<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2016:1522</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-24T14:15:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-02-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/661093-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:1522">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:1522</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-24T12:40:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2016:1522 Rechtbank Limburg , 24-02-2016 / 03/661093-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2016:1522:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onvoldoende bewijs dat verdachte wist of ernstige reden had te vermoeden dat apaan in deze hoeveelheid (350 kilogrammen) slechts uitsluitend bestemd kan zijn om (meth)amfetamine te vervaardigen. Niet staat vast dat ook al destijds (d.d. januari 2013) algemeen bekend was dat apaan in deze hoeveelheid uitsluitend bestemd kan zijn voor de productie van (meth)amfetamine.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2016:1522:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03/661093-13</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 februari 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboortegegevens verdachte] ,</para>
      <para>wonende te [adresgegevens verdachte] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt bijgestaan door mr. P.A. Caljé, advocaat kantoorhoudende te Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>Op 13 maart 2015 heeft de rechtbank de onderhavige zaak behandeld tijdens een openbare terechtzitting. Bij tussenvonnis van 27 maart 2015 heeft de rechtbank het onderzoek ter terechtzitting heropend en de hervatting van het onderzoek ter terechtzitting bepaald op een nader te bepalen datum en tijdstip. Het onderzoek ter terechtzitting heeft vervolgens plaatsgevonden op 10 februari 2016. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 13 maart 2015 en 10 februari 2016. De rechtbank heeft op zowel op 13 maart 2015 als op </para>
      <para>10 februari 2016 gehoord de officier van justitie en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte met anderen voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de productie van (meth)amfetamine.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>is gebleken dat de rechtbank krachtens de wettelijke bepalingen bevoegd is van het ten laste gelegde kennis te nemen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging bepleit de niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie enerzijds omdat verdachte in zijn verdediging is geschaad en anderzijds omdat de vervolging van cliënt in strijd is met de beginselen van een behoorlijke procesorde. Hiertoe voert de raadsman in de eerste plaats aan dat de officier van justitie anders dan de rechtbank had opgedragen, bij de Duitse justitiële autoriteiten niet de verklaringen heeft opgevraagd die verdachte in het Duitse onderzoek heeft afgelegd. Hierdoor ontbreekt potentieel ontlastend bewijs. Dit is een bewuste fout dan wel een grove nalatigheid, waardoor verdachte is geschaad in zijn verdedigingsmogelijkheden. In de tweede plaats voert de raadsman aan dat de Duitse justitiële autoriteiten het onderzoek naar de invoer van apaan heeft gestaakt door een gebrek aan medewerking van de kant van de Nederlandse justitiële autoriteiten. Daardoor wordt alleen verdachte vervolgd en niet de twee hoofdverdachten. Dit levert strijd op met het verbod van willekeur, zodat de vervolging in strijd is met de beginselen van een goede procesorde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank verwerpt het verweer tot niet-ontvankelijkverklaring. Weliswaar heeft de officier van justitie niet de verklaringen opgevraagd die in de Duitse opsporingsonderzoek zijn afgelegd over de rol van verdachte, maar uit de wel verkregen informatie leidt de rechtbank af dat er onvoldoende bewijsmateriaal beschikbaar was om tot vervolging over te gaan van zowel verdachte als de twee medeverdachten. De rechtbank vat de informatie van de Duitse autoriteiten op als ontlastend voor verdachte en verwacht niet dat de ontbrekende verklaringen verder ontlastend bewijs opleveren. </para>
        <para>Het onderzoek in Duitsland richtte zich op invoer van 13.700 kg apaan door verdachte en twee medeverdachten. De vervolging van verdachte betreft een ander feit, namelijk een transport van apaan van Duitsland naar Nederland. Dat verdachte en de medeverdachten in Duitsland niet worden vervolgd, terwijl verdachte in Nederland wel wordt vervolgd, levert dan ook geen schending van het verbod van willekeur op.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het tenlastegelegde bewezen. Hij baseert zijn standpunt op het door hem overgelegde informatieblad waaruit blijkt dat de stof apaan wordt gebruikt voor de synthese van BMK en de omstandigheid dat apaan vrijwel geen andere toepassingsvormen kent en zeker niet als het om een hoeveelheid van 350 kilogram gaat. Daarmee wordt, aldus de officier van justitie, weerlegd het standpunt van de verdachte dat hij niet wist dat apaan kon worden gebruikt voor het voorbereiden van synthetische drugs. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft betoogd dat bewijs ontbreekt dat de verdachte de opzet had op het vervoer van apaan en dat aan hem bovendien de wetenschap ontbrak dat apaan kan worden gebruikt voor het bereiden van verboden stoffen. De verdachte dient van het tenlastegelegde te worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de productie van (meth)amfetamine. Weliswaar heeft de verdachte tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 13 maart 2015 verklaard dat hij vermoedde dat hij apaan transporteerde en blijkt uit het informatieblad dat apaan, zeker in deze hoeveelheden, geen andere toepassingsvorm kent dan voor de productie van synthetische drugs. Echter, uit de door verdachte ter zitting afgelegde verklaringen en uit de processtukken in het dossier volgt naar het oordeel van de rechtbank niet dat de verdachte wist of ernstige reden had te vermoeden dat apaan in deze hoeveelheid (350 kilogrammen) slechts uitsluitend bestemd kan zijn om (meth)amfetamine te vervaardigen. In dit verband overweegt de rechtbank dat niet vast staat dat ook al destijds (d.d. januari 2013) algemeen bekend was dat apaan in deze hoeveelheid uitsluitend bestemd kan zijn voor de productie van (meth)amfetamine. De rechtbank is door de bewijsmiddelen niet overtuigd van de schuld van de verdachte aan het tenlastegelegde en moet daarom de verdachte daarvan vrijspreken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Schutte, voorzitter, mr. B.G.L. van der Aa en </para>
      <para>mr. F.M. van Maanen Winters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Berkers, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 24 februari 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. </para>
    <parablock>
      <para>hij, verdachte, op of omstreeks 3 januari 2013 in de gemeente Venlo, in elk </para>
      <para>geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans </para>
      <para>alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de </para>
      <para>Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken </para>
      <para>en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of </para>
      <para>binnen/buiten het grondgebied van Nederland brengen van amfetamine en/of </para>
      <para>metamfetamine, in elk geval van een hoeveelheid van een materiaal bevattende </para>
      <para>amfetamine en/of metamfetamine, althans van een materiaal voorkomende op </para>
      <para>lijst I behorende bij de Opiumwet, zijnde amfetamine en/of metamfetamine (een) </para>
      <para>middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden </para>
      <para>en/of te bevorderen,</para>
    </parablock>
    <para>- zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of </para>
    <parablock>
      <para>inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen </para>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para>- ( een) vervoermiddel(en) en/of (een) stof(fen) voorhanden heeft gehad, </para>
    <parablock>
      <para>waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat/die </para>
      <para>bestemd was/waren tot het plegen van vorenomschreven feit,</para>
      <para>hebbende hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn, verdachtes, mededader(s) </para>
      <para>toen aldaar een hoeveelheid apaan (Alfa-fenylacetoacetonitril) (in totaal </para>
      <para>ongeveer 350 kilogram) vervoerd in/met een voertuig (bestelbus), in elk geval </para>
      <para>een hoeveelheid apaan (in totaal ongeveer 250 kilogram) en/of een </para>
      <para>vervoermiddel (bestelbus) bestemd voor het vervoer van voormelde apaan, </para>
      <para>voorhanden gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>