<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2014:11522</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-31T11:33:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-10-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">04/801149-12 OWV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Maastricht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2014:11522">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2014:11522</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-03-31T13:15:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2014:11522 Rechtbank Limburg , 14-10-2014 / 04/801149-12 OWV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2014:11522:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel; bedrag toegewezen door civiele rechter in mindering gebracht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2014:11522:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Limburg</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 04/801149-12 OWV</para>
      <para>Datum uitspraak	: 14 oktober 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegenspraak </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboortegegevens] ,</para>
      <para>wonende te [geboortegegevens] ,</para>
      <para>hierna te noemen: [verdachte] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsvrouw is mr. P.A. van Enckevort, advocaat te Venlo.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek van de zaak</title>
    <para>Deze uitspraak is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 september 2014. De rechtbank heeft op 30 september 2014 gehoord: de officier van justitie en [verdachte] , bijgestaan door haar raadsvrouw.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de ontnemingsvordering had gelijktijdig plaats met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 04/801149-12. Op 14 oktober 2014 heeft de rechtbank eerst vonnis gewezen in de strafzaak. Vervolgens is de onderhavige uitspraak gewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De standpunten van de officier van justitie en de verdediging</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De vordering van de officier van justitie houdt in de ontneming van het voordeel dat [verdachte] heeft verkregen door middel van de feiten waarvoor de veroordeling heeft plaatsgevonden. De officier van justitie heeft dit bedrag geschat op € 158.642,41.</para>
        <para>Ter terechtzitting van 30 september 2014 heeft de officier van justitie gevorderd de ontnemingsvordering enkel toe te wijzen indien in de strafzaak de gevorderde schadevergoedingsmaatregel, strekkende tot terugbetaling door verdachte van genoemd bedrag aan gemeente Roermond, wordt afgewezen. Indien de schadevergoedingsmaatregel wordt toegewezen, dient de ontnemingsvordering te worden afgewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw van [verdachte] heeft ter terechtzitting aangevoerd dat reeds in rechte toegekende vorderingen van derden in mindering dienen te worden gebracht op de ontnemingsvordering. Verdachte is al door de civiele rechter veroordeeld tot terugbetaling aan de gemeente Roermond. De ontnemingsvordering dient dan ook te worden afgewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De uitgangspunten voor de beoordeling</title>
    <para>Bij voormeld vonnis d.d. 14 oktober 2014 is [verdachte] veroordeeld wegens valsheid in geschrift en oplichting, beiden meermalen gepleegd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht moet worden onderzocht of, en zo ja in hoeverre, [verdachte] voordeel heeft verkregen door middel van de feiten waarvoor de veroordeling heeft plaatsgevonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_afbd305e-194c-4aaf-b476-75174e1a06dc" />
        </para>
        <para>Op grond van onderstaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] door middel van het begaan van voormelde feiten voordeel heeft gekregen:</para>
      </parablock>
      <para>-  de verklaring van getuige [getuige]<footnote-ref linkend="_2cb24924-0a98-42fb-ba06-e6227d786fbb" />;</para>
      <para>- de bekennende verklaring van verdachte<footnote-ref linkend="_66c33718-0c0d-48ca-a196-5d67f5636d69" />.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De schatting van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De berekening en de motivering van de schatting</emphasis>
        </para>
        <para>Conform het bepaalde in artikel 36e, achtste lid, van het Wetboek van Strafrecht zal de rechtbank aan benadeelde derden in rechte toegekende vorderingen in mindering brengen op het ontnemingsbedrag. In casu heeft de civiele rechter reeds beslist dat [verdachte] een bedrag van € 157.502,34 aan de gemeente moet betalen. Dit bedrag brengt de rechtbank in mindering op het gevorderde bedrag van € 158.642,41. De rechtbank zal het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, dan ook vaststellen op het resterend bedrag van € 1.140,07. Dit betreft exact het bedrag van een factuur van ziektekostenverzekeraar “Zilveren Kruis” die [verdachte] heeft vervalst en aan de gemeente Roermond heeft aangeboden als openstaande factuur en die vervolgens ten onrechte door de gemeente is betaald. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De op te leggen betalingsverplichting</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal aan [verdachte] de verplichting opleggen tot betaling van € 1.140,07 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De toegepaste wetsartikelen</title>
    <para>De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <bridgehead role="bold">7.	De beslissing</bridgehead>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <para>- stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast  </para>
    <para> op <emphasis role="bold">€ 1.140,07 (duizendhonderdveertig euro en zeven eurocent)</emphasis>;</para>
    <para>- legt [verdachte] de verplichting op tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat </emphasis>ter ontneming van het </para>
    <parablock>
      <para> wederrechtelijk verkregen voordeel <emphasis role="bold">van een bedrag van € 1.140,07 </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="bold"> (duizendhonderdveertig euro en zeven eurocent)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gegeven door mr. J.M.E. Kessels, voorzitter, mr. R.A.J. van Leeuwen en mr. S.V. Pelsser, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Mahovic, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Buiten staat</emphasis>
      </para>
      <para>Mr. J.M.E. Kessels is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_afbd305e-194c-4aaf-b476-75174e1a06dc" label="1">
    <para>Voor zover de in deze beslissing vermelde feiten en omstandigheden door de rechtbank redengevend worden geacht voor het bewijs, wordt hierna in de voetnoten verwezen naar de wettige bewijsmiddelen waaraan de rechtbank deze feiten en omstandigheden ontleent. Tenzij anders aangegeven, maken deze bewijsmiddelen deel uit van het proces-verbaal van politie, Eenheid Limburg, Regionale Recherche, Bureau Financiële Ondersteuning d.d. 11 januari 2013 met proces-verbaalnummer 434.j.BFO, dat is doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 1321 en in de wettelijke vorm is opgemaakt. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2cb24924-0a98-42fb-ba06-e6227d786fbb" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , bijlage 3, pagina’s 51-53.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_66c33718-0c0d-48ca-a196-5d67f5636d69" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van 2de verhoor verdachte, bijlage 61, pagina 1293.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>