<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2015:6535</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T22:28:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-07-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/866094-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2015:6535">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2015:6535</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-07-30T13:19:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2015:6535 Rechtbank Limburg , 30-07-2015 / 03/866094-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2015:6535:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Valkenburgse zedenzaak. Verdachte wordt veroordeeld voor het plegen van ontucht met een zestienjarige meisje dat zich beschikbaar had gesteld tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling. Taakstraf van 150 uren (subs. 75 dagen vervangende hechtenis) en onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 1 dag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2015:6535:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 03/866094-15</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak (gemachtigde raadsman)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 30 juli 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboortedatum en plaats 1] ,</para>
      <para>wonende te [adres en woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman is mr. H.C. Ingelse, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 juli 2015, waarbij de officier van justitie en de raadsman hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Het onderzoek ter terechtzitting is op 16 juli 2015 gesloten.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat een persoon tegen betaling seksuele handelingen heeft verricht met verdachte terwijl die persoon de leeftijd van zestien jaren maar nog niet die van achttien jaren had bereikt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officieren van justitie achten het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman refereert zich voor wat betreft de bewezenverklaring aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
        </para>
        <para>In het kader van de vermissing van [slachtoffer] werd verbalisant [verbalisant] op 14 oktober 2014 tweemaal telefonisch benaderd door [naam vader] , de vader van [slachtoffer] . In het tweede gesprek deelde de vader mede dat zijn dochter mogelijk in [hotel 1] of [hotel 2] zou verblijven en dat er foto’s van haar op een internetsite stonden genaamd [naam website] . [naam website] is een site waar prostitutiediensten worden aangeboden.</para>
        <para>Verbalisant [verbalisant] bezocht de site [naam website] en trof foto’s aan van een vrouwelijk persoon die adverteerde onder de naam [alias 1] . De vader van [slachtoffer] bevestigde dat op deze foto’s inderdaad zijn dochter te zien was.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Redengevende feiten en omstandigheden</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_dfc6cb0a-c262-4b5f-8d76-bdddde2bbeaf" />
        </para>
        <para>Op 14 oktober 2014 observeert een observatieteam het appartementencomplex behorende bij het [hotel 1] . Gezien wordt dat een jongeman, die wordt herkend als [betrokkene] , op verschillende tijdstippen verschillende mannen de toegang biedt via de algemene toegangsdeur van het appartementencomplex. Verder wordt gezien dat op de derde verdieping van het complex een blonde jonge vrouw, die herkend wordt als [slachtoffer]<footnote-ref linkend="_49209061-0333-4249-af26-2d3cf32e0c26" />, even door een raam kijkt. Op 14 oktober 2014 wordt [betrokkene] in de badkamer van het appartement aangehouden. In de wasbak van het appartement ligt een witte Iphone 4. [slachtoffer] ( [geboortedatum en plaats 2] )<footnote-ref linkend="_199aed31-35b8-48c9-abc0-8c75e2df295d" /> en een andere man worden tevens in hetzelfde appartement aangehouden.<footnote-ref linkend="_99ebf9f9-a217-461f-ab94-89bedfbab233" /> [slachtoffer] verklaart dat ze gemiddeld 4 à 5 klanten per dag heeft gehad in de periode 29 september 2014 tot en met 14 oktober 2014.<footnote-ref linkend="_b2dfcf72-b3e3-4b74-a456-88944d854d2a" /> Zij verklaart verder dat de witte I-phone haar werktelefoon was.<footnote-ref linkend="_fd5b8f5b-2b33-4893-bda1-06bb2dc41cd7" /> De inbeslaggenomen werktelefoon wordt door de politie onderzocht. In de telefoon zijn meerdere telefoonnummers opgeslagen en een daarvan onder de naam [alias 2] . Uit een CIOT bevraging<footnote-ref linkend="_416cc021-2e7b-45d0-aa9c-4d6e46fcc927" /> blijkt dit telefoonnummer op naam te zijn gesteld van het bedrijf van verdachte. Verdachte bevestigt tijdens zijn verhoor bij de politie dat het telefoonnummer zijn telefoonnummer betreft.<footnote-ref linkend="_2a7220a7-24ef-4152-a8e7-55934f4ee0aa" />Uit het onderzoek naar het nummer van verdachte wordt opgemaakt dat op 10 oktober 2014 het nummer van verdachte binnenkomt op een zendmast welke direct valt onder de locatie van hotel / appartementencomplex [hotel 1] .<footnote-ref linkend="_7a2b6057-3767-4628-8424-b4caf8c9bd26" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft verklaard<footnote-ref linkend="_103d5d38-e3a2-442a-a313-8d062cf12be1" /> kort zakelijk weergegeven:</para>
