<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ5481</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T15:26:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ5481</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-03-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03/700915-12 en 03/700075-12 (TUL)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ5481">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ5481</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:00:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-03-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ5481 Rechtbank Limburg , 19-03-2013 / 03/700915-12 en 03/700075-12 (TUL)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ5481:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dealen en opzettelijk aanwezig hebben van soft- en harddrugs. Rechtmatige doorzoeking. Onderzoek NFI. Strafmaat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ5481:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK LIMBURG</para>
    <para />
    <para>Zittingsplaats Maastricht</para>
    <para />
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <para>Parketnummers: 03/700915-12 en 03/700075-12 (TUL)</para>
    <para />
    <para>vonnis van de meervoudige kamer d.d. 19 maart 2013</para>
    <para />
    <para>in de strafzaak tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[naam verdachte],</para>
      <para>geboren te [geboortegegevens verdachte],</para>
      <para>wonende te [adresgegevens verdachte].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Raadsvrouw is mr. G.L.P. Biesmans, advocaat te Maastricht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1	Onderzoek van de zaak</para>
      <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 5 maart 2013, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2	De tenlastelegging</para>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
      <para>Feit 1: ongeveer 506,6 gram amfetamine en/of 4,5 gram cocaine en/of 1733 gram MDMA opzettelijk aanwezig heeft gehad.</para>
      <para>Feit 2: ongeveer 628 gram hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad.</para>
      <para>Feit 3: opzettelijk amfetamine en/of MDMA heeft gedeald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3	De beoordeling van het bewijs</para>
      <para>3.1	Het standpunt van de officier van justitie </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen, gelet op het proces-verbaal van bevindingen, het proces-verbaal van de doorzoeking van de woning van verdachte, de rapportage van het NFI, de verklaring van verdachte bij de politie en de getuigenverklaring van Vondenhoff. </para>
      <para>3.2	Het standpunt van de verdediging</para>
      <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van de feiten 1 en 3. De verweren van de raadsvrouw met betrekking tot deze feiten zullen hierna onder 3.3 door de rechtbank worden besproken. Ten aanzien van het tweede feit heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      <para>3.3	Het oordeel van de rechtbank</para>
      <para>Op 30 november 2012 was de politie te Heerlen doende met een surveillance in het kader van het project Drugs Overlast Effe Niet. Omstreeks 12.30 uur werd door een verbalisant, die op dat moment werkzaam was in de camera-toezichtruimte van het politiebureau, gezien dat de voor hem bekende [naam verdachte] (hierna: verdachte) in een personenauto stapte. Bij de politie was twee weken eerder een anonieme melding binnengekomen, waarin onder andere werd gemeld dat verdachte zou handelen in soft- en harddrugs. Bij de dienstdoende verbalisanten was tevens bekend dat verdachte al eerder, in januari 2012, was aangehouden in verband met de handel in en het bezit van verdovende middelen. Uit onderzoek was destijds gebleken dat verdachte verdovende middelen afleverde met gebruikmaking van een auto. Bovengenoemde waarneming werd door de verbalisant daarom doorgegeven aan een onopvallende patrouille van de politie, die direct de achtervolging inzette. </para>
