<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2014:1324</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T13:13:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-02-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/994513-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2014:1324">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2014:1324</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-02-13T22:04:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-02-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2014:1324 Rechtbank Limburg , 14-02-2014 / 03/994513-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2014:1324:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Laten versterven van ruim 400 varkens.</para>
        <para>Gelet op tijdsverloop wordt volstaan met oplegging van de maximale taakstraf en 6 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2014:1324:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK limburg</bridgehead>
    <para>Strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Roermond </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 03/994513-12</para>
      <para>Datum uitspraak	: 14 februari 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegenspraak </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige economische strafkamer,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboortegegevens verdachte],</para>
      <para>wonende te [adresgegevens verdachte].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is, na verwijzing naar de meervoudige economische strafkamer door de economische politierechter op 19 januari 2012, gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 31 januari 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte staat na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van de economische politierechter te Roermond d.d. 19 januari 2012 terecht ter zake dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 28 februari 2008 tot en met 27 november 2010 in de gemeente Nederweert, althans in Nederland, als houder van dieren, aan deze dieren, te weten 443, althans meerdere, varkens, de nodige verzorging heeft onthouden, immers heeft hij in voornoemde periode aan 443, althans meerdere, varkens voedsel en water onthouden (en zijn deze varkens door uithongering en gebrek aan water om het leven gekomen);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 37 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 28 februari 2008 tot en met 30 november 2010 in de gemeente Nederweert, althans in Nederland, al dan niet opzettelijk, in strijd met artikel 5, tweede lid, van verordening (EG) nr. 1774/2002 heeft gehandeld, immers heeft hij categorie 2-materiaal, kadavers van 443, althans meerdere, varkens laten liggen in stallen op het adres</para>
      <para>
        [adres], Nederweert, althans heeft hij categorie 2-materiaal niet zo spoedig mogelijk overeenkomstig artikel 7 van verordening (EG) nr. 1774/2002 verzameld en/of vervoerd en/of geïdentificeerd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 2.4 lid 1 ahf/sub a Regeling dierlijke bijproducten 2008</para>
      <para>art 5 lid 2 Verordening (EG) 1774/2002</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De geldigheid van de dagvaarding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De bevoegdheid van de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De ontvankelijkheid van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Schorsing der vervolging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Bewijsoverwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunten van de officier van justitie en de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 31 januari 2014 gevorderd dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hieronder vermelde bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De genoemde geschriften zijn slechts gebruikt in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewijsmiddelen en oordeel van de rechtbank</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_7f5238fe-1828-45bb-acd0-f216153825b7" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op de bekennende verklaring van verdachte bij de politie<footnote-ref linkend="_2ac155d1-bc08-4d94-8f31-7a2439f65ea4" /> en ter terechtzitting van 31 januari 2014, de bevindingen van de verbalisant<footnote-ref linkend="_df2432cf-f2be-472d-95df-262fde766664" />, de diergeneeskundige verklaring<footnote-ref linkend="_552d486c-d86a-4820-84b6-a5f7ad0c9277" />, het traceringsverslag<footnote-ref linkend="_efc868de-3393-4cd4-abf3-c2c1940809a2" /> en het ophaaloverzicht van [R.]<footnote-ref linkend="_6656870f-609f-4615-a3a3-9f0121a9c8a7" />,  acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>1.</para>
        <para>hij in de periode van 28 februari 2008 tot en met 27 november 2010 in de gemeente Nederweert, als houder van dieren, aan deze dieren, te weten 432 varkens, de nodige verzorging heeft onthouden, immers heeft hij in voornoemde periode aan 432 varkens voedsel en water onthouden en zijn deze varkens door uithongering en gebrek aan water om het leven gekomen;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.</para>
