<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2016:1480</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-26T13:47:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-02-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">4803252 CV EXPL 16-1505</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:1480">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:1480</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-26T13:47:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2016:1480 Rechtbank Limburg , 19-02-2016 / 4803252 CV EXPL 16-1505</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2016:1480:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontruiming woonruimte in kort geding toegewezen. Opzegging en huurachterstand.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2016:1480:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 4803252 CV EXPL 16-1505 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 19 februari 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WONINGSTICHTING SERVATIUS,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Maastricht, </para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde Flanderijn en Boers gerechtsdeurwaarders  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonend te [woonplaats] aan de [adres] , </para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>gemachtigde mr. L.C. van Kasteren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Servatius en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het exploot van dagvaarding d.d. 8 februari 2016</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de van de zijde van [gedaagde] op 17 februari 2016 ontvangen producties</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling ter zitting van 18 februari 2016.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] huurde van Servatius de woning staande en gelegen te Maastricht aan de [adres] , welke huurovereenkomst bij vonnis van de kantonrechter van deze rechtbank met registratienummer 3690164 CV EXPL 14-13034 d.d. 13 mei 2015 is ontbonden en waarbij [gedaagde] (onder meer) is veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde binnen twee weken na betekening van het vonnis. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Servatius heeft het vonnis aan [gedaagde] laten betekenen en ontruiming aangezegd tegen 25 juni 2015. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft daarop op 24 juni 2015 de op dat moment bestaande volledige huurachterstand van € 8.765,65 aan Servatius betaald, waarna partijen op diezelfde dag een overeenkomst hebben gesloten (productie 3 bij exploot) die er kort gezegd op neerkomt dat zolang [gedaagde] de verschuldigde gebruiksvergoeding naar de toekomst toe tijdig betaalt, Servatius de tenuitvoerlegging van genoemd vonnis zal opschorten en daar “eventueel definitief” van zal afzien. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] heeft de verschuldigde gebruiksvergoeding vanaf juli 2015 tot en met december 2015 onbetaald gelaten, waarop Servatius de ontruiming heeft aangezegd tegen </para>
        <para>10 december 2015 (productie 4 bij exploot). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op 10 december 2015 heeft [gedaagde] een deel (€ 3.000,00) van de sinds juli 2015 weer opgelopen huurachterstand betaald, waarna Servatius de ontruiming heeft aangezegd tegen 17 december 2015. Op die dag heeft Servatius besloten om de ontruiming te annuleren omdat de gemeente Maastricht een betalingstoezegging deed voor de resterende huurachterstand, welke toezegging de gemeente op 18 december 2015 gestand deed. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De huurprijs of gebruiksvergoeding over februari 2016 is tot op heden onbetaald gelaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering en het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Servatius vordert - kort gezegd - de veroordeling van [gedaagde] tot onmiddellijke ontruiming van het gehuurde met verwijzing van [gedaagde] in de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Servatius legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] door middel van een daartoe bestemd ‘Formulier huuropzegging’ (productie 5 bij exploot) de huur heeft opgezegd tegen 31 januari 2016 en dat [gedaagde] derhalve thans zonder recht of titel in het gehuurde verblijft. [gedaagde] heeft genoeg kansen gehad maar keer op keer huurachterstanden laten ontstaan. Nu wil Servatius echt van hem af.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd, waarop hierna voor zover nodig zal worden ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het gestelde spoedeisende belang is niet weersproken en vloeit voort uit de aard van de vordering. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Om een voorziening te kunnen treffen als gevorderd, dient met een redelijke mate van zekerheid aangenomen te kunnen worden dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat deze - of een vergelijkbare - vordering zal slagen. Bij deze beoordeling kan dus slechts een voorlopig oordeel worden gegeven en die beoordeling moet geschieden op basis van hetgeen in deze korte procedure naar voren is gebracht en aannemelijk is gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Ter zitting heeft [gedaagde] aangevoerd dat voornoemd ‘Formulier huuropzegging’ niet door hem maar door zijn inwonende vriendin, mevrouw [naam vriendin] , is ingevuld en ondertekend (hoewel de handtekening wel leesbaar ‘ [gedaagde] ’ vermeldt). Dit verweer kan niet slagen. Ter zitting is onweersproken vast komen te staan dat [naam vriendin] in het verleden vaker [gedaagde] heeft vertegenwoordigd inzake de huurrelatie met Servatius, zodat Servatius er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [naam vriendin] [gedaagde] ook rechtsgeldig vertegenwoordigde toen zij (kennelijk: namens hem) de huur opzegde tegen 31 januari 2016. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Daar komt bij dat ook het onbetaald laten van de huur of krachtens art. 7:225 BW verschuldigde gebruiksvergoeding over de periode juli tot en met december 2015 en over februari 2016 op zichzelf reeds voldoende grond voor ontbinding van de huurovereenkomst of de overeenkomst tot voortgezet gebruik van de woning (in het midden gelaten kan worden hoe de laatste overeenkomst tussen partijen gekwalificeerd moet worden) oplevert, de betalingen in december 2015 ten spijt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Dientengevolge is de onder 4.2. bedoelde mate van zekerheid over een voor Servatius positieve uitkomst van een eventuele bodemprocedure aanwezig en zal de gevorderde voorziening worden toegewezen, met dien verstande dat de ontruimingstermijn op twee weken zal worden gesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Servatius tot de datum van dit vonnis begroot op </para>
        <para>€ 613,02, bestaande uit € 400,00 aan salaris gemachtigde, € 117,00 aan griffierecht en </para>
        <para>€ 96,02 aan explootkosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis de woonruimte staande en gelegen te Maastricht aan de [adres] met al de zijnen en al het zijne te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Servatius te stellen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Servatius tot de datum van dit vonnis begroot op € 613,02,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen en is in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>RK</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>