        <para>Ik ben naar Valkenburg gegaan. Ik wilde een erotische massage. De afspraak was in een appartementencomplex naast een hotel. Ik betaalde aan haar € 100,-. Zij trok mijn lul af met haar handen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht gelet op de bewijsmiddelen het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen op de wijze als vermeld onder 3.4.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat de verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 10 oktober 2014 te Valkenburg, gemeente Valkenburg aan de Geul, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] , [geboortedatum en plaats 2] die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt, bestaande die ontucht uit</para>
        <para>- het doen aanraken van en/of doen wrijven over en/of doen trekken aan zijn, verdachtes penis door die [slachtoffer] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>ontucht plegen met iemand die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien maar nog niet van achttien jaren heeft bereikt </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Onschuldpresumptie en Afwezigheid van alle schuld?</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat de aan artikel 248b van het Wetboek van Strafrecht ten grondslag liggende risicoaansprakelijkheid strijdig is met de onschuldpresumptie van artikel 6, tweede lid, van het EVRM. Een beroep op de schulduitsluitingsgrond ‘afwezigheid van alle schuld’ sluit de wetgever alsmede de rechtbank in feite uit.</para>
      <para>De raadsman heeft vervolgens aangevoerd dat verdachte verontschuldigbaar heeft gedwaald met betrekking tot de leeftijd van het slachtoffer. De verdediging heeft daarmee een beroep gedaan op afwezigheid van alle schuld. De rechtbank overweegt omtrent de verweren het volgende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt bij de beoordeling van de verweren voorop dat de strekking van artikel 248b van het Wetboek van Strafrecht ziet op het tegengaan van kinderprostitutie, waarbij de minderjarigheid een geobjectiveerd bestanddeel vormt. Dit bestanddeel is bewezen als objectief komt vast te staan dat de minderjarige tussen de 16 en 18 jaar oud was. De leeftijd is als geobjectiveerd bestanddeel in dit wetsartikel (en in andere wetsartikelen betreffende de zeden) opgenomen ter bescherming van minderjarigen. De wetgever geeft hiermee het grote belang aan dat hij hecht aan de bescherming van minderjarigen in zedenzaken. De wetenschap bij verdachte van de leeftijd van het meisje is voor een bewezenverklaring niet van belang. Dat laat onverlet dat verdachte een verweer kan voeren daar waar het zijn strafbaarheid betreft. Anders dan de raadsman heeft gesteld is een beroep op een schulduitsluitingsgrond niet uitgesloten. Het verweer ter zake zal reeds daarom worden verworpen. </para>
      <para>Een beroep op afwezigheid van alle schuld, dat wil zeggen op het ontbreken van alle strafrechtelijke relevante verwijtbaarheid, zal, naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, alleen in uitzonderlijke gevallen kunnen slagen. Op grond daarvan had verdachte de verplichting om zeer gedegen onderzoek te doen naar de leeftijd van het slachtoffer. Dat verdachte heeft gereageerd op een advertentie op een legale website maakt niet dat verdachte zomaar van de juistheid van de informatie op die website mag afgaan. Het ontslaat hem er in elk geval niet van gedegen onderzoek naar de leeftijd te verrichten. Op de vraag: ‘Hoe oud was het meisje?’  heeft verdachte geantwoord: ‘Weet ik niet. Daar hebben wij niet over gesproken’. Nu niet is gebleken dat verdachte zich op enigerlei wijze heeft ingespannen om zekerheid te krijgen over de precieze leeftijd van de minderjarige en uitsluitend genoegen nam met de in de advertentie vermelde leeftijd van 18 jaar, is er reeds daarom geen sprake van afwezigheid van alle schuld en wordt het verweer verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De straf </title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden. De officier van justitie heeft hiertoe gewezen op de impact van jeugdprostitutie voor het individuele slachtoffer en de massaliteit van dit verschijnsel. Uit informatie van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Misbruik tegen Kinderen blijkt er in 2014 sprake van 300 mogelijke slachtoffers van jeugdprostitutie met de Nederlandse nationaliteit. Op 1 juni 2015 is een Richtlijn van Strafvordering art 248b SR in werking getreden, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen 2 categorieën. Categorie 1 betreft ontucht zonder seksueel binnendringen van het lichaam, categorie 2 ontucht met seksueel binnendringen van het lichaam. Voor categorie 1 geldt een bandbreedte van 1 tot 6 maanden gevangenisstraf; voor categorie 2 van 6 tot 15 maanden gevangenisstraf.