        <para>hij in de periode van 28 februari 2008 tot en met 30 november 2010 in de gemeente Nederweert opzettelijk, in strijd met artikel 5, tweede lid, van verordening (EG) nr. 1774/2002 heeft gehandeld, immers heeft hij categorie 2-materiaal, kadavers van 432 varkens laten liggen in stallen op het adres [adres], Nederweert.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen.</para>
        <para>Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De strafbaarheid</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het bewezenverklaarde is strafbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Kwalificatie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op de navolgende strafbare misdrijven:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. een gedraging in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 37 van de</para>
      <para>	Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;</para>
      <para />
      <para>2. overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 81b juncto artikel</para>
      <parablock>
        <para>	81c van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (zoals deze gold ten tijde</para>
        <para>	van de overtreding), opzettelijk begaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het misdrijf onder 1 is strafbaar gesteld bij 122 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het misdrijf onder 2 is strafbaar gesteld bij artikel 1a (oud) en 6 van de Wet op de economische delicten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot feit 2 overweegt de rechtbank als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten tijde van de pleegperiode waren de artikelen 81b en 81c van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren opgenomen in artikel 1a van de Wet op de economische delicten. Thans is het hierin bepaalde opgenomen in artikel 6.2 van de Wet dieren, die op 1 januari 2013 in werking is getreden. Deze laatste wet is opgenomen in artikel 1 van de Wet op de economische delicten. De Regeling dierlijke bijproducten 2008 is ingetrokken en per 1 januari 2013 vervangen door de Regeling dierlijke producten. Artikel 2.4 van de oude regeling is thans geregeld in de artikelen 3.20 en 3.22 van de Regeling dierlijke producten. Beide regelingen zien op Europese regelgeving, te weten de Verordening (EG) nr. 1774/2002. Deze verordening is per 1 januari 2013 vervangen door de Verordening (EG) nr. 1069/2009. De normstelling van de verordening, de regeling en de wet is niet gewijzigd, zodat geen sprake is van een gewijzigd inzicht omtrent de strafwaardigheid. Gelet hierop heeft de rechtbank het feit 2 gekwalificeerd op grond van de regelgeving zoals deze gold ten tijde van de overtreding.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is strafbaar voor het bewezen verklaarde. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>De straffen en/of maatregelen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>10.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 31 januari 2014 met betrekking tot de op te leggen straffen gevorderd dat verdachte ter zake van de feiten 1 en 2 zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 160 uren, subsidiair 80 dagen hechtenis, alsmede gevangenisstraf voor de tijd van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde een verbod op het houden van landbouwhuisdieren door verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat verdachte verantwoordelijk was voor de exploitatie van het varkensbedrijf te Nederweert. Dat sprake was van persoonlijke problematiek bij verdachte doet daaraan niet af. Verdachte heeft de sleutel van de stallen pas in november 2010 afgegeven aan zijn vader, terwijl hij vanaf 2008 niet meer in de stallen is gaan kijken. Naar het oordeel van de officier van justitie zijn geen aanwijzingen in het dossier te vinden dat anderen dan verdachte op de hoogte waren van de aanwezige varkens in de stallen. Verdachte heeft nagelaten anderen daarvan op de hoogte te stellen.</para>
        <para>Bij het formuleren van haar strafeis heeft de officier van justitie rekening gehouden met het feit dat reeds geruime tijd is verstreken na het begaan van de feiten en de inhoudelijke behandeling van de zaak. Anders zou zij naast de voorwaardelijke gevangenisstraf een taakstraf van 180 uren hebben geëist.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft ten aanzien van de gevorderde straf aangevoerd dat er sedert de ontdekking van de feiten inmiddels 3 jaar en 2 maanden zijn verstreken. De raadsman heeft de rechtbank verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met dit tijdsverloop. Bovendien heeft de raadsman gewezen op het feit dat verdachte thans zijn leven weer op de rails heeft en fulltime als ZZP’er werkzaam is. De raadsman verzoekt de rechtbank de gevorderde werkstraf te matigen en refereert zich ten aanzien van de gevorderde voorwaardelijke gevangenisstraf.