<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGRO:2009:BI8953</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T04:49:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BI8953</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Groningen" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Groningen</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-04-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">108281 / FA RK 09-464</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGRO:2009:BI8953">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGRO:2009:BI8953</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T04:49:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2009-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGRO:2009:BI8953 Rechtbank Groningen , 28-04-2009 / 108281 / FA RK 09-464</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGRO:2009:BI8953:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank stelt vast dat tussen de man en de vrouw een band bestaat die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen (art. 1:204 eerste lid sub e BW).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGRO:2009:BI8953:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK GRONINGEN</para>
      <para>Sector Civielrecht</para>
      <para>Meervoudige familiekamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>zaaknr.: 108281 / FA RK 09-464</para>
    <para />
    <para>beschikking d.d. 28 april 2009</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[de man],</para>
      <para>wonende te [adres],</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>hierna te noemen de man,</para>
      <para>advocaat mr. H.A. Jeuring,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[de vrouw],</para>
      <para>wonende te [adres],</para>
      <para>belanghebbende,</para>
      <para>hierna te noemen de vrouw.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>De man heeft op 5 maart 2009 een verzoekschrift ingediend, waarin hij de rechtbank verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat er tussen hem en de vrouw een band bestaat die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen. </para>
    <para />
    <para>Bij beschikking van deze rechtbank van 1 april 2009 is mr. F.B. Flooren benoemd tot bijzondere curator over de minderjarige. </para>
    <para />
    <para>De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren van 7 april 2009. Daarbij zijn verschenen en gehoord: de man en de vrouw, bijgestaan door mr. H.A. Jeuring, en de bijzondere curator. </para>
    <para />
    <para>RECHTSOVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>Vaststaande feiten</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- de man is [in 1995] in de gemeente Zuidhorn gehuwd met [echtgenote], die volgens vaste jurisprudentie, in navolging van de relevante Kamerstukken, geen belanghebbende is; </para>
      <para>- sinds april 2004 heeft de man een affectieve relatie met de vrouw en sinds oktober 2008 wonen zij samen;</para>
      <para>- uit de relatie tussen de man en de vrouw is een kind geboren:</para>
      <para>   [naam kind], geboren [in 2009] in de gemeente Groningen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Beoordeling </para>
    <para />
    <para>De man is door zijn huwelijk met [echtgenote], niet in staat om over te gaan tot erkenning van het kind, dat uit zijn relatie met de vrouw is geboren. </para>
    <para />
    <para>Op grond van artikel 1:204, eerste lid, sub e, Burgerlijk Wetboek kan een gehuwde man zijn buiten het huwelijk verwekte kinderen erkennen, indien de rechtbank vaststelt dat aannemelijk is dat tussen de man en de moeder een band bestaat of heeft bestaan die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen of dat tussen de man en het kind een nauwe persoonlijke betrekking bestaat.</para>
    <para />
    <para>De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval sprake is van een band tussen de man en de vrouw (de moeder), zoals hiervoor omschreven. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.</para>
    <para />
    <para>Zowel de man als de vrouw heeft verklaard dat zij reeds sinds april 2004 een affectieve relatie met elkaar hebben, met medeweten van de echtgenote van de man. In oktober 2008 zijn de man en de vrouw officieel gaan samenwonen, maar in de periode daarvoor was daar feitelijk ook al sprake van. De man en de vrouw hebben het voornemen met elkaar in het huwelijk te treden, zodra de man officieel gescheiden is. Vooralsnog hebben de man en zijn echtgenote de keuze gemaakt niet van elkaar te scheiden vanwege financiële redenen.  </para>
    <para />
    <para>De rechtbank acht het, evenals de bijzondere curator, in het belang van de minderjarige [naam] dat zij in familierechtelijke betrekking komt te staan tot de man die haar wil erkennen, maar die daarin wordt belemmerd door het huwelijk. De rechtbank beslist als hierna is vermeld.</para>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>stelt vast dat tussen de man en de vrouw een band bestaat die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen;</para>
    <para />
    <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. D.A. Flinterman, voorzitter, M.J.B. Holsink, en </para>
      <para>M.P. den Hollander, en uitgesproken door eerstgenoemde, in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van 28 april 2009.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>nw</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>