<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ2353</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T02:08:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ2353</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Limburg" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Limburg</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-02-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">04/994509-11</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ2353">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ2353</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T12:51:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ2353 Rechtbank Limburg , 22-02-2013 / 04/994509-11</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ2353:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Meststoffenwet, varkenseenheden; problemen omtrent het vaststellen van opleggewicht van biggen bij gesloten bedrijf</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLIM:2013:BZ2353:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK LIMBURG</para>
      <para>Zittingsplaats Roermond </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 04/994509-11</para>
      <para>Datum uitspraak	: 22 februari 2013</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak </para>
      <para>Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>in de zaak tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte],</para>
      <para>geboren te [geboortedatum en plaats],</para>
      <para>wonende te [adres en woonplaats]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.	Het onderzoek van de zaak</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting</para>
      <para>van 8 februari 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.	De tenlastelegging</para>
    <para />
    <para>De verdachte staat terecht ter zake dat:</para>
    <para />
    <para>1. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 in de </para>
      <para>gemeente [gemeente], althans in Nederland, al dan niet opzettelijk, op een </para>
      <para>bedrijf gelegen [adres]  gemiddeld gedurende het jaar 2009 2446,51 </para>
      <para>varkens, uitgedrukt in varkenseenheden, in elk geval een groter aantal </para>
      <para>varkens, heeft gehouden dan het op dat bedrijf rustende varkensrecht, te weten </para>
      <para>2218 varkenseenheden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010 in de </para>
      <para>gemeente [gemeente], althans in Nederland, al dan niet opzettelijk, op een </para>
      <para>bedrijf gelegen [adres] gemiddeld gedurende het jaar 2010 2692,07 </para>
      <para>varkens, uitgedrukt in varkenseenheden heeft gehouden dan het op dat bedrijf </para>
      <para>rustende varkensrecht, te weten 2433 varkenseenheden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>3.	De geldigheid van de dagvaarding</para>
    <para />
    <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.</para>
    <para />
    <para>4.	De bevoegdheid van de rechtbank</para>
    <para />
    <para>Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.</para>
    <para />
    <para>5.	De ontvankelijkheid van de officier van justitie</para>
    <para />
    <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.</para>
    <para />
    <para>6.	Schorsing der vervolging</para>
    <para />
    <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.</para>
    <para />
    <para>7.	Bewijsoverwegingen</para>
    <para />
    <para>7.1.	Standpunten van de officier van justitie en de verdediging verdachte.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 8 februari 2013 gevorderd dat</para>
      <para>het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.</para>
    <para />
    <para>7.2.	Vrijspraakoverwegingen van de rechtbank</para>
    <para />
    <para>Aan verdachte wordt, kort samengevat, verweten dat hij op zijn bedrijf gemiddeld in het kalenderjaar 2009 en 2010 een groter aantal vleesvarkens (categorie 411) heeft gehouden dan het op het bedrijf rustende varkensrecht. Onder varkensrecht wordt verstaan het gemiddeld aantal varkens uitgedrukt in varkenseenheden dat op grond van de meststoffenwet ten hoogste mag worden gehouden. Verdachte heeft een gesloten bedrijf, hetgeen inhoudt dat de biggen uit eigen fok worden aangehouden voor de mesterij. Uit bijlage II behorende bij de Meststoffenwet volgt dat een big geen zelfstandige factor is in de berekening van het aantal varkenseenheden. De overgang van big naar een andere diercategorie (bijvoorbeeld vleesvarken of opfokzeug) vindt plaats bij een gewicht van circa 25 kilogram. Daar waar dieren op het eigen bedrijf worden aangehouden is deze overgang bij een gewicht van exact 25 kilogram. </para>
    <para />
