<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2015:3032</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-04-13T16:35:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-03-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C03/ 203563 HA RK 15-49</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2015:3032">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2015:3032</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-04-13T16:14:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-04-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2015:3032 Rechtbank Limburg , 17-03-2015 / C03/ 203563 HA RK 15-49</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2015:3032:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Samenstelling wrakingskamer conform wettelijke regeling en wrakingsprotocol</para>
        <para>Overigens geen gronden</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2015:3032:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6b6807fb-d8d1-4ef6-8fc3-7a1b19cb6f3a" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="376b7512-2849-4650-ac3a-7cb953f997ad" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: C03/ 203563 HA RK 15-49</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats], hierna verzoeker, </para>
      <para>gemachtigde: F.P.A. Vries.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>strekkende tot wraking van de wrakingskamer bestaande uit </para>
      <para>mr. R.M.M. Kleijkers, mr. M.B.T.G. Steeghs en mr. P. Hoekstra, hierna de rechters. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens de zitting op 9 maart 2015 in de zaak C03/202416 HA RK 15-34 waarin het verzoek tot wraking van verzoeker tegen mr. Schreurs-van de Langemheen werd behandeld heeft verzoeker een verzoek tot wraking gedaan van de voltallige wrakingskamer belast met de behandeling van de zaak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechters hebben de wrakingskamer in een korte reactie op 17 maart 2015 bericht dat zij niet berusten in het verzoek tot wraking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Standpunt van verzoeker </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker stelt zich op het standpunt dat de onpartijdigheid van de wrakingskamer van het gerecht Roermond in het geding is omdat de rechters van de wrakingskamer van Roermond in collegiale verhouding omgaan met de kantonrechter van wie de wraking is verzocht van het gerecht Roermond. Hij vindt het wenselijk om de wrakingsprocedure te laten behandelen door een ander gerecht om alle schijn van partijdigheid te voorkomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wraking is het middel dat partijen ten dienste staat om het hun - onder meer ingevolge artikel 6 lid 1 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden - toekomende recht op rechterlijke onpartijdigheid af te dwingen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daartoe bepaalt artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv kan in de eerste plaats sprake zijn in verband met de persoonlijke instelling en overtuiging van de rechter (partijdigheid in subjectieve zin). Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat de rechter krachtens zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een partij enige vooringenomenheid koestert. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast is wraking mogelijk als controleerbare feiten en omstandigheden, los van de persoonlijke instelling en het gedrag van de rechter, een partij grond geven te vrezen dat de rechter niet onpartijdig is (partijdigheid in objectieve zin). In dat verband zijn de schijn van partijdigheid en de overtuiging van verzoeker weliswaar relevant, maar doorslaggevend is of de twijfel aan de onpartijdigheid objectief gerechtvaardigd is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft betoogd dat de onpartijdigheid van de rechters van de wrakingskamer in het geding is omdat zij als rechters van de rechtbank Limburg, locatie Roermond in collegiale verhouding omgaan met de rechter van wie de wraking is verzocht van diezelfde rechtbank. Verzoeker heeft daarmee gedoeld op de hiervoor omschreven partijdigheid in objectieve zin.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer overweegt dat de wrakingsprocedure zijn grondslag vindt in de wet, in de artikelen 36 tot en met 41 Rv. Daarin wordt ook de te volgen procedure geregeld, evenals de taken en de bevoegdheden van de wrakingskamer en de partijen in dit kader. Artikel 39 Rv bepaalt dat het verzoek tot wraking wordt behandeld in een meervoudige kamer waarin de gewraakte rechter geen zitting heeft. Uitgangspunt van de wet is dat een wrakingsverzoek in het eigen gerecht wordt behandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In paragraaf 5 van het wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg is bepaald dat de leden van de wrakingskamer zo veel mogelijk afkomstig zijn uit verschillende afdelingen of teams. Voorts wordt de wrakingskamer op zodanige wijze samengesteld dat een van de leden werkzaam is in het rechtsgebied waarin de kwestie die tot wraking geleid heeft, zich voordeed. Met deze regels wordt beoogd dat de leden van de wrakingskamer voldoende afstand hebben tot de gewraakte rechter en dat toch voldoende expertise beschikbaar is ten aanzien van de procedure waarin het wrakingsverzoek is gedaan.</para>
      <para>Nu de rechters afkomstig zijn uit verschillende teams en van de wrakingskamer een kantonrechter deel uitmaakt, is de onderhavige kamer conform de voorschriften en hun doel samengesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Conform artikel 5.5 van het wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg kan in zeer bijzondere gevallen worden overwogen de zaak te laten behandelen door een wrakingskamer van een ander gerecht. Dat in deze zaak sprake is van een dergelijk bijzonder geval heeft de verzoeker niet gesteld noch onderbouwd en de wrakingskamer ziet ook ambtshalve geen aanknopingspunten dat daarvan sprake zou zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat zowel de wet als de voorschriften van het wrakingsprotocol zijn gevolgd en overigens geen gronden voor de wraking zijn aangevoerd, komt de wrakingskamer tot het oordeel dat het verzoek tot wraking van de rechters uit de wrakingskamer kennelijk ongegrond is en dus moet worden afgewezen. De wrakingskamer ziet om die reden geen aanleiding het wrakingsverzoek ter openbare zitting te behandelen en zal daarom zonder zitting op het verzoek beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-  wijst het verzoek tot wraking van mrs. Kleijkers, Steeghs en Hoekstra af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. P.H.M. Kuster, voorzitter, mr. W.E. Elzinga en F.A.G.M Vluggen, leden, in aanwezigheid van mr. M.J.W.D. Janssen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>