<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBHAA:2008:BC7046</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-25T14:07:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BC7046</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Haarlem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Haarlem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2008-03-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">144428</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2008:BC7046">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2008:BC7046</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T02:32:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2008-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBHAA:2008:BC7046 Rechtbank Haarlem , 18-03-2008 / 144428</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBHAA:2008:BC7046:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WSNP. Dat schuldenares mogelijk schulden heeft die niet te goeder trouw zijn ontstaan, mag er niet aan in de weg staan dat zij de mogelijkheid krijgt een minnelijke schuldregeling met haar schuldeisers te treffen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBHAA:2008:BC7046:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK HAARLEM</para>
      <para>Sector civiel recht, unit insolventies</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>zaaknummer: 144428</para>
    <para />
    <para>Vonnis van 18 maart 2008</para>
    <para />
    <para>In de zaak van </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verzoekster],</para>
      <para>wonende te [adres],</para>
      <para>verzoekster</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>is door verzoekster tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het instellen van een moratorium als bedoeld in artikel 287b Faillissementswet (Fw).</para>
    <para />
    <para>1. Het verzoek</para>
    <para />
    <para>De gevraagde voorziening houdt in:</para>
    <para />
    <para>het van toepassing verklaren van artikel 304 Fw.</para>
    <para />
    <para>Schuldenares heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat zij poogt een minnelijke schuldregeling met haar schuldeisers overeen te komen dan wel – als dat niet lukt – toelating tot de schuldsaneringsregeling zal verzoeken. De gevraagde voorziening is volgens schuldenares noodzakelijk om rust te creëren, zodat de minnelijke schuldregeling kans van slagen heeft. </para>
    <para />
    <para>2. Het verweer</para>
    <para />
    <para>De schuldeiser – Stadsverwarming – op wie de gevraagde voorziening betrekking heeft, is opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzoek. Zij is verschenen bij haar gemachtigde mr. M.W. Siebrands.</para>
    <para />
    <para>Stadsverwarming heeft zich tegen het verzoek verzet. Zij heeft aangevoerd dat schuldenares heeft ingestemd met een betalingsregeling, maar dat zij deze niet is nagekomen. Voorts heeft Stadsverwarming aangevoerd dat het verzoek dient te worden afgewezen, aangezien schuldenares ten aanzien van het ontstaan van een schuld aan de gemeentelijke sociale dienst van [plaatsnaam] niet te goeder trouw is geweest, hetgeen een uiteindelijke toelating tot de schuldsaneringsregeling in de weg zal staan. </para>
    <para />
    <para>3. Beoordeling</para>
    <para />
    <para>De rechtbank is van oordeel dat gevraagde voorziening noodzakelijk en gerechtvaardigd is teneinde schuldenares in staat te stellen in het minnelijk traject tot overeenstemming met haar schuldeisers over een minnelijke schuldregeling te komen. </para>
    <para />
    <para>Het verweer van Stadsverwarming dat schuldenares een betalingsachterstand heeft en een overeengekomen betalingsregeling niet nakomt, kan niet tot een ander oordeel leiden nu daarmee niet op voorhand duidelijk is dat de kans dat een minnelijke schuldregeling, gelet op de aard en de omvang van de schulden, tot stand komt zo klein is dat een moratorium niet gerechtvaardigd zou zijn.</para>
    <para />
    <para>Voorts is de rechtbank van oordeel dat de omstandigheid dat schuldenares, zoals aangevoerd door Stadsverwarming, schulden zou hebben die niet te goeder trouw zijn ontstaan, er niet aan in de weg mag staan dat zij de mogelijkheid krijgt een minnelijke schuldregeling met haar schuldeisers overeen te komen. </para>
    <para />
    <para>Aan de gevraagde voorziening wordt de voorwaarde verbonden dat schuldenares vanaf heden de lopende verplichtingen jegens Stadsverwarming voldoet. </para>
    <para />
    <para>Op het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling zal thans nog niet worden beslist. De mondelinge behandeling van dit verzoek zal plaatsvinden op dinsdag 16 september 2008 te 9:30 uur. Indien de schuldenares gedurende de looptijd van dit moratorium een minnelijke schuldregeling met haar schuldeisers tot stand brengt, dient zij dit zo spoedig mogelijk aan de rechtbank te melden en daarbij het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling in te trekken. </para>
    <para />
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <para>-verklaart artikel 304 Faillissementswet van toepassing op de tussen Stadsverwarming en schuldenares gesloten overeenkomst;</para>
    <para />
    <para>-bepaalt dat genoemde voorziening geldt voor de duur van zes maanden;</para>
    <para />
    <para>-bepaalt dat de voorziening in ieder geval vervalt op het moment dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt ingetrokken dan wel een beslissing daarop in kracht van gewijsde is gegaan;</para>
    <para />
    <para>-bepaalt dat genoemde voorziening slechts geldt zolang aan de lopende verplichtingen uit de rechtsverhouding waar het moratorium betrekking op heeft, wordt voldaan;</para>
    <para />
    <para>-bepaalt dat degene die namens schuldenares de buitengerechtelijke schuldregeling uitvoert, uiterlijk twee weken vóór het aflopen van de getroffen voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b zesde lid Fw. </para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. Candido en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2008.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>