<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2016:2978</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-08T16:25:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-04-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/218284 / KG ZA 16-114</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:2978">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:2978</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-04-08T14:25:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2016:2978 Rechtbank Limburg , 04-04-2016 / C/03/218284 / KG ZA 16-114</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2016:2978:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Vordering tot medewerking verhuur woning.</para>
        <para>Partijen zijn broer en zus en erfgenaam van onder meer de voormalige woning van moeder. Op deze woning rust nog een hypotheek ten bedrage van € 90.000,-. De kosten van de woning lopen hoog op en worden op dit moment al door zus betaald. Hoewel verkoop van de woning geïndiceerd is, wenst zus, mede op advies van de makelaar, de woning te verhuren. Er is schade aan de woning als gevolg van gemeentelijke werkzaamheden. Zus is momenteel doende een planschadeprocedure tegen de gemeente voor te bereiden. Zij heeft inmiddels een huurder gevonden. Verhuur kan echter alleen maar plaatsvinden met toestemming van haar broer. Haar broer wenst hier niet aan mee te werken. Het bevreemdt broer dat de woning wel verhuurbaar is, maar niet verkoopbaar zou zijn. De verhoudingen tussen partijen zijn behoorlijk verstoord. Broer wil de relatie met zijn zus zo spoedig als mogelijk beëindigden. Door hem zijn meerdere pogingen ondernomen om met zijn zus in contact te komen, echter zonder resultaat. Broer wenst niet gedwongen te worden tot medewerking aan verhuur. De woning kan gewoon verkocht worden. Hij is bereid genoegen te nemen met een lagere verkoopprijs.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>Reeds ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter aangegeven de vordering af te zullen wijzen. Door zus is onvoldoende gesteld waarom de noodzaak tot verhuur op dit moment dient te prevaleren boven verkoop. Er staat een hypotheek open van € 90.000,-. Bovendien staan partijen andere wegen open om uit de impasse te geraken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2016:2978:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d3dd9d66-79c9-48dc-8b34-b33a2c281454" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a8526852-8a26-45b8-a3a3-6851c6e03f6f" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/03/218284 / KG ZA 16-114</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 4 april 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. J.G. van Ek,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. J.P.C.M. van Riet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 4 april 2016</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord in kort geding van gedaagde.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vervolgens heeft de voorzieningenrechter aanstonds uitspraak gedaan, welke uitspraak in dit vonnis zal worden vervat..</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen zijn broer en zus en kinderen van wijlen hun moeder [erflaatster] , overleden te Heerlen op [overlijdensdatum] . Partijen zijn erfgenaam van onder meer de voormalige woning van moeder, gelegen te [adres] . Op deze woning rust nog een hypotheek ten bedrage van € 90.000,-. Eiseres verricht na het overlijden beheershandelingen ten aanzien van de nalatenschap, zo ook met betrekking tot de woning. De kosten van de woning lopen hoog op en worden op dit moment al door haarzelf betaald. Hoewel verkoop van de woning geïndiceerd is, wenst eiseres, mede op advies van de makelaar, de woning te verhuren. Reden daarvoor vormt het gegeven dat de woning schade heeft opgelopen als gevolg van gemeentelijke werkzaamheden en is gaan verzakken. Eiseres is momenteel doende een planschadeprocedure tegen de gemeente Brunssum voor te bereiden. Zij heeft inmiddels een huurder gevonden. Verhuur kan echter alleen maar plaatsvinden met toestemming van haar broer. Haar broer wenst hier niet aan mee te werken, zodat haar niets restte dan onderhavige procedure aan te spannen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Gedaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Het bevreemdt gedaagde dat de woning wel verhuurbaar is, maar niet verkoopbaar zou zijn. De verhoudingen tussen partijen zijn behoorlijk verstoord. Gedaagde wil de relatie met zijn zus zo spoedig als mogelijk beëindigden. Door hem zijn meerdere pogingen ondernomen om met zijn zus in contact te komen, echter zonder resultaat. Gedaagde wenst niet gedwongen te worden tot medewerking aan verhuur. De woning kan gewoon verkocht worden. Hij is bereid genoegen te nemen met een lagere verkoopprijs.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Tussen partijen is bij de rechtbank een procedure aanhangig (zaaknummer C03/212304 HA ZA 15-593) met betrekking tot de nalatenschap.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Reeds ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter aangegeven de vordering af te zullen wijzen. Door eiseres is onvoldoende gesteld waarom de noodzaak tot verhuur op dit moment dient te prevaleren boven verkoop. Er staat een hypotheek open van € 90.000,-. Bovendien staan partijen andere wegen open om uit de impasse te geraken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2016.<footnote-ref linkend="_3cc25d32-a3ef-493a-a4fd-bd01b1d7deaa" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_3cc25d32-a3ef-493a-a4fd-bd01b1d7deaa" label="1">
    <para>type: JvdH</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>