<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGRO:2002:AE1959</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T11:17:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AE1959</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AL9176</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Groningen" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Groningen</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2002-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">57700 - KG ZA 02-103</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>KG 2002, 133</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGRO:2002:AE1959">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGRO:2002:AE1959</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T17:44:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGRO:2002:AE1959 Rechtbank Groningen , 25-04-2002 / 57700 - KG ZA 02-103</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGRO:2002:AE1959:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGRO:2002:AE1959:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>RECHTBANK GRONINGEN</para>
      <para>DE VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Reg.nr.:  57700 / KG ZA 02-103</para>
      <para>Datum uitspraak: 25 april 2002</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>V O N N I S</para>
    <para />
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiseres],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>hierna te noemen [eiseres],</para>
      <para>zowel handelend voor zichzelf als in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [de minderjarige], hierna te noemen [P.],</para>
      <para>procureur: mr. L.H. Poortman - de Boer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[gedaagde],</para>
      <para>verblijvend in de P.I. Flevoland te Almere,</para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>hierna te noemen [gedaagde],</para>
      <para>procureur: mr. O.B. Volkerts.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiseres] heeft [gedaagde] doen dagvaarden in kort geding.</para>
      <para>De vordering strekt er toe [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om aan [eiseres] te vergoeden een voorschot op de schade die [P.] als gevolg van het onrechtmatig handelen van [gedaagde] heeft geleden, te weten een bedrag van EUR 13.000,-- (in verband met de geleden immateriële schade) en een bedrag van EUR 2.760,-- (in verband met de geleden materiële schade), alsmede tot betaling van de wettelijke rente over het gevorderde bedrag van EUR 15.760,-- vanaf de dag van dagvaarding tot het moment van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding, waaronder de kosten die gemaakt zijn voor het leggen van het beslag en die gemaakt moeten worden voor de inning van het toegewezen bedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de voor de behandeling bepaalde dag, woensdag 17 april 2002, is [eiseres] verschenen, vergezeld van de procureur mr. Poortman - de Boer.</para>
      <para>[gedaagde] is niet verschenen en heeft zich doen vertegenwoordigen door de procureur mr. Volkerts.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>[eiseres] heeft conform de dagvaarding gevorderd, waarbij zij producties in het geding heeft gebracht.</para>
      <para>[gedaagde] heeft geconcludeerd primair tot weigering van de gevraagde voorziening, subsidiair tot referte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en zijdens [eiseres] is een pleitnota overgelegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben ten slotte vonnis gevraagd.</para>
      <para>De uitspraak is bepaald op 25 april 2002.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>RECHTSOVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. Vaststaande feiten:</para>
    <para />
    <para>1.1 Gedurende de periode juli 1996 tot en met oktober 1998 is de minderjarige [P.] (geboren 17 juni 1984) door [gedaagde] seksueel misbruikt, alsmede lichamelijk en geestelijk mishandeld. [gedaagde] heeft voorts op zijn eigen borst de beeltenis en naam van [P.] laten tatoeëren. [P.] heeft tengevolge van één en ander te kampen met grote psychische problemen. In verband hiermee is hij in behandeling geweest bij verschillende hulpverleners en heeft hij in diverse instellingen verbleven. </para>
    <para />
    <para>1.2 [P.] heeft ten gevolge van bedoeld handelen van [gedaagde] immateriële en materiële schade geleden. De immateriële schade kan worden worden begroot op EUR 17.000,--. De materiële schade bedraagt vooralsnog EUR 2.760,--, bestaande uit advocaatkosten en kosten ter vaststelling van verminderde verdiencapaciteit.</para>
    <para />
    <para>1.3 Als gevolg van de bij verkoop van zijn woning geïncasseerde overwaarde beschikt [gedaagde] over voldoende financiële middelen om het gevorderde voorschot op schadevergoeding te kunnen betalen.</para>
    <para />
    <para>1.4 Ter verzekering van haar vordering heeft [eiseres] ten laste van [gedaagde] conservatoir beslag doen leggen onder ABN AMRO Bank N.V. en ING Bank N.V.</para>
    <para />
    <para>1.5 [gedaagde] wordt strafrechtelijk vervolgd voor het door hem gemaakte seksueel misbruik. De strafrechter heeft in de betreffende zaak nog geen uitspraak gedaan.</para>
    <para />
    <para>2. Standpunt van [eiseres]:</para>
    <para />
