<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBHAA:2011:BR1178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-04T17:00:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BR1178</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Haarlem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Haarlem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-05-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">: 505863 BM 11-379mr</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2011:BR1178">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2011:BR1178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:29:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBHAA:2011:BR1178 Rechtbank Haarlem , 04-05-2011 / : 505863 BM 11-379mr</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBHAA:2011:BR1178:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onderbewindstelling voor 6 maanden. Het bewind heeft alleen betrekking op de (afwikkeling van de) nalatenschap, waarin de rechthebbende mede gerechtigd is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBHAA:2011:BR1178:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK HAARLEM</para>
      <para>Sector kanton</para>
      <para>Locatie Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer	: 505863 BM 11-379mr</para>
      <para>datum 	: 4 mei 2011</para>
      <para>Beschikking tot onderbewindstelling</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>op verzoek van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [A.],</para>
      <para>wonende te [adres]</para>
      <para>en </para>
      <para>2. [B.],</para>
      <para>wonende te [adres]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het verzoek strekt tot instelling van bewind over de goederen die (zullen) toebehoren aan:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[C.],</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats en geboortedatum],</para>
      <para>wonende te [adres],</para>
      <para>hierna te noemen: rechthebbende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>procedure</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft kennisgenomen van:</para>
      <para>-	het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 1 april 2011;</para>
      <para>-	een bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder.</para>
      <para>De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Een mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden op 20 april 2011, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting zijn verschenen:</para>
      <para>-	rechthebbende en zijn begeleidster mw. [D.];</para>
      <para>-	verzoeker sub 1;</para>
      <para>-	mr. P.B. de Boer, notaris. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>beoordeling</para>
    <para />
    <para>Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft verzoeker sub 1, broer van rechthebbende, aangegeven het onderhavige verzoek slechts te hebben ingediend om de nalatenschap van hun moeder die op [datum] is overleden, af te wikkelen, waarbij verzoeker sub 1 als gevolmachtigde voor alle erfgenamen optreedt. Gelet op de geestelijke toestand van rechthebbende, die mede-erfgenaamis,  is deze echter niet in staat zijn volmacht aan verzoeker sub 1 te verlenen. Na benoeming van verzoeker sub 1 tot bewindvoerder is het mogelijk de nalatenschap af te wikkelen. </para>
    <para />
    <para>Verzoeker sub 1 heeft voorts aangegeven dat de instelling waar rechthebbende verblijft al jaren de financiën van zijn broer op goede wijze beheert en dat hij dat beheer ook zo wil laten voortduren. Het  bewind dient daarom alleen betrekking te hebben op de (afwikkeling van de) nalatenschap, waarin rechthebbende mede gerechtigd is. </para>
    <para />
    <para>Uit de stukken en de afgelegde verklaringen is het de kantonrechter voldoende aannemelijk geworden dat rechthebbende als gevolg van zijn geestelijke toestand niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen.</para>
    <para />
    <para>Tevens is duidelijk geworden dat het bewind slechts voor een bepaalde periode noodzakelijk is.</para>
    <para />
    <para>Nu ook tegen benoeming van de voorgestelde bewindvoerder geen bezwaren zijn gerezen zal de kantonrechter het verzoek als volgt toewijzen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>beslissing</para>
    <para />
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <para>-	stelt de nalatenschap waarin rechthebbende mede gerechtigd is onder bewind voor de duur van 6 maanden;</para>
    <para />
    <para>-	benoemt tot bewindvoerder [A.], geboren te Haarlem op 5 juli 1949, wonende te [adres];</para>
    <para />
    <para>-	verstaat dat het ingestelde bewind van rechtswege eindigt op 4 november 2011.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mr. E.P. Stolp, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
    <para />
    <para>De griffier,							De kantonrechter,</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam</para>
      <para>a.	door de verzoeker en degenen aan wie de griffier een afschrift van deze beschikking heeft verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
      <para>b.	door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>