<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBHAA:2004:AR3649</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T14:01:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AR3649</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Haarlem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Haarlem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2004-09-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15/920009-04</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2004:AR3649">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBHAA:2004:AR3649</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T21:28:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2004-10-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBHAA:2004:AR3649 Rechtbank Haarlem , 27-09-2004 / 15/920009-04</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBHAA:2004:AR3649:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De rechtbank Haarlem is van oordeel dat zij niet bevoegd is tot kennisneming van de aan verdachte ten laste gelegde feiten.</para>
        <para>Zij heeft daartoe overwogen dat:</para>
        <para>- de in de tenlastelegging opgenomen pleegplaatsen gelegen zijn in het arrondissement Amsterdam;</para>
        <para>- verdachte die niet beschikt over een GBA-adres hier te lande, in Amsterdam zijn verblijfplaats heeft;</para>
        <para>- niet is gebleken dat verdachte zich ten tijde van de aanvang van de vervolging in het arrondissement Haarlem bevond;</para>
        <para>- er geen vervolging ter zake van een andere zaak in Haarlem is aangevangen tegen verdachte, </para>
        <para>zodat het wetboek van strafvordering geen aanknopingspunten biedt voor haar bevoegdheid tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBHAA:2004:AR3649:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK HAARLEM</para>
      <para>SECTOR STRAFRECHT</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>MEERVOUDIGE STRAFKAMER </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 15/920009-04 </para>
      <para>Uitspraakdatum: 27 september 2004</para>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>STRAFVONNIS </para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 27 september 2004 in de zaak tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte], </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],</para>
      <para>opgevende als feitelijk wonende te [adres],</para>
      <para>thans gedetineerd in P.I. Midden Holland, HvB de Geniepoort, te Alphen aan de Rijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Tenlastelegging </para>
      <para>Aan verdachte is tenlastegelegd dat </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op een of meer tijdstippen in de periode van 17 juni 2004 tot en met 24</para>
      <para>juni 2004 te Amsterdam, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een</para>
      <para>ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd</para>
      <para>en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad</para>
      <para>(ongeveer) 4,01 kilogram MDMA poeder, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) van een</para>
      <para>materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de</para>
      <para>Opiumwet behorende lijst I, vermeld op voornoemde lijst I van de Opiumwet, dan</para>
      <para>wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op of omstreeks 30 juni 2004 te Amsterdam, althans in Nederland tezamen en</para>
      <para>in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft</para>
      <para>verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval</para>
      <para>opzettelijk aanwezig heeft gehad, (ongeveer) 4024 MDMA en/of MDEA tabletten</para>
      <para>en/of</para>
      <para>opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 4848 MDMA en/of MDEA tabletten</para>
      <para>en/of (ongeveer) 2039 gram MDMA poeder, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en)</para>
      <para>van een materiaal bevattende MDMA en/of MDEA, zijnde  MDMA en/of MDEA</para>
      <para>(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan</para>
      <para>wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Voorvragen</para>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat zij niet bevoegd is tot kennisneming van de aan verdachte ten laste gelegde feiten.</para>
      <para>Zij heeft daartoe overwogen dat:</para>
      <para>- de in de tenlastelegging opgenomen pleegplaatsen gelegen zijn in het arrondissement Amsterdam;</para>
      <para>- verdachte die niet beschikt over een GBA-adres hier te lande, in Amsterdam zijn verblijfplaats heeft;</para>
      <para>- niet is gebleken dat verdachte zich ten tijde van de aanvang van de vervolging in het arrondissement Haarlem bevond;</para>
      <para>- er geen vervolging ter zake van een andere zaak in Haarlem is aangevangen tegen verdachte, </para>
      <para>zodat het wetboek van strafvordering geen aanknopingspunten biedt voor haar bevoegdheid tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Gelet op verdachte’s verblijfplaats ten tijde van de aanvang van de vervolging  en gelet op het gegeven dat de officier van justitie bij het landelijk parket met de vervolging van de aan verdachte ten laste gelegde feiten is belast, zijn in elk geval de rechtbanken te Amsterdam en te Rotterdam bevoegd tot kennisneming van de aan verdachte ten laste gelegde feiten.</para>
    <para />
    <para>Nu de aard en de ernst van de feiten, waarvan verdenking bestaat, de voortduring van de voorlopige hechtenis rechtvaardigen en de gronden voor toepassing van voorlopige hechtenis nog onverkort aanwezig zijn, zal de rechtbank bepalen dat de voorlopige hechtenis voor na te noemen periode zal voortduren.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. Beslissing</para>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Verklaart zich onbevoegd tot kennisneming van de aan verdachte ten laste gelegde feiten;</para>
    <para />
    <para>Bepaalt dat het bevel tot voorlopige hechtenis nog zes dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis van kracht blijft.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. Goossens, voorzitter,</para>
      <para>mrs. Toeter en Van Zutphen , rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van de griffier mr. Van Weelden,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 september 2004.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>