    <para>Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting komt naar voren dat de biggen van het bedrijf van verdachte werden opgelegd met een geschat gewicht van 25 kilogram en niet werden gewogen.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de verbalisanten [1] en [2] van de Algemene Inspectiedienst Zuid Nederland (hierna AID) is geconstateerd dat de aantallen verkochte vleesvarkens en de I &amp; R transportmeldingen met elkaar in overeenstemming waren en dat de veesaldokaarten, waaruit het aantal dierdagen blijkt, akkoord waren.</para>
      <para>De AID komt op grond van eigen berekeningen - zoals weergegeven in het proces-verbaal  - tot de conclusie dat er op het bedrijf van verdachte gemiddeld in 2009 en 2010 een groter aantal varkens is gehouden dan toegestaan krachtens het op het bedrijf rustende varkensrecht. De AID komt tot deze conclusie door hantering van de volgende uitgangspunten:</para>
      <para>- gelet op bijlage II van de Meststoffenwet, worden biggen afkomstig van het eigen gesloten bedrijf, vanaf exact 25 kilogram aangemerkt als vleesvarkens;</para>
      <para>- bij vleesvarkens kunnen per varkensplaats 3 rondes per jaar gedraaid worden;   </para>
      <para>- bij mannelijke vleesvarkens met een goede groei kan in het groeitraject van 25 tot 33 kilogram een gemiddelde groei per dag gehaald worden van 520 gram. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Op basis van de normatieve benadering komt de AID tot de conclusie dat er meer vleesvarkens zijn geleverd dan op basis van de door de de AID gehanteerde uitgangspunten bij een opleggewicht van 25 kilogram mogelijk wordt gehouden en dat het dus niet anders kan dan dat de biggen op een zwaarder gewicht dan 25 kilogram zijn opgelegd in de vleesvarkensstallen en dus te laat zijn overgegaan naar diercategorie 411 (vleesvarken). Na herberekening naar een gewicht van 25 kilogram leidt dit volgens de AID tot een overschrijding van het op het bedrijf rustende varkensrecht.</para>
    <para />
    <para>De verdediging heeft zich daarentegen op het standpunt gesteld dat er geen sprake is geweest van een overschrijding zoals door de AID is berekend. Door de getuige-deskundige [naam] van DLV Intensief Advies BV is in dit verband gemotiveerd aangevoerd en gesteld dat de rondesnelheid in het bedrijf van verdachte ruim 10% boven de door de AID gehanteerde rondesnelheid van 3 ligt, waardoor de volledige verweten overschrijding enkel alleen al op dit punt valt te verklaren. Tevens is door de getuige-deskundige aangevoerd dat een groei per dag van 700 gram in het groeitraject van 25 tot 33 kilogram gehaald kan worden.  De getuige-deskundige [naam] concludeert uit zijn berekening,  gebaseerd op de vaststaande - door de AID niet in twijfel getrokken - bedrijfsgegevens (oplegdatum, afvoerdatum, afvoergewicht, aantal dierdagen)  dat het werkelijk aantal door het bedrijf van verdachte afgeleverde vleesvarkens overeen kan stemmen met het aantal opgelegde biggen indien deze bij opleg een gewicht hadden van 25 kilogram.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank dient te beoordelen of verdachte op zijn bedrijf een groter aantal vleesvarkens  heeft gehouden dan het op het bedrijf rustende varkensrecht. Kernvraag hierbij is of het bedrijf een aantal vleesvarkens ten onrechte (te lang) als big heeft aangemerkt. Het dossier bevat geen bewijsmiddel waaruit valt af te leiden op welk exact gewicht de biggen naar de vleesvarkensstal en daarmee naar de categorie 411 zijn overgezet. De toepasselijke wet- en regelgeving kent overigens ook geen verplichting om de dieren te wegen bij oplegging.</para>
      <para>Het gemiddeld gehouden aantal dieren in de categorie vleesvarkens kan derhalve niet exact, maar enkel bij benadering, met gebruik van een aantal aannames, worden vastgesteld. De overschrijding van het varkensrecht kan derhalve ook enkel bij benadering worden vastgesteld. De verweten overschrijding is ongeveer 10%. In het licht van het vorenstaande kan met de berekeningen van de AID voor het bewijs van het tenlastegelegde niet worden volstaan, temeer niet nu deze gebaseerd is op een aantal aannames waarvan de juistheid door de verdediging gemotiveerd is bestreden en die voorts onvoldoende aannemelijk zijn geworden.</para>
      <para>Verdachte dient te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>8.	Beslissing</para>
    <para />
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <para>verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis gewezen door mrs. M.J.A.G. van Baal, M.B.Th.G. Steeghs en Y.J.C.A. Roeffen, rechters, van wie mr. M.B.Th.G. Steeghs voorzitter, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr. P.C.M. Müller als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 22 februari 2013.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>