<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2016:11683</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-23T10:20:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-06-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/659046-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:11683">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:11683</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-22T13:30:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2016:11683 Rechtbank Limburg , 02-06-2016 / 03/659046-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2016:11683:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan - kort gezegd - flessentrekkerij door bij 9 bedrijven goederen te bestellen en zich deze goederen toe te eigenen zonder deze te betalen. Daarnaast heeft verdachte zich tweemaal schuldig gemaakt aan verduistering door van bedrijven voertuigen te huren en deze niet (tijdig) te retourneren. Onvoorwaardelijke vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2016:11683:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03/659046-16</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 2 juni 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats ] op [geboortedatum] 1972,</para>
      <para>gedetineerd in PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte wordt bijgestaan door mr. G. Kruizinga, advocaat kantoorhoudende te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 mei 2016. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis>	(samen met een ander of anderen) een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich (en/of een ander of anderen) de beschikking over die goederen te verzekeren;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> een scooter en/of een bestelbus heeft verduisterd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten zullen worden bewezenverklaard, met uitzondering van de onderdelen in feit 1 betreffende de flessentrekkerij van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] . Ten aanzien van deze onderdelen ontbreekt in de visie van de officier van justitie wettig en overtuigend bewijs voor de betrokkenheid van verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich – zoals vervat in de overgelegde pleitnota – op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde. Daartoe heeft de raadsman – zakelijk weergegeven – ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde primair aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte de man betreft die de ten laste gelegde aankopen heeft gedaan. Subsidiair ontbreken concrete aanwijzingen dat verdachte de aankopen heeft verricht met het oogmerk van niet of niet volledige betaling. Dit oogmerk kan niet worden afgeleid uit het enkele feit dat verdachte heeft erkend de betreffende aankoop te hebben gedaan, noch uit het opgeven van (mogelijk) valse gegevens. Bovendien speelt er in sommige gevallen ook nog dat verdachte ten tijde van het aangaan van de koopovereenkomst reeds failliet was verklaard, waardoor hij beschikkingsonbevoegd is geworden. Derhalve is in deze gevallen geen rechtsgeldige overeenkomst tot stand gekomen. Tenslotte kan niet worden gesproken van een ‘meervoud van handelingen waartussen een verband bestaat’, hetgeen wel is vereist voor een bewezenverklaring van flessentrekkerij.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de onder 2 ten laste gelegde verduisteringen heeft de raadsman betoogd dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte zich de gehuurde scooter en bestelbus heeft toegeëigend. Wellicht is sprake van het te laat inleveren van beide voertuigen, maar dit enkele feit is geen bewijs dat verdachte dús ook heeft besloten om zich de scooter en bestelbus naar eigen goeddunken ten nutte te maken, en dit besluit in daden heeft omgezet door er als heer en meester over te gaan beschikken (Hoge Raad 13 september 2005, NJ 2005/471 en Hoge Raad 18 november 2008, NJ 2008/614). Bovendien kan ook de opzet op toeëigening niet worden bewezen.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_b2f536f6-66f8-46b4-a159-933cae97b0f5" />
      </para>
      <paragroup>
        <nr>3.2.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Onder feit 1 wordt aan verdachte verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan flessentrekkerij door 13 keer goederen te kopen zonder deze te betalen.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="underline">Vrijspraakoverwegingen</emphasis>
          </para>
          <para>Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 1 ten laste gelegde onderdelen betreffende de flessentrekkerij van [benadeelde 1] (8ste gedachtestreepje) en de [benadeelde 2] (6de gedachtestreepje). Er is onvoldoende wettig en overtuigd bewijs voor verdachtes betrokkenheid hierbij.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Tevens is de rechtbank van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 1 ten laste gelegde onderdelen betreffende de flessentrekkerij van [benadeelde 3] (2de gedachtestreepje) - volgens de aangifte is dit feit gepleegd tussen 31 oktober 2014 en 11 november 2014 - en die van [benadeelde 4] (13de gedachtestreepje) - volgens de aangifte gepleegd op 6 februari 2016 - nu deze buiten de ten laste gelegde periode vallen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <para />
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen ten aanzien van de resterende negen gevallen van flessentrekkerij: </emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">1ste Gedachtestreepje: [benadeelde 5]</emphasis>
          </para>
          <para>Op 21 september 2015 heeft [aangever 1] namens [benadeelde 5] , gevestigd te Sevenum, aangifte<footnote-ref linkend="_26362639-0303-4975-b164-7d31de83acae" /> gedaan, waarin hij verklaart dat op 15 september 2015 een man in de winkel verscheen, welke de volgende goederen heeft uitgezocht:</para>
        </parablock>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>een bankstel ter waarde van 2695 euro;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>zes eetkamerfauteuils ter waarden van 1055 euro in totaal;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>een eetkamertafel ter waarde van 650 euro;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>twee fauteuils ter waarde van 977 euro in totaal.</para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para>De order werd gemaakt en de man ging hiermee akkoord. De man ging vervolgens niet akkoord met de voorgestelde betaalwijze van contante betaling dan wel pinnen van het bedrag in de winkel. Uiteindelijk werd er afgesproken dat de man de betaling digitaal zou overboeken en de meubels kon ophalen wanneer de betaling was voldaan. Diezelfde dag belde de man met het nummer [telefoonnummer 1] om de bestelling te wijzigen. Hij wilde een andere eetkamertafel. Hij vertelde dat hij het bedrag van 5250 euro al had overgemaakt en de meubels op 16 september 2015 zou komen ophalen. Op 16 september 2015 tussen 10.00 uur en 11.00 uur is de man het bankstel en een eetkamerstoel komen ophalen. De betaling was toen nog niet voldaan. De man vertelde dat er wellicht vertraging in zat, omdat hij de betaling via een Duitse Bank had gedaan. De man reed in een witte bestelbus Mercedes Vito. De man heeft ook nog een nieuwe eetkamertafel ter waarde van 2250 en een nieuwe salon- en hoektafel ter waarde van in totaal 375 euro uitgezocht. Diezelfde dag omstreeks 15.00 uur was de man weer in de winkel. De betaling was nog steeds niet binnen. Hij reed in een wit vrachtwagentje van het merk Iveco type 35C15 met het kenteken [kenteken 1] , welke hij had gehuurd van [verhuurbedrijf 1] in Nijmegen. Hiervan is een foto gemaakt, waarop ook de man te zien is. De man heeft vervolgens een eetkamertafel, twee fauteuils en vijf eetkamerstoelen ingeladen en meegenomen. Op 17 september 2015 was het bedrag nog steeds niet betaald en is er telefonisch contact opgenomen met de man. Deze vertelde dat hij op 18 september 2015 naar de winkel zou komen met een betalingsbewijs. De man is echter niet meer naar de winkel gekomen en bleek ook niet meer telefonisch bereikbaar.</para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Bij de aangifte is een foto<footnote-ref linkend="_a8e3177b-1ef9-42aa-a9a4-ee3350591c24" /> gevoegd. Op deze foto is te zien: een vrachtwagentje met het kenteken [kenteken 1] en met de tekst ‘ [verhuurbedrijf 1] ’ en daarbij een man met gemillimeterd haar, een bril, een geruit vest/jack, een donkere broek en sportschoenen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het vrachtwagentje met het kenteken [kenteken 1] bleek op 16 september 2015 bij [verhuurbedrijf 1] te zijn gehuurd door een man die zich had gelegitimeerd met een rijbewijs ten name van [verdachte] , geboren te [geboorteplaats ] op [geboortedatum] 1972, rijbewijsnummer [nummer] .<footnote-ref linkend="_f52e2b4b-49b4-4f8a-9fbd-4cae5b49dd21" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Aangever [aangever 1] heeft voorts tijdens een fotobewijsconfrontatie<footnote-ref linkend="_d2ba0b15-b0a1-41dc-b017-1b5d63233551" /> de foto van verdachte aangewezen als de man over wie hij heeft verklaard.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">3de Gedachtestreepje: [benadeelde 6]</emphasis>
          </para>
