<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBHAA:2009:BR1320</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T10:47:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BR1320</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Haarlem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Haarlem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-02-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 09-62</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2009:BR1320">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2009:BR1320</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:30:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBHAA:2009:BR1320 Rechtbank Haarlem , 10-02-2009 / AWB 09-62</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBHAA:2009:BR1320:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Moeder oefent het gezag over haar kind uit en is derhalve bevoegd haar kind in rechte te vertegenwoordigen. Het Ciz heeft ten onrechte gesteld dat moeder niet bevoegd is de zaken van haar kind te behartigen omdat omdat het kind onder toezicht is gesteld en uit huis geplaatst. Het bezwaar is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBHAA:2009:BR1320:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>RECHTBANK HAARLEM </para>
    <para />
    <para>Sector bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer:  	152254/2008-4269</para>
      <para>AWB 09 - 62</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 februari 2009</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[naam eiseres], in haar hoedanigheid als wettelijk vertegenwoordiger van </para>
      <para>[naam dochter]</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: dr. M.M. Tuk-Koek,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ),</para>
      <para>gevestigd te Driebergen</para>
      <para>verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>1.	Procesverloop</para>
    <para />
    <para>1.1	Bij besluit van 15 augustus 2008 heeft verweerder ten behoeve van [naam dochter] een indicatiebesluit genomen, inhoudende dat [naam dochter] in aanmerking komt voor AWBZ-zorg in de vorm van wonen met begeleiding en zeer intensieve verzorging.</para>
    <para />
    <para>1.2	Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 27 augustus 2008 bezwaar gemaakt.</para>
    <para />
    <para>1.3	Bij besluit van 4 november 2008 heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    <para />
    <para>1.4	Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 14 november 2008, aangevuld bij brief van 30 december 2008, beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>1.5	Op 22 december 2008 heeft de William Schrikker Stichting, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna te noemen: de Stichting) namens verweerder een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.6	Het beroep is behandeld ter zitting van 30 december 2008 alwaar zijn verschenen:</para>
      <para>-		eiseres, bijgestaan door haar gemachtigde dr. M.M. Tuk-Koek;</para>
      <para>-		de Stichting vertegenwoordigd door mevrouw S. van Hilst en mevrouw mr. A. Koudijs.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.	Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1	Gebleken is dat de Stichting ten behoeve van [naam dochter] bij het CIZ een (her)indicatie heeft aangevraagd voor AWBZ-zorg in de vorm van zorg in natura, te weten wonen met begeleiding en zeer intensieve verzorging bij een gezinswoonvorm van [naam]. Het CIZ heeft deze aanvraag ingewilligd voor de periode van 15 augustus 2008 tot 15 februari 2009. Eiseres is het met dit besluit niet eens en heeft bezwaar gemaakt. Verweerder heeft het bezwaar van eiseres vervolgens kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiseres niet bevoegd zou zijn zaken van [naam dochter] te behartigen. Eiseres is volgens het CIZ beperkt in het ouderlijk gezag. Voorts heeft verweerder zich op het standpunt gesteld – onder verwijzing naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 29 april 2008 (LJN:BD1113) – dat het besluit is genomen op grond van een wettelijk voorschrift dat is opgenomen in de bijlage die bij de Algemene wet bestuursrecht (Awb) behoort, zodat hiertegen op grond van artikel 8:5, eerste lid Awb in samenhang met artikel 7:1 Awb de mogelijkheid van bezwaar niet openstaat. </para>
    <para />
    <para>2.2	De rechtbank ziet zich geplaatst voor de vraag of verweerder op juiste gronden het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
    <para />
    <para>2.3	Uit de gedingstukken blijkt dat eiseres het gezag over [naam dochter] uitoefent. Eiseres is derhalve bevoegd haar dochter in rechte te vertegenwoordigen. Verweerder heeft dan ook ten onrechte gesteld dat eiseres niet bevoegd is de zaken van [naam dochter] te behartigen omdat [naam dochter] onder toezicht is gesteld en uit huis geplaatst. </para>
    <para />
    <para>2.4	Voorts staat vast dat onderhavig besluit is genomen op grond van de AWBZ. Het bestreden besluit is dus niet genomen op grond van een wettelijk voorschrift voorkomend op de zogenaamde negatieve lijst horende bij artikel 8:5 Awb, waartegen geen Awb-beroep en evenmin bezwaar mogelijk zou zijn. Verweerder heeft dan ook ten onrechte gesteld dat eiseres tegen het indicatiebesluit geen bezwaar en beroep zou mogen instellen.</para>
    <para />
    <para>2.5	De rechtbank is van oordeel dat verweerder het bezwaar ten onrechte kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard. </para>
    <para />
    <para>2.6	Het beroep zal dan ook gegrond worden verklaard. Het bestreden besluit moet worden vernietigd.</para>
    <para />
    <para>2.7	Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Niet gebleken is dat eiseres voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten heeft gemaakt.</para>
    <para />
    <para>3.	Beslissing</para>
    <para />
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1	verklaart het beroep gegrond;</para>
      <para>3.2	vernietigt het bestreden besluit van 4 november 2008;</para>
      <para>3.3	bepaalt dat verweerder met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar dient te nemen;</para>
      <para>3.4	wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. van Keken, rechter en op 10 februari 2009 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van R.C.M. Gerritsen-Martens, griffier.</para>
    <para />
    <para>afschrift verzonden op:</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Rechtsmiddel</para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA  Utrecht. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>