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De overwegingen van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft na 28 februari 2008 432 varkens aan hun lot overgelaten. Hij heeft, zoals hij zelf heeft verklaard, de deur van de stal achter zich dicht getrokken en de varkens  achtergelaten zonder ze te voorzien van water en voer. Pas in november 2010 heeft verdachte de sleutels van de stallen aan zijn vader gegeven. Zijn vader heeft vervolgens de kadavers aangetroffen. Verdachte heeft dus ook de regels met betrekking tot het ruimen van de kadavers geschonden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door de handelwijze van verdachte is de dieren onvoorstelbaar leed aangedaan. Uit de diergeneeskundige verklaring blijkt dat de dieren zuiver door uithongering en gebrek aan water om het leven zijn gekomen. Verdachte was als houder van deze dieren verantwoordelijk voor de zorg van de varkens en heeft zich om hun welzijn niet bekommerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Feiten als deze dienen naar het oordeel van de rechtbank bestraft te worden met een forse gevangenisstraf. Verdachte had vele mogelijkheden om hulp van derden dan wel om hulp van de autoriteiten in te roepen. Hij heeft dit niet gedaan. Sterker nog, hij heeft de vaste afspraken met voederleverancier en dierenarts afgezegd en de omgeving in de waan gebracht c.q. gelaten dat de stallen inmiddels leeg waren. De rechtbank rekent verdachte dit zwaar aan. Enkel gelet op het tijdsverloop tussen pleegdatum en de inhoudelijke behandeling van de zaak en het feit dat verdachte zijn leven op orde lijkt te hebben, zal de rechtbank thans geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. De rechtbank komt, gelet op de ernst van de feiten, tot een hogere strafoplegging dan de officier van justitie en zal verdachte veroordelen tot de maximale taakstraf, zoals hierna is bepaald en daarnaast tot de gevorderde voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarde, ter voorkoming van nieuw dierenleed. Daarbij heeft de rechtbank rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze blijken uit de justitiële documentatie betreffende verdachte en het over verdachte uitgebrachte reclasseringsadvies d.d. 11 november 2013. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij zijn verblijfsgegevens en telefoonnummer(s) ten behoeve van het uitvoeren van de taakstraf aan de reclassering zal melden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met oplegging van een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">11.	Toepasselijke wetsartikelen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wetboek van Strafrecht art. 9, 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57, 63, 91.</para>
        <para>Wet op de economische delicten art. 1a (oud), 2, 6.</para>
        <para>Gezondheids- en welzijnswet voor dieren art. 37, 81b (oud), 81c (oud), 122.</para>
        <para>Regeling dierlijke bijproducten 2008 (oud) art. 2.4.</para>
        <para>Verordening (EG) nr. 1774/2002 (oud) art. 5.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>12</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verstaat dat het aldus bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">240 uren</emphasis>, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verstaat dat de taakstraf uiterlijk 1 jaar nadat dit vonnis onherroepelijk is geworden, zal zijn voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de tijd van <emphasis role="bold">6 maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat deze gevangenisstraf <emphasis role="bold">niet</emphasis> zal worden <emphasis role="bold">tenuitvoergelegd</emphasis>, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verbiedt</emphasis> verdachte gedurende de proeftijd <emphasis role="bold">landbouwhuisdieren</emphasis> te houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis gewezen door mrs. M.J.A.G. van Baal, M.B.T.G. Steeghs en S.G.M. Schellekens, rechters, van wie mr. M.J.A.G. van Baal voorzitter, in tegenwoordigheid van C. van Est als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 14 februari 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. S.G.M. Schellekens is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_7f5238fe-1828-45bb-acd0-f216153825b7" label="1">
    <para> De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hierna opgenomen bewijsmiddelen en de motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar het in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde verbalisanten van de Algemene Inspectiedienst (AID) opgemaakte proces-verbaal, genummerd 63763 d.d. 22 maart 2011 en de als bijlagen daarbij gevoegde schriftelijke bescheiden, welke alle wettige bewijsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 344, eerste lid jo artikel 339, eerste lid onder 5º van het Wetboek van Strafvordering. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2ac155d1-bc08-4d94-8f31-7a2439f65ea4" label="2">
    <para> Verhoor verdachte, d.d. 23 december 2010, zoals opgenomen in voormeld proces-verbaal (pag. 9 en 10).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_df2432cf-f2be-472d-95df-262fde766664" label="3">
    <para> Bevindingen verbalisant [naam verbalisant] d.d. 27 november 2010, zoals opgenomen in voormeld proces-verbaal (pag. 3 en 4).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_552d486c-d86a-4820-84b6-a5f7ad0c9277" label="4">
    <para> Diergeneeskundige verklaring van de dierenarts drs. [naam dierenarts] d.d. 3 februari 2011 (bijlage 2A proces-verbaal).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_efc868de-3393-4cd4-abf3-c2c1940809a2" label="5">
    <para> Traceringsverslag van het bedrijf van [verdachte] UBN nummer [nummer] (bijlage 3A t/m 4E proces-verbaal)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6656870f-609f-4615-a3a3-9f0121a9c8a7" label="6">
    <para> Ophaaloverzicht van [R.] met betrekking tot het bedrijf met nummer [nummer] (bijlage 4A t/m 4C proces-verbaal). </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>