<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBHAA:2008:BD3973</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T14:51:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BD3973</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Haarlem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Haarlem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2008-05-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">374846/ CV EXPL 08-2377</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2008-0385</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2008-0385</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2008:BD3973">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2008:BD3973</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T02:51:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-06-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBHAA:2008:BD3973 Rechtbank Haarlem , 28-05-2008 / 374846/ CV EXPL 08-2377</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBHAA:2008:BD3973:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontslag tijdens proeftijd. Ingevolge artikel 7:669 BW doet degene die de arbeidsovereenkomst opzegt, de ander op diens verzoek schriftelijk opgave van de reden van de opzegging. Dit geldt ook als wordt opgezegd binnen de proeftijd. De ratio daarvan is dat de ontslagen werknemer moet kunnen nagaan of het ontslag in strijd is met enig opzegverbod zoals genoemd in artikel 5 lid 1 sub c van de Algemene wet gelijke behandeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBHAA:2008:BD3973:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK HAARLEM</para>
      <para>Sector kanton</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnr.: 374846/ CV EXPL 08-2377</para>
      <para>datum uitspraak: 28 mei 2008</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>VONNIS VAN DE KANTONRECHTER </para>
    <para />
    <para>inzake</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiser]</para>
      <para>te [woonplaats]</para>
      <para>eisende partij</para>
      <para>hierna te noemen [eiser]</para>
      <para>gemachtigde mr. E.C. Weijsenfeld</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap WERKPAS B.V.</para>
      <para>te Cruquius</para>
      <para>gedaagde partij</para>
      <para>hierna te noemen Werkpas</para>
      <para>vertegenwoordigd door C. van Gelderen </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>De procedure</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiser] heeft Werkpas gedagvaard op 15 februari 2008. Werkpas heeft mondeling geantwoord. </para>
      <para>[eiser] heeft daarop schriftelijk gereageerd, waarna Werkpas nog een schriftelijke reactie heeft gegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De feiten</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	[eiser] is met ingang van 7 september 2007 bij Werkpas in dienst getreden voor de duur van negen maanden.</para>
      <para>2.	Op de arbeidsovereenkomst is een proeftijdbeding van één maand van toepassing.</para>
      <para>3.	Bij brief van 12 september 2008 heeft Werkpas [eiser] medegedeeld de arbeidsovereenkomst met [eiser] per 10 september 2007 te hebben beëindigd.</para>
      <para>4.	Bij brief van 23 september 2007 heeft de toenmalige gemachtigde van [eiser] Werkpas uitgenodigd om in overleg te treden naar aanleiding van het ontslag van [eiser].</para>
      <para>5.	Bij brief van 27 september 2007 heeft Werkpas die gemachtigde van [eiser] naar haar opdrachtgever, de gemeente Haarlem, verwezen.</para>
      <para>6.	Bij brief van 5 oktober 2007 heeft de toenmalige gemachtigde van [eiser] Werkpas wederom uitgenodigd voor een gesprek. Hij heeft daarbij onder meer het volgende opgemerkt:</para>
      <para>	“Indien u niet tot een gesprek wilt komen, dan zal ik mij op het standpunt stellen dat 	u zich niet gedraagt zoals een goed werkgever […] betaamt. Voor mogelijke schade 	die is ontstaan zal ik dan ook aanspreken.”</para>
      <para>7.	Bij brief van 15 oktober 2007 heeft Werkpas onder meer het volgende geantwoord:</para>
      <para>	“Voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst in proeftijd wijzen wij u erop dat 	geen reden vermeldt hoeft te worden. In het geval van de heer Weldegebriel [eiser] 	is tot tweemaal toe een kans geboden een re-integratietraject bij Werkpas B.V. te 	volgend. Om diverse redenen is dit niet gelukt.”</para>
      <para>8.	Bij brief van 19 oktober 2007 heeft de toenmalige gemachtigde van [eiser] onder meer het volgende aan Werkpas medegedeeld:</para>
      <para>	“Ik bied andermaal aan met u tot overleg te komen. Ik verzoek u mij echter wel 	binnen twee weken op de reden voor ontslag in te gaan. […] Indien u bij […] ontslag 	geen rekening hebt gehouden met de bestaande klachten van cliënt zal ik […] op u zo 	nodig in een civiele procedure de schade die cliënt heeft geleden verhalen.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De vordering en de beoordeling daarvan</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiser] vordert (samengevat) veroordeling van Werkpas tot opgave van de reden voor het ontslag van [eiser], met veroordeling van Werkpas in de kosten van de procedure. </para>
      <para>[eiser] stelt daartoe het volgende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 7:669 BW doet degene die de arbeidsovereenkomst opzegt, de ander op diens verzoek schriftelijk opgave van de reden van de opzegging. Dit geldt ook als wordt opgezegd binnen de proeftijd. De ratio daarvan is dat de ontslagen werknemer moet kunnen nagaan of het ontslag in strijd is met enig opzegverbod zoals genoemd in artikel 5 lid 1 sub c van de Algemene wet gelijke behandeling. Het door Werkpas ingenomen standpunt, dat bij opzegging in de proeftijd geen reden vermeld behoeft te worden, is dan ook niet juist. </para>
      <para>[eiser] heeft tengevolge van het ontslag zijn uitkering verloren en een sanctie opgelegd  gekregen. Doordat Werkpas weigert opgave te doen van de reden van het ontslag, lijdt [eiser] schade, omdat hem daardoor de mogelijkheid wordt ontnomen om te beoordelen of hij Werkpas kan aanspreken op ontslag in strijd met enig opzegverbod en/of het beginsel van goed werkgeverschap </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Na aanvankelijk te hebben aangevoerd niet gehouden te zijn tot het doen van opgave van de reden voor het ontslag, heeft Werkpas bij conclusie van dupliek verklaard de arbeidsovereenkomst met [eiser] te hebben beëindigd, omdat [eiser] zonder opgaaf van redenen niet meer op het werk is verschenen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de opgave door Werkpas van de reden van het ontslag van [eiser] is aan de vordering voldaan. Hierop dient derhalve niet meer te worden beslist.</para>
      <para>Nu door Werkpas geen feiten en omstandigheden zijn aangevoerd op grond waarvan het niet voldoen aan het schriftelijk verzoek van de gemachtigde van [eiser] tot het doen van opgave van de reden voor het ontslag haar niet kan worden aangerekend, zal Werkpas worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Er bleef [eiser] immers op dat moment niets anders over dan Werkpas in rechte te betrekken </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Beslissing</para>
    <para />
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- veroordeelt Werkpas tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eiser] tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:</para>
      <para>dagvaarding			€   85,44</para>
      <para>vastrecht			€ 107,00</para>
      <para>salaris gemachtigde		€ 120,00,</para>
      <para>te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer 19.23.25.833 ten name van MvJ arrondissement Haarlem onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>- wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>