<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2014:1828</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-07T15:35:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-02-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">366229 - CV EXPL  13-693</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2014:1828">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2014:1828</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-07T15:34:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2014:1828 Rechtbank Limburg , 26-02-2014 / 366229 - CV EXPL  13-693</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2014:1828:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Non-conformiteit badkamer. Vordering toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2014:1828:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK LIMBURG</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Roermond</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Burgerlijk recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 366229 \ CV EXPL  13-693</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter d.d. 26 februari 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser sub 1] , wonende te [adres] ,</title>
    <parablock>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[eiser sub 2]</emphasis>, wonende te [adres] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>gemachtigde: mr. S. Vissers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, wonende te [adres] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>gemachtigde: mr. I. van Loosbroek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna genoemd [eisers] en [gedaagde] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Dit blijkt uit het navolgende:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de inleidende dagvaarding met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis d.d. 26 maart 2013, waarin een comparitie van partijen is bevolen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de zijdens [gedaagde] ingebrachte foto’s ten behoeve van de comparatie;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de comparitie van partijen d.d. 26 april 2013;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis d.d.15 mei 2013 op voet van artikel 232 Rv, waarin een deskundige is benoemd en hem is opgedragen te rapporteren;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het deskundigenbericht;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie na deskundigenbericht zijdens [eisers] ;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie na deskundigenbericht zijdens [gedaagde] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vaststaande feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen hebben op 4 januari 2009 een koopovereenkomst gesloten, waarbij [gedaagde] (onder meer) een woning heeft verkocht aan [eisers] . De levering daarvan heeft plaatsgevonden op [leveringsdatum] 2009. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij brief van 5 oktober 2012 is -voor zover hier van belang- zijdens [eisers] aan [gedaagde] medegedeeld:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dat medio 2012 geconstateerd is dat het voegwerk en de vloertegels op de badkamer loslaten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>dat op 26 juli 2012 een onderzoek heeft plaatsgevonden door de schade-expert van ASR, [naam] en op 9 augustus 2012 een lekdetectie heeft plaatsgevonden door het bedrijf Polygon, en dat uit deze onderzoeken blijkt dat de schadeoorzaak gelegen is in het feit dat de badkamervloer op onjuiste wijze is aangebracht.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eisers] vordert, na eiswijziging, uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para> Primair:</para>
      <para>
        [gedaagde] te veroordelen aan [eisers] te betalen een bedrag van € 9.500,00 en dit bedrag te vermeerderen indien en voorzover vervanging van de balklaag nodig is tot een totaalbedrag van € 11.400,00.</para>
      <para> Subsidiair:</para>
      <para>De koopovereenkomst gedeeltelijk te ontbinden in die zin dat de door [eisers] reeds voldane koopprijs wordt verminderd met € 9.500,00 dan wel met een totaalbedrag van          € 11.400,00 voor zover vervanging van de balklaag nodig is.</para>
      <para> Meer subsidiair:</para>
      <para>Wijziging van de gevolgen van de huurovereenkomst op de voet van artikel 6:230 lid 2 juncto 6:228 BW, in die zin dat de door [eisers] verschuldigde en reeds voldane koopprijs wordt verminderd met € 9.500,00 dan wel met een totaalbedrag van € 11.400,00 voor zover vervanging van de balklaag nodig is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft verweer gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [eisers] vordert primair schadevergoeding van een bedrag van € 9.500,00 en dit bedrag te vermeerderen indien en voorzover vervanging van de balklaag nodig is tot een totaalbedrag van € 11.400,00, dit conform de rapportage van de door de kantonrechter benoemde deskundige. [eisers] legt hieraan kort samengevat ten grondslag dat het voegwerk en vloertegels in de badkamer loslaten, omdat de badkamervloer door [gedaagde] zelf onjuist is aangebracht. De badkamervloer is verzadigd met vocht, met als gevolg dat het gebruik van de douche wordt afgeraden. Dit staat het normaal gebruik van de woning in de weg. Er is sprake van non-conformiteit, nu de door [gedaagde] geleverde zaak niet voldoet aan de verwachtingen van [eisers] . De badkamer was op het moment van levering hooguit 1 jaar oud, zodat [gedaagde] niet behoefde te twijfelen over de staat van de badkamer.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De meest verstrekkende verweren van [gedaagde] houden in dat:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>
