<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLEE:2012:BV0788</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-13T11:34:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBLEE:2012:19</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BV0788</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-01-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">356633 \ CV EXPL  11-974</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLEE:2012:BV0788">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLEE:2012:BV0788</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:29:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLEE:2012:BV0788 Rechtbank Leeuwarden , 04-01-2012 / 356633 \ CV EXPL  11-974</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLEE:2012:BV0788:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huur: ontbinding van de huurovereenkomst. Huurder B die door huwelijk is toegetreden tot de huurovereenkomst moet de tekortkoming van huurder A tegen zich laten gelden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLEE:2012:BV0788:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK LEEUWARDEN</para>
      <para>Sector kanton,  locatie Sneek</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>zaak-/rolnummer: 356633 \ CV EXPL  11-974</para>
    <para />
    <para>vonnis van de kantonrechter d.d. 4 januari 2012</para>
    <para />
    <para>inzake</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>WONINGSTICHTING DE WIEREN,</para>
      <para>gevestigd te Sneek,</para>
      <para>eiseres, verder te noemen De Wieren,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.J. Oudman,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[huurder A] en [huurder B],</para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagden, verder te noemen [huurder c.s.],</para>
      <para>gemachtigde: mr. D. van der Wal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Procesverloop</para>
      <para>1.	Ingevolge het tussenvonnis van 6 juli 2011 is op 4 oktober 2011 een comparitie gehouden. Hiervan is procesverbaal opgemaakt. </para>
      <para>Nadat partijen elk een akte hebben genomen is wederom vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Motivering</para>
      <para>2.	De kantonrechter neemt hier over hetgeen hij heeft overwogen en beslist bij voormeld tussenvonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De verdere beoordeling van het geschil</para>
    <para />
    <para>3.1.	Bij brief van 17 maart 2011 heeft De Wieren de huurovereenkomst met [huurder A] opgezegd per 16 april 2011, op de grond dat deze zich niet zou gedragen als een goed huurder. De Wieren heeft daarbij niet de in artikel 7:271 voorgeschreven opzeggingstermijn in acht genomen, zodat reeds om die reden de gevorderde verklaring voor recht dat deze opzegging rechtsgeldig was moet worden afgewezen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.2.	Vervolgens is, gelet op de subsidiaire vordering, de vraag aan de orde of er sprake is van zodanige gedragingen van [huurder A] dat de huurovereenkomst ontbonden moet worden. </para>
      <para>Deze vraag kan bevestigend beantwoord worden. </para>
      <para>Daarbij gaat het om het geheel van de gedragingen van [huurder A], en dus niet om de enkele aanwezigheid van 2 hennepplanten in de woning. Vast staat dat [huurder A] in strijd met de bepalingen in de huurovereenkomst een mast heeft geplaatst, [huurder B] het gebruik van de woning heeft gegeven en drugs heeft gebruikt. Vast staat eveneens dat [huurder A] de mast heeft laten staan, dan wel opnieuw heeft geplaatst, ondanks daartegen gerichte waarschuwingen en aanschrijvingen. Vast staat eveneens dat [huurder A], blijkens zijn uitlatingen ter zitting en het als productie 12 overgelegde verslag, weinig affiniteit toont met het feit dat De Wieren hem aan zijn contractuele verplichtingen tracht te houden. [huurder A] gedraagt zich, kortom, niet als een goed huurder en biedt evenmin hoop dat hij dat wel gaat doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.3.	Dan ligt de vraag voor in hoeverre het huwelijk tussen [huurder A] en [huurder B] aan ontbinding en ontruiming is de weg staat. [huurder B] is door dit huwelijk toegetreden tot de huurovereenkomst, echter pas na het ontstaan van de ontbindingsbevoegdheid van De Wieren. De tekortkoming van [huurder A] is, zoals hiervoor uiteengezet, voldoende ernstig om de ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. [huurder B] is aldus als medehuurster niet toegetreden tot een volwaardige huurovereenkomst en zij moet de tekortkoming van [huurder A] tegen zich laten gelden. De huurovereenkomst tussen De Wieren en [huurder B] kan eveneens worden ontbonden vanwege de tekortkoming van [huurder A], tenzij deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis tegenover de echtgenote de ontbinding niet kan rechtvaardigen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.4.	De subsidiaire vordering zal worden toegewezen als na te melden. [huurder c.s.] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten.</para>
      <para>De proceskosten aan de zijde van De Wieren worden begroot op:</para>
      <para>- explootkosten		€ 104,81</para>
      <para>- griffierecht		€ 106,--</para>
      <para>- salaris gemachtigde	€ 450,--(2 punten x tarief € 225,--)</para>
      <para>totaal			€ 660,81</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing</para>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het pand gelegen aan de [adres] te [woonplaats];</para>
    <para />
    <para>veroordeelt [huurder c.s.] om genoemd pand binnen zes weken na betekening van dit vonnis - met alle zich daarin bevindende personen en zaken - voorzover die niet het eigendom van De Wieren zijn - te verlaten en te ontruimen en vervolgens ontruimd en verlaten te houden en onder overgave van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van De Wieren te stellen;</para>
    <para />
    <para>veroordeelt [huurder c.s.] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van De Wieren begroot op €  660,81;</para>
    <para />
    <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mr. J.E. Biesma, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 januari 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    <para />
    <para />
    <para>c 185</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>