          <para>Op 22 juni 2016 heeft [aangever 2] namens [benadeelde 6] , gevestigd te Arnhem, aangifte<footnote-ref linkend="_283bf445-6c8f-4006-bfe4-77d1d486b50a" /> gedaan, waarin zij verklaart dat op 17 april 2015 een man de vestiging aan de [adres 1] te Arnhem bezocht en een koffiemachine wilde kopen. De man stelde zich voor als [verdachte] en hij wilde voor zijn eenmanszaak [bedrijfsnaam 1] een koffiemachine bestellen. De man heeft een machtiging tot incasso ondertekend en heeft de koffiemachine meegekregen. Op 21 april 2015 bracht dezelfde man een bezoek aan de vestiging van [benadeelde 6] gelegen aan de [adres 2] te Arnhem. Hij bestelde wederom een koffiemachine en toebehoren, welke hij vervolgens meekreeg. Er werd afgesproken dat de koffiemachine gefactureerd zou worden. Op 23 april 2015 werd getracht de incasso te verwerken, maar dat lukte niet vanwege ontoereikend saldo. Het opgegeven rekeningnummer betrof [rekeningnummer] ten name van [bedrijfsnaam 1] . Een medewerker is naar het door de man opgegeven adres aan de [adres 3] te [B.] gegaan. Volgens de eigenaar van de betreffende woning, betrof één van de huurders van de appartementen op dat adres [verdachte] , maar deze was met de noorderzon vertrokken. [aangever 2] heeft vele malen met het opgegeven nummer van [verdachte] , te weten: [telefoonnummer 2] , gebeld, maar heeft hem nooit gesproken. Een andere medewerker van de winkel heeft ook met het betreffende nummer gebeld en werd terug gebeld door [verdachte] , welke aangaf dat hij op 22 juni 2015 om 13.00 uur in vestiging in Arnhem zou komen betalen. Hij heeft niet betaald. De betreffende koffiemachines zijn beide van het merk Jura en hebben een waarde van 1350 en 1592 euro.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte<footnote-ref linkend="_aaa94354-c68e-4344-9eb9-bfbff9dc61f8" /> heeft verklaard dat hij bij [benadeelde 6] een koffieapparaat heeft besteld en opgehaald, maar dat het betalen niet is gelukt omdat hij te weinig geld had. Het betreft maar één apparaat. De factuur ter waarde van 1350 euro klopt. Deze had hij moeten betalen en dat heeft hij niet gedaan. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">4de Gedachtestreepje: [benadeelde 7]</emphasis>
          </para>
          <para>Op 2 mei 2015 heeft [aangever 3] namens [benadeelde 7] , gevestigd te Venlo, aangifte<footnote-ref linkend="_b222dfb9-8295-4e05-924d-f40d7f75ad07" /> gedaan, waarin hij verklaart dat op 30 april 2015 de heer [verdachte] langs kwam bij [benadeelde 7] te Venlo.  [verdachte] heeft een aantal goederen uitgekozen, maar vanwege een fout in het systeem kon geen verkooporder worden gemaakt. [verdachte] gaf aan dat hij niet zo lang kon wachten en gaf aan te betalen als hij de goederen op zou komen halen op 1 mei 2015. Op 2 mei 2015 melde [verdachte] zich bij het magazijn en vertelde dat hij de goederen kwam ophalen. Hij zei dat hij het aankoopbewijs thuis had laten liggen. Door een miscommunicatie tussen de medewerkers kreeg [verdachte] de goederen mee. Hij kon deze niet allemaal ineens vervoeren en enkele uren later keerde hij terug bij het magazijn. [verdachte] werd toen aangesproken dat hij nog niet had betaald en hij een aankoopbewijs nodig had voor de goederen. [verdachte] zei dat hij dit thuis had laten liggen en er niemand was die dit zou kunnen komen brengen. Hij gaf aan dat hij het aankoopbewijs zelf zou ophalen. Hij zou zijn Nederlandse ID-kaart achterlaten en heeft ook papieren met zijn bedrijfsgegevens en adres gegeven. Hierna is hij weggereden en niet meer terug gekomen. Een medewerker is naar het vestigingsadres van [verdachte] aan de [adres 3] te [B.] gereden, maar de eigenaar van de woning van verdachte vertelde dat [verdachte] eruit was gezet aangezien hij de huur niet betaalde. [verdachte] reed in een witte Fiat Doblo met het kenteken [kenteken 2] . Achter deze auto had hij een gehuurde aanhangwagen van [verhuurbedrijf 2] . De weggenomen goederen betroffen:</para>
        </parablock>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>Lujaba Houtskool barbecue 1299 euro;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Lujaba Tafel monolith 46d 1749 euro;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Lujaba Beschermhoes monolith 46d 55 euro;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>onderdelen tuinmeubels 179 euro;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Rookpellets jack daniels. 7,95 euro;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Sweet Baby Ray’s Sweet&amp;spicy 7,95 euro;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Premium Quality houtskool  9,99 euro;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>aanmaakblokjes 4,99 euro;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Potgrond 50 liter 5,75 euro;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Pokon Hydrokorrels 12,95 euro.;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Polon Boomsch. Exellent 10,95 euro;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Orchideeensubstraat 5,70 euro;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Planter Twist 99,95 euro;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Planter Twist 49,95 euro;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Phalaenopsis wit 2 tak 12,99 euro;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>oppotkosten. Er zijn twee potten klaar gemaakt voor [verdachte] . 10,00 euro.</para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para />
        <parablock>
          <para>Aangever [aangever 3] heeft een identiteitskaart op naam van [verdachte] , geboren te [geboorteplaats ] op [geboortedatum] 1972, overhandigd aan de politie. Voorts blijkt uit nader onderzoek dat zowel de Fiat met het kenteken [kenteken 2] als de aanhangwagen zijn gehuurd door [verdachte] .<footnote-ref linkend="_989f76c9-b284-4e48-8fe7-e5ae9588c01c" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte<footnote-ref linkend="_0b3ca94a-b396-462c-8091-1b8f776e47f1" /> heeft verklaard dat hij zijn identiteitsbewijs bij [benadeelde 7] heeft achtergelaten.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">5de Gedachtestreepje: [benadeelde 8]</emphasis>
          </para>
          <para>Op 14 september 2015 heeft [aangever 4] namens [benadeelde 8] , gevestigd te Zeeland, gemeente Landerd, aangifte<footnote-ref linkend="_ae5ff0fb-eab6-4b0a-a4f8-1d246fb55182" /> gedaan, waarin hij verklaart dat op 22 juli 2015 de heer [alias 1] twee professionele koffieautomaten en toebehoren kwam kopen. Hij droeg bedrijfskleding met een logo van [bedrijfsnaam 2] . Na het tekenen van de koopovereenkomst is de heer [alias 1] weggegaan met twee koffieautomaten en toebehoren ter waarde van een bedrag van 4494,96 euro. Met betrekking tot de betaling was afgesproken dat [alias 1] het totale aankoopbedrag binnen een week zou voldoen via bankoverschrijving. Op 7 september 2015 bleek de factuur nog open te staan. [aangever 4] heeft tevergeefs telefonisch contact gezocht met [alias 1] , maar het nummer bleek afgesloten. Via internet ontdekte [aangever 4] dat het bedrijf van [alias 1] op 29 juli failliet was verklaard. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Bij de aangifte is een koopovereenkomst<footnote-ref linkend="_c2d19f2a-335e-4e10-8cc9-0bf79438d849" /> d.d. 22 juli 2015 gevoegd afkomstig van [benadeelde 8] , welke is gesloten met [bedrijfsnaam 1] , gevestigd aan de [adres 3] te [B.] , telefoonnummer [telefoonnummer 2] .</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Aangever [aangever 4] heeft voorts tijdens een fotobewijsconfrontatie<footnote-ref linkend="_d51e0cda-fd03-40b9-8de1-e9b93a5aa55a" /> de foto van verdachte aangewezen als de man over wie hij heeft verklaard.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">7de Gedachtestreepje: [benadeelde 9]</emphasis>
          </para>
          <para>Op 6 oktober 2015 heeft [aangever 5] namens [benadeelde 9] , gevestigd te Brummen, aangifte<footnote-ref linkend="_022c347a-e4f0-456b-9207-7c9faef61647" /> gedaan, waarin hij verklaart dat zich op 30 september 2015 een man meldde die vertelde meerdere meubels snel nodig te hebben voor klanten. Hij heeft een inductiekookplaat, een oven en een magnetron uitgezocht. Na de bestelling zijn de goederen op bon gezet en zou de man thuis een spoedbetaling doen vanuit Duitsland waar hij aangaf woonachtig te zijn. De man gaf op te zijn [alias 2] , wonende te [M.] , [adres 4] . De man reed in een witte Mercedes Vito met het kenteken [kenteken 3] . Op 1 oktober 2015 verscheen de man weer in de winkel met de bedoeling de goederen op te halen. Er was op dat moment nog geen betaling van hem binnen. Hij vertelde dat het geld was overgemaakt en elk moment op de rekening kon staan. Uiteindelijk heeft hij gevraagd of hij alvast twee keukenapparaten (oven van het merk Atag en een kookplaat van het merk Atag) mee mocht nemen, omdat hij anders niet verder kon. [aangever 5] heeft gevraagd of de man zich kon legitimeren, maar hij gaf aan dat hij zijn rijbewijs niet bij zich had. Vervolgens heeft de man de bon ondertekend en heeft hij de twee artikelen meegenomen. De overige artikelen zou hij de volgende dag ophalen. [aangever 5] heeft de man die avond nog gebeld op zijn mobiele nummer ( [telefoonnummer 3] ), omdat er nog steeds geen betaling binnen was. De man vertelde dat het onmogelijk was dat het hij het geld nog niet had ontvangen en hij zou de volgende dag met bankafschriften van de Volksbank langskomen om aan te tonen dat het geld was overgemaakt. Op 2 oktober 2015 is de man niet meer in de zaak geweest en werd er ook niet meer door hem opgenomen. Via de dealer van de bestelbus, zijnde [naam dealer] uit Bocholtz, is [aangever 5] te weten gekomen dat de betreffende Mercedes Vito was meegegeven aan [verdachte] met het rijbewijsnummer [nummer] .</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit de politiesystemen blijkt dat het rijbewijsnummer [nummer] toebehoort aan het rijbewijs ten name van [verdachte] , geboren te [geboorteplaats ] op [geboortedatum] 1972, [adres 3] te [B.] .<footnote-ref linkend="_b1a71b48-319b-4aeb-b65f-b92db89bdce0" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Aangever [aangever 5] heeft voorts tijdens een fotobewijsconfrontatie<footnote-ref linkend="_14b5b303-ad3f-4472-b0fe-331e8bc0efd2" /> de foto van verdachte aangewezen als de man over wie hij heeft verklaard.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">9de Gedachtestreepje: [benadeelde 10] </emphasis>
