteit van dit verschijnsel. Uit informatie van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Misbruik tegen Kinderen blijkt er in 2014 sprake van 300 mogelijke slachtoffers van jeugdprostitutie met de Nederlandse nationaliteit. Op 1 juni 2015 is een Richtlijn van Strafvordering art 248b SR in werking getreden, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen 2 categorieën. Categorie 1 betreft  ontucht zonder seksueel binnendringen van het lichaam, categorie 2 ontucht met seksueel binnendringen van het lichaam. Voor categorie 1 geldt een bandbreedte van 1 tot 6 maanden gevangenisstraf; voor categorie 2 van 6 tot 15 maanden gevangenisstraf.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging stelt zich op het standpunt dat het opleggen van een taakstraf van 50 uur in combinatie met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 1 dag een passende sanctie vormt. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte maakt deel uit van de groep jeugdprostitutieklanten die terecht staat in de zogenaamde ‘Valkenburgse zedenzaak’. De rechtbank realiseert zich dat dit een grote impact heeft op de levens van àlle betrokkenen. In de eerste en voornaamste plaats op dat van het minderjarige slachtoffer en haar naasten. Dat verwoordt zij ook in haar slachtofferverklaring.  Daarnaast heeft de zaak van begin af aan kunnen rekenen op bijzonder veel publiciteit. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit ook belastend is voor de verdachten en hun directe omgeving, althans voor zover die door verdachten op de hoogte is gebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hebben van seks met een minderjarige prostituee is strafbaar gesteld in artikel 248b van het Wetboek van Strafrecht. Hierin staat de bescherming van minderjarigen centraal. Zij moeten kunnen opgroeien in een omgeving waar zij zich veilig kunnen ontwikkelen, ook op seksueel gebied. Gezien hun jeugdige leeftijd kan van hen niet worden verwacht dat zij zelf voldoende in staat zijn hun seksuele integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Jeugdprostitutie is een ernstig zedendelict. De grote hoeveelheid mannen (enkele tientallen) die in een relatief korte periode van tien dagen in een hotelkamer tegen betaling seks hadden met een meisje van 16 jaar heeft de maatschappij extra geschokt. De rechtbank benadrukt in dit verband echter dat zij bij het bepalen van de straf bij iedere verdachte afzonderlijk moet beoordelen welk verwijt hem individueel kan worden gemaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bewezenverklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het gebruik maken van de diensten van een minderjarige prostituee. Daarbij is tevens sprake geweest van het seksueel binnendringen van het lichaam van de minderjarige. De verdachte heeft door zijn handelen de lichamelijke integriteit en de psychische staat van de minderjarige in ernstige mate geschonden en bijgedragen aan het in stand houden van jeugdprostitutie. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor jeugdprostitutie is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt. De rechtbank vindt die in elk geval op haar plaats als de verdachte bewust ontucht met een minderjarige wilde plegen. De rechtbank houdt er echter rekening mee dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat verdachte bewust op zoek was naar een seksafspraak met een meisje dat jonger was dan 18 jaar. Hij reageerde op een advertentie op een website (Kinky) waar bij het profiel van het meisje de leeftijd van 18 jaar stond vermeld en volgens zijn verklaring ging hij ervan uit dat “de leeftijd wel geverifieerd zou zijn door Kinky”. Hij vertrouwde daarop en stond er “dus ook niet verder bij stil”. Door na te laten zich daarvan te vergewissen is verdachte terechtgekomen bij het minderjarige slachtoffer en daarvoor draagt hij verantwoordelijkheid. Zonder ook maar iets af te doen aan de ernst van het strafbare feit en de gevolgen voor het slachtoffer, is het verwijt dat deze verdachte kan worden gemaakt minder groot dan in het geval dat iemand wel bewust op zoek is gegaan naar een minderjarige of wist dat zij minderjarig was. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat verdachte meteen bij aanhouding het feit heeft bekend, ter zitting openheid van zaken heeft gegeven en een blanco strafblad heeft.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank anders dan de officier van justitie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een te zware strafmodaliteit. De rechtbank is in overeenstemming met uitspraken in vergelijkbare zaken van oordeel dat een taakstraf al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf het meest passend is. Op grond van het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht is deze strafmodaliteit voor jeugdprostitutie echter niet meer mogelijk. Artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht sluit immers uit dat de rechtbank (onder meer) voor dit feit kan volstaan met het opleggen van een enkele taakstraf. Daarom zal de rechtbank kiezen voor een in haar ogen minder bevredigende oplossing, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van één dag in combinatie met een taakstraf. Tegen een dergelijk gecombineerde straf verzet artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht zich niet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wat betreft de hoogte van de taakstraf zal de rechtbank niet meegaan met het verzoek van de raadsman om in strafverminderende zin rekening te houden met de grote mate van publiciteit over de Valkenburgse zedenzaak. De rechtbank doet dit niet omdat in dit geval niet is gebleken dat de naam of persoon van verdachte in het nieuws is geweest op een wijze waardoor hij concreet schade heeft opgelopen.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit alles brengt mee dat de rechtbank een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van één dag in combinatie met een taakstraf van 180 uur. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de benadeelde partij</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partij [slachtoffer] vordert primair een bedrag aan immateriële schade van</para>
        <para>€ 5.000,00 terzake van het tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit. Subsidiair vordert de benadeelde partij dat alle verdachten - die zich dienen te verantwoorden voor hun gedrag ten opzichte van het slachtoffer - moeten opkomen voor één en hetzelfde bedrag te weten een bedrag van € 25.000,00. Meer subsidiair verzoekt de benadeelde partij dat de rechtbank een smartengeld bedrag naar redelijkheid en billijkheid vaststelt.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat een bedrag van € 5000,00 dient te</para>
        <para>worden toegewezen, zoals primair gevorderd. Tevens dient de schadevergoedingsmaatregel</para>
