<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2014:4148</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T22:50:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-05-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/529</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>O&amp;A 2014/71</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2014:4148">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2014:4148</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-05-06T15:50:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2014:4148 Rechtbank Limburg , 06-05-2014 / 13/529</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2014:4148:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>kosten rijbewijs-procedure worden niet vergoed ex artikel 591a Sv. Zie 2013:4200, welke uitspraak bevestigd is door het hof.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2014:4148:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rekestnummer	: 13/529</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de enkelvoudige raadkamer van de rechtbank Limburg op het verzoekschrift ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering van</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam] (verzoeker),</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [adres 2],</para>
      <para>wonende te [adres 1].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van het verzoekschrift</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van € 302,50 voor de kosten van een raadsvrouw.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verzoeker stelt deze kosten te hebben gemaakt in het kader van een klaagschriftprocedure ex artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: ‘WVW’).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>2</nr>De procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift is op 19 november 2013 ter griffie van deze rechtbank ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft onderhavig verzoekschrift op 22 april 2014 in openbare raadkamer behandeld. De rechtbank heeft toen de verzoeker en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Standpunten der partijen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de declaratie van de raadsvrouw niet kan worden afgeleid dat deze betrekking heeft op de klaagschriftprocedure ex artikel 164 WVW. De officier van justitie heeft derhalve primair gesteld dat de behandeling dient te worden aangehouden zodat het verzochte bedrag nader kan worden gespecificeerd. De officier van justitie heeft zich subsidiair gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft gepersisteerd bij zijn verzoekschrift.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Op 17 oktober 2013 is bij de rechtbank een klaagschrift ingediend gericht tegen de invordering van het rijbewijs van verzoeker. Dit klaagschrift is op 29 oktober 2013 gegrond verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De rechtbank is bevoegd en het verzoekschrift is tijdig ter griffie ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Zijdens verzoeker is verzocht om vergoeding van de kosten van een raadsman ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten hebben betrekking op de klaagschriftprocedure ex artikel 164, achtste lid van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Artikel 591a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering luidt als volgt:</para>
        <para>“Indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht kan aan de gewezen verdachte (…) uit ’s Rijks kas een vergoeding worden toegekend (…) in de kosten van een raadsman (…).”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat in deze bepaling met het begrip ‘zaak’, tenzij nadrukkelijk anders wordt bepaald, de strafzaak wordt bedoeld en niet ook de procedure ex artikel 164, achtste lid van de Wegenverkeerswet 1994. Bij deze procedure is immers geen sprake van ‘oplegging van straf of maatregel’ of van ‘gewezen verdachte’. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de klaagschriftprocedure ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering is evenmin sprake van ‘oplegging van straf of maatregel’ of van ‘gewezen verdachte’, terwijl artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering bij een gegrondverklaring in een dergelijke beklagzaak wél van toepassing is. Het verschil is echter gelegen in het feit dat artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, anders dan artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994, op grond van artikel 591a, lid 4, juncto artikel 591, lid 5, van het Wetboek van Strafvordering expliciet van overeenkomstige toepassing is verklaard. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank Limburg heeft eerder, bij beschikking van 10 juli 2013, beslist dat verzoeker in een dergelijk geval niet ontvankelijk is, welke beschikking is bevestigd door een beschikking van het Hof ’s-Hertogenbosch d.d. 17 februari 2014 met bijzondere zaak-nummer 0013670-13.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal verzoeker dan ook niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek ex artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart verzoeker <emphasis role="bold">niet-ontvankelijk</emphasis> in zijn verzoekschrift. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. L.P. Bosma, rechter, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr. F.A.E. van de Venne, griffier, en uitgesproken in openbare raadkamer van deze rechtbank van 6 mei 2014.<footnote-ref linkend="_340da4b1-01b2-4ac9-8219-b2828c906859" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>De griffier is niet in de gelegenheid deze beschikking mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_340da4b1-01b2-4ac9-8219-b2828c906859" label="1">
    <para>
      <emphasis role="italic">Tegen deze beschikking staat voor verzoeker hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, in te stellen bij deze rechtbank, binnen een maand na betekening van deze beslissing.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>