          </para>
          <para>Op 7 december 2015 heeft [aangever 6] namens [benadeelde 10] , gevestigd te Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal, aangifte<footnote-ref linkend="_0160249f-65d3-47f3-aaf8-1ea66bbd67ef" /> gedaan, waarin zij verklaart dat op 11 oktober 2015 een man, welke opgaf te zijn [verdachte] , in de winkel een haard, een eettafel en een salontafel heeft gekocht. De man tekende de orderbevestiging en er werd afgesproken dat hij vooraf 1400 euro zou overmaken naar de bedrijfsrekening. [verdachte] ging daarmee akkoord en zou de goederen komen ophalen als deze gereed waren. Hij liet hiervoor het telefoonnummer [telefoonnummer 4] achter. Op 16 oktober 2015 kwam [verdachte] weer in de winkel en was boos dat de tafels er nog niet waren. Hij gaf aan dat hij de aanbetaling van 1400 euro al had overgemaakt op 15 oktober 2015. Er werd tot overeenstemming gekomen en aan [verdachte] werd voorgesteld dat hij direct een salontafel uit de showroom en een eettafel van de leverancier GEO kon meenemen. De salontafel werd in zijn bestelbus, een zwarte Renault Traffic met het kenteken [kenteken 4] geladen. Hierna heeft [verdachte] bij GEO de eettafel opgehaald. De waarde van de meegenomen tafels is 1760 euro. Er wordt verschillende malen tevergeefs geprobeerd om telefonisch contact op te nemen. Op 4 november 2014 kreeg [aangever 6] de man aan de lijn en zij vroeg hem naar de aanbetaling. De man zei dat hij dit allang had overgemaakt. [aangever 6] gaf aan dat het nog niet op de rekening gestort was en dat [verdachte] dit zo snel mogelijk moest regelen. Hij zei dat hij dat zou doen. Echter tot heden is er niets meer van hem vernomen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De Renault Traffic met het kenteken [kenteken 4] bleek volgens de eigenaar [betrokkene 1] in huurkoop te zijn bij een persoon die volgens het contract heet [verdachte] , met het telefoonnummer [telefoonnummer 4] alsmede [telefoonnummer 5] . <footnote-ref linkend="_adbb4eb1-2f0f-4ccd-83d1-5348b4496ba2" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">10de Gedachtestreepje: [benadeelde 11]</emphasis>
          </para>
          <para>Op 24 december 2015 heeft [aangever 7] namens [benadeelde 11] gevestigd te Zetten, aangifte<footnote-ref linkend="_341a1e25-3cd2-482a-84eb-5c62959cedfd" /> gedaan, waarin hij verklaart dat er op 5 november 2015 twee mannen in de winkel voor 9000 euro aan goederen hebben gekocht voor hun woning gelegen aan de [adres 5] te Gennep. Zij werden geholpen door de vrouw van aangever, </para>
          <para>
            [vrouw aangever 7] . Zij kochten onder andere een wasmachine, wasdroger, twee Samsung tv’s, twee Vogel’s wandsteunen, een koelkast en een inbouw combi-oven. Een van de mannen gaf het telefoonnummer [telefoonnummer 4] . De bestelde goederen stonden op naam van [alias 2] . Op 12 november 2015 werden de goederen – zoals telefonisch afgesproken – afgeleverd aan de [adres 5] te Gennep. Het betrof een leegstaand pand, gelegen naast een sportschool. Nadat de goederen waren afgeleverd en [aangever 7] met zijn medewerkers een eindje verderop stonden te praten omdat zij het niet vertrouwden, zagen zij dat [alias 2] hen passeerde in een zwarte Renault Traffic met het kenteken [kenteken 4] . Op 14 november 2015 heeft [aangever 7] geprobeerd om [alias 2] te bellen, maar hij kreeg geen gehoor. Op 16 november 2015 is hij samen zijn schoonvader [betrokkene 2] terug gereden naar de woning in Gennep. Eenmaal daar aangekomen, zagen zij dat de koelkast nog wel in de woning stond, maar dat alle andere goederen er niet meer stonden. Via de eigenaar van de sportschool heeft [aangever 7] achterhaald dat het pand aan de [adres 5] te Gennep werd gehuurd door de heer [verdachte] , welke een bedrijf had dat failliet is gegaan en onder curatele stond bij advocatenkantoor [naam] in Uden. Middels dit advocatenkantoor heeft [aangever 7] een kopie van een rijbewijs ontvangen van de betreffende persoon. De vrouw en schoonvader van [aangever 7] gaven aan dat de man op dit rijbewijs dezelfde persoon betreft als degene die in de winkel is geweest. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Bij de aangifte is een kopie van een rijbewijs<footnote-ref linkend="_c93e9a38-53f5-4175-a5cd-a0b2d528e69f" /> gevoegd, op naam van [verdachte] , geboren te [geboorteplaats ] op [geboortedatum] 1972.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Aangever [aangever 7]<footnote-ref linkend="_24de6b18-fa72-4ac4-9174-799df2d3eb6f" /> is op 29 december 2015 telefonisch gehoord, waarbij hij heeft verklaard dat hij de man op de pasfoto van het rijbewijs dat hij van het advocatenkantoor had ontvangen, herkende als dezelfde man die bij aflevering van de goederen in Gennep aanwezig was geweest. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">11de Gedachtestreepje: [benadeelde 12]</emphasis>
          </para>
          <para>Op 1 december 2015 heeft [aangever 8] namens [benadeelde 12] , gevestigd te Uden, aangifte<footnote-ref linkend="_da3035bd-2066-416b-965a-12062088837c" /> gedaan, waarin zij verklaart dat op 18 november 2015 een man, die zich voorstelde als [verdachte] , bouwmaterialen kwam bestellen in de winkel. Deze heeft hij op 21 november 2015 opgehaald. Er was afgesproken dat hij vooraf zou betalen. Dit zou dan op 20 november 2015 op de rekening van [benadeelde 12] moeten staan. Op 21 november 2015 was het bedrag nog niet op de rekening van [benadeelde 12] bijgeschreven. Toen [aangever 8] [verdachte] hierop attendeerde, hing hij een verhaal op dat hij zelfs het bedrag had verhoogd omdat hij nog meerdere bouwmaterialen wilde kopen. Tevens benoemde hij het feit dat het mogelijk kon komen doordat het weekend in zicht was. Op 21 november 2015 heeft [verdachte] een aantal goederen meegenomen, maar deze heeft hij nooit betaald. [verdachte] kwam in een zwarte bedrijfsauto van het merk Renault, type Traffic met het kenteken [kenteken 4] . </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit de bij de aangifte gevoegde contantfactuur<footnote-ref linkend="_7ae5b84d-84de-4707-9144-b2d6c4426f7e" /> blijkt dat [verdachte] , wonende aan de [adres 5] te [G.] op 20 november 2015 heeft meegenomen:</para>
        </parablock>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>vijf hardschuim panelen;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>9 plinten.</para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para />
        <parablock>
          <para>Voorts is bij de aangifte een kopie van een rijbewijs<footnote-ref linkend="_398304d9-ce38-43fe-98df-43b9f006a8d9" /> ( [nummer] ) op naam van [verdachte] , geboren te [geboorteplaats ] op [geboortedatum] 1972 gevoegd.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Aangeefster [aangever 8]<footnote-ref linkend="_91cb979e-7eeb-4f6e-ba7e-af32a3605f19" /> is op 15 december 2015 telefonisch nogmaals gehoord, waarbij zij heeft verklaard dat de man als telefoonnummer [telefoonnummer 4] had opgegeven. Na een dag bleek dit nummer echter niet meer bereikbaar. Op 21 november 2015 had hij een ander telefoonnummer, [telefoonnummer 6] , opgegeven. Voorts had de man zijn rijbewijs afgegeven aan een collega van aangeefster, om een kopie daarvan te maken. De man op de foto van het rijbewijs is dezelfde man als tegen wie later aangifte is gedaan. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">12de Gedachtestreepje: [benadeelde 13]</emphasis>
          </para>
          <para>Op 7 december 2015 heeft [aangever 9] namens [benadeelde 13] , gevestigd te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland, aangifte<footnote-ref linkend="_babc0bbb-7c13-45f8-ab5e-6c1d08ec2312" /> gedaan, waarin hij verklaart dat op 24 november 2015 een man naar het bedrijf kwam die belangstelling had voor  assimilatie-lampen. Hij wilde een aantal van die lampen meteen meeneem. [aangever 9] zei dat hij contant moest betalen, maar dat ging niet. Hij zou het bedrag overmaken op rekening van het bedrijf. Toen hij na enige tijd weer terug kwam, zei hij dat het geld was overgemaakt. De man sprak met zoveel overtuiging dat [aangever 9] hem de spullen heeft meegegeven. Na deze dag heeft hij de man nog een paar keer gebeld, omdat het geld niet was overgemaakt. Hij zei iedere keer dat het goed zou komen, maar het geld is nooit ontvangen. De dag dat de man de lampen heeft meegenomen, heeft aangever een foto gemaakt van de bedrijfsbus van de man met het kenteken [kenteken 4] . </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Aangever [aangever 9] heeft foto’s van een bestelbus, merk Renault met het kenteken [kenteken 4] overhandigd. Daarop is een man te zien die verbalisant herkent als [verdachte] , geboren te [geboorteplaats ] op [geboortedatum] 1972. De verbalisant relateert voorts dat de man op de foto dezelfde jas en schoenen draagt als op de foto die is gevoegd bij de aangifte van [benadeelde 5] te Sevenum. Voorts heeft aangever  een afleverbon overhandigd op naam van [bedrijfsnaam 3] , gevestigd aan de [adres 3] te [B.] .<footnote-ref linkend="_436c2bd1-2716-496f-9755-b3b79a7f0100" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Faillissement verdachte</emphasis>
