<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2014:11251</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T08:46:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-12-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-12-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 12 _ 1168u</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Roermond</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2015/98</rdf:li>
          <rdf:li>Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2015/4728</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2015/137</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2015-0156</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2015011510</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2014:11251">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2014:11251</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-01-15T08:33:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-01-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2014:11251 Rechtbank Limburg , 24-12-2014 / AWB - 12 _ 1168u</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2014:11251:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiser heeft op 31 juli 2012 een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van een geboorteakte ingediend. Hiervoor heeft verweer leges geheven ad € 11,80. Eiser is het niet eens met deze heffing. De rechtbank begrijpt het beroep van eiser aldus dat hij zich uitsluitend op het standpunt stelt dat verweerder ten onrechte leges heeft geheven voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verkrijgen van een afschrift van een geboorteakte omdat daarvoor het individualiseerbaar belang ontbreekt en de gemeentelijke verordening tarieventabel waarop de leges is gebaseerd onverbindend is. Deze rechtsregel acht eiser in algemene zin van toepassing ook indien sprake is van een andere wettelijke grondslag dan het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet. De rechtbank is van oordeel dat dit standpunt geen doel treft. Voor het heffen van een recht voor het verstrekken van een afschrift van een geboorteakte is een wettelijke grondslag aanwezig in de Wet rechten burgerlijke stand. Of er al dan niet sprake is van een ‘dienst’ die rechtstreeks en in overheersende mate een individualiseerbaar particulier belang betreft en niet in overheersende mate tot de vervulling van de publieke taak van de overheid behoort, is hierbij gelet op artikel 1 van die wet niet van belang. De verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 9 september 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BQ4105) gaat daarom, anders dan eiser stelt, naar het oordeel van de rechtbank niet op. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2014:11251:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">RECHTBANK limburg</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Roermond</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: AWB 12/1168</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 december 2014 in de zaak tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [naam eiser]
      </emphasis>, te Beegden, eiser</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>en</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Roermond</emphasis>, verweerder.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Procesverloop </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij besluit van 31 juli 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiser een aanslag leges ten bedrage van € 11,80 opgelegd vanwege het vervaardigen van een afschrift van een geboorteakte.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Eiser heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij uitspraak op bezwaar van 8 augustus 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers bezwaar ongegrond verklaard. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft – gevoegd met de zaken AWB 12/1005 en AWB 12/1201 - plaatsgevonden op 28 november 2014. Zoals vooraf schriftelijk is aangekondigd, is eiser niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam vertegenwoordiger], werkzaam bij Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Na sluiting van het onderzoek zijn de zaken weer gesplitst en wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Overwegingen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para>1. Op deze zaak is gelet op het overgangsrecht van deel C, artikel 1, van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht nog het recht van toepassing zoals dat gold tot en met 31 december 2012. Het in beroep bestreden besluit is namelijk bekendgemaakt vóór 1 januari 2013. </para>
  <para>2. Eiser heeft op 31 juli 2012 een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van een geboorteakte ingediend in verband met het verkrijgen kennelijk van het gezamenlijk gezag over een kind. Hiervoor heeft verweer leges geheven ad € 11,80. Eiser is het niet eens met deze heffing. De betreffende werkzaamheden houden in de visie van eiser louter, althans in overheersende mate, verband met dienstverlening ten behoeve van het publieke belang. Een afschrift van de geboorteakte heeft eiser enkel en alleen nodig om aan formele wettelijke verplichtingen te voldoen zonder dat hij er zelf iets aan heeft. Verweerder heeft dan ook ten onrechte leges geheven. Ter ondersteuning van zijn betoog heeft eiser verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 9 september 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BQ4105).</para>
  <para>3. De rechtbank dient op basis van de aangevoerde beroepsgronden te beoordelen of het bestreden besluit in strijd is met het geschreven of ongeschreven recht dan wel met enig algemeen rechtsbeginsel. Hiertoe wordt het volgende overwogen.</para>
  <para>4. De rechtbank begrijpt het beroep van eiser aldus dat hij zich uitsluitend op het standpunt stelt dat verweerder ten onrechte leges heeft geheven voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verkrijgen van een afschrift van een geboorteakte omdat daarvoor het individualiseerbaar belang ontbreekt en de gemeentelijke verordening tarieventabel waarop de leges is gebaseerd onverbindend is. Deze rechtsregel acht eiser in algemene zin van toepassing ook indien sprake is van een andere wettelijke grondslag dan het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet. De rechtbank is van oordeel dat dit standpunt geen doel treft en overweegt hiertoe het volgende.</para>
  <para>5. In de Wet rechten burgerlijke stand is specifiek geregeld voor welke verrichtingen van de ambtenaar van de burgerlijke stand rechten mogen worden geheven. </para>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 1 van de Wet rechten burgerlijke stand luidt als volgt:</title>
    <para>‘Geene gelden mogen worden geheven ter zake van het opmaken van akten of andere verrigtingen van den ambtenaar van den burgerlijken stand, behalve in de gevallen en op de wijze bij of krachtens deze wet voorzien’.</para>
    <para />
    <para>7. Op basis van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet rechten burgerlijke stand is er een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen recht verschuldigd voor elk afschrift van een akte van burgerlijke stand als bedoeld in artikel 23b, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. </para>
    <para />
    <para>8. De betreffende algemene maatregel van bestuur is het Legesbesluit akten burgerlijke stand. Ingevolge artikel 1, eerste lid, van het Legesbesluit akten burgerlijke stand, zoals dat gold ten tijde hier van belang, bedraagt het recht voorde door eiser gevraagde geboorteakte </para>
    <para>€ 11,80.</para>
    <para />
    <para>9. Derhalve is er voor het heffen van een recht voor het verstrekken van een afschrift van een geboorteakte aldus een wettelijke grondslag aanwezig. Of er al dan niet sprake is van een ‘dienst’ die rechtstreeks en in overheersende mate een individualiseerbaar particulier belang betreft en niet in overheersende mate tot de vervulling van de publieke taak van de overheid behoort, is hierbij gelet op de hiervoor genoemde wettekst niet van belang. De verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 9 september 2011 gaat daarom, anders dan eiser stelt, naar het oordeel van de rechtbank niet op. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Het beroep is ongegrond. </title>
    <para>11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. F.H. Machiels, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. W.A.M. Bocken, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>24 december 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>w.g. W.A.M. Bocken,</para>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>w.g. F.H. Machiels,</para>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor eensluidend afschrift:</para>
      <para>de griffier,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: 24 december 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>