<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLEE:2003:AF4034</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T12:05:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AF4034</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2003-01-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">119274 /CV EXPL 02-210</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLEE:2003:AF4034">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLEE:2003:AF4034</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T18:25:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2003-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLEE:2003:AF4034 Rechtbank Leeuwarden , 22-01-2003 / 119274 /CV EXPL 02-210</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLEE:2003:AF4034:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLEE:2003:AF4034:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Rechtbank Leeuwarden</para>
      <para>Sector Kanton</para>
      <para>Locatie Sneek</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKKING EX ARTIKEL 7: 685 BW</para>
      <para>(Uitspraak: 22 januari 2003)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>119274 /VZ VERZ 02-210 </para>
    <para />
    <para />
    <para>in de zaak van</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verzoeker],</para>
      <para>wonende te Oosterend,</para>
      <para>- verder te noemen [verzoeker] -</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>gemachtigde: mr. W.M. Veldjesgraaf, advocaat te Leeuwarden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verweerder],</para>
      <para>wonende te Oosterend,</para>
      <para>- verder te noemen [verweerder] -</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr. P.H. Redeker, advocaat te Leeuwarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>ten aanzien van het procesverloop</para>
    <para />
    <para>[verzoeker] heeft bij verzoekschrift (met productie), ingekomen ter griffie op 4 december 2002, verzocht de tussen hem en [verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van gewichtige redenen in de zin van artikel 7: 685 BW.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Door beide partijen zijn - voorafgaand aan de terechtzitting - aanvullende producties in het geding gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De behandeling ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 8 januari 2003. Beide partijen zijn, vergezeld van hun gemachtigden, ter terechtzitting verschenen en hebben aldaar hun standpunten nader toegelicht. Van de zijde van [verweerder] zijn pleitnotities overgelegd. Van het verhandelde ter terechtzitting zijn aantekeningen gemaakt door de griffier, welke bij de stukken werden gevoegd. Vervolgens is de beschikking bepaald op heden.</para>
    <para />
    <para>ten aanzien van de motivering</para>
    <para />
    <para>1. De vaststaande feiten</para>
    <para />
    <para>Als gesteld en erkend, dan wel als niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de in zoverre onbetwiste inhoud der overgelegde producties staat het volgende vast.</para>
    <para />
    <para>1.1. [verzoeker] - ten tijde van het indienen van het verzoek 52 jaar oud - is sedert 31 juli 1972 in dienst bij [verweerder], laatstelijk in de functie van installatiemedewerker, tegen een bruto salaris van € euro 2.253,33 per maand, exclusief vakantietoeslag.</para>
    <para />
    <para>1.2. Op 19 september 2002 zijn tijdens werkzaamheden bij een opdrachtgever van [verweerder], [x], antieke tegels verdwenen. [verweerder] heeft de tegels dezelfde dag terugbezorgd. In eerste instantie heeft [x] [verzoeker] van de diefstal beschuldigd, maar die beschuldiging uiteindelijk ingetrokken.</para>
    <para />
    <para>1.3. In een door [x] opgestelde en ondertekende verklaring, verklaart deze onder meer:</para>
    <para />
    <para>"[verweerder] zegt: [y] (bedoeld wordt [verzoeker], ktr) weet ervan, dit kan natuurlijk niet, maar ik neem de verantwoording op me voor het personeel. K. [x]: [y] is volwassen en moet zijn eigen verantwoordelijkheid nemen. [verweerder]: dit moet zo gauw mogelijk in de doofpot, anders gaat het hele gezin eraan. [verweerder] zal zorgen dat de tegels zo gauw mogelijk weer terugkomen (…)</para>
    <para />
    <para>Dan bekent [verweerder] dat zijn zoon [z] en hij het (het meenemen van de antieke tegels, ktr) hebben gedaan en dat [y] er nooit aan het werk is geweest die dag!"</para>
    <para />
    <para>1.4. [verzoeker] heeft zich sedert dit voorval onder medische behandeling gesteld en heeft sedertdien geen werkzaamheden meer voor [verweerder] verricht.</para>
    <para />
    <para>2. Het standpunt van [verzoeker]</para>
    <para />
    <para>[verzoeker] heeft zijn verzoek gebaseerd op de hiervoor vermelde vaststaande feiten en daaraan bovendien het navolgende ten grondslag gelegd.</para>
    <para />
    <para>2.1. Volgens [verzoeker] heeft [verweerder] hem valselijk beschuldigd van diefstal van de antieke tegels. [verweerder] wilde [verzoeker] laten opdraaien voor de door [verweerder] zelf gepleegde diefstal.</para>
    <para />
    <para>2.2. [verweerder] heeft de geruchten over diefstal door [verzoeker] nooit ontzenuwd.</para>
    <para />
    <para>2.3. [verzoeker] heeft op grond van het vorenstaande geen vertrouwen meer om nog langer met [verweerder] samen te werken. Dit levert volgens hem een zodanige verandering in de omstandigheden op dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is. Omdat de noodzaak tot ontbinding in ernstige mate aan [verweerder] te verwijten is, verzoekt [verzoeker] om toekenning van een vergoeding van € euro 135.000,00 bruto (gebaseerd op een correctiefactor van 1,5). Bovendien heeft [verzoeker] verzocht [verweerder] in de kosten van deze procedure te veroordelen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>3. Het standpunt van [verweerder]</para>