      <para>De verbalisanten volgden verdachte over diverse wegen tot in Landgraaf. De verbalisanten zagen tijdens de achtervolging dat verdachte continue aan het telefoneren was en dat zij haar voertuig diverse keren plots tot stilstand bracht en daarna weer verder reed. Op enig moment parkeerde verdachte haar personenauto op de [adres] te Landgraaf. De verbalisanten zagen dat verdachte wederom aan het telefoneren was. Na ongeveer 20 minuten stopte een andere personenauto achter de auto van verdachte. De bestuurder van deze auto stapt bij verdachte in de auto. Verdachte werd vervolgens klemgereden door de verbalisanten om een controle uit te voeren op grond van de Opiumwet. Toen de verbalisanten het portier van de auto van verdachte openden, roken zij direct een sterke hennepgeur. Verbalisant [naam verbalisant] vorderde hierop de uitlevering van verdovende middelen. Verdachte pakte een gripzakje met hennep uit haar jaszak en gaf dit aan de verbalisanten. [naam verbalisant] vroeg aan verdachte of zij nog meer verdovende middelen in haar auto had liggen, waarop verdachte een zwarte handtas onder het dashboard tevoorschijn haalde en aan [naam verbalisant] overhandigde. </para>
      <para>In de handtas werden vijf wikkels met vermoedelijk 4,5 gram cocaïne, een gripzakje met vermoedelijk 5 gram MDMA en zes gripzakjes met hennep aangetroffen. De bij verdachte aangetroffen gripzakjes met hennep bleken een totaalgewicht te hebben van 30 gram. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Verdachte werd vervolgens aangehouden en overgebracht naar het politiebureau. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nog diezelfde dag werd door de politie – nadat verdachte daartoe mondeling en schriftelijk toestemming had gegeven – een doorzoeking verricht in de woning van verdachte, gelegen op de eerste verdieping van het perceel [adres woning verdachte] te Heerlen. In de woning werd onder meer het volgende aangetroffen:</para>
      <para>Partij 1. een kartonnen doos met 578 gram hennepresten;</para>
      <para>Partij 2. vijf gripzakjes met in totaal 20 gram hennep;</para>
      <para>Partij 3. 45 gram witte pasta, vermoedelijk amfetamine;</para>
      <para>Partij 4. 240 gram rode pasta, vermoedelijk amfetamine;</para>
      <para>Partij 5. 164 gram vloeibare pasta, vermoedelijk amfetamine;</para>
      <para>Partij 8. 1,6 gram wit poeder, vermoedelijk amfetamine;</para>
      <para>Partij 9. 620 gram bruin korrelig stof, vermoedelijk MDMA;</para>
      <para>Partij 10. 108 gram bruin korrelig stof, vermoedelijk MDMA;.</para>
      <para>Partij 11. 10 gram witte, op amfetamine.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De bij verdachte in de auto en in haar woning aangetroffen hennep(resten) werden door de politie onderworpen aan een MMC kleur-reactietest. Uit deze test bleek dat de aangetroffen stoffen positief reageerden op de aanwezigheid van hennep.</para>
    <para />
    <para>De overige bij verdachte aangetroffen middelen werden onderzocht door het Nederlands Forensisch Instituut. Uit dit onderzoek bleek dat de hierboven onder 3, 4, 5 en 8 genoemde middelen amfetamine bevatten. De onder 5 en 6 genoemde middelen bevatten MDMA. De bij verdachte in de handtas aangetroffen wikkels met als inhoud vermoedelijk cocaïne en MDMA, bleken ook daadwerkelijk cocaïne en MDMA te bevatten. </para>
    <para />
    <para>Verdachte heeft bij de politie verklaard dat de bij haar in de auto aangetroffen hennep en MDMA waren bestemd voor eigen gebruik. De aangetroffen cocaïne had zij voor een vriend gehaald. Verdachte wist naar eigen zeggen dat er diverse verdovende middelen in haar woning lagen. Zij had deze daar zelf neergelegd. Verder verklaarde verdachte dat zij regelmatig – in opdracht van diverse mannen – amfetamine en MDMA verkocht en afleverde bij kopers. Dit deed zij sinds vier of vijf maanden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweren van de raadsvrouw</para>
      <para>De raadsvrouw heeft op de eerste plaats betoogd dat de doorzoeking in de woning van verdachte onrechtmatig is geschied, omdat verdachte geen schriftelijke toestemming heeft verleend tot doorzoeking van haar woning. In het dossier bevond zich weliswaar een toestemmingsformulier, maar verdachte ontkent dat zij degene is die dit heeft ondertekend. Zodoende was er geen machtiging tot doorzoeking.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij mondeling toestemming heeft gegeven tot doorzoeking van haar woning. Naar het oordeel van de rechtbank waren de dienstdoende verbalisanten op grond van die mondelinge toestemming gerechtigd tot de doorzoeking van de woning van verdachte. Van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering is dan ook geen sprake, zodat alle vruchten uit de doorzoeking voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Daarbij komt dat de rechtbank de verklaring van verdachte, dat zij de toestemmingverklaring niet zelf heeft ondertekend, ongeloofwaardig acht. De rechtbank heeft geen enkele reden om aan te nemen dat de (ondertekening van de) schriftelijke toestemmingsverklaring door de politie valselijk is opgemaakt. Zij acht dit ook onaannemelijk, nu verdachte reeds vóór het opmaken van deze schriftelijke toestemmingsverklaring aan de dienstdoende verbalisanten mondeling toestemming had gegeven tot de doorzoeking van haar woning. </para>