          </para>
          <para>Op 29 juli 2015 is het bedrijf van verdachte [bedrijfsnaam 2] failliet verklaard.<footnote-ref linkend="_1c7fca31-3deb-4c5f-99b4-75040aabdb5d" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Overwegingen </emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Betrokkenheid verdachte</emphasis>
          </para>
          <para>Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die de goederen bij de betreffende bedrijven heeft besteld en afgehaald. Daartoe overweegt de rechtbank dat telkens gegevens worden achtergelaten, welke zijn te herleiden naar verdachte, zoals de namen die worden gebruikt, het bedrijf [bedrijfsnaam 2] , de adressen in [B.] en [G.] alsmede de telefoonnummers en het rijbewijs met het nummer [nummer] ten name van verdachte. Ook zijn de gebruikte voertuigen te herleiden naar verdachte. In enkele gevallen heeft verdachte verklaard dat hij bij het betreffende bedrijf is geweest. Bovendien heeft er in sommige gevallen een herkenning plaatsgevonden op basis van een foto van verdachte. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Oogmerk</emphasis>
          </para>
          <para>Met betrekking tot het hetgeen de raadsman heeft aangevoerd over het bij verdachte ontbreken van het oogmerk om zich zonder betaling de beschikking over goederen te verzekeren, overweegt de rechtbank als volgt.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank komt op grond van vorenstaande bewijsmiddelen tot een bewezenverklaring van deze feiten. Dat verdachte van het begin af aan het oogmerk had om niet- of niet volledig te betalen acht de rechtbank voldoende aannemelijk geworden, nu uit het handelen van verdachte blijkt van een patroon van bestellen van goederen, het afhouden van betalingen, het geven van verkeerde contactgegevens en het verzinnen van allerlei smoezen om het uitblijven van betalingen aannemelijk te maken. Bovendien gaat het om grote aankopen en heeft verdachte deze grote aankopen gedaan op momenten – kort voorafgaand en na zijn faillissement – dat hij geen reëel uitzicht had op het ter beschikking krijgen van voldoende financiële middelen om de goederen daadwerkelijk te kunnen betalen. Hieruit leidt de rechtbank af dat verdachte op het moment dat hij de goederen kocht moet hebben geweten dat hij geen geld had om deze te betalen. Door desondanks deze goederen te kopen en af te nemen is naar het oordeel van de rechtbank aan het vereiste oogmerk voldaan. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het feit dat verdachte door zijn faillissement geen rechtsgeldige koopovereenkomst heeft kunnen sluiten – zoals de raadsman heeft betoogd – doet aan dit oordeel niet af. Immers ook in geval civielrechtelijk onjuist is gehandeld, kan wel degelijk sprake zijn van een strafrechtelijk verwijt. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Flessentrekkerij</emphasis>
          </para>
          <para>Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat ook aan het voor flessentrekkerij vereiste ‘meervoud van handelingen waartussen een verband bestaat’ is voldaan, nu wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte in de periode 17 april 2015 tot en met 24 december 2015 herhaaldelijk op dezelfde wijze goederen heeft gekocht zonder te betalen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <para />
        <para />
        <para />
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De raadsman heeft aangevoerd dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk zou zijn in de vervolging van verdachte ten aanzien van de onder feit 2 ten laste gelegde verduistering van de Vito bestelbus. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat het hier een Duitse zaak betreft en dat niet duidelijk is of verdachte voor deze zaak ook niet in Duitsland is of wordt vervolgd. Bovendien zou niet duidelijk zijn dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om over dit feit te oordelen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank verwerpt dit verweer. Zij overweegt hiertoe dat de officier van justitie ter terechtzitting heeft medegedeeld dat de vervolging van verdachte met het Duitsland is kortgesloten en dat in Duitsland geen vervolging voor dit feit heeft plaatsgevonden of nog zal vinden. De rechtbank heeft geen reden hieraan te twijfelen. Bovendien is verduistering ook in Duitsland strafbaar. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">De scooter</emphasis>
          </para>
          <para>Op 18 augustus 2015 heeft [aangever 10] namens [verhuurbedrijf 3] , gevestigd te Ede, aangifte<footnote-ref linkend="_00504e42-ef48-414d-88c2-a18dbc8e0fb6" /> gedaan, waarin zij verklaart dat een personenvoertuig met het kenteken [kenteken 5] werd verhuurd aan [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1972, van 4 augustus 2015 tot 7 augustus 2015. Op 8 augustus 2015 kwam [verdachte] weer bij het bedrijf en gaf hij aan de scooter </para>
          <para>– samen met nog een andere scooter – te willen kopen. Afgesproken werd dat verdachte het bedrag van 22.000 euro voor beide scooters op 11 augustus 2015 zou komen betalen. [verdachte] heeft de gehuurde scooter onder zich gehouden, omdat hij deze zou kopen. Verdachte is op 11 augustus 2015 echter niet gekomen. Er werd met [verdachte] gebeld en hij gaf aan dat hij niet was gekomen, omdat zijn dochter weer was opgenomen. Op 12 augustus 2015 kwam [verdachte] in de winkel en vertelde dat het geld van de aanschaf onderweg was. Hij liet een printscreen zien van de betaling van 22.000 euro. Hij zei dat het geld de volgende dag zou komen. Op 13 augustus stond het geld nog steeds niet op de rekening van het bedrijf. Er is meerdere malen geprobeerd om contact met [verdachte] op te nemen, zonder resultaat.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op 19 augustus 2015 stond de door [verdachte] gehuurde scooter weer voor de zaak geparkeerd.<footnote-ref linkend="_1ede9047-1353-4d91-8eb5-81d1eac45ad4" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte<footnote-ref linkend="_9d7127d0-8d18-4f62-8731-7cea30c2f64b" /> heeft verklaard dat hij de betreffende scooter heeft gehuurd van [verhuurbedrijf 3] .</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit het bovenstaande volgt dat verdachte een gehuurde scooter op een bepaalde dag – te weten 7 augustus 2015 - zou terugbrengen. Dit heeft hij niet gedaan. In plaats daarvan gaf hij aan de scooter te willen kopen. Vanwege deze voorgenomen koop heeft de verhuurder het goed gevonden dat verdachte de scooter nog tot 11 augustus 2015 zou gebruiken, op welke dag dan betaling voor de koop moest plaatsvinden. Op die dag is verdachte echter wederom niet verschenen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Anders dan de raadsman acht de rechtbank met name vanwege de toezegging dat verdachte de scooter wil kopen en vervolgens wederom verstek laat gaan, dat hier wel gesproken kan worden van verduistering. Het feit dat verdachte de scooter op 19 augustus 2015 uiteindelijk wel heeft teruggebracht, zoals door de raadsman ter terechtzitting is gesteld en overigens ook uit het dossier blijkt, doet hier niet aan af. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">De Vito bestelbus</emphasis>
          </para>
          <para>Op 9 oktober 2015 kregen de Duitse verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] de melding om te gaan naar het bedrijf [naam dealer] in verband met aanwijzingen van verduistering van een motorrijruig. Aangekomen bij het bedrijf gelegen aan de [adres 6] te Kevelaer (Bondsrepubliek Duitsland), verklaarde [medewerker] dat [verdachte] een bedrijfsvoertuig bij de firma [naam dealer] had besteld. Zij kwamen daarbij overeen dat aan [verdachte] een huurauto, zijnde een Daimler Vito met het kenteken [kenteken 3] , ter beschikking werd gesteld tot het moment dat het bestelde voertuig zou worden afgeleverd. De huurauto moest uiterlijk <emphasis role="italic">op 2 oktober 2015</emphasis> door [verdachte] weer aan [naam dealer] worden teruggeven, hetgeen niet was gebeurd. [verdachte] is sinds 2 oktober 2015 niet meer bereikbaar.<footnote-ref linkend="_880aba00-c086-4625-afa6-a84489cac68c" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Voorts bevat het dossier een aantal e-mail berichten<footnote-ref linkend="_d9f84d65-721c-481e-b02a-b349816f2300" /> in de periode 15 september 2015 tot en met 2 oktober 2015 - tussen [medewerker] ( [e-mailadres 1] ) en [verdachte] ( [e-mailadres 2] ), met o.a. de volgende inhoud:</para>
        </parablock>
        <itemizedlist mark="-">
          <listitem>
