<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBHAA:2010:BN6091</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T17:48:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BN6091</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Haarlem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Haarlem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-07-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">475775 BM 10-1110</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2010:BN6091">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2010:BN6091</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:53:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-09-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBHAA:2010:BN6091 Rechtbank Haarlem , 26-07-2010 / 475775 BM 10-1110</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBHAA:2010:BN6091:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Meerderjarigenbewind. Verzoek tot opheffing van het bewind door de rechthebbende en de bewindvoerder. De bewindvoerder wordt niet ontvankelijk verklaard in haar verzoek. De kantonrechter acht het niet zinvol het bewind te handhaven omdat, gelet op de gegeven omstandigheden, het voor de bewindvoerder niet mogelijk is om haar taken naar behoren te vervullen. Het verzoek wordt toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBHAA:2010:BN6091:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK HAARLEM</para>
      <para>Sector kanton</para>
      <para>Locatie Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer	: 475775 BM 10-1110</para>
      <para>datum : 26 juli 2010</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Beschikking tot opheffing van onderbewindstelling</para>
    <para />
    <para>op verzoek van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [rechthebbende]</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]</para>
      <para>wonende te [woonplaats], [adres]</para>
      <para>hierna ook te noemen: rechthebbende</para>
      <para>en</para>
      <para>2. Stichting Borgstaete</para>
      <para>gevestigd te 1970 AM IJmuiden, Postbus 575</para>
      <para>hierna ook te noemen: bewindvoerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Het verzoek strekt tot opheffing van het bewind dat bij beschikking van 23 augustus 2006  van de kantonrechter te  Zaandam is ingesteld over de goederen van rechthebbende voornoemd.</para>
    <para />
    <para>procedure</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft kennisgenomen van:</para>
      <para>-	het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 19 april 2010.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken.</para>
    <para />
    <para>Zowel bewindvoerder als rechthebbende zijn behoorlijk ter zitting van 17 juni 2010, 15.10 uur, opgeroepen en zonder bericht niet verschenen. Bij brief van 24 juni 2010 heeft de griffier de rechthebbende aangeschreven en daarbij onder meer medegedeeld: “De kantonrechter wil graag van u weten of u akkoord bent met het verzoek van uw bewindvoerder. Als zij binnen twee weken na vandaag niets van u heeft vernomen, gaat zij ervan uit dat u ook om opheffing heeft verzocht en zal zij een opheffingsbeschikking afgeven.”  </para>
    <para />
    <para>beoordeling</para>
    <para />
    <para>Een verzoek tot opheffing van het bewind kan slechts door de rechthebbende zelf, of door de officier van justitie worden gedaan. De bewindvoerder is daarom in zijn verzoek niet-ontvankelijk. Nu rechthebbende niet heeft gereageerd op de hiervoor deels geciteerde brief van 24 juni 2010 wordt ook zij als verzoeker aangemerkt.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Uit de stukken is gebleken dat rechthebbende na februari 2008 haar inkomen op een voor de bewindvoerder onbekende rekening heeft laten boeken. Tevens werden de haar toekomende toeslagen na mei 2008 naar een andere rekening overgeboekt. De bewindvoerder ontvangt geen correspondentie meer voor rechthebbende. Bovendien reageert zij niet op aan haar door de bewindvoerder toegestuurde brieven. De bewindvoerder krijgt ook geen gehoor op het bij haar bekende telefoonnummer van rechthebbende. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder deze omstandigheden is het voor de bewindvoerder niet mogelijk om haar taken naar behoren te vervullen en is het niet langer zinvol het bewind te handhaven. </para>
      <para>Het verzoek tot opheffing van bewind wordt toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>beslissing</para>
    <para />
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <para>	-	verklaart de bewindvoerder niet-ontvankelijk in het verzoek;</para>
    <para />
    <para>-	heft het bewind over de goederen van [rechthebbende] op met ingang van heden.</para>
    <para />
    <para>	</para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door mr. C.A. Boom, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
    <para />
    <para>De griffier,						De kantonrechter,</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam</para>
      <para>a.	door de verzoeker en degenen aan wie de griffier een afschrift van deze beschikking heeft verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
      <para>b.	door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>