<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2014:2218</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-03-25T09:10:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-03-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/03/185854 / FA RK 13-2546</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2014:2218">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2014:2218</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-03-25T09:09:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2014:2218 Rechtbank Limburg , 07-03-2014 / C/03/185854 / FA RK 13-2546</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2014:2218:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Grootmoeder niet-ontvankelijk in verzoek omgangsregeling. Geen sprake van nauwe persoonlijke betrekking.</para>
        <para>Grootmoeder niet-ontvankelijk in verzoek  informatieregeling. Artikel 1:377b lid 1 BW geeft slechts aan een ouder de mogelijkheid om een informatieregeling te verzoeken.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2014:2218:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie en jeugd</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 7 maart 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/03/185854 / FA RK 13-2546</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven inzake:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster],</emphasis>
      </para>
      <para>verzoekster, verder te noemen: de grootmoeder, </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>advocaat mr. M.J.M. van Vugt, kantoorhoudende te Maastricht, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerster],</emphasis>
      </para>
      <para>wederpartij, verder te noemen: de moeder,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>advocaat mr. C.C. Berends, kantoorhoudende te Maastricht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De grootmoeder heeft op 25 november 2013 een verzoekschrift tot vaststelling van een omgangsregeling en een informatieregeling ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 december 2013 heeft de grootmoeder aanvullende stukken ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder heeft op 31 januari 2014 een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld ter zitting van 4 februari 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder is gehuwd geweest met de zoon van de grootmoeder, [vader], verder te noemen: de vader.  Uit dit huwelijk zijn geboren:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [minderjarige A] te [geboorteplaats] op [2005],  </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [minderjarige B] te [geboorteplaats] op [2009]. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>Op [2011] is het huwelijk tussen de moeder en de vader ontbonden door het overlijden van de vader.</para>
      <para>De moeder is belast met het gezag over [minderjarige A] en [minderjarige B]. De kinderen verblijven bij de moeder.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek en het verweer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De grootmoeder heeft verzocht een omgangsregeling tussen haar en [minderjarige A] en [minderjarige B], hierna de kleinkinderen, vast te stellen. Voorts verzoekt de grootmoeder een informatieregeling vast te stellen.</para>
      <para>Ter onderbouwing van dit verzoek stelt de grootmoeder dat sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen haar en de kleinkinderen als bedoeld in artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)<emphasis role="italic">. </emphasis>De grootmoeder is vóór het overlijden van de vader van de kinderen altijd zeer betrokken geweest bij [minderjarige A] en [minderjarige B]. De grootmoeder vervulde een substantiële rol in het leven van de kleinkinderen, zij paste wekelijks op en heeft een goede en sterke band met hen ontwikkeld. Na het overlijden van de vader heeft er tot juli 2012 een paar keer contact tussen de grootmoeder en de kinderen plaatsgevonden. Daarna trachtte de grootmoeder nog wel in contact te komen met de moeder en de kinderen, maar dit werd door de moeder tegengehouden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder heeft in haar verweerschrift gesteld dat geen sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking zoals bedoeld in artikel 8 EVRM. De moeder ontkent dat grootmoeder regelmatig heeft opgepast en dat de kinderen regelmatig bij haar hebben overnacht. De moeder kan aantonen dat de kinderen naar een onthaalmoeder in België werden gebracht op de tijden dat de ouders moesten werken. Volgens de moeder had de grootmoeder geen goed contact met haar zoon en was het aan de moeder te danken dat zij met het gezin een keer per 3 weken de grootmoeder bezocht. Deze bezoeken duurden nooit lang en er was vaak ruzie. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De standpunten ter zitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat van de grootmoeder heeft verklaard dat de grootmoeder structureel twee keer per week bij de kinderen verbleef als de ouders gingen werken. De grootmoeder zorgde dan voor de opvoeding van de kinderen. De grootmoeder was er altijd voor haar kleinkinderen en was meer dan alleen maar een oma. Er is derhalve sprake van family life.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De grootmoeder heeft nog aangevuld dat zij geregeld op [minderjarige A] heeft gepast totdat hij naar de kleuterschool ging. De grootmoeder verbleef regelmatig in het gezin van de moeder en ook heeft zij meerdere keren in het gezin geslapen. Als de moeder ging werken, bracht haar zoon [minderjarige B] vaak bij de grootmoeder. De moeder wist hier niet van.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de moeder heeft de advocaat betwist dat de grootmoeder veel op de kinderen lette. De kinderen werden opgevangen door een onthaalmoeder als de ouders moesten werken en de kinderen gingen vanaf 2,5 jaar in België naar school. De moeder kan dit aantonen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder heeft nog aangegeven dat zowel grootmoeder vaderszijde als grootmoeder moederszijde voor een korte periode hebben gezorgd voor de opvang van het oudste kind [minderjarige A] totdat een onthaalmoeder werd gevonden. Dat is gedaan omdat de ouders rekening hebben gehouden met de leeftijd van beide grootmoeders. De moeder ontkent verder dat de grootmoeder vaker bij hen is blijven overnachten. Dat is twee keer gebeurd, na het overlijden van de partner van de grootmoeder, omdat zij op die momenten niet alleen wilde zijn.</para>
      <para>Na het overlijden van de vader heeft de moeder geprobeerd om het contact met de grootmoeder te behouden, maar dat is niet gelukt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 1:377a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, hierna BW, heeft het kind recht op omgang met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat.</para>
      <para>Ingevolge het tweede lid van dit artikel stelt de rechter op verzoek van degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de ontvankelijkheid van het verzoek van de grootmoeder tot vaststelling van een omgangsregeling is vereist dat tussen haar en de kleinkinderen een nauwe persoonlijke betrekking bestaat, welk begrip op één lijn te stellen is met ‘family life’ in de zin van artikel 8 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). </para>
      <para>Het bestaan van een familierechtelijke betrekking op zich is niet voldoende om aan te nemen dat sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking althans van family life. Tevens zal moeten blijken van bijkomende omstandigheden waaruit die nauwe persoonlijke betrekking volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de grootmoeder onvoldoende concrete feiten heeft gesteld  waaruit die bijkomende omstandigheden zouden moeten blijken.</para>
      <para>De grootmoeder stelt dat zij wekelijks heeft opgepast op met name het oudste kleinkind, dat zij regelmatig in het gezin verbleef en dat zij meerdere keren in het gezin is blijven slapen. </para>
      <para>Deze stellingen, die door de grootmoeder niet nader zijn onderbouwd en die overigens door de moeder gemotiveerd zijn betwist, kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet de conclusie dragen dat sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking als bedoeld in artikel 1:377a BW.  De door de grootmoeder geschetste contacten met de kleinkinderen, welke contacten door de moeder gemotiveerd zijn betwist, hebben qua frequentie en vorm niet meer omvat dan de gebruikelijke contacten tussen grootouders en kleinkinderen.</para>
      <para>Van family life is dan ook geen sprake.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal de grootmoeder daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot het verzoek om een informatieregeling vast te stellen overweegt de rechtbank dat een dergelijke regeling op grond van artikel 1:377b lid 1 BW slechts op verzoek van een ouder kan worden vastgesteld en niet óók op verzoek van degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal de grootmoeder daarom ook in dit verzoek niet-ontvankelijk verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
      <para />
      <para>verklaart de grootmoeder niet-ontvankelijk in haar verzoeken.</para>
      <para />
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Salemans-Wijnen, rechter, tevens kinderrechter en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:</para>
      <para>a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;</para>
      <para>b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>