<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBHAA:2011:BP1238</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-16T10:10:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BP1238</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Haarlem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Haarlem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-01-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">490918 AO VERZ 10-769</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2011/58</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2011-0046</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2011-0046</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2011:BP1238">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2011:BP1238</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:32:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-01-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBHAA:2011:BP1238 Rechtbank Haarlem , 11-01-2011 / 490918 AO VERZ 10-769</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBHAA:2011:BP1238:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer,die een chauffeur van een ander bedrijf een vuistslag heeft gegeven. De kantonrechter wijst het verzoek af, gelet op het feit dat de chauffeur werknemer (die afkomstig is uit Afrika en een donkere huidskleur heeft) voor slaaf heeft uitgemaakt. De racistische wijze waarop de chauffeur werknemer heeft bejegend, kan als verzachtende omstandigheid gelden. Een andere sanctie dan beëindiging van de arbeidsovereenkomst had dan ook voor de hand gelegen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBHAA:2011:BP1238:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK HAARLEM</para>
      <para>Sector kanton</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rep.nr.: 490918/ AO VERZ 10-769</para>
      <para>datum uitspraak: 11 januari 2011</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST</para>
    <para />
    <para>inzake</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
      <para>AVIAPARTNER CARGO B.V.</para>
      <para>Te Schiphol-Noord </para>
      <para>verzoekster</para>
      <para>hierna: Aviapartner</para>
      <para>gemachtigde: mr. W.M. Hes</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verweerder]</para>
      <para>te [woonplaats]</para>
      <para>verweerder</para>
      <para>hierna: [verweerder]</para>
      <para>gemachtigde: mr. E.J.E. Groenenberg</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De procedure</para>
      <para>Op 26 november 2010 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Aviapartner. [verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 4 januari 2011. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten</para>
      <para>1.	Aviapartner is een onderneming die zich bezighoudt met de afhandeling van vracht op Schiphol. </para>
      <para>2.	[verweerder] is sinds 16 december 1995 bij Aviapartner in dienst, laatstelijk in de functie van Medewerker 2 Vracht. </para>
      <para>3.	Bij brief van 6 maart 2001 heeft Aviapartner [verweerder] een schriftelijke berisping gegeven wegens wangedrag jegens Cargo Duty Manager [XXX], te weten het geven van een schop. Aviapartner heeft daarbij aangegeven dat herhaling van dit wangedrag “zal leiden tot onmiddellijke beëindiging van het dienstverband wegens een dringende reden”.</para>
      <para>4.	In de nacht van 15 op 16 november 2010 heeft zich een incident voorgedaan, waarbij [verweerder] de he[YYY] (hierna: [YYY]), vrachtwagenchauffeur van het bedrijf Rhenus, tijdens een ruzie op zijn linkeroor heeft geslagen.</para>
      <para>5.	[YYY] heeft op 16 november 2010 van het voorval aangifte gedaan bij de Koninklijke Marechaussee op Schiphol. In het van deze aangifte opgemaakte proces-verbaal is onder meer de volgende verklaring van [YYY] opgenomen:</para>
      <para>	“Op 16 november 2010, omstreeks 00:00 uur, was ik bij de Avia partner [...] om 	mijn vracht te lossen. [...] Toen ik op de bel drukte werd er opengedaan door een 	negroide uitziende man [...] Ik hoorde de man (de kantonrechter begrijpt: [verweerder]) 	zeggen dat ik bij de verkeerde deur stond [...] Ik zei tegen de man dat hij wel een 	beetje respect moest tonen. [...] Op het moment dat ik mijn vracht gelost had [...] 	heb ik tegen de man gezegd dat hij op zijn leeftijd wat meer respect moest tonen [...] 	Nadat ik dit gezegd had hoorde ik de man het volgende zeggen: “Ik wil geen respect. 	Fuck you basterd, ik neuk je moeder.” [...] Ik heb vervolgens tegen de man gezegd 	dat hij net een hond was [...] en dat hij altijd een slaaf zou blijven aan de hand van 	zijn gedrag.”</para>
      <para>6.	Aviapartner heeft [verweerder] met ingang van 16 november 2010 geschorst.</para>
      <para>7.	Op 17 november 2010 heeft Manager Export [ZZZ] met [verweerder] gesproken over het incident tussen hem en [YYY]. In het daarvan opgemaakte en door [verweerder] ondertekende rapport is onder meer de volgende verklaring van [verweerder] opgenomen:</para>
      <para>	“Hij zei mij dat Afrikanen dom zijn en vervolgens pakte hij mij bij mijn mouw vast en 	zei: “Kijk jij bent zwart en jij ben een animal.” Hierop ben ik van hem weggelopen 	[...] Ik zag dat de chauffeur achter mij aan liep en zei: “You are an animal and you 	are a slave.” Toen ik dit hoorde werd ik heel boos [...] Ik heb hem met mijn tot vuist 	gebalde rechterhand een slag in het gezicht gegeven. [...] Ik weet dat ik fout ben 	geweest door de chauffeur tijdens een woordenwisseling een vuistslag te geven.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek</para>
