<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGRO:2012:BX6319</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T23:06:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BX6319</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Groningen" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Groningen</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-06-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">534298 CV EXPL 12-1257</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGRO:2012:BX6319">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGRO:2012:BX6319</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T10:44:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGRO:2012:BX6319 Rechtbank Groningen , 21-06-2012 / 534298 CV EXPL 12-1257</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGRO:2012:BX6319:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Opmerking(en):	een inspanningsverbintenis kan resultaatselementen hebben</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGRO:2012:BX6319:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK GRONINGEN</para>
      <para>Sector kanton</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Locatie </para>
    <para />
    <para>Zaak\rolnummer: 534298/12-1257                                            </para>
    <para />
    <para>Vonnis d.d. 21 juni 2012</para>
    <para />
    <para>inzake</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de burgerlijke maatschap [naam] Notarissen , gevestigd en kantoorhoudende te [plaatsnaam,</para>
      <para>eiseres, hierna te noemen [A],</para>
      <para>gemachtigde Pranger AGIN gerechtsdeurwaarders te Assen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [naam] en </para>
      <para>2. [naam], beiden wonende te [plaatsnaam], [adres],</para>
      <para>gedaagden, hierna te noemen [B],</para>
      <para>in persoon procederende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>PROCESGANG</para>
    <para />
    <para>[A] heeft op de bij dagvaarding geformuleerde gronden gevorderd [B] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 5.621,55 vermeerderd met rente en kosten. [B] hebben geconcludeerd voor antwoord. De kantonrechter heeft vervolgens een comparitie van partijen bepaald, die in aanwezigheid van mr. J. Faber als gemachtigde van [A] en [naam], namens [B], heeft plaatsgevonden op 21 mei 2012. [A] heeft daarbij stukken in het geding gebracht. Van hetgeen partijen hebben verklaard, heeft de griffier aantekeningen gemaakt. Hierna is vonnis bepaald op heden. </para>
    <para />
    <para>OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1.   de feiten</para>
    <para />
    <para>1.1 Tussen partijen staat als gesteld en erkend, dan wel niet of onvoldoende (gemotiveerd) weersproken het volgende vast.</para>
    <para />
    <para>1.2 Op 29 mei 2007 hebben [B] aan één van de medewerkers van [A] volmacht verleend om voor en namens hen het registergoed, bestaande uit een perceel grond met de daarop gestichte opstallen (vrijstaande woning) en verdere toebehoren, staande en gelegen te [plaatsnaam] aan de [adres], te verkopen door middel van het uitschrijven van een tender.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>1.3 Inzake de kosten is in de hiervoor bedoelde volmacht onder meer opgenomen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>"Voorts verklaren ondergetekenden dat voor het uitvoeren van deze verkooptender de gewerkte </para>
      <para>uren op basis van het uurtarief ad een honderd vijf en zeventig euro (€ 175,00) (exclusief BTW) </para>
      <para>aan hen zal worden gedeclareerd. De gemaakte kosten door ons kantoor zullen tevens aan hen </para>
      <para>worden doorberekend."</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.4 Er heeft geen uitschrijving van een tender plaatsgevonden.</para>
    <para />
    <para>1.5 [A] heeft [B] voor haar werkzaamheden op 25 juni 2007 gefactureerd voor een bedrag van € 4.101,27. [B] hebben dit bedrag onbetaald gelaten.</para>
    <para> </para>
    <para>2.   het standpunt van [A]</para>
    <para />
    <para>2.1 Zij legt het volgende aan  vordering ten grondslag.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2 Zij heeft voorbereidende en bijkomende werkzaamheden verricht om de in de volmacht </para>
      <para>      bedoelde tenderveiling te organiseren. Het feit dat deze veiling niet is doorgegaan, laat </para>
