<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2015:10868</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T07:54:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-12-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-12-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">4658381 CV EXPL 15-12073</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR 2015/2716</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2015:10868">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2015:10868</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-12-30T10:02:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2015:10868 Rechtbank Limburg , 21-12-2015 / 4658381 CV EXPL 15-12073</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2015:10868:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering in kort geding tot ontruiming van gehuurde woonruimte en tot betaling huurachterstand, rente en boete afgewezen. Volgens de huurovereenkomst is VOF de verhuurder. Niet is komen vast te staan dat eisers (de voormalige vennoten van de VOF) de rechtsopvolgers van de VOF zijn.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2015:10868:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Burgerlijk recht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 4658381 CV EXPL 15-12073</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter van 21 december 2015  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser sub 1]</title>
    <parablock>
      <para>en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [eiseres sub 2]</emphasis>
      </para>
      <para>beiden wonend te [woonplaats 1]</para>
      <para>eisende partijen,</para>
      <para>gemachtigde mr. R.C.C.M. Nadaud </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonend [adres]</para>
      <para>gedaagde partij</para>
      <para>
        [woonplaats 2]  </para>
      <para>gemachtigde mr. J.J.M. Heuvelmans</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser] (in mannelijk enkelvoud) en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met producties</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de door mr. Heuvelmans voornoemd op 18 december 2015 ingediende producties </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling op 21 december 2015, waarbij door mr. Heuvelmans voornoemd een pleitnota en de reeds eerder door hem ingediende producties zijn overgelegd. Ter zitting heeft de kantonrechter het verzoek van mr. Nadaud om de door mr. Heuvelmans ingediende producties buiten beschouwing te laten, afgewezen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 10 april 2009 heeft [gedaagde] met de vennootschap onder firma [naam vof] v.o.f. te Heerlen (hierna: de vof) een huurovereenkomst gesloten op grond waarvan [gedaagde] de woning (een appartement) aan het adres [adres] te [woonplaats 2] van de vof huurt met ingang van 10 april 2009.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] woont thans in de woning samen met (in ieder geval) haar moeder en haar oudste broer. In de woning is slechts één slaapkamer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De vof bestaat niet meer en is op 8 december 2013 uitgeschreven uit het Handelsregister.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij brief van 12 november 2015 heeft mr. Nadaud namens de vof [gedaagde] gesommeerd tot betaling van een huurachterstand van € 3.511,27 voorts is zij gesommeerd te bewerkstelligen dat zij de woning enkel met haar partner bewoont.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert (samengevat) [gedaagde] te veroordelen om de woning te ontruimen en te verlaten en om de huurachterstand (met contractuele rente) alsmede de overeengekomen boete te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Ter zitting heeft [eiser] de gevorderde huurachterstand met € 525,00 verminderd omdat dit bedrag betrekking heeft op de huur van mei 2009 en hij heeft erkend dat dit onderdeel van de vordering is verjaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [eiser] stelt dat de huurachterstand (minus het bedrag van € 525,00) waarvan hij thans betaling vordert € 3.536,52 bedraagt. De gevorderde ontruiming baseert hij op de stelling dat [gedaagde] door het laten oplopen van de huurachterstand is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting tot betaling van de huurpenningen. Voorts stelt [eiser] dat [gedaagde] de woning bewoont met haar partner, haar moeder en haar broer, dat de woning hierdoor “uitgewoond” wordt en dat de woning volgestouwd is met dozen hetgeen brandgevaar en gevaar voor de constructie van het gebouw oplevert. Ook dit heeft [eiser] aan de gevorderde ontruiming ten grondslag gelegd. De gevorderde rente baseert [eiser] op art. 20 lid 2 van de volgens hem toepasselijke algemene voorwaarden . De boete grondt [eiser] op art. 3 lid 1 van de huurovereenkomst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft verweer gevoerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen zal, voor zover relevant, in de navolgende beoordeling ingegaan worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft primair het verweer gevoerd dat niet is komen vast te staan dat [eiser] verhuurder van de woning is. Dit verweer slaagt. Tussen partijen is niet in geschil dat de vof niet meer bestaat. [gedaagde] heeft met de vof de huurovereenkomst gesloten en niet met [eiser] in persoon. Het is derhalve aan [eiser] om (voldoende onderbouwd) te stellen dat en waarom hij de rechtsopvolger is van de vof, althans dat hij in de huidige situatie is aan te merken als verhuurder van de betreffende woning. Het enkele gestelde gegeven dat [eiser] in het verleden vennoot was van de vof is daarvoor onvoldoende. Omdat [eiser] in dit kort geding niet voldoende aannemelijk heeft weten te maken dat hij (de opvolgend) verhuurder is, moet reeds om die reden zijn vordering afgewezen worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Als de in het ongelijk gestelde partij zal [eiser] worden veroordeeld tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 600,00 salaris gemachtigde.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] tot betaling van de kosten van dit geding, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 600,00.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.E. Elzinga en is in het openbaar uitgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>