<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBHAA:2011:BV0178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T11:11:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BV0178</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Haarlem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Haarlem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-12-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15-801337-11</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2011:BV0178">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2011:BV0178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:27:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-01-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBHAA:2011:BV0178 Rechtbank Haarlem , 23-12-2011 / 15-801337-11</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBHAA:2011:BV0178:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Promis; invoer verdovende middelen; invoer cocaïne; LOVS richtlijnen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBHAA:2011:BV0178:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK HAARLEM</para>
    <para />
    <para>Sector Strafrecht</para>
    <para />
    <para>Locatie Schiphol</para>
    <para />
    <para>Meervoudige strafkamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 15/801337-11</para>
      <para>Uitspraakdatum: 23 december 2011</para>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Strafvonnis</para>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 13 december 2011 in de zaak tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte], </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te Braunschweig (Duitsland),</para>
      <para>zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,</para>
      <para>thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Almere.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Tenlastelegging </para>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>hij op of omstreeks 17 oktober 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Voorvragen</para>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. Vordering van de officier van justitie</para>
      <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit en gevorderd dat verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achtentwintig (28) maanden met aftrek van voorarrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Bewijs</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.1. Redengevende feiten en omstandigheden</para>
      <para>De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen waarbij de rechtbank - nu verdachte een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering is - zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>* de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting;</para>
      <para>* het proces-verbaal van bevindingen Douane speurhondengeleider d.d. 17 oktober 2011 (dossierparagraaf 2.2);</para>
      <para>* het proces-verbaal van aanleiding en bevindingen d.d. 17 oktober 2011 (dossierparagraaf 2.3);</para>
      <para>* het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen d.d. 19 oktober 2011 (los opgenomen);</para>
      <para>* het deskundigenrapport van het Douane Laboratorium te Amsterdam d.d. 25 oktober 2011, kenmerk 9419 X 11 (los opgenomen).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De door de rechtbank als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde personen en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2. Bewezenverklaring</para>
      <para>Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>hij op 17 oktober 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.</para>
    <para />
    <para>Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.</para>
    <para />
    <para>Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. Strafbaarheid van het feit</para>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.</para>
    <para />
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de strafbaarheid van het feit wordt uitgesloten. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>6. Strafbaarheid van verdachte</para>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. Motivering van de straf</para>
      <para>Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen. </para>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van 2.489,7 gram van een materiaal bevattende cocaïne. Dit is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde komt naar het oordeel van de rechtbank slechts een gevangenisstraf als straf in aanmerking.</para>
    <para />
    <para>De rechtbank merkt op dat de door de officier van justitie gevorderde (duur van deze) straf in overeenstemming is met de straf die ten aanzien van de opzettelijke invoer van vergelijkbare hoeveelheden cocaïne pleegt te worden opgelegd. De rechtbank ziet echter in de persoon van verdachte - die van meet af aan een bekennende verklaring heeft afgelegd en die onlangs 51 jaar is geworden, terwijl dit zijn eerste contact met politie en justitie betreft - aanleiding om enigszins ten voordele van verdachte van voornoemde eis van de officier van justitie af te wijken.</para>
    <para />
    <para>Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>8. Toepasselijke wettelijke voorschriften</para>
      <para>De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2 en 10 van de Opiumwet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>9. Beslissing</para>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.2. weergegeven;</para>
    <para />
    <para>verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <para>bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert;</para>
    <para />
    <para>verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    <para />
    <para>veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van VIJFENTWINTIG (25) MAANDEN;</para>
    <para />
    <para>bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. S. Jongeling, voorzitter,</para>
      <para>mr. J.M. Sassenburg en mr. G. Demmink, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. S.V. Ramdharie, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van vrijdag 23 december 2011.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Mr. Demmink en mr. Ramdharie zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>