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging wijst op de jurisprudentie van de afgelopen jaren in vergelijkbare zaken en stelt zich op het standpunt dat het opleggen van een gevangenisstraf voor één dag in combinatie met een taakstraf van 120 uur een passende sanctie vormt. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte maakt deel uit van de groep jeugdprostitutieklanten die terecht staat in de ‘Valkenburgse zedenzaak’. De rechtbank realiseert zich dat deze zaak een grote impact heeft op de levens van àlle betrokkenen. In de eerste en voornaamste plaats op dat van het minderjarige slachtoffer en haar naasten. Dat verwoordt zij ook in haar slachtofferverklaring. Daarnaast heeft de zaak van begin af aan kunnen rekenen op bijzonder veel publiciteit. De rechtbank kan zich voorstellen dat dit ook belastend is voor de verdachten en hun directe omgeving, althans voor zover die door verdachten op de hoogte is gebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hebben van seks met een minderjarige prostituee is strafbaar gesteld in artikel 248b van het Wetboek van Strafrecht. Hierin staat de bescherming van minderjarigen centraal. Zij moeten kunnen opgroeien in een omgeving waar zij zich veilig kunnen ontwikkelen, ook op seksueel gebied. Gezien hun jeugdige leeftijd kan van hen niet worden verwacht dat zij zelf voldoende in staat zijn hun seksuele integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Jeugdprostitutie is een ernstig zedendelict. De grote hoeveelheid mannen (enkele tientallen) die in een relatief korte periode van tien dagen in een hotelkamer tegen betaling seks hadden met een meisje van 16 jaar, maakt deze zaak qua omvang extra zorgwekkend. De rechtbank benadrukt in dit verband echter dat zij bij het bepalen van de straf bij iedere verdachte afzonderlijk moet beoordelen welk verwijt hem individueel kan worden gemaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bewezenverklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het gebruik maken van de diensten van een minderjarige prostituee. Daarbij is geen sprake geweest van het seksueel binnendringen van het lichaam van de minderjarige. De verdachte heeft door zijn handelen de lichamelijke integriteit en de psychische staat van de minderjarige in ernstige mate geschonden en bijgedragen aan het in stand houden van jeugdprostitutie. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor jeugdprostitutie is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt. De rechtbank vindt die in elk geval op haar plaats als de verdachte bewust ontucht wilde plegen met een minderjarige. De rechtbank houdt er echter rekening mee dat uit het strafdossier niet kan worden afgeleid dat verdachte bewust op zoek was naar een seksafspraak met een meisje dat jonger was dan 18 jaar. Hij reageerde op een advertentie op een website waar bij het profiel van het meisje de leeftijd van 18 jaar stond vermeld. Daarvan had verdachte zich echter moeten vergewissen, Dat heeft hij nagelaten en zo is hij in werkelijkheid terechtgekomen bij het minderjarige slachtoffer en daarvoor draagt hij verantwoordelijkheid. Zonder ook maar iets af te doen aan de ernst van het strafbare feit en de gevolgen voor het slachtoffer, is het verwijt dat verdachte kan worden gemaakt beperkter dan in het geval dat hij wel bewust op zoek was gegaan naar een minderjarige of wist dat zij minderjarig was. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat dat verdachte een blanco strafblad heeft en dat de reclassering het recidiverisico inschat als laag. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank anders dan de officier van justitie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een te zware strafmodaliteit. De rechtbank is in overeenstemming met uitspraken in vergelijkbare zaken van oordeel dat een taakstraf al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf het meest passend is. Op grond van het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht is deze strafmodaliteit voor jeugdprostitutie echter niet meer mogelijk. Artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht sluit immers uit dat de rechtbank (onder meer) voor dit feit niet kan volstaan met het opleggen van een enkele taakstraf. Daarom zal de rechtbank kiezen voor een in haar ogen minder bevredigende oplossing, namelijk een gevangenisstraf voor de duur van één dag in combinatie met een taakstraf. Tegen een dergelijk gecombineerde straf verzet artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht zich niet.