            <para>op 25 september 2015 van [medewerker] aan [verdachte] : “Ik moet die leenauto eind volgende week terug en het nieuwe voertuig moet ook volgende week afgeleverd worden’;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>op 29 september 2015 van [medewerker] aan [verdachte] : ‘Ik moet de auto uiterlijk vrijdag terug hebben. Daarom moet onze afspraak komende vrijdag plaatsvinden’;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>op 29 september 2015 van [verdachte] aan [medewerker] : ‘zeker geen probleem, u heeft morgen het geld en vrijdag de bus’;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>op 2 oktober 2015 van [medewerker] aan [verdachte] : ‘Goedemorgen mijnheer [verdachte] . Hoe laat wilt u vandaag komen?’;</para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>op 2 oktober 2015 van [verdachte] aan [medewerker] : ‘Ongeveer vier uur’.</para>
          </listitem>
        </itemizedlist>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit deze berichten blijkt dat [medewerker] vanaf 15 september 2015 tot en met 2 oktober 2015 aan verdachte vraagt wanneer hij het geld voor de nieuwe auto tegenmoet kan zien en waarin hij verdachte aanzegt de gehuurde Vito terug te brengen. Verdachte geeft in de laatste mail op 2 oktober 2015 aan dat hij de auto op die dag - dus 2 oktober 2015 - om vier uur komt brengen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit het bovenstaande volgt dat verdachte bij aangever een Vito heeft gehuurd, dat was afgesproken om die op 2 oktober 2015 terug te brengen en dat verdachte dit niet heeft gedaan. Gelet op het feit dat verdachte hier wederom – net als bij de Veda scooter  – de beschikking over de Vito heeft gekregen onder voorwendsel dat hij een ander vervoermiddel wilde kopen acht de rechtbank ook hier sprake van verduistering. Het feit dat verdachte de Vito uiteindelijk wel terug zou hebben gebracht zoals de raadsman stelt – hetgeen overigens niet uit het dossier blijkt – doet hier niet aan af. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat de verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>in de periode van 17 april 2015 tot en met 24 december 2015 in Nederland, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte (telkens) met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- een hoeveelheid meubelen waaronder een bankstel, eetkamertafel, fauteuils (ter waarde van in totaal ongeveer 6850 euro) in het tijdvak van 15 september 2015 tot en met 21 september 2015 te Sevenum; </para>
      <para />
      <para>- koffiemachines (ter waarde van 1350 euro en 1592 euro) in het tijdvak van 17 april 2015 tot en met 21 april 2015 te Arnhem</para>
      <para />
      <para>- een barbecue (merk Lujaba) ter waarde van ongeveer 1299 euro en een tafel (merk Lujaba) ter waarde van 1749 euro en een beschermhoes ter waarde van 55 euro en tuinmeubels ter waarde van 179 euro en Rookpellets ter waarde van 7,95 euro en Sweet Baby Ray's ter waarde van 7,95 euro en Premium Quality houtskool ter waarde van 9,99 euro en aanmaakblokjes ter waarde van 4,99 euro en potgrond ter waarde van 5,75 </para>
      <para>euro en Pokon hydrokorrels ter waarde van 12,95 euro en Polon boomsch. ter waarde van 10,95 euro en Orchideeënsubstraat ter waarde van 5,70 euro en een of meermalen planter twist ter waarde van 99,95 euro en 49,95 euro en Phalaenopsis ter waarde van 12,99 euro en oppotkosten ter waarde van 10 euro in het tijdvak van 30 april 2015 tot en met 2 mei 2015 te Venlo</para>
      <para />
      <para>- twee koffie automaten met toebehoren ter waarde van 4494,96 euro omstreeks het tijdvak van 24 juli 2015 tot en met 14 september 2015 te Zeeland, gemeente Landerd</para>
      <para />
      <para>- twee keukenapparaten (een kookplaat merk Atag en een oven merk Atag) in het tijdvak van 30 september 2015 tot en met 1 oktober 2015 te Brummen</para>
      <para />
      <para>- tafels (ter waarde van ongeveer 1760 euro) in het tijdvak van 11 oktober 2015 tot en met 16 oktober 2015 te Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal</para>
      <para />
      <para>- een oven (merk Bauknecht) en televisies (merk Samsung) en wandsteunen en een droogtrommel en een wasmachine en een koelkast (ter waarde van ongeveer 9000 euro) in het tijdvak van 5 november 2015 tot en met 24 december 2015 te Zetten</para>
      <para />
      <para>- een hoeveelheid panelen inclusief toebehoren in het tijdvak van 18 november 2015 tot en met 21 november 2015 te Uden </para>
      <para />
      <para>- een hoeveelheid lampen in het tijdvak van 1 november 2015 tot en met 7 december 2015 te Lansingerland; </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para>2. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij in het tijdvak van 08 augustus 2015 tot en met 9 oktober 2015 in Nederland en/of Duitsland opzettelijk een Veda Scooter (MP3 voertuig) en/of een bestelbus ( [kenteken 3] ), toebehorende aan [verhuurbedrijf 3] en/of [naam dealer] GmbH en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als huurder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>een beroep of gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>verduistering, meermalen gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De straf en/of de maatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft in het kader van de strafoplegging betoogd dat de door de officier van justitie gevorderde straf geen recht doet aan de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte is nodig in de zorg voor zijn dochter, welke met ernstige problemen kampt, en voor zijn moeder. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan - kort gezegd - flessentrekkerij door bij negen bedrijven goederen te bestellen en zich deze goederen toe te eigenen zonder deze te betalen. Daarnaast heeft verdachte zich tweemaal schuldig gemaakt aan verduistering door van bedrijven voertuigen te huren en deze niet (tijdig) te retourneren. Door te handelen zoals verdachte heeft gedaan, heeft hij het vertrouwen in het handelsverkeer ernstige schade toegebracht en heeft hij op geen enkele wijze rekening gehouden met de grote materiële schade die hij hiermee heeft veroorzaakt. Verdachte heeft puur gehandeld uit oogpunt van financieel gewin en heeft bovendien op geen enkele wijze verantwoording voor zijn handelen genomen. De rechtbank acht in deze dan ook sprake van kwalijke praktijken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank houdt bij haar beslissing rekening met het feit dat verdachte blijkens zijn strafblad in het verleden al diverse malen voor soortgelijke feiten tot vrijheidsstraffen is veroordeeld. Desondanks is hij onverminderd door gegaan met zijn kwalijke praktijken en heeft hij van deze veroordelingen kennelijk niets geleerd. Voorts houdt de rechtbank rekening met het over verdachte uitgebrachte reclasseringsrapport d.d. 28 april 2016. Hieruit blijkt dat verdachte op nagenoeg ieder vlak problemen heeft (persoonlijkheid, huisvesting, financiën), maar dat hij afspraken met de reclassering (in het kader van een eerdere voorwaardelijke straf) niet nakomt. Ook is een eerder opgelegde behandeling niet van de grond gekomen, omdat verdachte geen interne motivatie heeft voor begeleiding en gedragsverandering. Om deze redenen ziet de rechtbank in de onderhavige zaak geen meerwaarde in het (opnieuw) opleggen van een voorwaardelijk strafdeel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles overwegend ziet de rechtbank, gelet op de ernst van de feiten, geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaar.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De vorderingen van de benadeelde partijen</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich, gelet op de gevorderde vrijspraak, op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2]  niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in de vorderingen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de overige vorderingen van de benadeelde partijen heeft de officier van justitie gevorderd dat de bedragen exclusief btw kunnen worden toegewezen onder oplegging van de schademaatregel, met uitzondering van de benadeelde partij [benadeelde 5] , welke vordering dient te worden gematigd tot een bedrag van 6702 euro. De matiging betreft een correctie met betrekking tot de factuur voor de tafel. Voorts dient de benadeelde partij [benadeelde 7] niet-ontvankelijk te worden verklaard ten aanzien van de gevorderde kosten rechtsbijstand.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft primair verzocht alle benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in verband met de bepleite integrale vrijspraak. Voorts ontbreekt bij een aantal vorderingen een machtiging en een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, zodat betreffende vorderingen in ieder geval om deze reden niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat nader onderzoek nodig is naar de concrete schade van de benadeelde partijen. De benadeelde partijen vorderen de aan verdachte gefactureerde bedragen inclusief btw, waarin ook een winstmarge is berekend. Nader onderzoek naar de werkelijk schade, welke in de visie van de raadsman de inkoopprijs van de goederen betreft,  levert een onevenredige belasting van het strafgeding, zodat ook dit tot niet-ontvankelijkheid dient te leiden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Meer subsidiair heeft de raadsman verzocht de gevorderde bedragen te matigen naar de gevorderde bedragen exclusief btw.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [benadeelde 5]
          </emphasis>
        </para>
