<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBLEE:2000:AA5750</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T08:08:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA5750</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-05-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">39070</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>EB 2000, 49</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLEE:2000:AA5750">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLEE:2000:AA5750</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:02:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBLEE:2000:AA5750 Rechtbank Leeuwarden , 10-05-2000 / 39070</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBLEE:2000:AA5750:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBLEE:2000:AA5750:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE LEEUWARDEN</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak 10 mei 2000</para>
      <para>Rekestnummer 381/00</para>
      <para>Zaaknummer 39070</para>
    </parablock>
    <para>  </para>
    <para>  </para>
    <para>		OMGANG   </para>
    <para>  </para>
    <parablock>
      <para>  BESCHIKKING</para>
      <para>  van de arrondissementsrechtbank te Leeuwarden, enkelvoudige fami-lieka-mer, in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para>			</para>
    <parablock>
      <para>			[de man],</para>
      <para>			wonende te Zwaagwesteinde,</para>
      <para>			hierna ook te noemen de man,</para>
      <para>			procureur mr M.E.L.U. Janssen,</para>
    </parablock>
    <para>			</para>
    <para>  tegen</para>
    <para>			</para>
    <parablock>
      <para>			[de vrouw],</para>
      <para>			wonende te Zwaagwesteinde,</para>
      <para>			hierna ook te noemen de vrouw,</para>
      <para>			procureur mr I.M. Verhaar.</para>
    </parablock>
    <para>			</para>
    <para>  </para>
    <parablock>
      <para>  PROCESGANG</para>
      <para>  Bij beschikking van deze rechtbank van 11 februari 1998 is het verzoek van de man tot vaststelling van een omgangsregeling tussen hem en </para>
      <para>  [naam kind], geboren op 3 december 1996 in de gemeente Dongeradeel,</para>
      <para>  afgewezen.</para>
      <para>  Bij beschikking van het gerechtshof te Leeuwarden van 28 oktober 1998 is voormelde beschikking van 11 februari 1998 bekrachtigd.</para>
      <para>  De man heeft zich thans wederom tot de rechtbank gewend met een verzoek-schrift, strekkende tot vaststelling van een omgangsregeling tussen hem en [naam kind].</para>
    </parablock>
    <para>  </para>
    <para>  Behandeling vond plaats ter terechtzit-ting met gesloten deuren van deze enkelvoudige kamer op 13 april 2000.</para>
    <para>  </para>
    <para>  </para>
    <parablock>
      <para>  RECHTSOVERWEGINGEN</para>
      <para>  Naar aanleiding van het ter terechtzitting verhandelde en gelet op de aanwezige bescheiden overweegt de rechtbank het volgende.</para>
    </parablock>
    <para>  </para>
    <para>  In haar beschikking van 28 oktober 1998 heeft het gerechtshof onder meer overwogen dat "een omgangsregeling tussen de man en [naam kind] met zodanige spanningen bij de vrouw gepaard zal gaan dat [naam kind] daar onvermijdelijk de schadelijke weerslag van zal ondervinden. Het vast-stellen van een omgangsregeling moet onder de huidige omstandigheden dan ook in strijd worden geacht met de zwaarwegende belangen van [naam kind]."</para>
    <para>  </para>
    <para>  De vrouw heeft te kennen gegeven -zakelijk weergegeven- absoluut niet mee te willen werken aan een omgangsregeling tussen de man en [naam kind], vanwege haar grote angst, haar haat en haar wantrouwen jegens hem.</para>
    <para>  </para>
    <para>  De invloed die de in het verleden jegens de vrouw gepleegde mishandelin-gen en de door haar als bedreigend ervaren gedragingen van de man ook thans nog hebben op haar gezin is enorm. Zo zijn de spannin-gen in het gezin direct weer opgelo-pen na het bericht van de man in november 1999, dat hij omgang met [naam kind] wilde. Volgens de maatschappelijk werker van de vrouw, die haar sinds 1998 begeleidt, is de vrouw hierdoor "weer terug bij af".</para>
    <para>  </para>
    <para>  [naam kind] lijdt erg onder de spanningen. Ze heeft slaap- en concentratie-proble-men. Net als de vrouw krijgt zij persoonlijke professione-le hulpverle-ning. Dit geldt ook voor de veertien jaar oude zoon van de vrouw, [naam zoon], die naar het zich laat aanzien -de vrouw heeft dit onweer-sproken gesteld- in het verleden eveneens door de man is mishan-deld.</para>
    <para>  </para>
    <parablock>
      <para>  Gelet op het bovenstaande zijn de door de man veroorzaakte angst en de spanningen bij de vrouw thans nog even groot als ten tijde van voormel-de beschik-king van het gerechtshof. De situatie is ten opzichte van die beschikking niet wezenlijk gewij-zigd, nu geoor-deeld moet worden dat een omgangsre-geling tussen de man en [naam kind] ook thans met zodanige spannin-gen gepaard zal gaan binnen het gezin van de vrouw, dat [naam kind] daar onvermij-delijk de schadelijke weerslag van zal ondervin-den.</para>
      <para>  In redelijkheid kan de rechtbank dan ook alleen maar tot het oordeel komen dat nog steeds geldt dat omgang met de man in strijd is met zwaarwegende belangen van [naam kind].</para>
      <para>  Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding in te gaan op het aanbod van de raad voor de kinderbescherming een onderzoek in te stellen.</para>
      <para>  Het verzoek van de man zal worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para>  </para>
    <para>  </para>
    <parablock>
      <para>  BESLISSING</para>
      <para>  De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>  </para>
    <para>  wijst af het verzoek van de man tot vaststelling van een omgangsregeling tussen hem en de minderjarige [naam kind], geboren op 3 december 1996 in de gemeente Dongeradeel.</para>
    <para>  </para>
    <para>  </para>
    <parablock>
      <para>  Deze beschikking is gegeven door mr E.N. Brons, lid van de kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 mei 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      <para>  (cc: 18)</para>
    </parablock>
    <para>    </para>
    <para>  </para>
    <para>  </para>
    <para>	Van deze beschikking kan binnen 2 maanden hoger beroep worden inge-steld bij het gerechtshof te Leeuwarden. Indien u in deze procedure bent verschenen start deze termijn op de dag van de uitspraak. Als u niet in de procedure bent verschenen kan de termijn op een latere datum beginnen. Volgens de wet bent u verplicht om voor het instellen van hoger beroep een advocaat in te schakelen. In verband met de beperkte termijn dient u zo spoedig mogelijk contact met uw/een advocaat op te nemen!</para>
    <para>  </para>
    <para>	De griffier.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>