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het bepalen van de hoogte van de taakstraf betrekt de rechtbank in strafverzwarende zin verdachte’s houding. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat verdachte tijdens zijn politieverhoren in eerste instantie veel heeft gedraaid en ongeloofwaardige verklaringen heeft afgelegd. Daarnaast is verdachte ondanks herhaaldelijke uitnodigingen en toezeggingen van zijn kant, nooit verschenen op een afspraak bij de reclassering om een reclasseringsrapport op te laten maken waardoor er nauwelijks inzicht is verkregen in verdachte’s beweegredenen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal niet meegaan met het verzoek van de raadsman om in strafverminderende zin rekening te houden met de grote mate van publiciteit over de Valkenburgse zedenzaak. De rechtbank doet dit niet omdat in dit geval niet is gebleken dat de naam of persoon van verdachte in het nieuws is geweest op een wijze waardoor hij concreet schade heeft opgelopen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit alles brengt mee dat de rechtbank een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van één dag in combinatie met een taakstraf van 150 uur. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de benadeelde partij</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde partij [slachtoffer] vordert primair een bedrag aan immateriële schade van</para>
        <para>€ 2.500,00 terzake van het tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit. Subsidiair vordert de benadeelde partij dat alle verdachten - die zich dienen te verantwoorden voor hun gedrag ten opzichte van het slachtoffer - moeten opkomen voor één en hetzelfde bedrag te weten een bedrag van € 25.000,00. Meer subsidiair verzoekt de benadeelde partij dat de rechtbank een smartengeld bedrag naar redelijkheid en billijkheid vaststelt.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat een bedrag van € 2.500,00 dient te</para>
        <para>worden toegewezen, zoals primair gevorderd. Tevens dient de schadevergoedingsmaatregel</para>
        <para>te worden opgelegd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman stelt zich op het standpunt dat de verdachte zich niet verzet tegen een bepaalde financiële genoegdoening. Een vergoeding van € 1.000,00 acht verdachte wel op zijn plaats.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank begrijpt de vordering tot vergoeding van de immateriële schade aldus dat deze is gebaseerd op een onrechtmatige daad die verdachte jegens het slachtoffer </para>
        <para>
          [slachtoffer] heeft gepleegd. De rechtbank oordeelt hierover als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de vordering tot vergoeding van nadeel dat niet in vermogensschade bestaat overweegt de rechtbank dat de Nederlandse wet een restrictief stelsel kent ten aanzien van het toekennen van een dergelijke vergoeding. Artikel 6:106 Burgerlijk Wetboek geeft daartoe een limitatieve opsomming. Het recht op vergoeding van immateriële schade bestaat slechts voor zover de wet hierop een aanspraak geeft. Uit het eerste lid onder b van voormeld artikel volgt dat voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, de benadeelde recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding, indien de benadeelde (onder meer) in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat een ernstige inbreuk is gemaakt op de integriteit en de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] , waardoor zij in haar persoon is aangetast. Zij heeft immers de meerderjarige verdachte afgetrokken. Hiervoor is niet nodig dat ook psychische schade is vastgesteld. Aldus staat genoegzaam vast dat aan de benadeelde partij door het hiervoor bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks schade is toegebracht. De verdachte zal voorts ter zake van dit feit een straf worden opgelegd. De rechtbank stelt met inachtneming van alle omstandigheden van dit geval de door de benadeelde partij [slachtoffer] tot aan het moment van de zitting geleden immateriële schade naar billijkheid vast op <emphasis role="bold">€ 1.000,00</emphasis>. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige in haar vordering tot vergoeding van de immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag, <emphasis role="bold">groot € 1.000,00</emphasis>, tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 24c, 36f en 248b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de verdachte strafbaar;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt de verdachte voor het feit tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 1 dag</emphasis><emphasis role="italic">;</emphasis></para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte voor het feit tot een taakstraf voor de duur van <emphasis role="bold">150 uren</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van <emphasis role="bold">75 dagen</emphasis>;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst de vordering voor wat betreft de immateriële schade van de benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer]</emphasis> gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen <emphasis role="bold">€ 1.000,00 als schade tot aan de zitting geleden</emphasis>; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer]</emphasis> voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering ten aanzien van de overig gevorderde immateriële schade;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat zij het gedeelte van haar vordering dat niet-ontvankelijk is verklaard slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer <emphasis role="bold">[slachtoffer]</emphasis>, van <emphasis role="bold">€ 1.000,00</emphasis>, bij niet betaling en verhaal te vervangen door  </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>
      <emphasis role="bold">20 dagen</emphasis>hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;</para>
    <para>- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Goessen, voorzitter, mr. J. Wöretshofer en </para>
      <para>mr. L. Feuth, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Penders, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op <emphasis role="bold">30 juli 2015</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. L. Feuth is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 10 oktober 2014, in elk geval in de periode van 29 september 2014 tot en met 14 oktober 2014 te Valkenburg, gemeente Valkenburg aan de Geul, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt, bestaande die ontucht uit</para>
    </parablock>
    <para>- het doen aanraken van en/of doen wrijven over en/of doen trekken aan zijn, verdachtes penis door die [slachtoffer] .</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_dfc6cb0a-c262-4b5f-8d76-bdddde2bbeaf" label="1">
    <para>De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering in de voor eensluidend afschrift gewaarmerkte kopie van het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de politie Eenheid Limburg opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2014119064 d.d. 18 mei 2015 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_49209061-0333-4249-af26-2d3cf32e0c26" label="2">
    <para>Proces-verbaal van observatie d.d. 16 oktober 2014, doorgenummerde dossierpagina's 31 t/m 33.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_199aed31-35b8-48c9-abc0-8c75e2df295d" label="3">
    <para>Proces-verbaal van het informatief gesprek mensenhandel d.d. 14 oktober 2014, doorgenummerde dossierpagina 35</para>
    <para>(verificatie personalia).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_99ebf9f9-a217-461f-ab94-89bedfbab233" label="4">
    <para>Proces-verbaal van bevindingen betreden [adres] d.d. 15 oktober 2015, doorgenummerde</para>
    <para>dossierpagina's 71 en 72.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b2dfcf72-b3e3-4b74-a456-88944d854d2a" label="5">
    <para>Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] d.d. 11 maart 2015, doorgenummerde dossierpagina 64-65.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fd5b8f5b-2b33-4893-bda1-06bb2dc41cd7" label="6">
    <para>Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] d.d. 4 december 2014, doorgenummerde dossierpagina 51.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_416cc021-2e7b-45d0-aa9c-4d6e46fcc927" label="7">
    <para>Proces-verbaal van bevindingen artikel 27 WvSv verdenking [verdachte] d.d. 10 februari 2015, doorgenummerde</para>
    <para>dossierpagina 316.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2a7220a7-24ef-4152-a8e7-55934f4ee0aa" label="8">
    <para>Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 2 maart 2015, doorgenummerde dossierpagina 326.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7a2b6057-3767-4628-8424-b4caf8c9bd26" label="9">
    <para>Proces-verbaal van bevindingen artikel 27 WvSv verdenking [verdachte] d.d. 10 februari 2015, doorgenummerde</para>
    <para>dossierpagina 315.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_103d5d38-e3a2-442a-a313-8d062cf12be1" label="10">
    <para>Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 2 maart 2015, doorgenummerde dossierpagina 331-332.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>