      <para>Aviapartner verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair wegens een dringende reden en subsidiair wegens veranderingen in de omstandigheden.</para>
      <para>Aviapartner stelt –samengevat – dat het gedrag van [verweerder] in de nacht van 15 op                16 november 2010 een dringende reden vormt als bedoeld in artikel 7:678 BW, zodat van Aviapartner redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te laten voortbestaan.</para>
      <para>Voorts is Aviapartner het voor een vruchtbare arbeidsrelatie noodzakelijke vertrouwen in [verweerder] verloren. [verweerder] heeft de afgelopen jaren het vertrouwen van Aviapartner keer op keer beschaamd. Niet alleen heeft hij zich in 2001 schuldig gemaakt aan wangedrag jegens [XXX], maar ook heeft hij in 2006 schade veroorzaakt aan een heftruck, heeft hij in dat jaar een schriftelijke berisping gekregen wegens schending van het luchtvaartreglement en heeft hij in 2008 de verzuimvoorschriften geschonden. Daar komt bij dat [verweerder] geen uitmuntende werknemer is geweest. </para>
      <para>Hierdoor en door de onverschillige houding van [verweerder], ziet Aviapartner thans geen mogelijkheid meer voor herstel van het vertrouwen. Dit levert een zodanige verandering in de omstandigheden op, dat de arbeidsovereenkomst op zo kort mogelijke termijn dient te worden ontbonden, zonder toekenning van een vergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verweer</para>
      <para>[verweerder] concludeert tot afwijzing van het verzoek. [verweerder] voert daartoe het volgende aan.</para>
      <para>Het incident met [YYY] is geen reden om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. [YYY] is tegen [verweerder] te keer gegaan en heeft hem uitgemaakt voor ‘hond’ en ‘slaaf’. Bij [verweerder] is toen iets geknapt, waardoor hij zich heeft laten gaan. Aviapartner blaast de gebeurtenis op, terwijl zij voor [verweerder] in de bres had moeten springen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De voorgeschiedenis die Aviapartner aanhaalt kan geen gewicht in de schaal leggen. Het gaat slechts om drie incidenten tijdens een dienstverband van 15 jaar, waarbij bovendien de waarschuwing uit 2006 is komen te vervallen. [verweerder] heeft slechts één maal de verzuimregels niet in acht genomen. Aviapartner heeft [verweerder] nooit eerder aangesproken op slecht functioneren en onderbouwt ook nu haar stellingen niet.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>De beoordeling </para>
      <para>Ontbinding van de arbeidsovereenkomst</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De kantonrechter stelt vast dat het verzoek geen verband houdt met een opzegverbod.</para>
    <para />
    <para>Vooropgesteld wordt dat gebruik van fysiek geweld op de werkvloer niet door de beugel kan en dat Aviapartner alle reden had om [verweerder] wegens zijn gedrag jegens [YYY] een sanctie op te leggen. Gelet echter op de gebeurtenissen die aan de klap vooraf zijn gegaan, kan het incident naar het oordeel van de kantonrechter [verweerder] niet zo zwaar worden aangerekend, dat hij het moet bekopen met het verlies van zijn arbeidsovereenkomst. Vast staat immers dat [YYY] [verweerder] voor slaaf heeft uitgemaakt. Of dit is gebeurd naar aanleiding van de bewoordingen waarin [verweerder] zich volgens de verklaring van [YYY] over zijn moeder heeft uitgelaten, staat niet vast, nu er geen getuigen zijn geweest van de woordenwisseling tussen beide mannen. De reactie van [verweerder], hoe afkeurenswaardig deze ook mag zijn, moet in die context worden beoordeeld. De racistische wijze waarop [YYY] [verweerder] heeft bejegend, kan daarbij als verzachtende omstandigheid gelden. Een andere sanctie dan beëindiging van de arbeidsovereenkomst had dan ook voor de hand gelegen. Het feit dat [verweerder] al eerder (in 2001) een berisping heeft ontvangen voor wangedrag, maakt dat niet anders. </para>
    <para />
    <para>De door Aviapartner aangehaalde incidenten in 2006 en 2008 rechtvaardigen naar het oordeel van de kantonrechter niet de daaraan door Aviapartner verbonden conclusie dat zij “de afgelopen tien jaar haar handen vol heeft gehad aan [verweerder]”. Voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verlies van het voor een vruchtbare samenwerking noodzakelijke vertrouwen is dan ook geen grond.  </para>
    <para />
    <para>Al het voorgaande in aanmerking nemende komt de kantonrechter tot de conclusie dat er geen gewichtige redenen bestaan om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, zodat het verzoek wordt afgewezen. </para>
    <para />
    <para>Vanwege de aard van deze procedure draagt iedere partij de eigen kosten. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing</para>
      <para>De kantonrechter: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>wijst het verzoek af;</para>
    <para />
    <para>bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt. </para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen, bijgestaan door            drs. A.J. Verkruisen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>