<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGRO:2009:BL4368</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T15:44:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BL4368</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Groningen" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Groningen</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-09-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">399200 CV EXPL 09-1675</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGRO:2009:BL4368">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGRO:2009:BL4368</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:57:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGRO:2009:BL4368 Rechtbank Groningen , 08-09-2009 / 399200 CV EXPL 09-1675</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGRO:2009:BL4368:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Toerekenbare schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Tussenvonnis 1. Voor tussenvonnis 2 zie LJN BL4371.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGRO:2009:BL4368:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK GRONINGEN</para>
      <para>Sector kanton</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Locatie Winschoten</para>
    <para />
    <para>Zaak\rolnummer: 399200 \ CV EXPL  09-1675</para>
    <para />
    <para>Vonnis d.d. 8 september 2009</para>
    <para />
    <para>inzake</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap DGMR Bouw BV,</para>
      <para>statutair gevestigd te Arnhem, </para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde R. van der Laan, werkzaam bij Van der Laan &amp; Partners B.V. te Weert</para>
      <para>(Havenweg 11, 6006 SM),</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap H.B. Horecabedrijven Exploitatie Noord-Nederland BV, </para>
      <para>gevestigd te 9663 AV Nieuwe Pekela, Holland Marsch 14, </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde mr. S. van Gessel, advocaat te Veendam</para>
      <para>(postbus 125, 9640 AC).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>PROCESGANG</para>
    <para />
    <para>Eiseres, hierna te noemen DGMR, heeft op de bij dagvaarding geformuleerde gronden gevorderd gedaagde, hierna te noemen Horecabedrijven, te veroordelen tot betaling van € 3839,18 met rente met haar veroordeling in de kosten van het geding.</para>
    <para />
    <para>Wijlen J. heeft namens Horecabedrijven geantwoord met conclusie tot afwijzing van het gevorderde.</para>
    <para />
    <para>DGMR heeft gerepliceerd, waarna mr. S. van Gessel namens Horecabedrijven heeft gedupliceerd.</para>
    <para />
    <para />
    <para>OVERWEGINGEN </para>
    <para />
    <para>Het gaat in deze zaak om het volgende.</para>
    <para />
    <para>Tussen partijen staat vast dat J. aan DGMR opdracht heeft gegeven tot het verrichten van een onderzoek naar de oorzaak van de brand in de horecagelegenheid Turkish Delight in Hoogeveen. De horecagelegenheid was, in ieder geval destijds, eigendom van mevrouw K.</para>
    <para />
    <para>DGMR stelt dat J. daarbij handelde als vertegenwoordiger van Horecabedrijven. Zij heeft Horecabedrijven een factuur gestuurd en omdat deze onbetaald was gebleven deze procedure jegens Horecabedrijven aanhangig gemaakt. </para>
    <para />
    <para>J. heeft mondeling namens Horecabedrijven verweer gevoerd en gesteld dat hij bij het geven van de opdracht had gehandeld als vertegenwoordiger van K. Door J. is geen machtiging overgelegd waaruit blijkt dat hij bevoegd was het woord te voeren namens DGMR.</para>
    <para />
    <para>Nadat DGMR had gerepliceerd en daarbij haar vordering had gehandhaafd heeft mr. S. van Gessel namens Horecabedrijven gedupliceerd en daarbij gesteld dat wijlen J. niet bevoegd was om haar te vertegenwoordigen. De vennootschap wordt vertegenwoordigd door haar directeuren, de twee zonen van J., en deze hebben hun vader niet gemachtigd om de vennootschap op welke wijze dan ook te vertegenwoordigen. Zij stellen daarnaast inhoudelijk dat J. bij het geven van de opdracht niet namens haar, maar in privé, namens mevrouw K. de opdracht heeft verstrekt.</para>
    <para />
    <para>DGMR heeft op dit verweer nog niet kunnen reageren. De kantonrechter zal de zaak naar de rol verwijzen om haar daartoe alsnog in de gelegenheid te stellen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.</para>
    <para />
    <para />
    <para>BESLISSING </para>
    <para />
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <para>verwijst de zaak naar de rol van 6 oktober 2009 voor uitlating door DGMR als hierboven omschreven;</para>
    <para />
    <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. , kantonrechter, en op 8 september 2009 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.</para>
    <para />
    <para>typ: GvB</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>