    <para />
    <para>[verweerder] heeft zich gemotiveerd tegen het ontbindingsverzoek verweerd en daartoe het navolgende aangevoerd.</para>
    <para />
    <para>3.1. [verweerder] heeft de antieke tegels in zijn bestelauto geplaatst, omdat hij bij de uitvoering van de werkzaamheden bij [x] hinder hiervan ondervond. Toen de werkzaamheden waren geëindigd is [verweerder] vergeten de tegels terug te brengen.</para>
    <para />
    <para>3.2. [x] heeft dezelfde dag contact met [verweerder] opgenomen en concludeerde dat een werknemer van [verweerder] de tegels moest hebben weggenomen. Toen [x] vroeg wie er bij [verweerder] werkzaam waren, heeft [verweerder] onder meer de naam van [verzoeker] genoemd. [verweerder] heeft echter uitdrukkelijk gezegd uitsluitend zelf verantwoordelijk te zijn.</para>
    <para />
    <para>3.3. Vervolgens bleek [verweerder] dat [x] [verzoeker] inmiddels had beschuldigd van de diefstal. [verweerder] heeft daarop contact met [x] opgenomen. Ook heeft [verweerder] [verzoeker] uitgelegd dat hij [verzoeker] niet van de diefstal had beschuldigd.</para>
    <para />
    <para>3.4. Door [verweerder] is getracht om - na het voorval - contact met [verzoeker] te onderhouden om de situatie uit te praten. [verzoeker] heeft echter zelf elk contact met [verweerder] geweigerd en heeft [verweerder] derhalve niet in de gelegenheid gesteld het vertrouwen te herstellen. [verweerder] meent thans dat de situatie nog kan worden uitgepraat en hij is bereid de samenwerking met [verzoeker] voort te zetten.</para>
    <para />
    <para>3.5. [verweerder] verzoekt op grond van het vorenstaande het verzoek af te wijzen, althans bij toewijzing geen vergoeding ten laste van [verweerder] toe te kennen, aangezien [verweerder] deze vergoeding financieel niet kan dragen.</para>
    <para />
    <para>4. De beoordeling van het verzoek</para>
    <para />
    <para>4.1. De kantonrechter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat [verweerder] in ieder geval de verdenking van de diefstal op [verzoeker] heeft gelegd. Dit blijkt uit de hiervoor onder 1.3. geciteerde gedeelten van de verklaring van [x]. De kantonrechter ziet onvoldoende aanleiding om aan de juistheid van de verklaring van [x] te twijfelen, nu ter zitting is gebleken dat deze verklaring op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Zo hebben [x] (en diens echtgenote) de juistheid daarvan besproken met [verzoeker] (en diens echtgenote) en heeft [x] de verklaring pas na drie dagen (voor het aanbrengen van wijzigingen) voor akkoord ondertekend. Bovendien is van belang dat [x] heeft geweigerd de door [verweerder] opgestelde verklaring te ondertekenen, omdat hij het met de inhoud van die verklaring niet eens was.</para>
    <para />
    <para>4.2. Gelet op het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat aannemelijk is dat [verzoeker] geen vertrouwen meer kan hebben in voortzetting van diens met [verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst. Bovendien heeft [verzoeker] ter terechtzitting uitdrukkelijk meegedeeld zijn werkzaamheden bij [verweerder] niet te willen hervatten. Dit levert een zodanige verandering in de omstandigheden op, dat het verzoek zal worden toegewezen.</para>
    <para />
    <para>4.3. De kantonrechter acht het anderzijds aannemelijk dat [verzoeker] het contact met [verweerder] heeft geweigerd. Ter terechtzitting heeft [verzoeker] immers verklaard dat zijn echtgenote [verweerder] - gelet op de gezondheid van [verzoeker] - mogelijkerwijs heeft meegedeeld geen contact meer met hem op te nemen. Het had naar het oordeel van de kantonrechter op de weg van [verzoeker] gelegen om - zodra hij van mening was het contact met [verweerder] wel weer aan te kunnen - met [verweerder] contact op te nemen. Dit is echter niet gebeurd, hetgeen een (mogelijke) oplossing van de ontstane situatie onmogelijk heeft gemaakt.</para>
    <para />
    <para>4.4. De kantonrechter ziet in hetgeen hiervoor werd overwogen aanleiding om [verzoeker] ter zake het eindigen van diens arbeidsovereenkomst een vergoeding toe te kennen. Bij het vaststellen van die vergoeding heeft de kantonrechter in aanmerking genomen het langdurige dienstverband van [verzoeker], het verwijt dat [verweerder] als werkgever kan worden gemaakt alsmede hetgeen in overweging 4.3. is overwogen. De kantonrechter zal de vergoeding naar billijkheid dan ook vaststellen op een bedrag van bruto euro € 126.000,00. Dat [verweerder] financieel niet in staat is een vergoeding te betalen, acht de kantonrechter onvoldoende aannemelijk geworden. Weliswaar verwacht [verweerder] over 2002 een negatief resultaat van euro € 5.000,00, maar geenszins is gebleken dat de onderneming van [verweerder] in een structureel verliesgevende situatie is terechtgekomen.</para>
    <para />
    <para>4.5. Nu slechts [verweerder] ter zake het eindigen van de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] een verwijt kan worden gemaakt, zal hij in de kosten van deze procedure worden verwezen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <para>ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 23 januari 2003;</para>
    <para />
    <para>kent aan [verzoeker] ten laste van [verweerder] ter gelegenheid van voornoemde ontbinding een vergoeding toe ten bedrage van bruto € 126.000,00 (zegge: honderdzesentwintigduizend euro);</para>
    <para />
    <para>veroordeelt [verweerder] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [verzoeker] begroot op € 650,00 wegens salaris.</para>
    <para />
    <para>Aldus gegeven te Sneek en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2003 door mr. R.Tj. Terpstra, kantonrechter, in tegenwoordigheid van mr. B.P.C. de Jong, griffier.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>c 145.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>