        <para>Namens de benadeelde partij [benadeelde 5] vordert [aangever 1] een schadevergoeding van € 6977,- ter zake van het onder 1, 1ste gedachtestreepje, ten laste gelegde feit. Het schadebedrag omvat materiële schade ten gevolge van flessentrekkerij door verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft geconstateerd dat [aangever 1] namens [benadeelde 5] aangifte heeft gedaan ter zake flessentrekkerij alsmede dat hij namens de benadeelde partij het voegingsformulier heeft ingediend. Bij het voegingformulier ontbreekt echter essentiële informatie ten behoeve van de ontvankelijkheid van de vordering. Zo ontbreekt zowel een machtiging waaruit blijkt dat [aangever 1] bevoegd is namens [benadeelde 5] een voeging in te dienen, als een uittreksel van de Kamer van Koophandel. Nu niet vaststaat dat [aangever 1] bevoegd is namens de benadeelde partij op te treden voldoet de vordering niet aan de vereisten die de wet stelt om in het strafproces te worden meengenomen. De rechtbank dient de benadeelde partij daarom niet ontvankelijk te verklaren in haar vordering.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is echter van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting wel is gebleken dat aan de benadeelde partij door het hiervoor onder 1, 1ste gedachtestreepje bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht tot een netto bedrag van € 6977,-. Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het de rechtbank ambtshalve de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [benadeelde 3]
          </emphasis>
        </para>
        <para>Namens [benadeelde 3] vordert [belanghebbende 1] een schadevergoeding van € 949,89,- ter zake van het onder 1, 2de gedachtestreepje, ten laste gelegde feit. Het schadebedrag omvat materiële schade ten gevolge van flessentrekkerij door verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aangezien aan de vordering een feitencomplex ten grondslag ligt waarvan verdachte zal worden vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering te worden verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aangezien de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten die door de verdachte zijn gemaakt. Niet gebleken is dat verdachte (extra) kosten heeft gemaakt ten aanzien van de civiele vordering. De rechtbank zal deze kosten vaststellen op nihil.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [benadeelde 6]
          </emphasis>
        </para>
        <para>Namens [benadeelde 6] vordert [belanghebbende 2] een schadevergoeding van € 3.161,12,- ter zake van het onder 1, 3de gedachtestreepje, ten laste gelegde feit. Het schadebedrag omvat materiële schade ten gevolge van flessentrekkerij door verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat aan de benadeelde partij door het hiervoor onder 1, 3de gedachtestreepje bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van € 2.616,99. Nu aan verdachte ter zake van dat feit een straf zal worden opgelegd en de vordering tot dit bedrag niet door de verdediging is weersproken, zal de rechtbank deze vordering tot een bedrag van € 2.616,99. toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 april 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening. Het overige deel van de vordering, zijnde de voor de benadeelde partij verrekenbare btw, zal worden afgewezen. De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [benadeelde 7]
          </emphasis>
        </para>
        <para>Namens [benadeelde 7] vordert [belanghebbende 3] een schadevergoeding van € 3.684,13  alsmede onder het kopje proceskosten vergoeding van vier uur personeelskosten ten bedrage van</para>
        <para>€ 160,- ter zake van het onder 1, 4de  gedachtestreepje, ten laste gelegde feit. Het schadebedrag omvat materiële schade ten gevolge van flessentrekkerij door verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat aan de benadeelde partij door het hiervoor onder 1, 4de gedachtestreepje bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van € 2.910,46, zijnde het verzochte bedrag exclusief 21 procent btw. Nu aan verdachte ter zake van dat feit een straf zal worden opgelegd en de vordering tot dit bedrag niet door de verdediging is weersproken, zal de rechtbank deze vordering tot een bedrag van € 2.910,46. toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening. Het overige deel van de vordering, zijnde de voor de benadeelde partij verrekenbare btw en de proceskosten, zal worden afgewezen. De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [benadeelde 8]
          </emphasis>
        </para>
        <para>Namens [benadeelde 8] vordert [belanghebbende 4] een schadevergoeding van </para>
        <para>€ 4.494,96 ter zake van het onder 1, 5de gedachtestreepje, ten laste gelegde feit. Het schadebedrag omvat materiële schade ten gevolge van flessentrekkerij door verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat aan de benadeelde partij door het hiervoor onder 1, 5de gedachtestreepje bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van € 3.745,62. Nu aan verdachte ter zake van dat feit een straf zal worden opgelegd en de vordering tot dit bedrag niet door de verdediging is weersproken, zal de rechtbank deze vordering tot een bedrag van € 3.745,62. toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 september 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening. Het overige deel van de vordering, zijnde de voor de benadeelde partij verrekenbare btw, zal worden afgewezen. De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [benadeelde 9] B.V.</emphasis>
        </para>
        <para>Namens [benadeelde 9] vordert [aangever 5] een schadevergoeding van </para>
        <para>€ 2.324,32 ter zake van het onder 1, 7de gedachtestreepje, ten laste gelegde feit. Het schadebedrag omvat materiële schade ten gevolge van flessentrekkerij door verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat aan de benadeelde partij door het hiervoor onder 1, 7e gedachtestreepje bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van € 1.836,21, zijnde het verzochte bedrag exclusief 21 procent btw. Nu aan verdachte ter zake van dat feit een straf zal worden opgelegd en de vordering tot dit bedrag niet door de verdediging is weersproken, zal de rechtbank deze vordering tot een bedrag van € 1.836,21. toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening. Het overige deel van de vordering, zijnde de voor de benadeelde partij verrekenbare btw, zal worden afgewezen. De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [benadeelde 1]
          </emphasis>
        </para>
        <para>Namens [benadeelde 1] vordert [belanghebbende 5] een schadevergoeding van € 6.219,65,- ter zake van het onder 1, 8ste gedachtestreepje, ten laste gelegde feit. Het schadebedrag omvat materiële schade ten gevolge van flessentrekkerij door verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aangezien aan de vordering een feitencomplex ten grondslag ligt waarvan verdachte zal worden vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering te worden verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aangezien de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten die door de verdachte zijn gemaakt. Niet gebleken is dat verdachte (extra) kosten heeft gemaakt ten aanzien van de civiele vordering. De rechtbank zal deze kosten vaststellen op nihil.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [benadeelde 10]
          </emphasis>
        </para>
        <para>Namens [benadeelde 10] vordert [belanghebbende 6] een schade-vergoeding van € 1.760,- ter zake van het onder 1, 9de gedachtestreepje, ten laste gelegde feit. Het schadebedrag omvat materiële schade ten gevolge van flessentrekkerij door verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter terechtzitting heeft gemachtigde mr. M. Coenraad de vordering gewijzigd in die zin dat het schadebedrag op € 1.863,75, betreffende de inloopwaarde, wordt gesteld. Dit bedrag is inclusief € 450,- voor de kosten rechtsbijstand gevorderd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat aan de benadeelde partij door het hiervoor onder 1, 9de gedachtestreepje bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van € 1.413,75 en aan verdachte ter zake van dat feit een straf zal worden opgelegd en de vordering tot dit bedrag niet door de verdediging is weersproken, zal de rechtbank deze vordering tot een bedrag van € 1.413,75 toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening. De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedings-maatregel aangewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorts zal de rechtbank verdachte veroordelen in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken thans vastgesteld op € 450,-. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [benadeelde 11]
          </emphasis>
        </para>
