<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBHAA:2005:AU0581</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-24T15:44:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AU0581</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Haarlem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Haarlem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2005-08-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/501390-05</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903">Wetboek van Strafvordering</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=65">Wetboek van Strafvordering 65</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=67">Wetboek van Strafvordering 67</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=67a">Wetboek van Strafvordering 67a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NbSr 2005/310</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2005:AU0581">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2005:AU0581</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T22:33:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2005-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBHAA:2005:AU0581 Rechtbank Haarlem , 05-08-2005 / 15/501390-05</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBHAA:2005:AU0581:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Zo bezien is er geen sprake van een geschokte</para>
        <para>rechtsorde in de zin van artikel 67a lid 3. Of de vrijlating van deze</para>
        <para>verdachte daadwerkelijk tot "public disorder" zal leiden, behoeft, gelet</para>
        <para>hierop, niet meer te worden onderzocht.</para>
        <para>De rechtbank is, dit alles in aanmerking genomen, van oordeel dat het in de</para>
        <para>samenleving niet als onbegrijpelijk en onaanvaardbaar zal worden beschouwd</para>
        <para>dat deze verdachte, die voor 22 juli jl in het geheel niet zou zijn vervolgd,</para>
        <para>haar berechting thuis, in Nederland, zou mogen afwachten.  De vordering  tot</para>
        <para>gevangenhouding zal daarom worden afgewezen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBHAA:2005:AU0581:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>SECTOR STRAFRECHT</para>
      <para> VESTIGING SCHIPHOL</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>                         </para>
    <para />
    <para>Parketnummer: 15/501390-05</para>
    <para />
    <para>De rechtbank;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>gezien de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement van 03</para>
      <para>augustus 2005, strekkende tot gevangenhouding van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte],</para>
      <para>[geboortedatum] te [geboorteplaats],</para>
      <para>[adres],</para>
      <para>thans verblijvende: Detentiecentrum, HvB Schiphol Oost te Oude Meer;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>gelet op het tegen de verdachte verleende bevel tot bewaring van 28 juli 2005;</para>
    <para>                         </para>
    <para>gezien het betreffende strafdossier;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>gehoord de officier van justitie;</para>
      <para>gehoord de verdachte, alsmede diens advocaat;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>overwegende, dat - nu na onderzoek is gebleken dat de verdenkingen, bezwaren en</para>
      <para>gronden, die tot het bevel tot bewaring hebben geleid, thans niet meer bestaan</para>
      <para>- de vordering van de officier van justitie behoort te worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft, kort samengevat, ter onderbouwing van de</para>
      <para>vordering tot gevangenhouding aangevoerd dat er in de onderhavige zaak sprake</para>
      <para>is van een geschokte rechtsorde. Dat koeriers in vergelijkbare gevallen -first</para>
      <para>offenders met minder dan drie kilo- in de periode vóór 22 juli jongstleden nog</para>
      <para>werden heengezonden, is daarop niet van invloed; de noodmaatregel hield geen</para>
      <para>oordeel in over de strafwaardigheid van de niet vervolgde zaken. Het</para>
      <para>heenzenden van de koeriers is volgens de officier van justitie een vorm van</para>
      <para>"public disorder" waarvoor slechts uit pure noodzaak is gekozen om de "public</para>
      <para>disorder" veroorzaakt door grote instroom van koeriers het hoofd te bieden.</para>
      <para>Het mag wellicht zo zijn dat de rechtsorde niet ernstig geschokt is als deze</para>
      <para>verdachte wordt heengezonden, aldus de officier van justitie, maar dat is</para>
      <para>zeker wel het geval wanneer een stroom koeriers niet in voorlopige hechtenis</para>
      <para>wordt genomen. De individuele koerierszaak kan dan ook niet los gezien worden</para>
      <para>van de grote aantallen koeriers die in Nederland drugs binnenbrengen en de</para>
      <para>verstoring van de openbare orde die dat teweeg brengt. Volgens de officier van</para>
      <para>justitie is er zo bezien sprake van "public disorder" als de vordering tot</para>
      <para>gevangenhouding zou worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de raadsman heeft het heenzendbeleid aangetoond dat in zaken als de</para>
      <para>onderhavige -first offenders met minder dan drie kilo- geen sprake (meer) is</para>
      <para>van een feit waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt. Dat in de afgelopen</para>
      <para>anderhalf jaar een grote stroom koeriers is heengezonden, heeft ondanks de</para>
      <para>ernst van het feit in de samenleving geen commotie veroorzaakt en van</para>
      <para>daadwerkelijk gebleken verstoring van de openbare orde is in geen enkel geval</para>