      <para>      onverlet dat [B] gehouden zijn de kosten voor die werkzaamheden te voldoen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.3 Als gevolg van de nalatigheid van [B] heeft zij de vordering ter incasso uit </para>
      <para>      handen gegeven. Zij maakt aanspraak op rente en buitengerechtelijke kosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.   het standpunt van [B]</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1 Zij voeren - zakelijk weergegeven en voor zover hier van belang - het volgende als </para>
      <para>      verweer aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.2 [A] heeft geen, althans onvoldoende uitvoering gegeven aan de opdracht. Er </para>
      <para>      heeft geen tenderverkoop plaatsgevonden. Zij wijzen er in dit verband op dat [B] </para>
      <para>      met één van de door hen aangedragen, mogelijk geïnteresseerden in het </para>
      <para>      perceel, [naam], niets heeft gedaan. Ook met betrekking tot de andere voorgestelde </para>
      <para>      gegadigden bestaat die indruk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.3 Op hetgeen zij voorts nog hebben aangevoerd zal bij de beoordeling worden ingegaan, </para>
      <para>      voor zover dit relevant blijkt te zijn voor de (eventuele) uitkomst van deze procedure.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.   de beoordeling</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.1 Vast staat dat er, anders dan krachtens de hiervoor bedoelde volmacht de bedoeling was, </para>
      <para>      geen uitschrijving van de tender heeft plaatsgevonden. Op grond hiervan is de </para>
      <para>      kantonrechter van oordeel dat geen uitvoering is gegeven aan de inhoud van de bij die </para>
      <para>      volmacht tussen partijen gesloten verbintenis voor zover deze betrekking heeft op het </para>
      <para>      uitschrijven van een tender. Dit onderdeel van de overeenkomst kan niet anders worden </para>
      <para>      opgevat c.q. worden begrepen dan een resultaatsverbintenis. Immers had het beoogde </para>
      <para>      resultaat het uitschrijven van de tender moeten zijn. Nu dit uiteindelijk niet is gebeurd - </para>
      <para>      de gemachtigde van [A] heeft ter comparitie aangegeven niet te weten wat de </para>
      <para>      reden daarvan is geweest -, is dit beoogde en in de volmacht toegezegde resultaat niet </para>
      <para>      bereikt. Daarmee is [A] tekort geschoten in de nakoming van dit onderdeel </para>
      <para>      van de overeenkomst. </para>
      <para>4.2 De vraag die vervolgens voorligt is, of [A] terecht is overgegaan tot het </para>
      <para>      declareren van de door haar gestelde kosten aan [B] Gelet op de inhoud van de </para>
      <para>      overeenkomst, voor zover deze betrekking heeft op de kosten, is de kantonrechter van </para>
      <para>      oordeel dat deze vraag ontkennend dient te worden beantwoord. Daartoe wordt het </para>
      <para>      volgende overwogen. Partijen zijn in bedoelde volmacht omtrent de kosten </para>
      <para>      overeengekomen dat de door [A] gewerkte uren zullen worden gedeclareerd </para>
      <para>      voor het uitvoeren van de verkooptender (zie r.o. 1.3). [B] mochten er dus van </para>
      <para>      uit gaan dat eerst bij het uitschrijven van de tender kosten in rekening zouden worden </para>
      <para>      gebracht. Nu hiervoor evenwel in rechte is vastgesteld dat het uitvoeren c.q. uitschrijven </para>
      <para>      van de tender niet heeft plaatsgevonden, kan van declarabele kosten geen sprake zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.3 Het voorgaande leidt er toe dat de vordering zal worden afgewezen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.4 Als de in het ongelijk gestelde partij zal [A] worden veroordeeld in de kosten </para>
      <para>      van deze procedure. Deze kosten zullen, nu [B] zonder de bijstand van een </para>
      <para>      beroepsgemachtigde hebben geprocedeerd, evenwel worden vastgesteld op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <para>wijst de vordering af;</para>
    <para />
    <para>veroordeelt [A] in de kosten van deze procedure, die aan de zijde van [B] tot aan deze uitspraak worden vastgesteld op nihil.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.Tj. Terpstra, kantonrechter, en op 21 juni 2012 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.</para>
    <para> </para>
    <para>typ: jg</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>