    <para />
    <para>Op de tweede plaats heeft de raadsvrouw betoogd dat op grond van het dossier niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de bij verdachte aangetroffen en in beslag genomen middelen, ook de middelen zijn die door het NFI zijn onderzocht. De SIN-nummers, welke doorgaans worden gekoppeld aan de in beslag genomen middelen en welke worden vermeld op de ‘aanvraag onderzoek NFI’, zijn in het onderhavige geval met “de hand” met een pen bijgeschreven achter de bij verdachte in beslag genomen middelen. Echter, niet blijkt wanneer deze SIN-nummers zijn bijgeschreven, zodat niet met zekerheid kan worden vastgesteld of dit ook de middelen zijn die naar het NFI zijn gestuurd voor nader onderzoek. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwerpt ook dit verweer van de raadsvrouw. De rechtbank stelt vast dat er bij verdachte verschillende partijen op harddrugs gelijkende stoffen in beslag zijn genomen. Van elk van deze partijen is een monster genomen. Deze monsters zijn vervolgens voorzien van een SIN-nummer. In dit geval zijn deze nummers door de politie met een pen bijgeschreven in een proces-verbaal, waarin een opsomming wordt gegeven van de monsters die zijn genomen van de in beslag genomen verdovende middelen. De handgeschreven nummers corresponderen met de SIN-nummers die door het NFI zijn onderzocht. Echter, niet alleen </para>
      <para>de SIN-nummers corresponderen met elkaar, maar ook het aantal in beslag genomen en onderzochte partijen en de omschrijving van deze partijen komen naadloos met elkaar overeen. De rechtbank acht het daarom uiterst onwaarschijnlijk dat de monsters, welke </para>
      <para>door het NFI zijn onderzocht, niet de monsters betreffen van de verdovende middelen die </para>
      <para>bij verdachte in beslag zijn genomen. Daarbij komt dat de raadsvrouw in het geheel niet aannemelijk heeft gemaakt dat de positieve uitslagen bij een andere partij verdovende middelen zou horen dan de partij die bij verdachte is aangetroffen. Hiermee staat voor de rechtbank vast dat de onderzoeksresultaten van het NFI zien op de bij verdachte in beslag genomen verdovende middelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Overwegingen ten aanzien van het bewijs</para>
      <para>De rechtbank stelt op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen vast dat in de auto en de woning van verdachte de volgende verdovende middelen zijn aangetroffen:</para>
      <para>-	628 gram hennep;</para>
      <para>-	460,6 gram amfetamine;</para>
      <para>-	1733 gram MDMA, en;</para>
      <para>-	4,5 gram cocaïne.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Voorts blijkt uit de verklaring van verdachte dat zij wetenschap had van de aanwezigheid van deze verdovende middelen in haar auto en haar woning, zodat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan op de wijze zoals hieronder in de bewezenverklaring is vermeld. </para>
    <para />
    <para>De rechtbank acht eveneens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 ten laste gelegd feit heeft begaan, gelet op de bij verdachte aangetroffen hoeveelheden MDMA en amfetamine die wijzen op verkoop daarvan, in samenhang bezien met haar eigen verklaring dat zij sinds vier of vijf maanden – in opdracht van anderen – deze verdovende middelen heeft verkocht en afgeleverd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.4	De bewezenverklaring</para>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. </para>
    <para />
    <para>op 30 november 2012 in de gemeente Landgraaf en in de gemeente Heerlen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 460,6 gram van een materiaal bevattende amfetamine en 4,5 gram van een materiaal bevattende cocaïne en 1733 gram van een materiaal bevattende MDMA, zijnde amfetamine, cocaïne en MDMA, middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;</para>
    <para />
    <para>2. </para>
    <para />
    <para>op 30 november 2012 in de gemeente Landgraaf en in de gemeente Heerlen opzettelijk aanwezig heeft gehad 628 gram hennep, zijnde hennep, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;</para>