    <para>2.1 Door de minderjarige [P.] seksueel te misbruiken en te mishandelen en door de naam en beeltenis van [P.] op zijn eigen borst te laten tatoeëren, heeft [gedaagde] onrechtmatig jegens [P.] gehandeld. Deze onrechtmatige daden zijn aan de schuld van [gedaagde] te wijten en derhalve aan hem toerekenbaar. Het risico dat hij met zijn handelen [P.] schade zou berokkenen was [gedaagde] bekend, althans had hem bekend moeten zijn. Dit risico was vermijdbaar. [gedaagde] heeft zijn seksuele lust echter laten prevaleren boven het belang van [P.]. De mate van toerekeningsvatbaarheid van [gedaagde] in strafrechtelijke zin doet hierbij niet terzake.</para>
    <para />
    <para>2.2 Bedoelde tatoeage is extra vernederend en beangstigend voor [P.] waardoor de door hem geleden (immateriële) schade hoger is dan zonder die tatoeage het geval zou zijn geweest.</para>
    <para />
    <para>2.3 [eiseres] heeft een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening, aangezien [P.] grote behoefte heeft aan erkenning van het onrecht dat hem door [gedaagde] is aangedaan. Des te sneller van deze erkenning sprake is, des te sneller [P.] tot een goede verwerking van dat onrecht kan komen. Een uitspraak van de civiele rechter waarin is bepaald dat [gedaagde] zich onrechtmatig jegens [P.] heeft gedragen, kan de vereiste erkenning opleveren. Bovendien beschikt [P.] niet over de financiële middelen die zijn vereist om de vermindering van zijn verdiencapaciteit door een deskundige vast te laten stellen, welke vaststelling op korte termijn dient plaats te hebben.</para>
    <para />
    <para>3. Standpunt van [gedaagde]:</para>
    <para />
    <para>3.1 [eiseres] heeft geen, althans onvoldoende spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening. De strafrechtelijke procedure verloopt niet trager dan gemiddeld. Voor zover dit wel het geval is, is dat niet aan [gedaagde] te wijten. [gedaagde] is immers op bevel van de strafrechter geobserveerd door de GGz te Eindhoven.</para>
    <para />
    <para>3.2 Indien [gedaagde] in de strafzaak verminderd dan wel niet toerekeningsvatbaar wordt verklaard dan is het de vraag of het gestelde onrechtmatig handelen aan hem kan worden verweten.</para>
    <para />
    <para>3.3 Voor het overige refereert [gedaagde] zich aan het oordeel van de voorzieningenrechter.</para>
    <para />
    <para>4. Beoordeling van het geschil:</para>
    <para />
    <para>4.1 De voorzieningenrechter acht het voldoende aannemelijk dat toewijzing van de gevraagde voorziening voor [P.] een erkenning kan opleveren van het leed dat hij door toedoen van [gedaagde] heeft ondergaan en aldus een bijdrage kan leveren aan de verwerking van dat leed. Nu bovendien moet worden aangenomen dat [P.], zoals onweersproken door [eiseres] is aangevoerd, thans niet beschikt over voldoende financiële middelen om een deskundigenonderzoek te laten verrichten naar de vermindering van zijn verdiencapaciteit als gevolg van het misbruik en de mishandeling door [gedaagde], kan van [eiseres] redelijkerwijs niet worden gevergd dat zij terzake van het verkrijgen van schadevergoeding de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Derhalve heeft [eiseres] spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening. Dat een mogelijk relatief traag verloop van de strafzaak niet aan [gedaagde] is te wijten - wat daarvan overigens verder ook zij -  kan daaraan hoe dan ook niet afdoen.</para>
    <para />
    <para>4.2 Voor het geval dat het misbruik, de mishandeling en de tatoeage [gedaagde] als gevolg van een geestelijke tekortkoming niet zouden kunnen worden verweten, geldt dat dit - gelet op het bepaalde in art. 6:165 lid 1 BW - geen beletsel is die gedragingen als een onrechtmatige daad aan [gedaagde] toe te rekenen. Aangezien [gedaagde] zijn stelling terzake overigens niet heeft onderbouwd, dient dan ook te worden aangenomen dat het gestelde onrechtmatig handelen aan hem kan worden toegerekend.</para>
    <para />
    <para>4.3 Daar [gedaagde] zich voor het overige heeft gerefereerd en bijgevolg niets heeft ingebracht tegen hetgeen [eiseres] heeft aangevoerd op het punt van de onrechtmatigheid, de omvang van de dientengevolge geleden schade en de hoogte van het verlangde voorschot op schadevergoeding, zal de gevraagde voorziening worden verleend. [gedaagde] dient als de in het ongelijk te stellen partij te worden veroordeeld in de kosten van de procedure. </para>
    <para />
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De voorzieningenrechter:</para>
    <para />
    <para>1. veroordeelt [gedaagde] om bij wege van voorschot op schadevergoeding aan [eiseres] te betalen een bedrag van EUR 15.760,-- (zegge: vijftienduizend zevenhonderdzestig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure,die van het conservatoire beslag daaronder begrepen, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot en mitsdien te betalen aan de griffie van dit gerecht op € 225,= aan in debetgestelde griffierechten, € 115,22 aan explootkosten en € 500,-- aan salaris van de procureur;</para>
      <para>aan [eiseres] € 75,= aan niet in debetgestelde griffierechten en € 38,41 aan resterende explootkosten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    <para />
    <para>4. wijst af het meer of anders gevorderde.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W. Duitemeijer, voorzieningenrechter en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 april 2002, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    <para />
    <para>ghb</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>