<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBHAA:2011:BS8697</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T16:47:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BS8697</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Haarlem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Haarlem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-09-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10/3347</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2011:BS8697">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2011:BS8697</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:48:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-09-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBHAA:2011:BS8697 Rechtbank Haarlem , 12-09-2011 / 10/3347</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBHAA:2011:BS8697:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verweerder heeft het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk verklaard. De brief van 9 maart 2009, waarin verweerder aangeeft het voornemen te hebben tot handhaving over te gaan, is niet gericht op enig rechtsgevolg zodat geen sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBHAA:2011:BS8697:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK HAARLEM </para>
      <para>Sector bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>zaaknummer:  AWB 10 - 3347</para>
    <para />
    <para>uitspraak van de meervoudige kamer van  12 september 2011</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiser],</para>
      <para>wonende op chaletpark ‘[naam]’, te [plaatsnaam],</para>
      <para>eiser,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van Wormerland,</para>
      <para>verweerder,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>derde partij:</para>
      <para>[naam],</para>
      <para>wonende te [plaatsnaam], </para>
      <para>gemachtigde: mr. M. Jue, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	Procesverloop</para>
      <para>Op 9 maart 2009 heeft verweerder eiser een brief gezonden met daarin de mededeling voornemens te zijn om handhavend op te treden tegen de permanente bewoning van de recreatiewoning op chaletpark ‘[naam]’ aan de [adres], te [plaatsnaam], op nummer [nummer].</para>
      <para>Tegen deze brief heeft eiser bezwaar gemaakt.</para>
      <para>Bij besluit van 1 juni 2010 heeft verweerder met overneming van </para>
      <para>het advies van de commissie bezwaarschriften het bestreden besluit in stand gelaten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is - gelijktijdig met een aantal andere beroepen inzake de permanente bewoning van recreatiewoningen -  behandeld ter zitting van 12 juli 2011, alwaar eiser niet is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door K. Meyer en E. Kluijskens, beiden werkzaam bij de gemeente Wormerland.</para>
      <para>De derde partij en haar gemachtigde zijn, met bericht, niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	Overwegingen</para>
      <para>2.1	Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief van 9 maart 2009 geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), nu er nog geen beslissing is genomen door een bestuursorgaan. Het indienen van bezwaar  is dan ook nog niet mogelijk.</para>
      <para>2.2	Eiser heeft hiertegen aangevoerd dat zijn bezwaarschrift door de commissie bezwaarschriften tezamen met vierentwintig andere bezwaarschriften is behandeld en uiteindelijk ontvankelijk is verklaard. </para>
      <para>2.3	Ter beantwoording staat de vraag of verweerder op goede gronden het bezwaarschrift van eiser niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
      <para>2.4	Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder een besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.</para>
      <para>2.5	Eiser heeft op 9 maart 2009 een brief ontvangen met daarin het voornemen van verweerder om tot handhaving over te gaan. In de brief wordt eiser de mogelijkheid gegeven om zijn zienswijze binnen twee weken in te dienen. De rechtbank is van oordeel dat de brief van verweerder van 9 maart 2009 niet gericht is op enig rechtsgevolg zodat geen sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. Dit brengt ingevolge artikel 7:1, eerste lid, en 8:1, eerste lid, Awb met zich dat tegen voornoemde brief geen bezwaar  open stond. Verweerder heeft het bezwaar van eiser dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. Overigens berust eisers stelling dat zijn bezwaarschrift door de commissie bezwaarschriften uiteindelijk ontvankelijk is verklaard, op een verkeerde lezing.</para>
      <para>2.6	Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Beslissing</para>
      <para>De rechtbank:</para>
      <para>          verklaart het beroep ongegrond;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J. van Brussel, voorzitter van de meervoudige kamer, en mr. A.C. Terwiel-Kuneman en mr. drs. L. Beijen, leden, in tegenwoordigheid van  M.J.E. de Jong, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 september 2011.</para>
    <para />
    <para>afschrift verzonden op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rechtsmiddel</para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>