        <para>Namens de benadeelde partij [benadeelde 11] vordert [aangever 7] een schadevergoeding van € 9.000,- ter zake van het onder 1, 10de gedachtestreepje, ten laste gelegde feit. Het schadebedrag omvat materiële schade ten gevolge van flessentrekkerij door verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft geconstateerd dat [aangever 7] namens [benadeelde 11] aangifte heeft gedaan ter zake flessentrekkerij alsmede dat hij namens de benadeelde partij het voegings-formulier heeft ingediend. Bij het voegingformulier ontbreekt echter essentiële informatie ten behoeve van de ontvankelijkheid van de vordering. Zo ontbreekt zowel een machtiging waaruit blijkt dat [aangever 7] bevoegd is namens [benadeelde 11] een voeging in te dienen, als een uittreksel van de Kamer van Koophandel. Nu niet vaststaat dat [aangever 7] bevoegd is namens de benadeelde partij op te treden voldoet de vordering niet aan de vereisten die de wet stelt om in het strafproces te worden meegenomen. De rechtbank dient de benadeelde partij daarom niet ontvankelijk te verklaren in haar vordering.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is echter van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting wel is gebleken dat aan de benadeelde partij door het hiervoor onder 1, 10de gedachtestreepje bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht tot een netto bedrag van € 7.438,02. Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het de rechtbank ambtshalve de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [benadeelde 12]
          </emphasis>
        </para>
        <para>Namens de benadeelde partij [benadeelde 12] vordert [aangever 8] een schadevergoeding van € 2.048,37 ter zake van het onder 1, 11de gedachtestreepje, ten laste gelegde feit. Het schadebedrag omvat materiële schade ten gevolge van flessentrekkerij door verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft geconstateerd dat [aangever 8] namens [benadeelde 12] aangifte heeft gedaan ter zake flessentrekkerij alsmede dat hij namens de benadeelde partij het voegingsformulier heeft ingediend. Bij het voegingformulier ontbreekt echter essentiële informatie ten behoeve van de ontvankelijkheid van de vordering. Zo ontbreekt zowel een machtiging waaruit blijkt dat [aangever 8] bevoegd is namens [benadeelde 12] een voeging in te dienen, als een uittreksel van de Kamer van Koophandel. Nu niet vaststaat dat [aangever 8] bevoegd is namens de benadeelde partij op te treden voldoet de vordering niet aan de vereisten die de wet stelt om in het strafproces te worden meengenomen. De rechtbank dient de benadeelde partij daarom niet ontvankelijk te verklaren in haar vordering.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is echter van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting wel is gebleken dat aan de benadeelde partij door het hiervoor onder 1, 11de gedachtestreepje bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht tot een netto bedrag van € 1.692,87. Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het de rechtbank ambtshalve de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [verhuurbedrijf 3]
          </emphasis>
        </para>
        <para>Namens [verhuurbedrijf 3] vordert [belanghebbende 7] een schadevergoeding van € 1.150,- ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit. Het schadebedrag omvat materiële schade ten gevolge van verduistering door verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vordering bestaat uit de posten ‘huur’ ad 500 euro, ‘jack’ ad  400 euro en ‘helm’ ad 150 euro. Verdachte heeft deze posten betwist. Voorts blijkt uit het dossier dat ook sprake is geweest van een borg voor de scooter, welk bedrag de thans gevorderde huur overstijgt. Het is de rechtbank dan ook niet duidelijk hoe de vordering zich daartoe verhoudt. Nader onderzoek naar deze claim levert naar oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op, zodat de benadeelde partij vordering niet-ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aangezien de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard zal de verdachte niet worden veroordeeld in de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt. Niet gebleken is dat verdachte (extra) kosten heeft gemaakt ten aanzien van de civiele vordering van [belanghebbende 8] . De rechtbank zal deze kosten vaststellen op nihil.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 57, 321, 326a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- spreekt de verdachte partieel vrij van de onder <emphasis role="underline">feit 1 het 2e, 6e, 8e en 13e</emphasis> gedachtestreepje ten laste gelegde onderdelen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf van 2 jaar</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- wijst de vorderingen van de hierna te noemen benadeelde partijen toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij de daarbij vermelde bedragen te betalen:</para>
    <para>- <emphasis role="bold">	  - [benadeelde 6]		€ 2.616,99 21 april 2015</emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="bold">	  - [benadeelde 7]		€ 2.910,46	2 mei 2015	</emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="bold">	  - [benadeelde 8]	€ 3.745,62 	14 september 2015	</emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="bold">	  - [benadeelde 9]  	€ 1.836,21	1 oktober 2015		</emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="bold">	  - [benadeelde 10]			€ 1.413,75	16 oktober 2015</emphasis></para>
    <para>	te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf de datum, genoemd bij bovenvermelde bedragen, tot aan de dag van de volledige voldoening </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partijen in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden voor de benadeelde partij <emphasis role="underline">[benadeelde 10] € 450,-</emphasis> en voor de <emphasis role="underline">overige benadeelde partijen nihil</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst de vorderingen af voor het overige;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen, bij niet betaling en verhaal te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:</para>
    <para>- <emphasis role="bold">	  - [benadeelde 6]	         € 2.616,99    36 dagen hechtenis	21 april 2015	</emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="bold">	  - [benadeelde 7]	         € 2.910,46    39 dagen hechtenis	2 mei 2015</emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="bold">	  - [benadeelde 8] € 3.745,62    47 dagen hechtenis	14 september 2015</emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="bold">	  - [benadeelde 9]         € 1.836,21    28 dagen hechtenis	1 oktober 2015</emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="bold">	  - [benadeelde 10] 		         € 1.413,75    24 dagen hechtenis	16 oktober 2015</emphasis></para>
    <para>met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf de datum, genoemd bij bovenvermelde bedragen, tot aan de dag van de volledige voldoening;</para>
    <para>- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;</para>
    <para />
    <para>- verklaart de benadeelde partijen <emphasis role="bold">[benadeelde 5]</emphasis>, <emphasis role="bold">[benadeelde 11] en [benadeelde 12]</emphasis>  niet-ontvankelijk in de vorderingen;</para>
    <para>- veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;</para>
    <para>- legt ambtshalve aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen, bij niet betaling en verhaal te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:</para>
    <para>- <emphasis role="bold">	  - [benadeelde 5] 	€ 6.977,-	69 dagen hechtenis		</emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="bold">	  - [benadeelde 11]		€ 7.438,02	72 dagen hechtenis</emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="bold">	  - [benadeelde 12]		€ 1.692,87	26 dagen hechtenis	</emphasis></para>
    <para>met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf de datum, genoemd bij bovenvermelde bedragen, tot aan de dag van de volledige voldoening;</para>
    <para>- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;</para>
    <para />
    <para>- verklaart de benadeelde partijen <emphasis role="bold">[benadeelde 3] , [benadeelde 1]</emphasis>  en <emphasis role="bold">[verhuurbedrijf 3]  </emphasis>niet-ontvankelijk in de vorderingen;</para>
    <para>- veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.V. Pelsser, voorzitter, mr. A.K. Kleine en mr. J.M.E. Kessels, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 2 juni 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>1. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 april 2015 tot en met 24 december 2015 te Zetten en/of te Den Bosch en/of te Uden en/of te Horst aan de Maas en/of te Arnhem en/of te Lansingerland en/of te Venlo en/of te Landard en/of te Ede en/of Mill en Sint Hubert en/of te Brummen en/althans (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- ( p. 45) een  hoeveelheid meubelen waaronder een bankstel, eetkamertafel, fauteuils  (ter waarde van in totaal ongeveer 6850 euro) in of omstreeks het tijdvak van 15 september 2015 tot en met 21 september 2015 te Sevenum, gemeente Horst aan de Maas en/of</para>
    <para />
    <para>- ( p. 78) een beveiligingscamera en/of andere goederen (ter waarde van in totaal ongeveer 724,61 euro en/of 127,90 euro en/of 97,38 euro) in of omstreeks het tijdvak van 30 oktober 2015 tot en met 6 november 2015 te Zwolle</para>
    <para />
    <para>- ( p. 107) een of meer koffiemachine(s) (ter waarde van 1350 euro en/of 1592 euro) in of omstreeks het tijdvak van 17 april 2015 tot en met 21 april 2015 te Arnhem</para>
    <para />
    <para>- ( p. 126) een  barbecue (merk Lujaba)(ter waarde van ongeveer 1299 euro) en/of een tafel (merk Lujaba) ter waarde van 1749 euro en/of een beschermhoes ter waarde van 55 euro en/of tuinmeubels ter waarde van 179 euro en/of Rookpellets ter waarde van 7,95 euro en/of Sweet Baby Ray's ter waarde van 7,95 euro en/of Premium Quality houtskool ter waarde van 9,99 euro en/of aanmaakblokjes ter waarde van 4,99 euro en/of potgrond ter waarde van 5,75 </para>
