<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGRO:2009:BK7247</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:40:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BK7247</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Groningen" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Groningen</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-12-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">113806 / JE RK 09-995</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGRO:2009:BK7247">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGRO:2009:BK7247</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:40:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2009-12-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGRO:2009:BK7247 Rechtbank Groningen , 08-12-2009 / 113806 / JE RK 09-995</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGRO:2009:BK7247:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gezinsvoogdij-instelling heeft onvoldoende uitvoering gegeven aan de ots. Thans geen zicht op ontwikkeling, wel duidelijk dat er zorgelijke meldingen zijn. In belang kinderen thans verlenging voor korte periode.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGRO:2009:BK7247:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK GRONINGEN</para>
      <para>Sector Civielrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>zaaknr.: 113806 / JE RK 09-995</para>
    <para />
    <para>beschikking kinderrechter d.d. 8 december 2009</para>
    <para />
    <para>inzake de kinderen A. B. en C. van de ouders D. en A. </para>
    <para />
    <para>De ouders zijn belast met het gezag over de drie kinderen.</para>
    <para />
    <para>PROCESGANG</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 4 november 2009 heeft de William Schrikker Groep Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSG), namens het bureau jeugdzorg, een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling ingediend, gedateerd 2 november 2009.</para>
      <para>Daarbij is overgelegd het hulpverleningsplan en een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Op 25 november 2009 is ter griffie van de rechtbank een brief met bijlage van mr. F. Gosselaar ontvangen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 27 november 2009 heeft de kinderrechter de zaak ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld.</para>
      <para>Gehoord zijn daarbij: vader, moeder, bijgestaan door mr. F. Gosselaar, en haar nieuwe partner en namens de WSG de heer W. van Engelen en mevrouw S. ten Brink.</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>Desgevraagd heeft de WSG ter zitting de contactjournaals overgelegd en heeft </para>
      <para>mr. F. Gosselaar stukken overgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>Bij beschikking van 17 december 2008 is de ondertoezichtstelling uitgesproken voor de tijd van 1 jaar, ingaande 17 december 2008.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Standpunt van de WSG</para>
      <para>De ouders zijn gescheiden en sindsdien is er sprake van veel strijd. Beide ouders hebben zorgen over de opvoedingscapaciteiten van de ander. De echtscheidingsproblematiek heeft van de ouders veel tijd en energie gevraagd waardoor zij in emotioneel opzicht weinig beschikbaar waren voor de kinderen. De ouders zien niet goed in wat de consequenties van hun gedrag zijn voor de kinderen. Het gevolg hiervan is dat opvoedsituatie voor de kinderen onvoldoende stabiel is. Bij alle drie de kinderen is sprake van een ontwikkelingsachterstand. Daarnaast heeft B. een taalachterstand en heeft C. een taal- en spraakachterstand. De WSG is van mening dat nu de opvoedsituatie instabiel is de ontwikkelingsachterstanden van de kinderen alleen maar groter zullen worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Ter zitting is naar voren gebracht dat er het afgelopen jaar weinig hulpverlening in het gezin is ingezet. Sinds november 2009 is er een vaste gezinsvoogd aangewezen, mevrouw Ten Brink. De WSG vindt het uitermate vervelend hoe het afgelopen jaar is verlopen. Gelet op de problematiek en de onderlinge strijd is de WSG van mening dat er nu zo snel mogelijk hulp moet worden ingezet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Standpunt van moeder</para>
      <para>Vorig jaar december is de ondertoezichtstelling uitgesproken en sindsdien is er geen enkel contact geweest. Alleen op 12 november jl. is er contact geweest met de gezinsvoogd, mevrouw Ten Brink. Een verlenging van de ondertoezichtstelling heeft dan ook geen enkele meerwaarde. Er is een verzoekschrift opgesteld zonder dat er contact met moeder of school is opgenomen. Zo zijn de ouders in 2007 gescheiden en niet in 2008 zoals in het verzoekschrift is weergegeven. De ondertoezichtstelling is destijds uitgesproken om de omgang tussen de kinderen en vader op te starten. Dit is echter niet van de grond gekomen. De laatste keer dat de kinderen met vader omgang hebben gehad was in mei van dit jaar. Vader heeft ook geen kaartjes gestuurd met de verjaardagen van de kinderen. Met de kinderen zelf gaat het goed. De school heeft aangegeven dat A. en B. geen achterstand meer hebben. C. heeft logopedie. Moeder krijgt vanuit school advies hoe met hem om te gaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Standpunt van vader</para>