    <para />
    <para>3. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het tijdvak van 30 juli 2012 tot en met 30 november 2012, in Nederland, meermalen opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd, hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine en/of hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA, zijnde amfetamine </para>
      <para>en MDMA, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4	De strafbaarheid</para>
      <para>Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Feit 1: </para>
      <para>opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod. </para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>Feit 2: </para>
      <para>opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod. </para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>Feit 3: </para>
      <para>opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod. </para>
    </parablock>
    <para> 	</para>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. </para>
    <para />
    <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>5	De strafoplegging</para>
      <para>5.1	De vordering van de officier van justitie</para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft tevens gevorderd om aan het voorwaardelijke deel van de straf de bijzondere voorwaarde te koppelen van reclasseringstoezicht. </para>
      <para>5.2	Het standpunt van de verdediging</para>
      <para>De raadsvrouw heeft primair verzocht – gelet op hetgeen volgens haar bewezen kan worden verklaard – om aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf waarvan de duur gelijk is aan het voorarrest. </para>
      <para>Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht, mocht de rechtbank meer feiten bewezen achten, om te volstaan met het opleggen van een gevangenisstraf waarvan de duur gelijk is aan de duur van het voorarrest en daarnaast een taakstraf voor de maximale duur. De raadsvrouw heeft verzocht om in ieder geval geen langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, omdat verdachte in dat geval haar woning en haar kinderen zal kwijtraken.  </para>
      <para>5.3	Het oordeel van de rechtbank</para>
      <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Verdachte heeft gedurende een periode van vier maanden gedeald in harddrugs. Daarnaast heeft zij grote hoeveelheden soft- en harddrugs in haar bezig gehad. Verdachte is daarmee  medeverantwoordelijk voor de vele nadelige effecten die de handel in en het gebruik van verdovende middelen veroorzaken. Het is feit van algemene bekendheid dat softdrugs en harddrugs grote gevaren opleveren voor de gezondheid van gebruikers. Bovendien gaat de handel in en het gebruik van drugs vaak gepaard met diverse andere vormen van (ernstige) criminaliteit, waardoor de samenleving schade wordt toegebracht. Verdachte heeft zich om deze nadelige gevolgen niet bekommerd en slechts gehandeld uit eigen belang. Dit rekent de rechtbank verdachte aan.</para>
    <para />
    <para>Verdachte komt thans voor het tweede maal in korte tijd in aanraking met politie en justitie wegens het dealen en aanwezig hebben van soft- en harddrugs. Blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie heeft de rechtbank in juni 2012 volstaan met het opleggen van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden. Dit heeft de verdachte er kennelijk  niet van weerhouden om - binnen de proeftijd - weer opnieuw over te gaan tot het plegen van soortgelijke delicten. De rechtbank is, gelet op het vorenstaande en gelet op de ernst van de feiten, van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf thans de enige passende straf is. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening gehouden met de straffen die doorgaans in soortgelijke zaken worden opgelegd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 18 maanden een passende straf. Zij zal deze straf dan ook aan verdachte opleggen. De rechtbank ziet geen aanleiding om een deel van deze straf voorwaardelijk op te leggen, zodat oplegging van een bijzondere voorwaarde, zoals door de officier van justitie gevorderd, niet aan de orde is. </para>
      <para>De officier van justitie heeft ook gevorderd om bij het opleggen van gevangenisstraf de gevangenneming van verdachte te gelasten. De officier van justitie heeft hiervoor echter geen bijzondere gronden aangevoerd, anders dan dat zij haar straf zal moeten ondergaan. Hoe waar ook, daarin ziet de rechtbank geen aanleiding haar, hangende de mogelijkheid </para>