      <para>sprake geweest. Hoewel daartoe uitgenodigd, heeft de officier van justitie</para>
      <para>geen concreet aanknopingspunt gegeven waaruit de verstoring van de openbare</para>
      <para>orde kan blijken, aldus, kort samengevat, de raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is het navolgende van oordeel.</para>
      <para>Tot 22 juli jl zou de verdachte onder de toen geldende noodmaatregel door het</para>
      <para>Openbaar Ministerie zonder dagvaarding zijn heengezonden. Met ingang van 22</para>
      <para>juli is het beleid van het Openbaar Ministerie verscherpt in die zin, dat</para>
      <para>koeriers met méér dan 1,5 kilo weer zullen worden vervolgd.  De vraag die de</para>
      <para>rechtbank in dit geval moet beantwoorden is of het noodzakelijk is dat deze</para>
      <para>verdachte, die terecht zal moeten staan op verdenking van de invoer van</para>
      <para>ongeveer 2,2 kilo cocaïne, in voorlopige hechtenis of thuis, in Nederland,</para>
      <para>haar berechting afwacht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het uitgangspunt bij het toepassen van voorlopige hechtenis is dat de</para>
      <para>verdachte, hangende de berechting, in vrijheid het proces kan afwachten. De</para>
      <para>uitzonderingen op deze hoofdregel zijn limitatief opgesomd in artikel 67a</para>
      <para>van het Wetboek van Strafvordering. Omdat de verdachte in Nederland woont en</para>
      <para>first offender is, is de enige grond die hier aan de orde is, die waarbij op</para>
      <para>het vermoedelijk begane feit twaalf jaar gevangenis is gesteld en de</para>
      <para>rechtsorde daardoor ernstig is geschokt.</para>
      <para>De officier van justitie en de raadsman hebben er terecht op gewezen dat</para>
      <para>volgens het Europese Hof (Letellier, Smirnova) één van de aanvaardbare redenen</para>
      <para>om af te wijken van genoemd uitgangspunt is  "public disorder" en dat, om dit</para>
      <para>te kunnen aannemen, moet worden onderzocht of er concrete aanwijzingen zijn</para>
      <para>dat de vrijlating van de verdachte daadwerkelijk een verstoring van de</para>
      <para>openbare orde zal veroorzaken. De door het Europese Hof genoemde "public</para>
      <para>disorder" krijgt in de Nederlandse wet gestalte in de "geschokte rechtsorde".</para>
      <para>Voor de vraag of de rechtsorde geschokt is, is in elk geval niet uitsluitend</para>
      <para>bepalend de hoogte van de straf die op het feit is gesteld. Daarnaast zal</para>
      <para>moeten worden aangenomen dat het feit zo ernstig is, dat het met de heersende</para>
      <para>rechtsovertuiging zou strijden en het in de samenleving onbegrijpelijk en</para>
      <para>onaanvaardbaar zou worden gevonden dat de verdachte haar berechting in</para>
      <para>vrijheid zou mogen afwachten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de uitvoering van de</para>
      <para>noodmaatregel -wellicht onbedoeld - concrete aanwijzingen heeft opgeleverd</para>
      <para>dat dit laatste in gevallen als het onderhavige, niet aan de orde is. Noch</para>
      <para>het invoeren, noch het voortduren van de tijdelijke maatregel, hoe</para>
      <para>noodzakelijk wellicht ook, is in de samenleving aantoonbaar op onrust,</para>
      <para>verontwaardiging of verzet gestuit omdat de bewuste feiten een grove</para>
      <para>aantasting van de rechtsorde zouden betekenen. Gedurende de betrekkelijk</para>
      <para>lange periode  -anderhalf jaar- waarin een grote stroom van koeriers zoals</para>
      <para>verdachte is heengezonden, is vanuit de samenleving geen waarneembare druk</para>
      <para>uitgeoefend om de maatregel zo spoedig mogelijk te beëindigen of naar andere</para>
      <para>oplossingen te zoeken, omdat het heenzenden van verdachten in wezen als</para>
      <para>onacceptabel werd beschouwd. Ook het onlangs verlagen van de grens van drie</para>
      <para>kilo naar 1,5 kilo heeft geen enkele reactie losgemaakt waaruit dit laatste</para>
      <para>kan worden afgeleid. In andere woorden, voor zover het gaat om deze vorm van</para>
      <para>overtreding van de Opiumwet, waarbij een koerier zich louter heeft schuldig</para>
      <para>gemaakt aan het, als first offender, op Schiphol binnen Nederland brengen van</para>
      <para>minder dan drie kilo cocaïne, heeft heenzending aantoonbaar niet tot grote</para>
      <para>sociale onrust geleid. Zo bezien is er geen sprake van een geschokte</para>
      <para>rechtsorde in de zin van artikel 67a lid 3. Of de vrijlating van deze</para>
      <para>verdachte daadwerkelijk tot "public disorder" zal leiden, behoeft, gelet</para>
      <para>hierop, niet meer te worden onderzocht.</para>
      <para>De rechtbank is, dit alles in aanmerking genomen, van oordeel dat het in de</para>
      <para>samenleving niet als onbegrijpelijk en onaanvaardbaar zal worden beschouwd</para>
      <para>dat deze verdachte, die voor 22 juli jl in het geheel niet zou zijn vervolgd,</para>
      <para>haar berechting thuis, in Nederland, zou mogen afwachten.  De vordering  tot</para>
      <para>gevangenhouding zal daarom worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESCHIKT als volgt:</para>
      <para>wijst af de vordering van de officier van justitie;</para>
      <para>beveelt de invrijheidstelling van verdachte met ingang van 5 augustus 2005 om 12.00 uur</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan op 03 augustus 2005 door</para>
      <para>mrs  E. de Greeve, voorzitter,  W. Robert, rechter,  A.C. van den Boogaard, rechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr.drs. F.A. Rive, griffier.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>