            [eisers] niet tijdig heeft geklaagd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief d.d. 5 oktober 2012 van Houben geen ingebrekestelling inhoudt, zodat [gedaagde] niet in verzuim is. </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para>Beide verweren houden geen stand. De kantonrechter overweegt als volgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Voor het antwoord op de vraag of tijdig is geprotesteerd, moet acht worden geslagen op alle relevante omstandigheden, waaronder het nadeel dat [gedaagde] ondervindt door het tijdsverloop, de waarneembaarheid van het gebrek, de deskundigheid van partijen en de onderlinge verhouding van partijen. De ratio van de klachtplicht is de bescherming van [gedaagde] . Veronderstellenderwijs aannemend dat [eisers] niet tijdig heeft geklaagd, is gesteld noch gebleken dat [gedaagde] enig nadeel ondervindt daarvan. Het beroep van [gedaagde] op schending van de klachtplicht kan reeds om die reden niet slagen. </para>
        <para>Anders dan [gedaagde] is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] bij brief van 5 oktober 2012 wel op de juiste wijze in gebreke is gesteld, zodat hij in verzuim is. Uit deze brief blijkt genoegzaam dat [gedaagde] wordt aangemaand alsnog na te komen; wordt [gedaagde] een redelijke termijn gegund tot nakoming en wordt [gedaagde] tevens bij gebreke van nakoming aansprakelijk gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De kantonrechter zal hierna de vraag beantwoorden of er sprake is van non conformiteit. De kantonrechter stelt voorop dat op grond van artikel 7:17 BW van non-conformiteit sprake is indien de geleverde zaak, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die [gedaagde] over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die [eisers] op grond van de overeenkomst mocht verwachten. [eisers] mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan noodzakelijk zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Uit dit laatste volgt dat op [eisers] een onderzoeksplicht kan rusten. Wat [eisers] in de gegeven omstandigheden heeft mogen verwachten wordt voorts beïnvloed door zowel zijn eigen onderzoeksplicht als de op [gedaagde] c.s. rustende mededelingsplicht. De vraag of een zaak voldoet aan de conformiteitseis moet worden beantwoord aan de hand van alle relevante omstandigheden van het geval of alle van belang zijnde omstandigheden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Teneinde deze vraag te kunnen beantwoorden, heeft de kantonrechter bij tussenvonnis van 15 mei 2013 een deskundige benoemd om onder meer te rapporteren over de staat en toestand van de met behulp van zwaluwstaarten vervaardigde badkamervloer, het zich daarop bevindende tegelwerk en/of de waterafsluiting(en) dit ten tijde van de aankoop van de woning door [eisers] . De deskundige is onder meer gevraagd de vraag te beantwoorden of de vloer, tegelwerk en afvoerwaterafsluiting(en) voldoen aan de eisen van deugdelijk vakwerk. </para>
        <para>De deskundige heeft -voor zover hier van belang- het navolgende gerapporteerd:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Ten aanzien van de waterdichtheid van de vloeropbouw: Voor zover via het boorgat zichtbaar, is niet vastgesteld dat in de houten vloerdelen ventilerende gaten gemaakt zijn. Deze zijn nodig omdat condensatie kan optreden tegen de onderzijde van de stalen vloerplaten. De condens kan door de ventilatiegaten snel weg ventileren. Voorts is de kimafdichting niet volledig rondom de vloerranden doorgezet en is de afdichting niet aangebracht rond de draingoot en de overige doorbrekingen.   </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Ter plaatse van de opstand rond de douchevloer is geen kimband aangebracht.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De onderlinge aansluitingen tussen wand- en vloertegels behoren voorzien te zijn van een flexibele kitvoeg op rugvulling, welke niet is aangetroffen. Door de verschillend werkende vloer en wanden zal de aansluiting tussen vloer- en wandtegelwerk uiteindelijk defect raken. De harde voegvulling kan de werking van vloer en wand niet volgen.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De afwerking van de tegelvloer ten opzichte van de doorbrekingen is niet juist uitgevoerd. Deze afwerkingen horen in kit te worden uitgevoerd. Voegmortel vertoont krimp en hecht niet op kunststof. Langs de draingoot en langs de kunststofleidingen bestaat per definitie een opening waardoor water kan binnendringen. De douchemengkraan is niet waterdicht op het wandtegelwerk aangewerkt, zoals ook al door Polygon is vastgesteld. </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De aantasting van de badkamervloer is vanaf dag 1 (het begin) opgetreden, zij het niet meteen merkbaar. De aansluitingen van de harde voegen zijn namelijk ten opzichte van de vloerdoorbrekingen nooit waterdicht geweest. Dat geldt in hoofdzaak voor de douchedrain, maar ook voor de overige aansluitingen. Voorts is de opstand langs de douchevloer niet van een kimafdichting voorzien met als gevolg dat water onder de tegelvloer van de douche kan geraken en ook de overige vloer van de badkamer bereikt en daarmee de doorbrekingen ter plaatse van de badkuip.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Het gevolg van de aangetroffen gebreken in de vloerafwerking is uit het nader onderzoek gebleken. De zwaluwstaartplaten blijken aangetast door langdurige blootstelling aan vocht. Het vloerhout is aangetast door schimmel. Of de balklaag op de niet zichtbare plaatsen is aangetast kan pas beoordeeld worden na het openen van de vloer.	</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [eisers] kan zich vinden in de inhoud van de rapportage van de deskundige. </para>