      <para>van het instellen van een rechtsmiddel tegen onderhavige vonnis, reeds van haar vrijheid </para>
      <para>te beroven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6	De vordering tot tenuitvoerlegging</para>
      <para>Ter terechtzitting is gelijktijdig behandeld de vordering van de officier van justitie tot de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf van 12 maanden, aan de verdachte opgelegd bij onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank d.d. 29 juni 2012, gewezen onder parketnummer 03/700075-12.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering voldoet aan de bij de wet gestelde eisen.</para>
      <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte door hetgeen thans bewezen en strafbaar is verklaard, zich voor het einde van de vastgestelde proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit en aldus de algemene voorwaarde heeft overtreden. </para>
      <para>Bijzondere omstandigheden die aan de gevorderde tenuitvoerlegging in de weg zouden staan, zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>7	Het beslag</para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de bij verdachte in beslag genomen weegschalen dienen te worden onttrokken aan het verkeer, nu met behulp van deze voorwerpen feit 3 is begaan of voorbereid. De rechtbank zal om diezelfde reden de verbeurdverklaring bevelen van de bij verdachte in beslag genomen personenauto en mobiele telefoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>8	De wettelijke voorschriften</para>
      <para>De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>9	De beslissing</para>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewezenverklaring</para>
      <para>-	verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;</para>
      <para>-	spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafbaarheid</para>
      <para>-	verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder</para>
      <para>4 is omschreven;</para>
      <para>-	verklaart verdachte strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para>                                                                                </para>
    <parablock>
      <para>Straf</para>
      <para>-	veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden;</para>
      <para>-	bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslag</para>
      <para>-	verklaart verbeurd de bij verdachte in beslag genomen personenauto (2147797) en telefoon (2147743);</para>
      <para>-	verklaart aan het verkeer onttrokken de bij verdachte in beslag genomen weegschalen (2147749 en 2147750);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vordering tot tenuitvoerlegging</para>
      <para>-	gelast dat de bij vonnis van de meervoudige kamer d.d. 29 juni 2012 (parketnummer 03/700075-12) opgelegde voorwaardelijke straf, te weten een gevangenisstraf van 12 maanden, alsnog zal worden tenuitvoergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen, voorzitter, mr. J.M.E. Kessels en mr. S.V. Pelsser, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Romme, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 19 maart 2013.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para> </para>
    <para>BIJLAGE I: De tenlastelegging</para>
    <para />
    <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <para>1. </para>
    <para />
    <para>zij op of omstreeks 30 november 2012 in de gemeente Landgraaf en/of in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 506,6 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of ongeveer 4,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 1733 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde amfetamine, cocaïne en MDMA telkens een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;</para>
    <para />
    <para>2. </para>
    <para />
    <para>zij op of omstreeks 30 november 2012 in de gemeente Landgraaf en/of in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 628 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;</para>
    <para />
    <para>3. </para>
    <para />
    <para>zij in of omstreeks het tijdvak van 30 juli 2012 tot en met 30 november 2012, in de gemeente Heerlen, in elk geval in Nederland, een of meermalen (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd hoeveelheden, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, en/of hoeveelheden, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA zijnde amfetamine en MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>