<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGRO:2011:BT1646</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T21:05:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BT1646</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Groningen" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Groningen</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2011-09-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">516654 EJ VERZ 11-107</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2011/272</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2011-0744</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2011-0744</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGRO:2011:BT1646">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGRO:2011:BT1646</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T08:49:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2011-09-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGRO:2011:BT1646 Rechtbank Groningen , 15-09-2011 / 516654 EJ VERZ 11-107</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGRO:2011:BT1646:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Roken op de werkvloer; (voorwaardelijk) verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst; 7:685 BW</para>
      <para />
      <para>Avebe heeft werknemer op staande voet ontslagen omdat hij heeft gerookt op de werkvloer. De werknemer heeft in kort geding wedertewerkstelling en doorbetaling loon gevorderd. Deze vordering is toegewezen (zie LJN BT1645), van een dringende reden om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden is daarom geen sprake. Ook geen sprake van gewijzigde omstandigheden. Voorwaardelijk ontbindingsverzoek daarom afgewezen.</para>
      <para />
      <para>De kantonrechter heeft inzake drie andere werknemers gelijkluidend geoordeeld. De beschikkingen waarbij dat is gebeurd, zijn niet gepubliceerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGRO:2011:BT1646:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK GRONINGEN</para>
      <para>Sector kanton</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Locatie Groningen</para>
    <para />
    <para>Zaak\rolnummer: 516654 \ EJ VERZ  11-107</para>
    <para />
    <para />
    <para>beschikking  d.d. 15 september 2011</para>
    <para />
    <para>inzake</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de coöperatieve vereniging Coöperatie Avebe U.A., </para>
      <para>gevestigd te Veendam en medekantoorhoudende te (9563 TM) Ter Apelkanaal aan de M. en O. weg 11, </para>
      <para>verzoekster, hierna Avebe te noemen,</para>
      <para>gemachtigde mr. D. Kuijken, advocaat te Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>[verweerder],</para>
      <para>wonende te [adres], </para>
      <para>verweerder, hierna de werknemer te noemen,</para>
      <para>gemachtigde mr. J.H. Mastenbroek, advocaat te Groningen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>PROCESGANG</para>
    <para />
    <para>Bij verzoekschrift heeft Avebe voorwaardelijk verzocht de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van dringende, subsidiair gewichtige, redenen in de zin van artikel 7:685 BW. De werknemer heeft zich bij verweerschrift verzet tegen de gevraagde ontbinding.</para>
    <para />
    <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 september 2011, samen met het door de werknemer aanhangig gemaakte kort geding. Partijen (Avebe deugdelijk vertegenwoordigd) en hun gemachtigden zijn ter zitting verschenen. Daar hebben zij hun wederzijdse standpunten (nader) uiteen gezet, mede aan de hand van de door de gemachtigden opgestelde pleitaantekeningen. Van het verhandelde heeft de griffier aantekeningen gemaakt.</para>
    <para />
    <para>De uitspraak is bepaald op heden.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>OVERWEGINGEN </para>
    <para />
    <para>Feiten en omstandigheden</para>
    <para />
    <para>1. De werknemer is sinds 27 februari 1989 in dienst bij Avebe, laatstelijk in de functie van Operating Employee Dextrinetak in de zogenaamde Dextak-fabriek van Avebe in Ter Apelkanaal.</para>
    <para />
    <para>2. Avebe heeft de werknemer op 22 juli 2011 op staande voet ontslagen omdat hij heeft gerookt in een fabrieksgebouw waar sprake is van brand- en explosiegevaar.</para>
    <para />
    <para>3. De werknemer heeft de nietigheid van dit ontslag op staande voet ingeroepen en heeft in kort geding wedertewerkstelling en doorbetaling van loon gevorderd (met nevenvorderingen).</para>
    <para />
    <para>4. Avebe heeft, voor zover ooit in rechte onherroepelijk komt vast te staan dat op het moment van ontbinding de arbeidsovereenkomst tussen partijen nog bestaat, verzocht de arbeidsovereenkomst tussen haar en de werknemer te ontbinden.</para>
    <para />
    <para>5. De kantonrechter heeft bij vonnis van heden (zaak\rolnummer 515232 \ VV EXPL 11-25) de vordering tot wedertewerkstelling en doorbetaling van loon toegewezen. Voor de reden van die toewijzing verwijst de kantonrechter naar dat vonnis.</para>
    <para />
    <para />
    <para>De beoordeling</para>
    <para />
    <para>6. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod. De werknemer is weliswaar lid van de ondernemingsraad, maar dat staat los van het verzoek.</para>
    <para />
    <para>7. Gelet op wat de kantonrechter in het in rechtsoverweging 5 genoemde vonnis heeft overwogen is er in het onderhavige geval vooralsnog geen sprake van een dringende reden die maakt dat het dienstverband tussen partijen zo snel mogelijk dient te eindigen.</para>
    <para />
    <para>8. Dit betekent dat het ontbindingsverzoek alleen kan worden toegewezen op grond van een verandering van omstandigheden. Avebe heeft in dat kader aangevoerd dat de werknemer, terwijl hij wist van de gevaren en meerdere keren was gewaarschuwd, bewust insubordinatie heeft gepleegd door te roken op de werkvloer en dat hij daarmee zichzelf, zijn collega's en de goederen van Avebe in gevaar heeft gebracht. Dit standpunt van Avebe, het standpunt van de werknemer(s) en dat wat vast staat, heeft de kantonrechter al betrokken bij zijn oordeel om de vorderingen in kort geding toe te wijzen, waaronder de wedertewerkstelling. Deze kunnen dan in deze procedure niet tot toewijzing van het verzoek leiden. Ook de enkele omstandigheid dat het ontslag van de werknemer de pers heeft gehaald maakt niet dat een terugkeer van de werknemer bij Avebe onmogelijk is.</para>
    <para />
    <para>9. Het (voorwaardelijke) ontbindingsverzoek zal daarom worden afgewezen.</para>
    <para />
    <para>10. De kosten van deze procedure zullen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <para>wijst het verzoek af;</para>
    <para />
    <para>compenseert de kosten van de procedure in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. </para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze beschikking is gewezen door mr. R.Tj. Terpstra, kantonrechter, en op 15 september 2011 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.</para>
    <para />
    <para />
    <para>typ: wj</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>