    <para>euro en/of Pokon hydrokorrels ter waarde van 12,95 euro en/of Polon boomsch. ter waarde van 10,95 euro en/of Orchideeënsubstraat ter waarde van 5,70 euro en/of een of meer malen planter twist ter waarde van 99,95 euro en/of 49,95 euro en/of Phalaenopsis ter waarde van 12,99 euro en/of oppotkosten ter waarde van 10 euro in of omstreeks het tijdvak van 30 april 2015 tot en met 2 mei 2015 te Venlo</para>
    <para />
    <para>- ( p. 1460) twee, althans één koffie automaat/automaten met toebehoren ter waarde van 4494,96 euro in om omstreeks het tijdvak van 24 juli 2015 tot en met 14 september 2015 te Zeeland, gemeente Landerd</para>
    <para />
    <para>- ( p. 177) een of meer dakraam/dakramen en/of een hoeveelheid  platen en/of hout in of omstreeks het tijdvak van 27 augustus 2015 tot en met 28 augustus 2015 in de gemeente Mill en Sint Hubert</para>
    <para />
    <para>- ( p. 189) twee keukenapparaten (een kookplaat merk Atag en/of een oven merk Atag) in of omstreeks het tijdvak van 30 september 2015 tot en met 1 oktober </para>
    <para>2015 te Brummen</para>
    <para />
    <para>- ( p. 228) een droogtrommel en/of een koelkast en/of een of meer  televisie(s) en/of een stereotoren en/of een of meer luidspreker(s) in of omstreeks het tijdvak van 10 oktober 2015 tot en met 14 november 2015 te Den Bosch </para>
    <para />
    <para>- ( p. 241) een tafel (ter waarde van ongeveer 1760 euro) in of omstreeks het tijdvak van 11 oktober 2015 tot en met 16 oktober 2015 te Beneden-Leeuwen, gemeente West Maas en Waal</para>
    <para />
    <para>- ( p. 255) een oven (merk bauknecht) en/of een of meer televisie(s) (merk Samsung) en/of een of meer wandsteun(en) en/of en droogtrommel en/of een wasmachine en/of een koelkast (ter waarde van ongeveer 9000 euro) in of omstreeks het tijdvak van 5 november 2015 tot en met 24 december 2015 te Zetten</para>
    <para />
    <para>- ( p. 268) een hoeveelheid geveldelen en/of dakrandpanelen inclusief toebehoren in of omstreeks het tijdvak van 18 november 2015 tot en met 21 november 2015 te Uden </para>
    <para />
    <para>- ( p. 282) een hoeveelheid lampen in of omstreeks het tijdvak van 1 november 2015 tot en met 7 december 2015 te Lansingerland; </para>
    <para />
    <para>- ( p. 292) een of meer autobanden in of omstreeks het tijdvak van 30 januari 2016 tot en met 8 februari 2016 te Almelo</para>
    <para />
    <para>2. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks het tijdvak van 08 augustus 2015 tot en met 9 oktober 2015 te Ede, althans in Nederland en/of Duitsland opzettelijk een Veda Scooter (MP3 voertuig) en/of een bestelbus ( [kenteken 3] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [verhuurbedrijf 3] en/of [naam dealer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, </para>
      <para>en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als huurder,</para>
      <para>wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_b2f536f6-66f8-46b4-a159-933cae97b0f5" label="1">
    <para> Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Limburg Basiseenheid Horst/Peel en Maas, proces-verbaalnummer PL2300-2015176295, gesloten d.d. 10 maart 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 339.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_26362639-0303-4975-b164-7d31de83acae" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte d.d. 21 september 2015, pagina 45-52.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a8e3177b-1ef9-42aa-a9a4-ee3350591c24" label="3">
    <para> Foto gevoegd bij de onder 2 genoemde aangifte, pagina 51.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f52e2b4b-49b4-4f8a-9fbd-4cae5b49dd21" label="4">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 oktober 2015, pagina 55-56.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d2ba0b15-b0a1-41dc-b017-1b5d63233551" label="5">
    <para> Proces-verbaal tonen selectie bij een meervoudige fotobewijsconfrontatie d.d. 3 november 2015, pagina 65-67.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_283bf445-6c8f-4006-bfe4-77d1d486b50a" label="6">
    <para> Proces-verbaal van aangifte d.d. 22 juni 2015, pagina 107-117.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aaa94354-c68e-4344-9eb9-bfbff9dc61f8" label="7">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d.15 februari 2016, pagina 330.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b222dfb9-8295-4e05-924d-f40d7f75ad07" label="8">
    <para> Proces-verbaal van aangifte d.d. 2 mei 2015, pagina 126-129.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_989f76c9-b284-4e48-8fe7-e5ae9588c01c" label="9">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen d.d.18 juni 2015 2015, pagina 130-138.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0b3ca94a-b396-462c-8091-1b8f776e47f1" label="10">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d.15 februari 2016, pagina 330-331.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ae5ff0fb-eab6-4b0a-a4f8-1d246fb55182" label="11">
    <para> Proces-verbaal van aangifte d.d. 14 september 2015, pagina 146-156.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c2d19f2a-335e-4e10-8cc9-0bf79438d849" label="12">
    <para> Geschrift met als opschrift ‘ [benadeelde 8] , d.d. 22 juli 2015, pagina 152</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d51e0cda-fd03-40b9-8de1-e9b93a5aa55a" label="13">
    <para> Proces-verbaal tonen selectie bij een meervoudige fotobewijsconfrontatie d.d. 14 januari 2016, pagina 163-165 in combinatie met et proces-verbaal van meervoudige fotobewijsconfrontatie d.d. 11 februari 2016, pagina 158-162.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_022c347a-e4f0-456b-9207-7c9faef61647" label="14">
    <para> Proces-verbaal van aangifte d.d. 6 oktober 2015, pagina 189-194.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b1a71b48-319b-4aeb-b65f-b92db89bdce0" label="15">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 oktober 2015, pagina 195.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_14b5b303-ad3f-4472-b0fe-331e8bc0efd2" label="16">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 november 2015, pagina 199-200, in combinatie met et proces-verbaal van meervoudige fotobewijsconfrontatie d.d. 5 november 2015, pagina 201-204.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0160249f-65d3-47f3-aaf8-1ea66bbd67ef" label="17">
    <para> Proces-verbaal van aangifte d.d. 6 oktober 2015, pagina 189-194.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_adbb4eb1-2f0f-4ccd-83d1-5348b4496ba2" label="18">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 december 2015, pagina 253-254.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_341a1e25-3cd2-482a-84eb-5c62959cedfd" label="19">
    <para> Proces-verbaal van aangifte d.d24 december 2015, pagina 255-265.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c93e9a38-53f5-4175-a5cd-a0b2d528e69f" label="20">
    <para> Pagina 265.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_24de6b18-fa72-4ac4-9174-799df2d3eb6f" label="21">
    <para> Proces-verbaal d.d. 29 december 2015, pagina 266-267. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_da3035bd-2066-416b-965a-12062088837c" label="22">
    <para> Proces-verbaal van aangifte d.d. 1 december 2015, pagina 268-280.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7ae5b84d-84de-4707-9144-b2d6c4426f7e" label="23">
    <para> Geschrift met als opschrift “Contantfactuur” d.d. 26 november 2015, pagina 273.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_398304d9-ce38-43fe-98df-43b9f006a8d9" label="24">
    <para> Pagina 271.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_91cb979e-7eeb-4f6e-ba7e-af32a3605f19" label="25">
    <para> Proces-verbaal d.d. 15 december 2015, pagina 281.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_babc0bbb-7c13-45f8-ab5e-6c1d08ec2312" label="26">
    <para> Proces-verbaal van aangifte d.d. 7 december 2015, pagina 282-285.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_436c2bd1-2716-496f-9755-b3b79a7f0100" label="27">
    <para> Proces-verbaal d.d.29 december 2015, pagina 286-291, pagina 130-138.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1c7fca31-3deb-4c5f-99b4-75040aabdb5d" label="28">
    <para> Proces-verbaal van verdenking d.d. 10 maart 2016, pagina 44.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_00504e42-ef48-414d-88c2-a18dbc8e0fb6" label="29">
    <para> Proces-verbaal van aangifte d.d. 18 augustus 2015, pagina 166-168.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1ede9047-1353-4d91-8eb5-81d1eac45ad4" label="30">
    <para> Proces-verbaal d.d. 15 december 2015, pagina 176.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9d7127d0-8d18-4f62-8731-7cea30c2f64b" label="31">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 15 februari 2016, pagina 333-334.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_880aba00-c086-4625-afa6-a84489cac68c" label="32">
    <para> Geschrift zijnde de vertaling van de ‘Strafanzeige’ d.d. 9 oktober 2015, pagina 213-214.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d9f84d65-721c-481e-b02a-b349816f2300" label="33">
    <para> Geschrift inhoudende de vertaling van e-mailverkeer, pagina 223-227.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>