      <para>Vader wordt door moeder niet op de hoogte gehouden; hij weet niets van de kinderen. Hij is er zelf achtergekomen dat C. naar een andere school gaat. Hij heeft het afgelopen jaar niets van jeugdzorg gehoord. Alleen in november heeft vader een telefoontje gehad van mevrouw Ten Brink. Vader heeft contact opgenomen met de scholen, maar de scholen willen hem geen informatie verstrekken. Vader heeft de kinderen wel verjaardagskaarten gestuurd. Hij wil graag omgang met zijn kinderen, maar door de houding en bedreigingen van de kant moeder komt de omgangsregeling niet van de grond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>Beoordeling</para>
      <para>De kinderrechter is sedert de wetswijziging in 1995 niet langer belast met de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de maatregel van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Het is de gezinsvoogdij-instelling die hiervoor de verantwoordelijkheid draagt, waarbij aan de Raad een toezichthoudende taak is gegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter stelt vast dat de gezinsvoogdij-instelling(en) in deze zaak onvoldoende uitvoering hebben gegeven aan de aan hen bij de wet opgedragen taken. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt namelijk dat bij beschikking van 17 december 2008 de ondertoezichtstelling over de kinderen is uitgesproken maar eerst in november 2009 een gezinsvoogd is aangesteld </para>
      <para>In de tussenliggende periode is er geen uitvoering gegeven aan de ondertoezichtstelling. Uit de overgelegde contactjournaals blijkt dat er alleen een aantal malen telefonisch contact is geweest, telkens op initiatief van moeder of stiefvader en telkens met de verzoeken (met spoed) een jeugdbeschermer toe te wijzen. In januari 2009 is daarbij melding gedaan van de aanwezigheid van blauwe plekken bij B. en in juni 2009 (twee maal) van seksuele handelingen tussen C. en zijn halfbroer en halfzus. </para>
      <para>Vanaf november 2009 heeft er éénmaal een telefonisch contact plaatsgevonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het behoeft geen betoog dat het niet verlenen van hulp en ondersteuning zich niet verhoudt met de door de kinderrechter in december 2008 opgelegde ingrijpende maatregel van ondertoezichtstelling. Naar het oordeel van de kinderrechter is er sprake van een schending van artikel 13 van de Wet op de Jeugdzorg, de artikelen 43 en 44 van het Uitvoeringsbesluit Wet op de Jeugdzorg, alsmede de artikelen 3 (belang van het kind) en 6 (recht op ontwikkeling van het kind) van het Verdrag inzake de rechten van het kind. De rechtbank zal om die redenen een afschrift van deze beschikking doen toekomen aan de Raad.</para>
    <para />
    <para>Doordat er het afgelopen jaar geen hulpverlening is ingezet, is er geen zicht gekomen op de ontwikkeling van de kinderen. Duidelijk is wel dat de omgangsregeling niet van de grond is gekomen en dat vader in mei 2009 voor het laatst omgang heeft gehad met zijn kinderen. Tevens is ter zitting duidelijk geworden dat de onderlinge verhoudingen tussen de ouders nog steeds gespannen zijn en er sprake is geweest van zorgelijke meldingen bij bureau jeugdzorg. Dit maakt dat de kinderrechter van oordeel is dat in het belang van de minderjarigen de termijn van de ondertoezichtstelling dient te worden verlengd, nu de gronden voor de ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn. De kinderrechter zal de termijn echter voor een korte periode verlengen, te weten voor vier maanden. In de komende periode verwacht de kinderrechter dat er door de WSG hulp en ondersteuning wordt geboden aan de ouders en de kinderen. Indien de WSG opnieuw een verlengingsverzoek wenst in te dienen dient het verzoek te worden onderbouwd met recente informatie over de ontwikkeling van de kinderen, over hetgeen er de afgelopen periode is ondernomen, alsmede een deugdelijke motivering op grond waarvan een verdere verlenging van de ondertoezichtstelling nodig wordt geacht (plan van aanpak).  </para>
    <para />
    <para> </para>
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verlengt de termijn van de ondertoezichtstelling ten aanzien van de minderjarigen A. B. en C. voor een periode van vier maanden, ingaande 17 december 2009 tot 17 april 2010, met behoud van opdracht van de ondertoezichtstelling aan de William Schrikker Groep Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSG) te Amsterdam, p/a Postbus 12685, namens het bureau jeugdzorg; </para>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>wijst het verzoek voor het overige af.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze beslissing is gegeven te Groningen door mr. M.P. den Hollander, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.J. van der Heide, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 december 2009.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>