        <para>te worden opgelegd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert en dat daarom de benadeelde partij niet ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat hij in een civiele procedure meer instrumenten ter beschikking heeft om de vordering van de benadeelde partij op een deugdelijke manier te betwisten. Deze instrumenten (onder meer beroep op eigen schuld in civielrechtelijke zin) kan hij nu niet inroepen. De raadsman heeft verder aangevoerd dat de omvang van de immateriële schade niet duidelijk is. Er is bijvoorbeeld geen psychologisch rapport omtrent de psychische gesteldheid van het slachtoffer. Daarnaast is de oorzaak van de eventuele immateriële schade niet duidelijk. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank  is van oordeel dat de behandeling van de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting vormt voor het strafgeding. Het is niet onwaarschijnlijk dat er voor de verdediging in het kader van een civiele procedure in een zaak als deze meer juridische instrumenten  beschikbaar zijn om op een adequate wijze de vordering te betwisten. Die mogelijkheden heeft de verdediging nu niet. Dat artikel 361 Wetboek van Strafvordering voor de benadeelde partij ruimere mogelijkheden biedt om sneller (dan via een civiele procedure) een beslissing te krijgen op haar vordering, maakt nog niet dat dit ten nadele van verdachte moet gaan werken en ten koste moet gaan van de mogelijkheden die de verdediging tegen de vordering kan inbrengen tijdens een civiele procedure. Gelet op het voorgaande behoeven de overige aangevoerde standpunten geen nadere bespreking.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 248b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder <emphasis role="bold">3.4 </emphasis>is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <bridgehead role="italic">Strafbaarheid</bridgehead>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder <emphasis role="bold">4</emphasis>  is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt de verdachte voor het feit tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 1 dag</emphasis><emphasis role="italic">;</emphasis></para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte voor het feit tot een taakstraf voor de duur van <emphasis role="bold">180 uren</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van <emphasis role="bold">90 dagen</emphasis>;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat zij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de benadeelde partij en verdachte ieder hun eigen proceskosten dragen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Goessen, voorzitter, mr. J. Wöretshofer en </para>
      <para>mr. L. Feuth, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Penders, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van <emphasis role="bold">26 april 2016</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. L. Feuth is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 8 oktober 2014, in elk geval in de periode van 29 september 2014 tot en met 14 oktober 2014 te Valkenburg, gemeente Valkenburg aan de Geul, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt, bestaande die ontucht uit</para>
    </parablock>
    <para>- het doen aanraken van en/of doen wrijven over en/of doen trekken aan zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer] en/of</para>
    <para>- het brengen/duwen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] en/of</para>
    <para>- het brengen/duwen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] . </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK LIMBURG</emphasis>
      </para>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03/866112-15</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van de openbare zitting van 26 april 2016 in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboortegegevens] ,</para>
      <para>wonende te [adres 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman is H.W. Bongers, advocaat, kantoorhoudende te Ommen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. 					, rechter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. 					, officier van justitie,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter doet de zaak uitroepen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is <emphasis role="bold">niet</emphasis> in de zittingzaal aanwezig. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter spreekt het vonnis uit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de rechter en de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_5e835148-40b7-4918-850e-2e8bfd1a9890" label="1">
    <para>Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van Politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer 2014119064, gesloten d.d. 23 mei 2015, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 322.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d97e7d11-a89f-4272-99ae-c7e11bdadadc" label="2">
    <para>Proces-verbaal van observatie d.d. 16 oktober 2014, doorgenummerde dossierpagina's 29 t/m 32.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_59142147-e965-41f4-9c00-f1a3e4396a91" label="3">
    <para>Proces-verbaal van het informatief gesprek mensenhandel d.d. 14 oktober 2014, doorgenummerde dossierpagina 33 (verificatie personalia).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aafa3eed-99e7-4a77-a49e-80df55549d71" label="4">
    <para>Proces-verbaal van bevindingen betreden [adres 2] d.d. 15 oktober 2015, doorgenummerde dossierpagina's 69 en 70.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_22b94024-c9eb-4512-9bb8-7b3c7c3e2f56" label="5">
    <para>Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] d.d. 11 maart 2015, doorgenummerde dossierpagina 63. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_cabefa94-b509-412b-9c93-cd083e0d0de5" label="6">
    <para>Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] d.d. 4 december 2014, doorgenummerde dossierpagina 49. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3282bcc8-29cc-4645-9c6d-d434f0b6a9ab" label="7">
    <para>Proces-verbaal van bevindingen artikel 27 WvSv verdenking [verdachte] d.d. 19 januari 2015, doorgenummerde dossierpagina 302.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1530bbf8-4ea9-4b2f-8bbe-cf9cc58c1886" label="8">
    <para>Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 6 maart 2015, doorgenummerde dossierpagina 312.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ac7ad874-3020-407e-8ea8-335ae2cd31eb" label="9">
    <para>Proces-verbaal van bevindingen artikel 27 WvSv verdenking [verdachte] d.d. 19 januari 2015, doorgenummerde dossierpagina 302.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cf7f59ae-9d6b-4708-90c7-0f755b7ccc6e" label="10">
    <para>Verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting van 13 april 2016.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>