        <para>
          [gedaagde] kan zich niet vinden in de inhoud van rapportage van de deskundige kort gezegd voor wat betreft het moment waarop de gebreken volgens de deskundige zijn ontstaan en </para>
        <para>de mogelijke oorzaken van de gebreken. Voorts merkt [gedaagde] op dat niet hij maar [eisers] kit heeft aangebracht op een beperkt deel van de aansluitvoegen tussen vloer- en wandeltegelwerk van de douche en dat de geplaatste harde voegen niet uit zichzelf kunnen gaan lekken (tenzij sprake is geweest van ernstige mechanische belasting door stoten of het gebruik van een te agressief reinigingsmiddel). Verder betwist [gedaagde] het verband tussen de vermeende wanprestatie en de gevorderde schade. De kantonrechter overweegt dat het aan dit rapport ten grondslag liggende onderzoek door de deskundige geheel en al inzichtelijk is gemaakt en heeft geresulteerd in een deugdelijk gemotiveerd rapport, waarin en waarmee de deskundige ook concreet antwoord geeft op de aan hem voorgelegde vragen. Het commentaar van [gedaagde] tast de grondslagen van deze rapportage niet aan. Al met al neemt de kantonrechter daarom dit rapport thans over. Voor de beantwoording van de vraag of er sprake is van non conformiteit betekent dit dat uit de rapportage van de deskundige blijkt dat de woning/badkamer ten tijde van de aflevering niet de eigenschappen heeft bezeten die [eisers] op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Vast staat dat de badkamer ten tijde van de levering van de woning relatief nieuw was (in 2008 is de nieuwe badkamer gerealiseerd en in 2009 is de woning aan [eisers] geleverd). Weliswaar betreft het een oude woning, echter gelet op de nieuwe staat van de badkamer en het feit dat de gebreken niet zichtbaar waren, kan -anders dan [gedaagde] aanvoert- niet gezegd worden dat [eisers] onderzoek had moeten doen. Het beroep van [gedaagde] op artikel 5 lid 1 van de koopovereenkomst gaat reeds om die reden niet op. Voorts staan de gebreken -anders dan [gedaagde] aanvoert- een normaal gebruik van de badkamer in de weg, nu blijkens de rapportage het gebruik van de douche afgeraden wordt. De conclusie is dan ook dat er sprake is van non-conformiteit. Uit de rapportage blijkt -anders dan [gedaagde] (bloot) stelt- dat [eisers] ten gevolge van de gebreken schade lijdt. Dat deze gebreken [gedaagde] niet toe te rekenen zijn, blijkt geenszins uit de rapportage. Dit geldt eveneens voor de (blote) stellingen van [gedaagde] die erop neer komen dat [eisers] zelf de gebreken (deels) heeft veroorzaakt. De conclusie is dan ook dat [gedaagde] de schade dient te vergoeden. Weliswaar erkent [eisers] dat hij minimaal gebruik heeft gemaakt van de douche, echter dit betekent niet zonder meer dat [eisers] daarmee niet voldaan heeft aan zijn schadebeperkingsplicht. Dat de schade mede een gevolg is van het minimale gebruik van de douche en dat dit ook aan [eisers] kan worden toegerekend is de kantonrechter niet gebleken. Dit blijkt ook niet uit de rapportage. De kantonrechter zal bij het becijferen van de schade aansluiting zoeken bij het door de deskundige geschatte bedrag van € 9.500,00.</para>
        <para>De kantonrechter zal de vordering van een totaal bedrag van € 11.400,00 niet toewijzen, nu op dit moment nog niet blijkt dat de gehele balklaag vernieuwd moet worden. Mocht dit alsnog nodig blijken te zijn dan spreekt het voor zich dat [gedaagde] de kosten daarvan conform rapportage van de deskundige -gelet op zijn schadeplichtigheid- dient te vergoeden. Daarbij veronderstelt de kantonrechter het overigens niet noodzakelijk dat daartoe een tweede procedure noodzakelijk zal zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [eisers] worden begroot op:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>dagvaarding	€ 94,79</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>griffierecht	213,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>kosten deskundigenrapport	 480,00</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>gemachtigde salaris	 <emphasis role="underline">625,00 </emphasis>( 2 ½  x tarief € 250,00)</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>totaal 	€  1.412,79</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eisers] te betalen een bedrag van € 9.500,00.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten aan de zijde van [eisers] gevallen en tot aan dit vonnis begroot op € 1.412,79</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.P. Brouns, kantonrechter, en ter openbare civiele terechtzitting op 26 februari 2014 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>typ: NO</para>
        <para>mlzr:em</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>